Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BG2248

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-07-2007
Datum publicatie
03-11-2008
Zaaknummer
371971 / KG ZA 07-1105 SR/MG
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Uitgangspunt is dat een concurrentiebeding naar zijn aard bezwarend is voor de werknemer, omdat deze daardoor wordt beperkt in zijn mogelijkheden met de hem persoonlijk verworven kennis en ervaring in zijn levensonderhoud te voorzien. Ingevolge artikel 7:653, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen op grond dat, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0691
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 371971 / KG ZA 07-1105 SR/MG

Vonnis in kort geding van 24 juli 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TMF NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie bij dagvaarding van 3 juli 2007,

verweerster in reconventie,

procureur mr. E. Knipschild,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FORTIS INTERTRUST (NETHERLANDS) B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de naamloze vennootschap

FORTIS BANK (NEDERLAND) N.V.,

gevestigd te Utrecht,

vrijwillig verschenen,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur mr. M. Das,

advocaat mr. K. van Kranenburg-Hanspians te Rotterdam.

Eiseres zal hierna TMF worden genoemd en gedaagden zullen hierna gezamenlijk in enkelvoud als [gedaagden] en afzonderlijk als [gedaagde sub 1], Fortis Intertrust en Fortis Bank worden aangeduid.

1. De procedure

Mr. K. van Kranenburg-Hanspians heeft de raadsvrouw van TMF, mr. E. Knipschild, voorafgaand aan de zitting bericht dat zij bereid is vrijwillig te verschijnen zijdens de Fortis Bank, hetgeen zij ter zitting van 11 juli 2007 heeft bevestigd. Ter terechtzitting heeft TMF gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [gedaagden] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening en in reconventie gevorderd als hierna onder 4.1. vermeld. TMF heeft de vordering in reconventie bestreden. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. TMF maakt onderdeel uit van de TMF Groep, een internationaal vertakte organisatie die gespecialiseerde diensten verleent ten behoeve van internationaal opererende ondernemingen en institutionele beleggers.

2.2. [gedaagde sub 1] is op 1 mei 2004 in dienst getreden van TMF in de functie van ‘Account Manager Legal’. Daartoe is op 16 april 2004 een arbeidsovereenkomst ondertekend. Deze overeenkomst bevat onder meer de volgende artikelen:

“15. Het is Werknemer na verbreking van het dienstverband verboden, gedurende een periode van één jaar in enigerlei vorm, om niet of tegen vergoeding, zelfstandig, in samenwerking met, of in dienst, voor rekening of op naam van derden, werkzaamheden te verrichten of te doen verrichten, op het gebied waarin Werkgever werkzaam is. Het is Werknemer tevens verboden om op enige wijze direct of indirect zakelijke contacten te onderhouden met relaties van Werkgever waarmee deze de laaste 2 jaar voorafgaand aan het einde van het dienstverband bij Werkgever heeft gewerkt of hen te bewegen het dienstverband te beëindigen en/of in dienst te houden.

16. Werknemer erkent dat hem door Werkgever geheimhouding is opgelegd van alle bijzonderheden betreffende of verband houdend met het bedrijf van Werkgever. Het is Werknemer verboden hetzij gedurende de dienstbetrekking hetzij na beëindiging hiervan, op enigerlei wijze aan derden direct of indirect, in welke vorm ook enige mededeling te doen van of aangaande enige bijzonderheden van de onderneming van Werkgever of die daarmee verband houden. Overtreding zal voor Werkgever een dringende reden vormen tot ontslag op staande voet als bedoeld in artikel 7:678 sub 2.i. BW

17. Ingeval van overtreding van het bepaalde in één van de artikelen 15. en/of 16. Verbeurt Werknemer een terstond en zonder ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst opeisbare boete ten behoeve van Werkgever van twee procent van zijn laatst genoten bruto jaarsalaris, als bedoeld onder artikel 4. per overtreding c.q. per dag dat de overtreding voortduurt.”

2.3. Op de tussen [gedaagde sub 1] en TMF gesloten arbeidsovereenkomst is het TMF Personeelshandboek van toepassing. In het personeelshandboek is onder het kopje concurrentiebeding, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

“In beginsel hanteert TMF de regel dat mensen kunnen werken waar zij willen. De aard van de werkzaamheden bij TMF brengt echter met zich mee dat TMF deze ruimte wenst te beperken als het een stap naar de concurrentie betreft. Toch zal TMF de werknemer die deze stap wil zetten waar mogelijk steunen. Echter, TMF stelt hierbij de voorwaarde dat de werknemer dit voornemen tijdig aangeeft en dit in alle eerlijkheid doet.

In onze arbeidsovereenkomst is een zogenaamd concurrentiebeding opgenomen. Door dit beding spreken werkgever en werknemer af dat de werknemer binnen een periode van een jaar na vertrek geen vergelijkbare werkzaamheden bij een concurrent zal verrichten. Door dit beding heeft de werkgever een uiterste middel waarmee in bepaalde omstandigheden voorkomen kan worden dat de werkgever schade oploopt. De werkgever wil er immers voor zorgen dat haar “kapitaal”, lees netwerk, klantenbestand, omzetgegevens etc. binnen de deuren blijft. Dit betekent dus niet dat de werkgever dit middel zal gebruiken, maar kan gebruiken.

TMF geeft in ieder geval uitvoering aan het concurrentiebeding:

- Als de werknemer TMF op het laatste moment verrast met een vertrek naar een concurrerend kantoor en blijkt dat de werknemer soortgelijke werkzaamheden gaat verrichten en/of deze werkzaamheden (mogelijk) schadelijk zijn voor TMF.

- Als er sprake is van een situatie waarin TMF verrast wordt met het feit dat een ex-medewerker binnen een jaar na vertrek bij een concurrent is gaan werken en dit (mogelijk) schadelijk is voor TMF

- Als de werknemer onjuiste informatie heeft verstrekt over de nieuwe werkgever en/of blijkt dat de werknemer via die nieuwe werkgever indirect voor een concurrent is gaan werken en/of deze werkzaamheden (mogelijk) schadelijk zijn voor TMF.”

2.4. Het salaris van [gedaagde sub 1] bedroeg sinds 1 januari 2007 € 3.000,00 bruto per maand, exclusief vakantiegeld en een 13e maand. Verder had [gedaagde sub 1] geen mobiele telefoon van TMF in zijn bezit en op zijn werk geen toegang tot het internet.

2.5. Medio mei 2007 heeft [gedaagde sub 1] aan [persoon 1], Supervisor Legal bij TMF (hierna: [persoon 1]), te kennen gegeven van Fortis Intertrust een aanbod te hebben ontvangen.

2.6. Op 29 mei 2007 heeft [gedaagde sub 1] geproken met [persoon 2], directeur Legal bij TMF (hierna: [persoon 2]), over het aanbod van Fortis Intertrust.

2.7. Bij brief van 29 mei 2007 heeft Fortis Bank aan [gedaagde sub 1] bevestigd dat zij tot zijn aanstelling kunnen overgaan.

2.8. Bij brief van 31 mei 2007 aan [persoon 2] heeft [gedaagde sub 1], met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn van 1 maand, zijn dienstverband bij TMF opgezegd per 30 juni 2007.

2.9. Bij brieven van 5 juni 2007 heeft TMF [gedaagde sub 1] en Fortis Intertrust (nogmaals) gewezen op het bestaande concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding.

2.10. [gedaagde sub 1] is op 1 juli 2007 in dienst getreden van Fortis Bank om vervolgens te gaan werken voor Fortis Intertrust. Fortis Intertrust is een onderdeel van Fortis Bank. TMF en Fortis Intertrust zijn rechtstreeks concurrerende bedrijven op het terrein van de trust.

3. Het geschil in conventie

3.1. TMF vordert – samengevat – [gedaagde sub 1] te bevelen zich op straffe van verbeurte van een dwangsom tot 1 juli 2008 te onthouden van ieder handelen in strijd met het concurrentiebeding, het relatiebeding en het geheimhoudingsbeding en hem te veroordelen tot het betalen van een boete van € 25.920, vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast vordert TMF Fortis Intertrust en Fortis Bank op straffe van verbeurte van een dwangsom te bevelen zich te onthouden van ieder handelen, waardoor zij gebruik maakt en/of profiteert van de wanprestatie en/of enige onrechtmatige daad van [gedaagde sub 1] en hen te veroordelen tot het betalen van een voorschot op een schadevergoeding, vooralsnog begroot op € 25.000,00. Tot slot vordert TMF [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente en in de kosten van dit geding.

3.2. TMF stelt daartoe – samengevat – dat Fortis Intertrust een concurrent van haar is. Partijen zijn het erover eens dat [gedaagde sub 1] in het kader van zijn arbeidsovereenkomst bij Fortis Intertrust (nagenoeg) dezelfde werkzaamheden zal gaan verrichten als bij TMF. Door bij Fortis Bank in dienst te treden en voor Fortis Intertrust te gaan werken pleegt [gedaagde sub 1] wanprestatie jegens TMF. Door gebruik te maken van de diensten van [gedaagde sub 1], terwijl Fortis Bank en Fortis Intertrust bekend waren met het concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding zoals TMF die met [gedaagde sub 1] is overeengekomen, profiteren Fortis Bank en Fortis Intertrust van de wanprestatie van [gedaagde sub 1] en handelen zij onrechtmatig jegens TMF. Het succes van TMF is onder meer gebaseerd op haar sterke relatie met klanten en haar wijdvertakte netwerk van onder andere belastingadviseurs, advocaten en notarissen. Ook [gedaagde sub 1] heeft een rol in dit netwerk gespeeld. Het is derhalve van belang dat [gedaagde sub 1] zich eveneens zal houden aan het relatiebeding. Volgens het personeelshandboek houdt het relatiebeding naast het klantenbestand ook het netwerk in met wie [gedaagde sub 1] in de afgelopen jaren heeft samengewerkt. Aangezien [gedaagde sub 1] bij Fortis Intertrust soortgelijke werkzaamheden zal gaan verrichten als hij bij TMF deed, bestaat de aanzienlijke kans dat hij het relatiebeding, en ook het geheimhoudingsbeding, zal overtreden.

3.3. [gedaagden] voert verweer, waarop hierna, voor zover van belang, nader zal worden ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. [gedaagden] vordert samengevat – dat het concurrentiebeding en het relatiebeding worden vernietigd, althans geschorst dan wel gematigd.

4.2. [gedaagden] stelt daartoe – samengevat – dat TMF geen belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding- en relatiebeding. [gedaagde sub 1] was bij TMF werkzaam als (junior) jurist. In die functie heeft hij geen kennis verkregen van knowhow en intellectueel kapitaal van TMF dat beschermt dient te worden, dan wel waar [gedaagde sub 1] bij Fortis Bank en Fortis Intertrust iets mee kan uitrichten. [gedaagde sub 1] kan bij Fortis Bank en Fortis Intertrust een belangrijke positieverbetering realiseren op het gebied van persoonlijke ontwikkeling en opleiding, hetgeen bij TMF niet mogelijk is gebleken. Bij Fortis Intertrust zal [gedaagde sub 1] inderdaad nagenoeg gelijke werkzaamheden verrichten als bij TMF, maar het betreffen werkzaamheden die betrekking hebben op bestaande cliënten van Fortis Intertrust. [gedaagde sub 1] zal zich niet gaan bezighouden met het acquireren, zodat het relatiebeding niet in het geding is. Daarnaast zal hij bij Fortis Intertrust een opleidingstraject volgen en vooral in het begin contacten binnen de Fortisgroep opdoen.

4.3. TMF voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. Uitgangspunt is dat een concurrentiebeding naar zijn aard bezwarend is voor de werknemer, omdat deze daardoor wordt beperkt in zijn mogelijkheden met de hem persoonlijk verworven kennis en ervaring in zijn levensonderhoud te voorzien. Ingevolge artikel 7:653, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen op grond dat, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld.

5.2. In geschil is in de eerste plaats de vraag of het concurrentiebeding reeds wordt overtreden door het indiensttreden bij een concurrent. Een concurrentiebeding dient eng, derhalve naar de bewoordingen, te worden uitgelegd. Het onderhavige concurrentiebeding moet aldus worden begrepen dat [gedaagde sub 1] wel bij de concurrent in dienst mag treden, maar niet in die dienst werkzaamheden mag verrichten op het gebied waarin de (voormalig) werkgever werkzaam is. Het is [gedaagde sub 1] immers onder meer ingevolge het concurrentiebeding verboden in dienst werkzaamheden te verrichten op het gebied waarin TMF werkzaam is. Deze lezing wordt voorts bevestigd in het personeelshandboek. Hierin is opgenomen dat de werkgever en werknemer afspreken dat de werknemer binnen een periode van een jaar na vertrek geen vergelijkbare werkzaamheden bij een concurrent zal verrichten. Hieraan doet de zinsnede “De aard van de werkzaamheden bij TMF brengt echter met zich mee dat TMF deze ruimte wenst te beperken als het een stap naar de concurrentie betreft.” niet af, nu de zinsnede vooralsnog niet anders kan worden verstaan dan dat TMF de overstap naar een concurrent slechts wil beperken en niet wil verbieden.

5.3. Partijen zijn het erover eens dat Fortis Intertrust en TMF concurrenten van elkaar zijn en dat [gedaagde sub 1] in het kader van zijn nieuwe arbeidsovereenkomst voor Fortis Intertrust werkzaamheden zal gaan verrichten op het gebied waarin TMF werkzaam is. Derhalve zal [gedaagde sub 1] dan ook in strijd met het concurrentiebeding handelen, indien hij ook daadwerkelijk deze werkzaamheden voor Fortis Intertrust gaat verrichten. De vraag of [gedaagde sub 1] in zijn tijd bij TMF kennis heeft opgedaan die hem en Fortis Intertrust thans tot voordeel strekken, is niet van belang. Een gevolg van een concurrentiebeding is nu juist dat een discussie tussen partijen of bepaalde kennis wel of niet is opgedaan niet nodig is. Gelet hierop is het niet uitgesloten dat TMF nadeel zou kunnen ondervinden van de overstap van [gedaagde sub 1] naar haar concurrent Fortis Intertrust en dat Fortis Intertrust daarvan profiteert. TMF heeft dan ook een redelijk belang bij haar vorderingen.

5.4. Tegen deze achtergrond vindt de voorzieningenrechter vooralsnog niet doorslaggevend het betoog van [gedaagden] dat TMF hem enkel aan het concurrentiebeding wil houden omdat het haar te doen is om een voorbeeld voor haar werknemers te stellen, dan wel vanwege de wijze waarop [gedaagde sub 1] bij haar is vertrokken. Uit het personeelshandboek volgt dat TMF het concurrentiebeding kan gebruiken en dat zij in ieder geval in drie gevallen, zoals hiervoor vermeld onder 2.3., uitvoering zal geven aan het concurrentiebeding. Partijen zij het er niet over eens of de opzegging door [gedaagde sub 1] als een verrassing voor TMF kwam, maar TMF komt een bepaalde beleidsvrijheid toe in haar afweging om wel of geen uitvoering te geven aan het concurrentiebeding. De hiervoor genoemde overwegingen zullen TMF wellicht mede tot haar stellingname hebben gebracht, maar onder de gegeven omstandigheden kan niet worden gezegd dat TMF in redelijkheid niet tot de beslissing heeft kunnen komen om het concurrentiebeding in te roepen.

5.5. Op grond van het voorgaande moet de conclusie zijn dat [gedaagde sub 1] in strijd met het tussen hem en TMF gesloten concurrentiebeding handelt door de werkzaamheden die Fortis Intertrust hem wil laten verrichten, uit te voeren. Een concurrentiebeding kan evenwel in een voorlopige voorzieningenprocedure worden geschorst, indien de werknemer, [gedaagde sub 1], in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, TMF, door (nakoming van) het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld. Dat [gedaagde sub 1] wordt benadeeld is onmiskenbaar het geval. Hij wordt immers, voor de duur van een jaar, gefrustreerd in zijn verlangen om te gaan werken bij Fortis Intertrust, waar hem een hogere beloning en mogelijk betere opleidingsmogelijkheden wachten. De benadeling van [gedaagde sub 1] kan evenwel niet onbillijk worden genoemd. Een en ander is immers een direct gevolg van de keuze van [gedaagde sub 1]. Nog ervan afgezien dat [gedaagde sub 1] reeds nu al in staat moet worden geacht om de door Fortis aangeboden cursussen te volgen, is hij jurist. Het moet dan ook voor [gedaagde sub 1] mogelijk zijn om gedurende enige tijd ander werk, dan trustwerkzaamheden zoals hij bij TMF deed, te verrichten, wellicht ook al in dienst van de Fortis Bank. In de functie die [gedaagde sub 1] bekleedde bij TMF, jurist, zonder noemenswaardige leidinggevende en acquirerende taken, geen mobiele telefoon en geen toegang tot internet, wordt echter wel aanleiding gezien om de duur van het concurrentiebeding te beperken tot een periode van zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop het dienstverband van [gedaagde sub 1] met TMF is beëindigd.

5.6. Verder is in geschil of de in het relatiebeding opgenomen term relaties naast het klantenbestand mede het netwerk van TMF omvat. Ter zitting heeft TMF dit verder toegelicht, in die zin dat onder netwerk mede moet worden verstaan, de belastingadviseurs, de advocaten en de notarissen met wie [gedaagde sub 1] bij de trustwerkzaamheden heeft samengewerkt. [gedaagden] heeft weliswaar niet betwist dat bij het verrichten van trustwerkzaamheden met deze personen wordt samengewerkt, maar [gedaagden] betwist wel dat dit netwerk onder het relatiebeding valt. In het op de arbeidsovereenkomst tussen [gedaagde sub 1] en TMF toepasselijke personeelshandboek is echter opgenomen dat TMF onder haar ‘kapitaal’ onder meer verstaat, haar netwerk en haar klantenbestand, zodat [gedaagde sub 1] in redelijkheid het relatiebeding aldus heeft moeten begrijpen dat hij geen zakelijk contact mag hebben met personen met wie hij in de afgelopen twee jaar heeft samengewerkt bij TMF. Dit betekent dat [gedaagde sub 1] geen contact mag hebben en/of opnemen met de klanten van TMF en de advocaten, de notarissen en de belastingadviseurs met wie hij in de afgelopen twee jaar heeft samengewerkt. Nu TMF heeft nagelaten dit relatiebeding in duur te beperken, zal dit beding ambtshalve worden beperkt tot een periode van zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop het dienstverband van [gedaagde sub 1] met TMF is beëindigd.

5.7. Het geheimhoudingsbeding is niet door [gedaagden] betwist. Nu ook dit beding niet in tijd is beperkt en gesteld noch gebleken is dat [gedaagde sub 1] over gegevens beschikt die hij in redelijkheid nimmer mag prijsgeven, zal dit beding eveneens ambtshalve worden beperkt tot een periode van zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop het dienstverband van [gedaagde sub 1] met TMF is beëindigd.

5.8. [gedaagde sub 1] heeft ter zitting onweersproken aangevoerd dat hij nog geen (inhoudelijke) werkzaamheden heeft verricht voor Fortis Intertrust. TMF heeft niet aannemelijk heeft gemaakt dat [gedaagde sub 1] het concurrentie-, relatie- en geheimhoudingsbeding reeds heeft geschonden. [gedaagde sub 1] heeft derhalve nog geen boetes verbeurd, zodat deze vordering voorshands dient te worden afgewezen.

5.9. Gelet op het voorgaande heeft [gedaagde sub 1] nog geen wanprestatie gepleegd jegens TMF, zodat Fortis Intertrust en Fortis Bank hiervan ook nog niet hebben kunnen profiteren. Nu Fortis Intertrust echter wel ter zitting de intentie heeft geuit om [gedaagde sub 1] in te zetten op (bestaande) trustdossiers, hetgeen onrechtmatig jegens TMF is, want werkzaamheden op het gebied waarin werkgever, TMF, werkzaam is, kan het gevorderde verbod alsnog worden toegewezen.

5.10. TMF heeft voorts een voorschot gevorderd op de door haar als gevolg van de onrechtmatige concurrentie geleden en te lijden schade. Voorshands heeft TMF deze schade echter niet aannemelijk gemaakt, zodat ook deze vordering dient te worden afgewezen.

5.11. De gevorderde dwangsommen op overtreding van het concurrentie,- het relatie-, het geheimhoudingsbeding en het profiteren van de wanprestatie zullen worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

5.12. Ook de vordering buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. TMF heeft enkel gesteld buitengerechtelijke kosten te hebben gemaakt, maar zij heeft nagelaten deze vordering met bewijsmiddelen te staven.

5.13. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

6. De beoordeling in reconventie

6.1. Gelet op het hiervoor in conventie overwogene wordt de meer subsidiaire vordering, het matigen van het concurrentie- en het relatiebeding, van [gedaagden] in reconventie toegewezen. Aangezien ook hier elk van partijen op enig punt in het ongelijk is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. verbiedt [gedaagde sub 1], gedurende zes maanden na het einde van het dienstverband, aldus tot 1 januari 2008, werkzaamheden te verrichten op het gebied waarop TMF werkzaam is,

7.2. bepaalt dat [gedaagde sub 1] voor iedere dag dat hij in strijd handelt met het onder 7.1. bepaalde, aan TMF een dwangsom verbeurt van € 500,00, tot een maximum van € 100.000,00,

7.3. verbiedt [gedaagde sub 1], gedurende zes maanden na het einde van het dienstverband, aldus tot 1 januari 2008, zakelijke contacten te onderhouden met personen met wie hij in de afgelopen twee jaar heeft samengewerkt bij TMF,

7.4. verbiedt [gedaagde sub 1], gedurende zes maanden na het einde van het dienstverband, aldus tot 1 januari 2008, op enigerlei wijze aan derden direct of indirect, in welke vorm ook enige mededeling te doen van of aangaande enige bijzonderheden van de onderneming van TMF of die daarmee verband houden,

7.5. bepaalt dat [gedaagde sub 1] voor iedere keer dat hij in strijd handelt met het onder 7.3. en 7.4. bepaalde, telkens aan TMF een dwangsom verbeurt van € 500,00, tot een maximum van € 100.000,00,

7.6. gebiedt Fortis Intertrust en Fortis Bank zich te onthouden van ieder handelen, waardoor zij gebruik maakt en/of profiteert van de wanprestatie en/of enige onrechtmatige daad van [gedaagde sub 1],

7.7. bepaalt dat Fortis Intertrust en Fortis Bank voor iedere dag of iedere keer dat zij in strijd handelen met het onder 7.6. bepaalde, aan TMF een dwangsom verbeuren van € 1.000,00, tot een maximum van € 150.000,00,

in reconventie

7.8. matigt het concurrentie- en het relatiebeding in duur tot zes maanden,

in conventie en reconventie

7.9. verklaart dit vonnis in conventie en reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.10. compenseert de kosten van deze procedure in conventie en reconventie tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.11. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Sj.A. Rullmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.M.C. Grob, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2007.?