Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BC2659

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-01-2008
Datum publicatie
24-01-2008
Zaaknummer
386613 / KG ZA 07-2447 WT/MG
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad. Uitlatingen in tv-programma zijn onrechtmatig. Presentator heeft nagelaten de beschuldigingen nader te specificeren en hij heeft zich daarvan niet gedistantieerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 386613 / KG ZA 07-2447 WT/MG

Vonnis in kort geding van 24 januari 2008

in de zaak van

[eiser],

wonende te Amsterdam,

eiser,

procureur mr. M. Meijjer,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RTL NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Hilversum,

2. [gedaagde],

wonende te Cromvoirt,

gedaagden,

vrijwillig verschenen,

procureur mr. J.C.H. van Manen.

Eiser zal hierna [eiser] worden genoemd en gedaagden zullen gezamenlijk in meervoud als [gedaagden] worden aangeduid en ieder afzonderlijk als RTL en [gedaagde].

1. De procedure

Ter terechtzitting van 14 januari 2008 zijn de items uit het op 4 en 5 december 2007 op RTL4 uitgezonden programma ‘RTL Boulevard’ aangaande [eiser] vertoond. Vervolgens heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [gedaagden] hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. RTL Nederland exploiteert meerdere commerciële televisiestations, waaronder RTL4. RTL4 zendt onder meer het programma ‘RTL Boulevard’ uit.

2.2. In de uitzending van 4 december 2007 is in ‘RTL Boulevard’ onder de titel ‘Edwin stapt weer eens naar de rechter’ aandacht besteed aan een door [eiser] gevraagde voorlopige voorziening met betrekking tot een programma van SBS Nederland, genaamd ‘Tussen de Oren’. De transcriptie luidt:

“DB: [eiser] stapt weer eens naar de rechter. Peter.

PvdV: Dat is het laatste nieuws, kwam net binnen. Morgen dient er een kort geding want afgelopen zondag zond NET 5 het programma ‘Tussen de oren’ uit. (…)

PvdV: Er zat een vraag in dat ging over testosteron en bij die vraag lieten ze een foto van [eiser] zien toen maakte [naam actrice], dat is een actrice, de opmerking dat is toch die man met die losse handjes. Nou toen is Edwin helemaal door het lint gegaan geloof ik toen hij dag zag want hij dacht daar gaan we weer.

AV: Hij ging meppend door de P.C. Hooft (er wordt gelachen)

PvdV: We moeten wel zeggen het is nooit bewezen dat hij ook daadwerkelijk losse handjes heeft in ieder geval.

DB: Ik wist niet dat dat perse…(wordt onderbroken)

PvdV: (maakt af) dat wordt vaak over hem gezegd.

AV: Oplichting, dingen achterover drukken. Wat is er nog meer?

PvdV: Pas op straks is er een kort geding…

AV: Niet zeiken, je mag toch roepen dat is die man … (onderbroken door PvdV)

PvdV: Wou ik net gaan uitleggen: Morgenavond is de herhaling van dat programma op Net 5 om elf uur, hebben ze ook weer een leuke promo, en die herhaling wil hij nu gaan tegenhouden omdat ie het zat is dat iedereen maar roept dat hij losse handjes heeft inderdaad. Nou ik ben benieuwd of de rechter morgen ook meteen uitspraak doet.

AV: Weet je hoe dat programma vroeger heette? Onder de tram. Ik wou dat het nog zo heette als ik aan hem denk.”

2.3. Op 5 december 2007 heeft de raadsman van [eiser] met de productieleider, althans een medewerker van ‘RTL Boulevard’ gesproken en in dat gesprek is kenbaar gemaakt welke bezwaren [eiser] had tegen de hiervoor onder 2.2. genoemde uitspraken van [gedaagde]. Vervolgens zijn deze bezwaren in een gesprek met de producent van ‘RTL Boulevard’, Blue Circle, nogmaals toegelicht.

2.4. In de uitzending van 5 december 2007 is in ‘RTL Boulevard’ onder de titel ‘Edwin vindt spijkers op laag water’ een deel van het item over [eiser] van de uitzending van 4 december 2007 herhaald. Voorafgaand aan de herhaling heeft [gedaagde] gesteld dat sprake is van “gesodemieter” en heeft hij volgens gezegd, “Ik heb een grapje gemaakt zoals dat wel eens gebeurd. (…) omdat hij zo lastig deed dacht ik, ach ik gooi er ook een grapje in. Zo ging het” Na de herhaling heeft [gedaagde] nog het volgende opgemerkt: “Weet je wat hij zei? Het was een doodsbedreiging. Ik denk ja zeg. Sodemieter op..”

2.5. Bij brieven van 7 december 2007 heeft de raadsman van [eiser] [gedaagden] ieder afzonderlijk gesommeerd, kort gezegd, om over te gaan tot rectificatie respectievelijk schriftelijke excuses en tot het betalen van een schadevergoeding voor het aan hem en zijn familie toegebrachte leed.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert – samengevat – op straffe van verbeurte van een dwangsom [gedaagden] te veroordelen tot rectificatie en het aanbieden van excuses. Verder vordert [eiser] [gedaagden] te veroordelen aan hem een voorschot op de schadevergoeding te betalen van € 10.000,00 respectievelijk € 15.000,00, met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van deze procedure.

3.2. [eiser] stelt daartoe – samengevat – dat de uitspraken van [gedaagde] lichtvaardige verdachtmakingen zijn, nu hij nooit schuldig is bevonden aan oplichting en/of het achter over drukken van dingen. Hierdoor lijdt [eiser] schade. De uitlatingen in het programma zijn volgens [eiser] louter gebaseerd op geruchten die op deze wijze bij het publiek als waarheid gaan gelden. Voor zover [gedaagden] slechts hebben willen verwijzen naar een over [eiser] bestaand beeld, hetgeen overigens in de uitzending niet zo is gezegd, is dat evenmin een rechtvaardiging voor de gedane uitspraken. Als een eerdere uitlating een lichtvaardige verdachtmaking is en dus onrechtmatig, dan is het napraten daarvan dat ook, ongeacht of tegen de eerdere opmerking is opgekomen of niet. Daarnaast heeft [gedaagde] in de uitzending opgemerkt dat hij wilde dat het programma ‘Tussen de Oren’ nog altijd ‘Onder de tram’ zou heten als hij aan [eiser] dacht. [eiser] heeft deze opmerking als uitermate krenkend en grievend ervaren.

[eiser] heeft na de uitzending van 4 december 2007 getracht om achter de schermen met [gedaagden] tot een oplossing te komen, maar dat is jammerlijk mislukt. In de uitzending van 5 december 2007 wordt hij nogmaals door [gedaagde] voor het oog van alle kijkers belachelijk gemaakt, waarbij [gedaagde] het opzettelijk gechargeerd heeft over een doodsbedreiging, daar waar de raadsman van [eiser] de opmerking over het vroeger genaamde programma ‘Onder de Tram’ had bestempeld als een doodsverwensing.

[eiser] heeft reeds jarenlang te maken met negatieve berichtgeving in de media over zijn persoon en ter bescherming van zijn privacybelang moet hij daartegen op kunnen komen. Met een rectificatie beoogt [eiser] dat het onjuiste beeld dat [gedaagde] over hem heeft geschapen, althans bevestigd, wordt rechtgezet. Van de gevorderde schadevergoeding gaat een preventieve werking uit.

3.3. [gedaagden] voeren ter afwering van de vordering – samengevat – aan dat de uitzending van 4 december 2007 en de herhaling op 5 december 2007 niet onrechtmatig zijn. [gedaagden] hebben in dat verband aangevoerd dat toewijzing van de vordering de vrijheid van meningsuiting van [gedaagden] beperkt. Bij de beoordeling dient het belang van [gedaagden] bij de uitoefening van de uitingsvrijheid te worden afgewogen tegen het belang van [eiser] bij de bescherming van zijn eer en goede naam, althans zijn privacy, met inachtneming van de kenmerkende omstandigheden van het geval.

[gedaagde] mocht de gewraakte opmerkingen tijdens de bewuste uitzendingen maken, omdat zij inhoudelijk pasten bij het onderwerp waarover werd bericht. Bovendien heeft [gedaagde] niet zelf de beschuldigingen geuit, nu hij heeft gezegd dat [eiser] wordt beticht van oplichting en het achterover drukken van dingen. Deze opmerkingen werden ondersteund door het destijds beschikbare feitenmateriaal. Daar komt bij dat mede commentator [naam mede commentator] er in de uitzending uitdrukkelijk op heeft gewezen dat niets is bewezen, zodat het publiek begrijpt, althans had moeten begrijpen dat [gedaagden] de geruchten niet als keiharde feiten hebben willen presenteren, maar er louter op hebben willen wijzen dat dergelijke verhalen over [eiser] de ronde doen.

Ook zijn de opmerkingen niet gedaan in een vorm die, in de context waarin ze werden gemaakt, als onnodig grievend of krenkend gekwalificeerd moeten worden. In RTL Boulevard worden ‘hete’ onderwerpen over bekende Nederlanders besproken, waarbij er regelmatig gepeperde opmerkingen volgen. Het is niet onrechtmatig om in een dergelijk programma actuele feiten over bekende mensen bekend te maken, ook al betreft het negatieve feiten. Daar komt bij dat RTL Boulevard een live programma is, zodat er geen moment van bezinning is met als gevolg dat opmerkingen niet kunnen worden teruggenomen. Dit brengt met zich dat minder strikte zorgvuldigheidsmaatstaven gerechtvaardigd zijn.

Tot slot geldt dat [eiser] een bekende Nederlander is die zelf de publiciteit niet schuwt, zodat hij meer inbreuken op zijn privacy zal moeten accepteren dan een gewone burger.

Het belang van [gedaagden] weegt dan ook zwaarder dan het belang van [eiser]. Onder die omstandigheden is niet onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld, zodat de vorderingen moet worden afgewezen. Voor een vordering tot schadevergoeding is in dit kort geding hoe dan ook geen plaats, nu deze vordering niet voldoet aan de strenge eisen die de Hoge Raad stelt aan geldvorderingen in kort geding.

4. De beoordeling

4.1. Uitgangspunt is dat toewijzing van de vorderingen van [eiser] een beperking zou inhouden van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) neergelegde grondrecht van [gedaagden] op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen over [eiser] in het door RTL op RTL4 op 4 december 2007 uitgezonden programma ‘RTL Boulevard’ onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag of dat het geval is dienen de wederzijdse – gelijkwaardige – belangen te worden afgewogen en daarbij moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen.

Het belang van [eiser] is erin gelegen dat hij recht heeft op bescherming van zijn eer en goede naam, alsmede het recht op eerbiediging van zijn privacy, maar ook het recht om alleen – dat wil zeggen: ‘met rust ‘- te worden gelaten en dat hij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan voor hem ongewenste publiciteit omtrent zijn persoon. Het belang van [gedaagden] is daarin gelegen dat zij zich vrijelijk moeten kunnen uitlaten over kwesties die de samenleving raken en in de gelegenheid willen blijven dit in de vorm van entertainment aan het publiek aan te bieden in de gepeperde stijl die het publiek van ‘RTL Boulevard’ gewend is.

4.2. Vooropgesteld wordt dat [eiser] in deze procedure uitsluitend bezwaar heeft gemaakt tegen de volgende uitlatingen van [gedaagde]: ‘Weet je hoe dat programma vroeger heette? Onder de tram. Ik wou dat het nog zo heette als ik aan hem denk.’ en ‘oplichting’ en ‘het achterover drukken van dingen’.

4.3. Ter beantwoording van de vraag of de opmerking ‘Weet je hoe dat programma vroeger heette? Onder de tram. Ik wou dat het nog zo heette als ik aan hem denk’ als onrechtmatig moet worden gekwalificeerd is met name van belang dat ‘RTL Boulevard’, aldus onbetwist door [gedaagden] is gesteld, een programma is waar gepeperde opmerkingen tot de huisstijl behoren en de rol van [gedaagde] zich laat omschrijven als ‘pias’. Hoewel toonzetting en ongelukkige woordkeus een uiting excessief kunnen doen zijn, moet binnen de uitingsvrijheid, zeker binnen een programma als ‘RTL Boulevard’ en de plaats die [gedaagde] daarin inneemt, ruimte worden gelaten voor enige overdrijving en provocatie. De hier bedoelde uitlating van [gedaagde] op 4 december is in die context kennelijk satirisch van aard en die zal door het publiek ook als zodanig zijn begrepen. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat deze opmerking zodanig kwetsend en of grievend is dat [eiser] daardoor in zijn eer en goede naam is aangetast. Voorshands moet dan ook worden aangenomen dat deze uiting niet onrechtmatig is jegens [eiser].

4.4. De uitlating ‘Oplichting’ en ‘dingen achterover drukken’ kan daarentegen voorshands wel als onrechtmatig worden aangemerkt. Het verweer van [gedaagden] dat het [gedaagde] vrijstond om [eiser] in verband te brengen met (beschuldigingen van) oplichting en het achterover drukken van dingen, nu dit zou blijken uit verschillende openbare bronnen, wordt verworpen. Wanneer gegevens worden gepresenteerd als feit, en als daarbij een zekere mate van autoriteit wordt gesuggereerd is een aanzienlijk grotere mate van zorgvuldigheid vereist dan wanneer het slechts gaat om waardeoordelen. Bij de vertoning van de uitzendingen van 4 en 5 december 2007 van ‘RTL Boulevard’, is, doordat de presentatrice, [gedaagde] en een commentator tegelijkertijd aan het woord zijn, gebleken dat voor het publiek niet goed verstaanbaar is dat [gedaagde] zoals hij tot zijn verdediging aanvoert, de woorden ‘oplichting’ en ‘dingen achterover drukken’ uitsluitend heeft gebruikt om aan te geven waarvan [eiser] wel wordt beschuldigd. Daarbij heeft hij nagelaten deze beschuldigingen nader te specificeren en heeft hij zich daarvan niet gedistantieerd. Voor het publiek van ‘RTL Boulevard’ lijkt het dan ook alsof het hier vaststaande feiten betreft, terwijl [gedaagden] wisten, althans hadden moeten weten dat een aantal oude beschuldigingen weerlegbaar zijn. Ook van nieuwe feiten is niets gebleken. Weliswaar is [eiser] aan te merken als een persoon die een zekere bekendheid geniet wat met zich meebrengt dat hij zich wat meer dient te laten welgevallen dan de gemiddelde Nederlander, maar dit betekent niet dat hij keer op keer geconfronteerd behoeft te worden met oude beschuldigingen zeker niet als die worden gepresenteerd als feiten. Voorshands zijn deze uitlatingen dan ook aan te merken als lichtvaardige verdachtmakingen waartegen [eiser] beschermd dient te worden. Aldus bestaat er voldoende grond de vrijheid van meningsuiting van [gedaagden] te beperken.

4.5. In een democratische samenleving kan het noodzakelijk zijn dat de lichtvaardige beschuldigingen, waarvan hier sprake is, worden rechtgezet. In dit geval is rectificatie echter geen adequaat middel voor het te bereiken doel, nu een rectificatie van die onderdelen nog eens extra de aandacht op de gewraakte uitlatingen zou vestigen, wat niet doelmatig is. De vordering tot rectificatie zal vooralsnog dan ook worden afgewezen. Aangezien voorshands voldoende aannemelijk is dat de rechter in een bodemprocedure een bedrag aan immateriële schadevergoeding zal toewijzen en [eiser] spoedeisend belang heeft bij een prompte genoegdoening vindt de voorzieningenrechter aanleiding om een voorschot op immateriële schadevergoeding van naar redelijkheid € 1.500,00 aan [eiser] toe te kennen. [gedaagden] hoofdelijk zullen worden veroordeeld tot het voldoen van deze schade. Van verdere hieruit voortvloeiende schade blijkt niet, zodat de vordering tot schadevergoeding voor het overige wordt afgewezen.

4.6. [gedaagden] zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- vast recht € 550,00

- salaris procureur € 816,00

Totaal € 1.366,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.500,00,

5.2. veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.366,00,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Tonkens - Gerkema, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.M.C. Grob, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2008.?