Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BE9880

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-11-2007
Datum publicatie
04-09-2008
Zaaknummer
863059 DX EXPL 07-1199
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

effectenlease, zorgplicht, categoriemodel

De kantonrechter in conventie veroordeelt Dexia om aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te betalen [bedrag]; veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gevallen; veroordeelt Dexia om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Kredietregistratie te Tiel te berichten dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen verplichtingen uit de lease-overeenkomst meer heeft, verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde;

De kantonrechter in reconventie wijst de vordering af; veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van eisers gevallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis effectenlease, zorgplicht, categoriemodel

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 863059 DX EXPL 07-1199

Vonnis van 7 november 2007

F.no.: 583

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiser in conventie, verweerder in reconventie]

en

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

nader te noemen [eisers in conventie, verweerders in reconventie],

gemachtigde: mr. A.L.V. Leurs (JuroFoon),

t e g e n

DEXIA BANK NEDERLAND N.V.

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

nader te noemen Dexia,

gemachtigde: Swier & Van der Weijden GDW.

Procedure

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 10 april 2007, met producties;

- een brief van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] met daarbij hun beider opt-out verklaring;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende conclusie van eis in reconventie, met producties.Bij tussenvonnis van 18 juli 2007 is een comparitie bepaald die heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2007. Van hetgeen besproken is ter comparitie is proces-verbaal gemaakt.

Voorafgaand aan deze comparitie zijn door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] per brief van 14 september 2007 en door Dexia bij akte gedateerd 3 oktober 2007 aanvullende stukken ingediend.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

Indeling van het vonnis

1. Feiten

2. Vorderingen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in conventie

3. Standpunten [eisers in conventie, verweerders in reconventie]

4. Standpunten Dexia

5. Vorderingen Dexia in reconventie

6. Verweer in reconventie

7. Beoordeling van de vorderingen in conventie en reconventie.

1. Feiten

In conventie en in reconventie

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V. (hierna: Labouchere). Waar hierna sprake is van Dexia wordt (worden) haar rechtsvoorgangster(s) daaronder mede begrepen.

1.2. Op of omstreeks 28 december 2000 hebben [eisers in conventie, verweerders in reconventie] een lease-overeenkomst ondertekend met de naam Capital Effect Vooruitbetaling waarop zij als lessees staan vermeld, met als wederpartij Labouchere (hierna: de lease-overeenkomst). Deze overeenkomst, die tot stand is gekomen via Interwall Adviezen en Bemiddeling B.V., is aangegaan onder nummer [nummer] voor een periode van 240 maanden. De overeenkomst bepaalt onder meer dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in totaal voor een aankoopsom (de hoofdsom) van € 63.831,60 aandelen leasen en dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] 240 maandelijkse termijnen van telkens € 680,70 verschuldigd zijn, waarvan de eerste 60 termijnen met een korting van 20%, te weten € 32.673,60, bij vooruitbetaling. De totale leasesom beloopt € 163.368,00 waarin begrepen € 99.536,40 rente. Per 31 mei 2006 is de overeenkomst op verzoek van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] door Dexia beëindigd.

1.3. Het netto gezinsinkomen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bedroeg ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst ongeveer € 1.800,- per maand. Zij hadden geen voor beleggen relevante opleiding of beroepservaring. Evenmin hadden zij ervaring met beleggingsproducten. Er was geen sprake van vermogen van enige omvang.

1.4. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben ter zake van de lease-overeenkomst op 20 maart 2001 bij vooruitbetaling eerder genoemd bedrag van € 32.673,60, aan Dexia voldaan.

1.5. Op 31 mei 2005 heeft Dexia een eindafrekening opgesteld volgens welke [eisers in conventie, verweerders in reconventie] uit hoofde van de lease-overeenkomst nog verschuldigd waren € 17.761,58 waarvan

€ 4.492,60 aan achterstallige termijnbetalingen en € 57.647,76 aan restant hoofdsom. Per 60 maanden bedroeg de restant hoofdsom € 58.271,04 en de waarde van de effecten € 44.862,15.

1.6. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben uit hoofde van de lease-overeenkomst van Dexia € 6.665,58 aan dividenden ontvangen, waarvan een bedrag van € 680,86 is verrekend.

2. Vorderingen [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in conventie

[eisers in conventie, verweerders in reconventie] vorderen bij vonnis, voor zover rechtens uitvoerbaar bij voorraad,

Primair

1. Te verklaren voor recht dat de lease-overeenkomst nietig is op grond van het ontbreken van de vergunning zoals bedoeld in artikel 7 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, althans deze nietig te verklaren;

2. Dexia te veroordelen om hen tegen bewijs van kwijting te restitueren een bedrag van € 32.673,60, te vermeerderen met door hen betaalde hypotheekrente met betrekking tot het bedrag van € 32.673,60 en te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van het aangaan van de lease-overeenkomst, zijnde 28 december 2000, tot de dag der voldoening;

Subsidiair

3. Te verklaren voor recht dat de lease-overeenkomst middels het schrijven van 17 januari 2007 is ontbonden, althans deze te ontbinden op grond van dwaling;

4. Dexia te veroordelen om hen tegen bewijs van kwijting te restitueren een bedrag van € 32.673,60, te vermeerderen met door hen betaalde hypotheekrente met betrekking tot het bedrag van € 32.673,60 en te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 17 januari 2007 tot de dag der voldoening;

Meer subsidiair

5. Te verklaren voor recht dat de lease-overeenkomst middels het schrijven van 17 januari 2007 is ontbonden, althans deze te ontbinden op grond van het tekortschieten in de nakoming van de op Dexia rustende verplichtingen jegens hen;

6. Dexia te veroordelen om hen tegen bewijs van kwijting te restitueren een bedrag van € 32.673,60, te vermeerderen met door hen betaalde hypotheekrente met betrekking tot het bedrag van € 32.673,60 en te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 17 januari 2007 tot de dag der voldoening;

Nog meer subsidiair

7. Dexia jegens hen op grond van wanprestatie schadeplichtig te stellen;

8. Dexia te veroordelen om hen tegen bewijs van kwijting te restitueren een bedrag van € 32.673,60, te vermeerderen met door hen betaalde hypotheekrente met betrekking tot het bedrag van € 32.673,60 en te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de instelling van deze eis tot de dag der voldoening;

Meest subsidiair

9. Dexia jegens hen op grond van onrechtmatig handelen jegens hen schadeplichtig te

stellen;

10. Dexia te veroordelen om hen tegen bewijs van kwijting te restitueren een bedrag van

€ 32.673,60, te vermeerderen met door hen betaalde hypotheekrente met betrekking tot het bedrag van € 32.673,60 en te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de instelling van deze eis tot de dag der voldoening;

Primair en (meer, nog meer en meest) subsidiair

11. Hen te bevrijden van het door Dexia gevorderde bedrag, zijnde het bedrag van

€ 17.761,58 en eventueel toekomstig te vorderen bedragen, voortvloeiende uit de lease-overeenkomst;

12. Dexia te veroordelen om het Bureau Krediet Registratie (BKR) te verzoeken de kredietregistratie in het Centraal Krediet Informatiesysteem te verwijderen, voor zover betrekking hebbende op de lease-overeenkomst, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.150,00 per dag, waaronder begrepen een dagdeel, dat Dexia hiermee in gebreke blijft.

13. Dexia te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3. Standpunten [eisers in conventie, verweerders in reconventie]

3.1. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] leggen aan hun vorderingen hoofdzakelijk ten grondslag dat de lease-overeenkomst nietig is nu Interwall Adviezen en Bemiddeling B.V. heeft gehandeld in strijd met de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte), voor welke handelwijze zij Dexia aansprakelijk achten. Verder stellen zij dat zij door toedoen van Dexia hebben gedwaald, althans dat Dexia tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht(en) en/of onrechtmatig heeft gehandeld.

3.2. Volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] is Dexia aansprakelijk voor de door hen geleden schade. De

schade bestaat volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] uit het door hen gevorderde bedrag van € 32.673,60, alsmede de door hen verschuldigd geworden hypotheekrente in verband met de hypothecaire lening welke zij hebben gesloten om de vooruitbetaling van de eerste 60 termijnen te kunnen doen.

3.3. Volgens [eisers in conventie, verweerders in reconventie] is Dexia wettelijke rente verschuldigd over alle betaalde bedragen ingaande de dag van het aangaan van de overeenkomst dan wel de dag van de buitengerechtelijke aansprakelijkheidsstelling.

4. Standpunten Dexia

4.1. Dexia betwist aansprakelijk te zijn voor het handelen of nalaten van Interwall Adviezen en Bemiddeling B.V. en betoogt verder dat de tussenpersoon van rechtswege van een (Wte) vergunningsplicht is vrijgesteld. Ook al zou de tussenpersoon zonder de vereiste vergunning hebben gehandeld, dan leidt dit nog niet tot nietigheid van de lease-overeenkomst. Voorts betwist Dexia dat de lease-overeenkomst door dwaling tot stand is gekomen, dat zij tekort zou zijn geschoten in de nakoming van haar zorgplichten of dat zij onrechtmatig zou hebben gehandeld. Volgens Dexia beschikten [eisers in conventie, verweerders in reconventie] bij het aangaan van de lease-overeenkomst over alle relevante informatie. Tenslotte betwist Dexia de schade, althans betwist zij daarvoor aansprakelijk te zijn.

5. Vorderingen Dexia in reconventie

5.1. In reconventie vordert Dexia [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te veroordelen tot betaling van € 17.413,50, zijnde het resterende saldo van de door Dexia opgestelde eindafrekening, te vermeerderen met de contractuele rente, althans de wettelijke rente, stellende dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] in verzuim zijn met de nakoming van hun verplichtingen uit de lease-overeenkomst.

6. Verweer in reconventie

Onder verwijzing naar het debat in conventie bestrijden [eisers in conventie, verweerders in reconventie] nog iets aan Dexia verschuldigd te zijn.

7. Beoordeling van de vorderingen in conventie en reconventie

7.1. In het vonnis van deze rechtbank van 27 april 2007, LJN nummer BA3914, zijn in een soortgelijk geschil een aantal rechtsvragen beantwoord en beoordelingsmaatstaven gegeven, waarvan voor dit geding met name van belang zijn:

huurkoop en bevoegdheid (rov 8.1);

dwaling (rov 8.5);

aansprakelijkheid voor tussenpersonen (rov 8.7);

toepasselijkheid Nadere Regeling Toezicht Effectenverkeer (NR), (rov 8.8);

nakoming zorgplicht (rov 8.9);

verdeling van het nadeel (rov 9);

De kantonrechter neemt de overwegingen uit het vonnis van 27 april 2007 op deze onderdelen over, voor zover daarvan niet hierna wordt afgeweken. De stellingen in conventie en in reconventie zullen zoveel mogelijk gezamenlijk behandeld worden. In het onderhavige geval komt dan neer op het volgende.

Bevoegdheid

7.2. Een lease-overeenkomst als de onderhavige wordt aangemerkt als huurkoop. De

kantonrechter is derhalve bevoegd.

Aansprakelijkheid voor tussenpersonen

7.3. Een effecteninstelling is aansprakelijk voor gedragingen van een tussenpersoon, door wiens toedoen een overeenkomst als de onderhavige tot stand is gekomen. Het verweer van Dexia dat dit anders is wordt derhalve verworpen.

Wte

7.4. Voorts is de kantonrechter van oordeel dat de omstandigheid dat een tussenpersoon niet in het bezit is van een vergunning als vereist in de Wte dan wel in strijd handelt met artikel 24 Besluit toezicht effectenverkeer en artikel 41 Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999, diens handelen mogelijk in strijd met de wet doet zijn, maar niet de nietigheid van de als gevolg van dat handelen tussen Dexia en [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gesloten overeenkomst met zich brengt.

Dwaling

7.5. Uit de inhoud van de lease-overeenkomst en de bijbehorende Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease hadden [eisers in conventie, verweerders in reconventie] kunnen en moeten afleiden dat sprake was van een lening met renteverplichtingen voor de financiering van ten behoeve van hen gekochte effecten, en van een verplichting tot het op enig moment voldoen van het aankoopbedrag. De lease-overeenkomst geeft bovendien aan welke rente in rekening wordt gebracht en wat de totale leasesom is. Bij vragen daaromtrent had (ook) van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] enig nader onderzoek mogen worden verwacht. Voor zover [eisers in conventie, verweerders in reconventie] onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken een overeenkomst zijn aangegaan, kan die onjuiste voorstelling derhalve niet tot vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling leiden.

Toepasselijkheid Nadere Regeling Toezicht Effectenverkeer (NR)

7.6. Dexia was bij het aanbieden van het onderhavige product gehouden aan de in de NR gecodificeerde zorgplicht. Het verweer van Dexia dat de NR onverbindend is treft geen doel.

Nakoming zorgplicht en toerekening van het nadeel

7.7. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben Dexia verweten dat Dexia te hunnen opzichte de op haar rustende

zorgplicht niet is nagekomen onder meer doordat Dexia niet of onvoldoende gewezen heeft op de risico’s van het onderhavige product. Het verweer van Dexia hiertegen dient als onvoldoende gemotiveerd en onvoldoende feitelijk onderbouwd gepasseerd te worden. Dexia had haar afnemers op niet mis te verstane wijze op die risico’s dienen te wijzen. De brochures en folders waar Dexia zich op beroept, houden een dergelijke waarschuwing niet in en door Dexia is ook niet gesteld of aangetoond dat zij op andere wijze aan deze informatieverplichting voldaan heeft. Dexia is derhalve aansprakelijk voor de als gevolg van dit tekortschieten opgetreden nadelige gevolgen.

7.8. Op gronden als vermeld in het vonnis van 27 april 2007 is het onaanvaardbaar om

Dexia onverkort alle nadeel te laten dragen en dient het voor rekening van Dexia komende nadeel te worden verminderd in evenredigheid met de, op een gemotiveerde schatting berustende, mate waarin aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] toe te rekenen omstandigheden tot het nadeel hebben bijgedragen. Dit overeenkomstig hetgeen de Hoge Raad heeft beslist in zijn arrest van 31 maart 2006, RvdW 2006, 328 (LJN: AU6092). Een en ander zal tot uitdrukking worden gebracht door toepassing van de hierna bedoelde maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Grondslag voor de hiervoor bedoelde schatting vormen de persoonlijke omstandigheden van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] die van invloed zijn op de waarschijnlijkheid dat de lease-overeenkomst tot stand zou zijn gekomen indien Dexia haar zorgplicht afdoende was nagekomen, mede gelet op de leasesom en op de overige verplichtingen uit de onderhavige rechtsverhouding met Dexia. Dit betreft met name (maar niet uitsluitend) de financiële omstandigheden van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] (bepalend voor de vraag of deze financiële risico's wenste te lopen en in hoeverre dat verantwoord was), de beleggingsdoelstellingen en de kennis en ervaring waarover [eisers in conventie, verweerders in reconventie] beschikten (zowel ten aanzien van beleggingen als daarbuiten), een en ander ten tijde van het aangaan van de overeenkomst. Ook andere omstandigheden kunnen een rol spelen, voor zover aangenomen kan worden dat die omstandigheden van wezenlijke invloed zijn geweest op de beslissing van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] om de overeenkomst aan te gaan.

7.9. Zoals nader is toegelicht in het vonnis van 27 april 2007 onderscheidt de kantonrechter voor de toerekening van het nadeel aan ieder van partijen in het hiervoor genoemde kader een aantal categorieën van afnemers. Op basis van de omstandigheden zoals die hiervoor onder 1.3 bij de feiten zijn vermeld, is voor [eisers in conventie, verweerders in reconventie] categorie II van toepassing. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid dient in onderhavig geval 65% van het nadeel voor rekening van Dexia dient te komen en het resterende percentage (35%) voor rekening van [eisers in conventie, verweerders in reconventie]

7.10. In het voetspoor van het vonnis van deze rechtbank van 27 april 2007 gaat de kantonrechter met het oog op een gelijke behandeling van gelijk(soortig)e zaken bij de berekening van het nadeel uit van een fictieve looptijd van 60 maanden, nu een langere termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaard kan worden. Hieruit volgt dat termijnbetalingsverplichtingen die na deze 60 maanden resteren niet tot het nadeel zullen worden gerekend. In het onderhavige geval komt dit, rekening houdend met de korting van 20%, neer op een bedrag van € 32.673,60 te vermeerderen met het restant van de hoofdsom van de geldlening per 60 maanden, zijnde € 58.271,04 en te verminderen met de waarde van de geleasede effecten eveneens per 60 maanden, zijnde € 44.862,15 en met een bedrag van € 6.665,58 wegens verrekende en door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ontvangen dividenden.

7.11. Het totale nadeel uit de lease-overeenkomst bedraagt derhalve € 39.416,91. Hiervan dient, gelet het hiervoor genoemde percentage, een bedrag van € 13.795,92 voor rekening van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te blijven.

7.12. Door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] is in het kader van de overeenkomst een bedrag van € 32.673,60

betaald. Hierop dienen in mindering te worden gebracht de door hen ontvangen dividenden

(€ 5.984,72) en het hiervoor berekende bedrag dat voor rekening van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dient te blijven (€ 13.795,92), zodat Dexia per saldo aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] dient te voldoen € 12.892,96.

Wettelijke rente

7.13. Met betrekking tot de wettelijke rente heeft Dexia nog aangevoerd dat zij eerst in

verzuim heeft kunnen geraken na in gebreke te zijn gesteld. De kantonrechter kan Dexia hierin niet volgen. Immers, Dexia heeft de op haar rustende zorgplicht, na schending daarvan vóór de totstandkoming van de lease-overeenkomst, nadien niet meer deugdelijk kunnen nakomen. In die zin – en ook overigens – is voor het intreden van verzuim niet vereist dat Dexia in gebreke is gesteld. Aangezien voorts het als gevolg van de schending van de zorgplicht geleden nadeel is ontstaan met de aan Dexia gedane betaling, dient voor de bepaling van de ingangsdatum van de wettelijke rente te worden uitgegaan van de dag waarop [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hun betaling aan Dexia hebben verricht, derhalve 20 maart 2001.

Ontbinding

7.14. De door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gevorderde ontbinding van de lease-overeenkomst wordt afgewezen. Nog daargelaten of het schenden van de zorgplicht door Dexia in de pre-contractuele fase als een (voor)contractuele tekortkoming kan worden geduid, zullen de gevolgen van zodanige ontbinding eveneens naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid bepaald dienen te worden en zal de beslissing daaromtrent niet tot een ander resultaat leiden dan waartoe binnen het hiervoor weergegeven kader is beslist. [eisers in conventie, verweerders in reconventie] hebben derhalve bij deze vordering geen belang.

Schadevergoeding

7.15. De overigens door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gevorderde schadevergoeding en kosten, waaronder de door [eisers in conventie, verweerders in reconventie] betaalde hypotheekrente, wordt afgewezen. De in verband daarmee gestelde feiten en omstandigheden, de negatieve financiële gevolgen voor [eisers in conventie, verweerders in reconventie] daaronder begrepen, zijn verdisconteerd in het oordeel omtrent de verplichtingen die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid thans tussen partijen hebben te gelden.

Verklaring voor recht

7.16. De vorderingen van [eisers in conventie, verweerders in reconventie] gericht op verklaringen voor recht worden afgewezen, omdat zij daarbij, gelet op het voorgaande, geen belang meer hebben.

BKR-registratie

7.17. Nu [eisers in conventie, verweerders in reconventie] ingevolge dit vonnis geen betalingsverplichtingen jegens Dexia meer hebben, zal de vordering met betrekking tot de BKR-registratie worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en de termijn waarbinnen Dexia aan haar na te melden verplichting moet voldoen zal worden gesteld op tien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis.

Overige stellingen in conventie

7.18. De overige stellingen van partijen in conventie behoeven geen behandeling meer.

Vordering in reconventie

7.19. Uit het voorgaande volgt dat de door Dexia ingestelde reconventionele vordering dient te worden afgewezen. De in verband daarmee gestelde gronden, feiten en omstandigheden zijn verdisconteerd in het oordeel in conventie omtrent de verplichtingen die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid thans tussen parttijen hebben te gelden.

Proceskosten

7.20. Gelet op de uitslag van de procedure in conventie en in reconventie dient Dexia te

worden veroordeeld in de kosten van het geding in conventie en in reconventie.

Overig

7.21. Nadat aan dit vonnis is voldaan zullen partijen geen verplichtingen meer jegens elkaar hebben uit de onderhavige rechtsverhouding. De eigendom van de in het kader van de lease-overeenkomst gekochte effecten is bij Dexia verbleven.

Beslissing

De kantonrechter:

in conventie

I. veroordeelt Dexia om aan [eisers in conventie, verweerders in reconventie] te betalen € 12.892,96, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend over dit bedrag vanaf 20 maart 2001 tot aan de dag der algehele voldoening;

II. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eisers in conventie, verweerders in reconventie]

gevallen, tot op heden begroot op:

voor verschuldigd griffierecht € 199,00

voor het exploot van dagvaarding € 84,31

voor salaris van gemachtigde € 600,00

In totaal € 883,31

een en ander, voor zover verschuldigd, inclusief BTW;

III. veroordeelt Dexia om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Kredietregistratie te Tiel te berichten dat [eisers in conventie, verweerders in reconventie] geen verplichtingen uit de lease-overeenkomst meer heeft, op straffe van een dwangsom van € 100,- voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,-;

IV. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

V. wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

VI. wijst de vordering af;

VII. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van eisers gevallen,

tot op heden begroot op nihil.

Aldus gewezen door mr. M.S.F. Voskens, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter