Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BC4565

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-02-2008
Datum publicatie
19-02-2008
Zaaknummer
08.214-R
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Het verzoek strekt tot instelling van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Fw.

De gevraagde voorziening houdt in het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw

(verbod gedwongen woningontruiming).

De rechtbank acht het verzoek ontvankelijk, ondanks het ontbreken van een art. 285-verklaring, omdat de tijd ontbrak deze op te stellen. De voor de beoordeling van het verzoek relevante gegevens worden ter zitting opgegeven.

Het verzoek wordt afgewezen. Verzoekster was in 2007 al tweemaal veroordeeld wegens een huurachterstand en was in januari 2008 tot ontruiming veroordeeld. Zij heeft de eerdere veroordelingen onvoldoende serieus genomen en is te lang doorgegaan met haar kennelijk zwaar verliesgevende eenmanszaak. Gezien de mate van verwijtbaarheid aan de kant van verzoekster leidt een belangenafweging tot de conclusie dat het verzoek moet worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2008, 110
JHV 2008/192 met annotatie van DA.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 08.214-R

Vonnis van 13 februari 2008

in de zaak van

[A],

Geboren op [-],

wonende te [-]

- hierna te noemen: verzoekster

is door verzoeker tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw).

Het verzoek is behandeld terechtzitting van 12 februari 2008 door mr. R.H.C. Jongeneel, rechter, bijgestaan door mr. S.L. Slaats, als griffier.

Verzoekster is ter terechtzitting verschenen. Zij werd bijgestaan door mevr. K. Stoffels-Montfoort van Zuidweg Insolventie-bewindvoeringen. Namens de schuldeiser woningbouwvereniging De Key (hierna: De Key) zijn mevr. R.J. Walraven en mr. J.J.L. Boudewijn, gerechtsdeurwaarder, ter terechtzitting verschenen.

1. Het verzoek

De gevraagde voorziening houdt in het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw

(verbod gedwongen woningontruiming).

Verzoekster heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij poogt een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers overeen te komen. De gevraagde voorziening is volgens verzoekster noodzakelijk om rust te creëren, zodat de minnelijke schuldregeling kans van slagen heeft.

Door dan wel namens verzoekster zijn navolgende omstandigheden aangevoerd.

Verzoekster is vooralsnog niet in staat om een verklaring als bedoeld in artikel 285 Fw te overleggen. Zij heeft zich pas vorige week tot de schuldhulpverlener gewend. Verzoekster heeft thans geen inkomen, maar is voornemens een bijstandsuitkering aan te vragen. De totale schuld van verzoekster bedraagt thans circa € 31.550,-. De schulden, waaronder de huurschuld, vloeien voort uit haar verlieslatende eenmanszaak, zijnde een winkel in Surinaamse/Afrikaanse gebruiksartikelen. De accountant van verzoekster heeft verzoekster geadviseerd haar bedrijf te staken. De winkel zal 15 februari 2008 worden ontruimd. Verzoekster zal een bijstandsuitkering aanvragen en vervolgens op zoek gaan naar werk. De inkoopwaarde van de zich nog in de winkel bevindende voorraad bedraagt circa € 5.500,-. De huur van de woning van verzoekster bedraagt € 431,99 per maand. Haar ziektekostenpremie bedraagt € 84,-. Haar huurtoeslag bedraagt € 199,- en haar zorgtoeslag € 46,-. De energierekening van verzoekster bedraagt € 128 per maand. Verzoekster heeft hedenmorgen € 500,- afgelost op het aan de verhuurder verschuldigde bedrag. Deze betaling moet tevens begrepen worden als betaling van de huur van februari 2008. Verzoekster huurt de woning sedert 1989. Pas in het afgelopen jaar zijn er vanwege het niet goed lopen van de winkel betalingsproblemen ontstaan.

2. Het verweer

De schuldeiser op wie de gevraagde voorzieningen betrekking heeft is opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoek op 12 februari 2008.

Namens De Key heeft mr. Boudewijn zich tegen het verzoek verzet. Hij heeft daartoe het navolgende aangevoerd.

De Key beschikt over een ontruimingsvonnis, dat niet berust op een misslag. Ook zijn er geen omstandigheden van na het vonnis die aan de executie daarvan in de weg kunnen staan. Verzoekster is herhaaldelijk tekortgeschoten in haar betalingsverplichtingen jegens De Key. Dit is in drie vonnissen van respectievelijk 23 maart 2007, 2 juli 2007 en het ontruimingsvonnis van 25 januari 2008 ook met zoveel woorden gesteld. Vanaf augustus 2007 heeft verzoekster slechts 2 maanden huur (september 2007 en januari 2008) betaald. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat verzoekster in de toekomst wel stipt zal gaan betalen. Zeker niet nu verzoekster ook de lopende huurtermijnen niet betaalt. Het hedenmorgen betaalde bedrag van € 500 is niet afgeboekt als betaling van de huur van februari 2008, maar als betaling van een oudere schuld. Zelfs als die betaling wel zou moeten worden aangemerkt als betaling van de huur voor februari 2008, is er nog twaalf dagen te laat betaald.

Vanwege het herhaaldelijk niet nakomen van haar betalingsverplichtingen wenst De Key niet langer aan verzoekster te verhuren, zelfs niet als zij de huurschuld alsnog zou voldoen. Dit maakt dat het ontruimingsvonnis is te vergelijken met ontruiming op andere gronden zoals het veroorzaken van overlast of illegale onderhuur. Het staat vast dat artikel 305 Fw niet in de weg staat aan ontruiming op dergelijke gronden.

4. Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat in beginsel van een verzoekster van een moratorium als bedoel in artikel 287b verwacht mag worden dat een verklaring als bedoeld in 285 Fw. bij het verzoek wordt gevoegd, zoals ook in artikel 4 onder b van de per 1 januari 2008 in werking getreden Recofa richtlijnen voor schuldsanering is bepaald. De rechtbank heeft de daarin opgenomen gegevens nodig voor een goede beoordeling van het verzoek.

De rechtbank heeft echter in het onderhavige geval bij uitzondering genoegen genomen met een opgave van de in artikel 285 Fw. bedoelde gegevens ter zitting, gezien de korte periode tussen het moment dat schuldenares zich bij de schuldhulpverlener meldde en de geplande ontruiming.

Wat de beoordeling van het verzoek betreft bevat de wet geen duidelijk criterium op grond waarvan kan worden beslist of het moratorium dient te worden toegewezen dan wel afgewezen. Gezien de strekking van artikel 287b Fw kan een moratorium worden toegewezen als daarmee kan worden bereikt dat de verzoekster in het minnelijk traject tot overeenstemming met haar schuldeisers kan komen over een minnelijke schuldregeling. Gezien de doelstelling van de wettelijke regeling is het uitgangspunt dat een moratorium steeds dient te worden toegewezen, tenzij zwaarwegende belangen van schuldeisers zich daartegen verzetten.

Het belang van verzoekster is om vanuit een stabiele situatie (te weten vanuit een eigen woning) te kunnen werken aan het oplossen van haar schulden.

Het belang van De Key is erin gelegen over te kunnen gaan tot ontbinding indien een huurder herhaaldelijk huurschulden laat ontstaan. Naar De Key heeft aangevoerd is hier niet sprake van een enkele betalingsachterstand, maar heeft de betalingsachterstand een terugkerend karakter, hetgeen het ontruimingsvonnis vergelijkbaar maakt met bijvoorbeeld een ontruimingsvonnis op grond van overlast of illegale onderhuur. De Key wijst erop dat artikel 305 Fw niet aan de ten uitvoer legging van dergelijke ontruimingsvonnissen in de weg staat.

Bovendien wijst De Key erop dat artikel 305 lid 2 alleen spreekt over ‘een’ tekortkoming van ‘een’ financiële verplichting, zodat dit artikel geen betrekking heeft op het herhaaldelijk onbetaald laten van de huur als waarvan hier sprake is, aldus De Key.

De rechtbank is van oordeel dat het onderhavige ontruimingsvonnis is verkregen op de grond dat er een huurachterstand is. Artikel 305 Fw heeft op deze situatie betrekking en het is daarbij niet zo dat het feit dat de achterstand in huurbetaling die tot ontruiming heeft geleid werd voorafgegaan door eerdere betalingsachterstanden het ontruimingsvonnis brengt buiten het bereik van deze bepaling, al is dit gegeven voor de afweging van de wederzijdse belangen wel van belang. Ook kan artikel 305 niet slechts worden toegepast op één enkele te late betaling van een huurtermijn, maar zal het juist altijd gaan om het onbetaald laten van verschillende huurtermijnen; ook alleen in die situatie kan een veroordeling tot ontruiming worden verkregen. Ook kan het feit dat er eerdere veroordelende vonnissen zijn geweest niet leiden tot het oordeel dat van ‘een’ tekortkoming van ‘een’ financiële verplichting geen sprake is. Het gaat hier niet zozeer om het aantal tekortkomingen als wel om het zich bevinden in een toestand van tekortkoming.

Anders dan De Key meent zou van toepassing verklaring van artikel 305 zoals hier verzocht ertoe leiden dat het ontruimingsvonnis niet ten uitvoer zou mogen worden gelegd. Voor de beoordeling van de vraag of artikel 305 van toepassing dient te worden verklaard zoals verzocht komt het dus aan op de afweging van de wederzijdse belangen.

De omstandigheden die de rechtbank in het onderhavige geval van belang acht zijn de volgende:

- verzoekster woont in het gehuurde sinds 1989;

- verzoekster woont in beginsel alleen in het gehuurde, haar meerderjarige kinderen verblijven regelmatig bij haar;

- verzoekster is in de financiële problemen gekomen doordat haar eenmanszaak onvoldoende oplevert;

- verzoekster heeft besloten met haar eenmanszaak te stoppen en een uitkering aan te vragen;

- verzoekster is in 2007 tweemaal veroordeeld tot betaling van een huurachterstand en is in 2008 vervolgens veroordeeld tot ontruiming;

- verzoekster heeft vanaf augustus 2007 alleen huur betaald in september 2007 en in januari en februari 2008. De betaling van € 500 kort voor de zitting kan, hoe ook geboekt, worden gezien als een voldoening aan de lopende verplichtingen, nu de betaling de maandelijkse huur overtreft.

De afweging van die belangen leidt tot het volgende. Verzoekster is in de laatste tijd herhaalde malen ernstig tekort geschoten in de nakoming van haar verplichting tot huurbetaling. Deze tekortkoming lijkt een heel duidelijke oorzaak te hebben, te weten dat de eenmanszaak van verzoekster onvoldoende oplevert. Verzoekster is voornemens deze onderneming op zeer korte termijn stop te zetten en kan dan een uitkering aanvragen en vervolgens streven naar werk in loondienst, waardoor zij in de toekomst met haar schuldeisers een regeling hoopt te treffen.

Daar tegenover staat het belang van de Key om niet langer gebonden te behoeven zijn aan een huurder die de huurschuld in korte tijd tot drie maal toe heeft laten oplopen, waardoor uiteindelijk een ontruimingsvonnis is verkregen.

De rechtbank zou indien verzoekster de onderhavige huurschuld zou hebben laten ontstaan zonder eerder bij vonnis te zijn veroordeeld tot het voldoen van een huurschuld, een moratorium hebben toegewezen.

In de onderhavige situatie is echter van een ernstige wanbetaling sprake geweest, waarbij binnen één jaar drie veroordelende vonnissen tegen verzoekster zijn gewezen, waarvan de laatste tot ontruiming. Verzoekster heeft de eerste twee vonnissen onvoldoende serieus genomen en heeft nagelaten haar uitgaven en inkomsten op elkaar af te stemmen door haar kennelijk ernstig verlieslatende eenmanszaak te beëindigen en hulp te zoeken bij het op orde brengen van haar financiën. Zij had in ieder geval na de eerste twee veroordelende vonnissen moeten beseffen dat zij zich niet nog verdere wanbetaling kon permitteren. De rechtbank is van oordeel dat nu na een derde betalingsachterstand binnen één jaar een derde vonnis tegen verzoekster is verkregen, ditmaal tot ontruiming, terwijl in een periode van zes maanden voorafgaand aan dat vonnis slechts in twee maanden huur was betaald, de mate van verwijtbaarheid van de betalingsachterstand zodanig groot is, dat het niet gerechtvaardigd is het ontruimingsvonnis opzij te zetten om de schuldenares een betere kans te geven om in het minnelijk traject haar schulden te regelen. De belangen van de verhuurder dienen in de genoemde omstandigheden zwaarder te wegen dan die van verzoekster.

Het verzoek zal dus worden afgewezen.

Verzoeker heeft zich er ter terechtzitting nog niet over uitgelaten of zij haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wenst te handhaven bij afwijzing van het verzochte moratorium.

De rechtbank zal verzoekster alsnog in de gelegenheid stellen haar keus te maken, waarbij wordt opgemerkt dat als het verzoek wordt gehandhaafd, de verklaring als bedoeld in artikel 285 Fw. alsnog dient te worden ingediend. Vervolgens zal hierop bij afzonderlijk vonnis worden beslist.

Namens de Key is verzocht om veroordeling van verzoekster in de kosten van dit geding, als het verzoek zou worden afgewezen.

De rechtbank zal dit verzoek tot kostenveroordeling afwijzen nu er geen procureurskosten zijn gemaakt.

Voorgaande leidt tot de volgende beslissingen.

5. Beslissing

De rechtbank

- wijst het verzoek af

- stelt verzoekster in de gelegenheid uiterlijk op 1 maart 2008 aan de rechtbank te laten weten of het verzoek tot toelating tot de schuldsanering wordt gehandhaafd;

- bepaalt dat op het verzoek tot toelating tot de schuldsanering – indien dit wordt gehandhaafd - bij afzonderlijk vonnis zal worden beslist;

- wijst het verzoek tot veroordeling van verzoekster in de kosten van dit geding af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2008.

De rechter is buiten staat het vonnis te ondertekenen.

Namens de rechter is getekend door mr. W.A.H. Melissen, rechter.