Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2008:BC2269

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-01-2008
Datum publicatie
23-01-2008
Zaaknummer
AWB 07/129 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak inzake ziekmelding brandweermannen Amsterdam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Amsterdam

Sector Bestuursrecht Algemeen

enkelvoudige kamer

UITSPRAAK

in het geding met reg.nr. AWB 07/129 AW

tussen:

[eiser], wonende te Zandvoort,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. P. Bellod,

en:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. M.H.G.T.E. de Wit, T. Kriek en D.Kransen.

1. PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft op 9 januari 2007 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het besluit van verweerder van 6 december 2006 (hierna: het bestreden besluit).

Het onderzoek is gesloten ter zitting van 23 oktober 2007.

2. OVERWEGINGEN

Bij de Brandweer Amsterdam bestaan er binnen de uitrukdienst een zogenaamde A- en B-ploeg. Beide ploegen bestaan uit ongeveer 125 brandweermedewerkers. Eiser is werkzaam binnen de B-ploeg.

Op 5 november 2005 meldt (vrijwel) de gehele A-ploeg zich ziek. De Commandant van de Brandweer is van mening dat de ziekmeldingen, gelet op de massaliteit daarvan, verband houden met de lopende onderhandelingen over het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO). Bij besluiten van 10 november 2005 heeft verweerder dan ook medegedeeld dat de bezoldiging van de medewerkers van de A-ploeg over de op 5 november 2005 ten onrechte niet gewerkte uren zal worden ingehouden. Voorts heeft verweerder medegedeeld dat de betrokkenen zich schuldig hebben gemaakt aan plichtsverzuim. Bij eenzelfde of soortgelijke handeling in de toekomst zal een disciplinaire maatregel worden opgelegd. In de wekelijkse personeelsuitgave van de ‘Flits’, die onder de medewerkers van de A- en B-ploeg wordt verspreid, besteedt de Brandweer aandacht aan de massale ziekmelding van 5 november 2005.

Op 6 december 2005 heeft eiser zich ziek gemeld. Naast eiser hebben op die dag ook (vrijwel) alle andere medewerkers van de B-ploeg zich ziek gemeld.

Bij brief van 12 december 2005 heeft de Commandant geconstateerd dat eiser de ziekmelding als stakingsmiddel heeft gebruikt. De Commandant is dan ook voornemens de bezoldiging over de ten onrechte niet gewerkte uren in te houden alsmede, in verband met plichtsverzuim, bij wijze van disciplinaire maatregel twee verlofdagen in te houden.

Op 11 januari 2006 heeft een zienswijzegesprek plaatsgevonden.

Bij besluit van 13 maart 2006 heeft verweerder mede gedeeld dat de bezoldiging over de op 6 december 2005 ten onrechte niet gewerkte uren zal worden ingehouden op grond van artikel 453 van het Ambtenaren Reglement Amsterdam (ARA). Voorts zullen, bij wijze van disciplinaire maatregel, twee verlofdagen worden ingehouden op grond van artikel 1003, eerste lid, aanhef en onder c, van het ARA. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt.

Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het besluit van 13 maart 2006 gehandhaafd. Daartoe heeft verweerder overwogen dat eiser op de dag van ziekmelding thuis door een controleur is bezocht. Deze achtte eiser reisvaardig, zodat eiser het spreekuur van de bedrijfsarts diende te bezoeken. Eiser heeft de bedrijfsarts die dag, en ook de dagen daarna, niet bezocht. Eiser heeft zich hierdoor schuldig gemaakt aan arbeidsverzuim als gevolg van verwijtbaar of nalatig handelen, zodat de bezoldiging over zes niet gewerkte uren kon worden ingehouden. Het verwijtbaar of nalatig handelen levert voorts plichtsverzuim op, zodat een disciplinaire maatregel kon worden opgelegd. Nu eiser zich, ondanks de opdracht daartoe, niet bij de bedrijfsarts heeft gemeld, konden er bij eiser twee verlofdagen worden ingehouden, aldus verweerder.

In beroep heeft eiser – kort weergegeven – aangevoerd dat uit de door hem overgelegde verklaring van de huisarts van 21 december 2006 blijkt dat niet onomstotelijk is komen vast te staan dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim door, ondanks het oordeel van de controleur dat hij reisvaardig was, geen bezoek te brengen aan de bedrijfsarts.

De rechtbank overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 453, eerste lid, van het ARA wordt over de tijd van arbeidsverzuim als gevolg van nalatigheid of verwijtbaar handelen van de ambtenaar, hem geen bezoldiging betaald, onverminderd de elders in de rechtspositieregelingen gegeven regels met betrekking tot het niet vervullen van de betrekking.

Ingevolge artikel 511, eerste lid, van het ARA gaat arbeidsongeschiktheid in op de dag dat de ambtenaar zich volgens de procedure genoemd in artikel 502a, eerste lid, arbeidsongeschikt heeft gemeld. Ingevolge het tweede lid eindigt de arbeidsongeschiktheid op het moment dat de ambtenaar:

a op advies van de arbodeskundige medisch geschikt is verklaard voor het volledig vervullen van zijn functie, of

b zijn functie volledig is gaan vervullen, tenzij dit in strijd is met de voorschriften van de arbodeskundige of gemaakte afspraken.

Ingevolge artikel 1003, eerste lid, aanhef en onder c, van het ARA kan de ambtenaar de straf worden opgelegd van vermindering van het recht op vakantie met ten hoogste drie dagen.

In het onderhavige geval is eiser onderzocht door een speciaal daartoe uitgeruste controleur. Deze heeft vastgesteld dat eiser in staat was te reizen, zodat eiser naar de bedrijfsarts diende te gaan. Eiser stelt dat hij hiertoe niet in staat was. Hij heeft ter onderbouwing van zijn standpunt een verklaring van de huisarts overgelegd. Deze verklaart dat het zeer wel aannemelijk is dat eiser op 6 december 2005 niet kon reizen buiten zijn woonplaats. Hij concludeert dit op basis van de medische gegevens die hij verkregen heeft tijdens het consult van 5 december 2005. De rechtbank is van oordeel dat eiser op basis hiervan niet reisvaardig moet worden geacht. Eiser kan daarom niet verweten worden dat hij de opdracht om naar de bedrijfarts te gaan niet heeft uitgevoerd.

Het voorgaande leidt ertoe dat verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet op grond van artikel 453, eerste lid, van het ARA kon besluiten tot het inhouden van eisers bezoldiging over zes niet gewerkte uren.

Nu aan het plichtsverzuim, en het inhouden van twee verlofdagen, door verweerder eveneens arbeidsverzuim als gevolg van verwijtbaar of nalatig handelen ten grondslag is gelegd, kan dit deel van het bestreden besluit, gelet op het bovenstaande, evenmin stand houden.

Het bovenstaande leidt tot het oordeel dat het bestreden besluit vernietigd dient te worden. Het beroep zal gegrond worden verklaard.

De rechter ziet voorts aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten, welke kosten ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op € 644,00 (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter terechtzitting x factor 1 x € 322,00).

De rechtbank ziet geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht, nu dat in deze zaak niet geheven is.

De rechtbank beslist als volgt.

3. BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt op eisers bezwaarschrift met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, begroot op € 644,00 (zegge: zeshonderd en vierenveertig euro), te betalen door de gemeente Amsterdam aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan op 16 januari 2008 door mr. R.B. Kleiss, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E. Dutrieux, griffier, en bekendgemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.

De griffier, De rechter,