Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BC2273

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-01-2008
Datum publicatie
23-01-2008
Zaaknummer
AWB 06/5287 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak inzake ziekmelding brandweermannen Amsterdam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Amsterdam

Sector Bestuursrecht Algemeen

enkelvoudige kamer

UITSPRAAK

in het geding met reg.nr. AWB 06/5287 AW

tussen:

[eiser], wonende te Nieuw-Vennep,

eiser,

vertegenwoordigd door H. Brederode,

en:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. M.H.G.T.E. de Wit, T. Kriek en D. Kransen.

1. PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft op 31 oktober 2006 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het besluit van verweerder van 20 september 2006 (hierna: het bestreden besluit).

Het onderzoek is gesloten ter zitting van 23 oktober 2007, alwaar namens verweerder tevens aanwezig waren T. Kriek en D. Kransen.

2. OVERWEGINGEN

Eiser is werkzaam binnen de zogenaamde A-ploeg van de Brandweer Amsterdam. Deze ploeg bestaat uit ongeveer 125 brandweermedewerkers. Op 5 november 2005 heeft eiser zich ziek gemeld. Naast eiser hebben op die dag ook (vrijwel) alle andere medewerkers van de A-ploeg zich ziek gemeld.

De Commandant van de Brandweer heeft op diezelfde dag aan alle medewerkers die zich hebben ziek gemeld per koerier een brief gestuurd. In deze brief geeft hij aan dat de ziekmelding, gelet op de massaliteit daarvan, vooralsnog verband lijkt te houden met de lopende onderhandelingen omtrent het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO). Indien de ziekmelding van de betrokkene onterecht blijkt te zijn, zal de bezoldiging over de ten onrechte niet gewerkte uren worden ingehouden.

Bij besluit van 10 november 2005 heeft verweerder medegedeeld dat eiser op de dag van de ziekmelding zonder geldige reden niet op het spreekuur van de bedrijfsarts is verschenen, zoals hem was opgedragen door de werkgever. Dit leidt tot de conclusie dat eiser zijn ziekmelding als een stakingsmiddel heeft gebruikt. De tijd die eiser niet op het werk is verschenen wordt dan ook beschouwd als arbeidsverzuim als gevolg van nalatig handelen. De bezoldiging over de op 5 november 2005 niet gewerkte uren zal dan ook worden ingehouden. Voorts heeft verweerder medegedeeld dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. Wanneer eiser zich in de toekomst opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde of soortgelijke handeling zal een disciplinaire maatregel worden opgelegd.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eiser ongegrond verklaard en het besluit van 10 november 2005, onder wijziging van grondslag, gehandhaafd. Daartoe heeft verweerder overwogen dat de kazernemanager eiser heeft getracht te bellen, teneinde hem de opdracht te geven naar de bedrijfsarts te gaan. Eiser heeft de telefoon echter niet beantwoord. Hoewel eiser bestrijdt dat hij thuis is gebeld, ziet verweerder geen aanleiding om aan de juistheid van de verklaring van de kazernemanager te twijfelen. Nu eiser dus niet bereikbaar was voor zijn werkgever en zich zodoende niet heeft gedragen conform het ziekteverzuimprotocol, mocht de bezoldiging over de (ten minste) acht niet gewerkte uren worden ingehouden. Het vooromschreven handelen levert voorts plichtsverzuim op, zodat verweerder hem een waarschuwing kon geven, aldus verweerder.

Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd aangegeven dat de beroepsgronden zoals weergegeven in het beroepschrift (waarschijnlijk) berusten op een misverstand. Voor de gronden van beroep is dan ook verwezen naar het bezwaarschrift. Eiser voert daarin – kort weergegeven – het volgende aan. Eiser heeft zich op 5 november 2005 terecht ziekgemeld en heeft vervolgens thuis de komst van de bedrijfsarts afgewacht. Er is echter niemand bij hem thuis geweest en hij is evenmin telefonisch benaderd. Er is aldus geen sprake van verwijtbaar of nalatig handelen, aldus eiser.

Ten aanzien van het bestreden besluit overweegt de rechtbank als volgt.

Ingevolge artikel 511, eerste lid, van het ARA gaat arbeidsongeschiktheid in op de dag dat de ambtenaar zich volgens de procedure genoemd in artikel 502a, eerste lid, arbeidsongeschikt heeft gemeld. Ingevolge het tweede lid eindigt de arbeidsongeschiktheid op het moment dat de ambtenaar:

a op advies van de arbodeskundige medisch geschikt is verklaard voor het volledig vervullen van zijn functie, of

b zijn functie volledig is gaan vervullen, tenzij dit in strijd is met de voorschriften van de arbodeskundige of gemaakte afspraken.

Ingevolge artikel 541, aanhef en onder a, van het Ambtenaren Reglement Amsterdam (ARA) heeft de ambtenaar geen recht op bezoldiging genoemd in artikel 521 voor de duur dat hij niet voldoet aan de verplichtingen in artikel 501a en artikel 561.

Ingevolge artikel 561, aanhef en onder a, van het ARA is de ambtenaar verplicht zich te gedragen volgens de procedure voor ziek- en hersteldmelding, begeleiding ziekteverzuim en Arbo-begeleiding.

De rechtbank overweegt dat ingevolge het ziekteverzuimprotocol ‘Ziek en weer beter’ van de Brandweer Amsterdam, de werknemer gedurende de eerste drie dagen van ziekte thuis, of op zijn verblijfadres, bereikbaar moet zijn. Gelet op de zich in de stukken bevindende verklaring van kazernemanager E. Bosse acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat getracht is eiser telefonisch te bereiken. Nu eiser onbereikbaar was voor de werkgever, heeft hij zich niet gehouden aan het protocol. Dit terwijl het, gelet op de bijzondere omstandigheden van die dag, voor de werkgever van groot belang was vast te stellen welk ziekteverzuim terecht, welk onterecht was. Op grond van het bovenstaande heeft verweerder terecht op grond van artikel 541, aanhef en onder a, van het ARA besloten tot het inhouden van de bezoldiging.

Door zich niet te houden aan de regels die gelden bij ziekte heeft eiser zich voorts niet als een goed ambtenaar gedragen. Verweerder heeft daarom terecht tot plichtsverzuim kunnen concluderen, zodat verweerder bevoegd was een disciplinaire straf op te leggen. De opgelegde straf van een schriftelijke waarschuwing (de rechtbank neemt aan dat bedoeld is de schriftelijke berisping) is naar het oordeel van de rechtbank niet onevenredig. Hierbij acht de rechtbank van belang de bijzondere omstandigheden gelegen in de massale ziekmelding en het feit dat de schriftelijke berisping de minst zware sanctie is die opgelegd kan worden.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht dan wel veroordeling in de proceskosten.

3. BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 16 januari 2008 door mr. R.B. Kleiss, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E. Dutrieux, griffier, en bekendgemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.

De griffier, De rechter,

Is verhinderd te tekenen

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.