Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BC3105

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-01-2008
Datum publicatie
30-01-2008
Zaaknummer
AWB 07-4379 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek proceskostenveroordeling afgewezen.

De enkele omstandigheid dat verweerder zich nog uit diende te spreken over het vergoeden van de proceskosten in bezwaar rechtvaardigt een direct na het verstrijken van de beslistermijn ingesteld beroep tegen het niet tijdig beslissen niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Amsterdam

Sector Bestuursrecht Algemeen

enkelvoudige kamer

UITSPRAAK

als bedoeld in artikel 8:75a

Algemene wet bestuursrecht

in het geding met reg.nr. AWB 07/4379 WWB

van:

[eiser], wonende te Amsterdam, eiser, vertegenwoordigd door mr. J.S. Vlieger,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder.

1. PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft op 9 november 2007 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig beslissen door verweerder op het bezwaarschrift van eiser van 27 september 2007 (hierna: het bestreden besluit).

Bij brief van 22 november 2007 heeft mr. J.S. Vlieger, advocaat te Amsterdam, het beroep ingetrokken en aanspraak gemaakt op vergoeding van de proceskosten.

Desgevraagd heeft verweerder terzake het verzoek van eiser om proceskostenveroordeling op 18 december 2007 een verweerschrift ingediend.

Nadat partijen toestemming hebben gegeven het onderzoek ter zitting achterwege te laten, is het onderzoek gesloten.

2. OVERWEGINGEN

Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift is namens eiser beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij besluit van 9 november 2007 heeft verweerder op het bezwaarschrift beslist.

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat reeds vóór het instellen van het beroep op

9 november 2007 aan de bezwaren van eiser tegemoetgekomen is met het primaire besluit van 18 oktober 2007, waarin het in het onderhavige bezwaar bestreden primaire besluit van

17 september 2007 reeds was ingetrokken. Derhalve bestond ten tijde van het instellen van het beroep geen procesbelang voor eiser.

Eiser heeft zich bij brief van 27 december 2007 op het standpunt gesteld dat het procesbelang was gelegen in de vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank stelt vast dat eiser ten tijde van het instellen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen geen procesbelang meer had bij een spoedige beslissing op het bezwaarschrift van

27 september 2007. De rechtbank overweegt hierbij dat verweerder bij besluit van 18 oktober 2007 de bestreden primaire beslissing van 17 september 2007 reeds heeft ingetrokken en daarmee inhoudelijk ten tijde van het instellen van het beroep op 9 november 2007 reeds aan het bezwaarschrift van 27 september 2007 tegemoet was gekomen. De rechtbank is van oordeel dat de enkele omstandigheid dat verweerder zich nog uit diende te spreken over het vergoeden van de proceskosten in bezwaar een beroep tegen het niet tijdig beslissen onmiddellijk na het verstrijken van de beslistermijn niet rechtvaardigt. De rechtbank ziet derhalve geen aanleiding om met toepassing van het bepaalde in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verweerder te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank is ook overigens niet gebleken van kosten aan de zijde van eiser die op de voet van artikel 8:75 van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor vergoeding in aanmerking komen.

De rechtbank ziet, gelet op het voorgaande, geen aanleiding te bepalen dat verweerder het griffierecht dient te vergoeden.

Beslist wordt als volgt.

4. BESLISSING

De rechtbank:

- wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.

Deze uitspraak is gedaan op door mr. B.E. Mildner, rechter, in tegenwoordigheid van M.P. Osinga, griffier, en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.

De griffier De rechter

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.

Afschrift verzonden op:

Coll: M.P.O.

D: B