Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BE9868

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-10-2007
Datum publicatie
04-09-2008
Zaaknummer
DX 06-3256
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease, artikel 1:88 BW, andere echtgenoot als bedoeld in art. 1:89 BW, zorgplicht, categoriemodel, wettelijke rente

De kantonrechter in conventie veroordeelt Dexia om aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] [bedragen] te betalen; veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]

gevallen; veroordeelt Dexia om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Kredietregistratie te Tiel te berichten dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen verplichtingen uit de leaseovereenkomsten meer heeft; verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer en anders gevorderde;

de kantonrechter in reconventie wijst de vordering af; veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Effectenlease, artikel 1:88 BW, andere echtgenoot als bedoeld in art. 1:89 BW, zorgplicht, categoriemodel, wettelijke rente

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: DX 06-3256

Vonnis van: 24 oktober 2007

F.no.: 578

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

nader te noemen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie],

gemachtigde: mr. P.R. Starink,

t e g e n:

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

nader te noemen Dexia,

gemachtigde: mr. S.W.E. Hanneman.

Procedure

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 5 september 2005, met producties.

Daarna heeft Dexia bij akte schorsing van de procedure aangezegd krachtens de Wet collectieve afwikkeling massaschade (WCAM). Bij rolmededeling van 23 december 2005 is vastgesteld dat de procedure is geschorst.

Na de zogenoemde WCAM-beschikking van 25 januari 2007 van het gerechtshof te Amsterdam heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een afschrift overgelegd van de opt-out verklaring als bedoeld in artikel 7:908 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW), waarin zij verklaart niet aan de verbindendverklaring gebonden te willen zijn. Naar aanleiding daarvan is beslist dat de onderhavige procedure wordt hervat.

Vervolgens is ingediend:

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie van Dexia, met producties.

Bij tussenvonnis van 23 mei 2007 is een comparitie bepaald die heeft plaatsgevonden op 5 juli 2007.

Van hetgeen ter comparitie is besproken is proces-verbaal gemaakt.

Voorafgaand aan deze comparitie zijn door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] per brief van 27 juni 2007 een conclusie van antwoord in reconventie en een overzicht van persoonlijke omstandigheden ingediend.

Daarna is vonnis bepaald.

Gronden van de beslissing

Indeling van het vonnis

1. Feiten

2. Vordering [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in conventie

3. Standpunt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]

4. Standpunt Dexia

5. Vordering Dexia in reconventie

6. Verweer in reconventie

7. Beoordeling van de vorderingen in conventie en reconventie.

1. Feiten

In conventie en in reconventie

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V. (hierna: Labouchere). Waar hierna sprake is van Dexia wordt (worden) haar rechtsvoorgangster(s) daaronder mede begrepen.

1.2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] was bij het aangaan van de hieronder bedoelde overeenkomsten gehuwd met [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ([echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie]).

1.3. Op of omstreeks 9 november 1999 heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een leaseovereenkomst ondertekend met de naam Capital Effect waarop zij als lessee stond vermeld, met als wederpartij Labouchere (leaseovereenkomst 1). Deze overeenkomst, die tot stand is gekomen via [tussenpersoon 1] ([tussenpersoon 1]), is aangegaan onder nummer [nummer] voor een periode van 240 maanden. De overeenkomst bepaalt onder meer dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in totaal voor een aankoopsom (hoofdsom) van € 21.255,12 aandelen leaset, dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] 240 maandelijkse termijnen van telkens € 226,67 verschuldigd was en dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] het recht had om de maandtermijnen tegen een korting daarop van 20% over de eerste 5 jaar bij vooruitbetaling te voldoen. De totale leasesom beliep € 54.400,80 waarin begrepen € 33.145,68 rente. Per 23 oktober 2006 is deze overeenkomst door Dexia beëindigd, omdat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de betalingen had stopgezet.

1.4. Op of omstreeks 11 november 1999 heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een leaseovereenkomst ondertekend met de naam Profit Effect waarop zij als lessee stond vermeld, met als wederpartij Labouchere (leaseovereenkomst 2). Deze overeenkomst, die eveneens tot stand is gekomen via [tussenpersoon 1], is aangegaan onder nummer [nummer] voor een periode van 120 maanden. De overeenkomst bepaalt onder meer dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in totaal voor een aankoopsom (hoofdsom) van € 11.008,34 aandelen leaset en dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] achtereenvolgens verschuldigd was:

- de som van 36 maandtermijnen minus 10% korting, zijnde een bedrag van € 3.685,68;

- 84 opeenvolgende maandtermijnen ten bedrage van, hoofdzakelijk, een percentage van 12,4% per jaar (effectief 13,1%) over het aankoopbedrag van de waarden;

- een bedrag van € 45,38;

- aan het einde van de overeenkomst een bedrag van € 10.962,96.

De totale leasesom beliep € 24.658,34 waarin begrepen € 13.650,= rente. Deze overeenkomst is door Dexia eveneens per 23 oktober 2006 beëindigd, omdat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de betalingen had stopgezet.

1.5. Ten tijde van het aangaan van beide voormelde leaseovereenkomsten (de leaseovereenkomsten) was [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] [leeftijd] oud en was [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] [leeftijd]. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft als opleiding lagere school en was van beroep inpakster. [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] was tot 1970 magazijnchef en daarna als gevolg van een hersenbloeding arbeidsongeschikt. Voor 1999 had [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen ervaring met beleggingen. In het jaar 1999 was er een gezamenlijk netto jaarinkomen van € 21.942,54 en een gezamenlijk vermogen van € 10.867,=.

1.6. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft ter zake van leaseovereenkomst 1 aan Dexia betaald:

- de onder 1.3. bedoelde vooruitbetaling van 60 maandtermijnen tot een totaalbedrag van € 10.880,40;

- 2 maandtermijnen van € 226,67 tot een totaalbedrag van € 453,34.

1.7. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft ter zake van leaseovereenkomst 2 aan Dexia betaald:

- de onder 1.4. bedoelde som van 36 maandtermijnen tot een totaalbedrag van € 3.685,68;

- 26 maandtermijnen, door Dexia berekend op € 113,75 per maand tot een totaalbedrag van € 6.643,36.

1.8. Op 23 oktober 2006 heeft Dexia met betrekking tot leaseovereenkomst 1 een eindafrekening opgesteld volgens welke [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] uit hoofde van die overeenkomst nog verschuldigd was € 2.335,53, waarbij nog € 4.080,06 aan achterstallige termijnbetalingen openstond en € 18.361,26 aan restant hoofdsom.

1.9. Eveneens op 23 oktober 2006 heeft Dexia met betrekking tot leaseovereenkomst 2 een eindafrekening opgesteld volgens welke [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] uit hoofde van die overeenkomst nog verschuldigd was € 6.103,42, waarbij nog (€ 4.208,78 + € 1.973,95=) € 6.182,70 aan achterstallige termijnbetalingen openstond.

1.10. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft uit hoofde van leaseovereenkomst 1 van Dexia € 3.408,= aan dividenden ontvangen en uit hoofde van leaseovereenkomst 2 heeft zij een bedrag van € 1.662,= aan dividenden ontvangen.

1.11. [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen schriftelijke toestemming verleend voor het

aangaan van de leaseovereenkomsten. Op 6 december 2002 is [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] overleden.

1.12. Bij brieven van 22 december 2004 heeft [persoon 1] ([persoon 1]) namens de erfgenamen van [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] verklaard de leaseovereenkomsten bij gebreke van de schriftelijke toestemming van [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] buitengerechtelijk te vernietigen, en terugbetaling gevorderd.

2. Vordering [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]

2.1. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vordert dat de rechtbank:

primair:

I. voor recht verklaart dat de leaseovereenkomsten bij aangetekende brieven van 22 december 2004 rechtsgeldig namens de erfgenamen van de echtgenoot van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] op grond van artikel 1:88 jo 1:89 BW zijn vernietigd;

subsidiair:

II. de leaseovereenkomsten op grond van dwaling vernietigt;

in alle bovengenoemde gevallen:

III. Dexia veroordeelt tot terugbetaling van alle (periodieke) betalingen die [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] onverschuldigd aan Dexia heeft verricht (artikel 6:203 BW), vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen vanaf de datum van betaling tot aan de dag van algehele terugbetaling en te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten op basis van Voorwerk II; en

IV. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in financieel opzicht terugbrengt in de situatie waarin zij zich bevond ten tijde van het sluiten van de leaseovereenkomsten, hetgeen meebrengt dat Dexia niets meer heeft of zal hebben te vorderen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie], alsmede – ten overvloede – dat waardedalingen van de effecten voor rekening van Dexia komen of blijven;

meer subsidiair:

V. de leaseovereenkomsten ontbindt en Dexia, op grond van onrechtmatige daad c.q. wanprestatie veroordeelt tot het betalen van een schadevergoeding aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ter grootte van elke (periodieke) betaling die [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aan Dexia heeft verricht, vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen vanaf de dag der betaling tot aan de dag van algehele voldoening, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten op basis van Voorwerk II en vermeerderd met al hetgeen Dexia te vorderen heeft of zal hebben van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie];

in alle gevallen:

VI. Dexia veroordeelt om binnen 48 uur na betekening van het te dezen wijzen vonnis enige registratie bij de Stichting Bureau Krediet Registratie (BKR), gevestigd te Tiel, die verband houdt met de leaseovereenkomsten te (doen) verwijderen, op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per 24 uur dat Dexia hieraan niet voldoet;

VII. Dexia veroordeelt in de kosten van het geding, waaronder salaris gemachtigde;

VIII. het in deze te wijzen vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart op alle dagen en uren.

3. Standpunt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]

3.1. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt dat de leaseovereenkomsten moeten worden aangemerkt als

huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW en derhalve als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A:1576 BW en dus de toestemming behoefden van [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] deze (schriftelijke) toestemming niet verleend heeft, zijn de leaseovereenkomsten volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] rechtsgeldig namens de erfgenamen van [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] vernietigd. [persoon 1] is volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] opgetreden in zijn hoedanigheid van gevolmachtigde van de erfgenamen van [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie], terwijl de bevoegdheid tot het inroepen van vernietiging op grond van artikel 1:89 lid 3 BW niet door het einde van het huwelijk vervalt en de andere echtgenoot als bedoeld in artikel 1:89 BW moet worden onderscheiden van de erfgenaam, ook al zijn beide kwaliteiten in één persoon verenigd. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voert voorts aan dat de leaseovereenkomsten tijdig zijn vernietigd, nu de verjaringstermijn van de vernietigingsbevoegdheid eerst is aangevangen op het moment dat [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] op de hoogte is geraakt van de inhoud en strekking van de leaseovereenkomsten. Daarvan is echter nimmer sprake geweest, zo stelt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie], nu [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ten gevolge van een hersenbloeding met een langdurig ziekbed daartoe niet in staat was en evenmin in staat was tot het doen van zijn aangifte inkomstenbelasting.

3.2. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] legt voorts aan haar vordering hoofdzakelijk ten grondslag dat zij door toedoen van Dexia heeft gedwaald, althans dat Dexia tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht(en), en/of onrechtmatig heeft gehandeld. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt tenslotte dat Dexia aansprakelijk is voor de gedragingen van [tussenpersoon 1] bij de totstandkoming van de leaseovereenkomsten.

3.3. Volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is Dexia aansprakelijk voor de door haar geleden schade. De

schade bestaat uit alle financiële gevolgen van het aangaan van de leaseovereenkomsten, althans uit de reeds door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betaalde bedragen, waarbij zij tevens aanspraak maakt op buitengerechtelijke kosten.

3.4. Volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is Dexia wettelijke rente verschuldigd over alle betaalde bedragen ingaande de datum van de onder 1.6. en 1.7. genoemde betalingen, omdat sprake is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Dexia.

4. Standpunt Dexia

4.1. Dexia betwist de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en voert - kort gezegd – aan dat de leaseovereenkomsten niet kunnen worden aangemerkt als huurkoop.

4.2. Voorts voert Dexia aan dat geen sprake is van vernietigbaarheid als bedoeld in artikel

1:89 BW omdat – kort gezegd – artikel 1:88 BW geen betrekking heeft op vermogensrechten als de onderhavige, er geen sprake is van huurkoop bij gebrek aan aflevering en omdat partijen niet hebben beoogd om [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de effecten te doen verkrijgen.

4.3. Dexia stelt verder dat de leaseovereenkomsten niet rechtsgeldig zijn vernietigd, daar niet is aangetoond dat [persoon 1] erfgenaam van [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is of dat door de erfgenamen van [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] volmacht aan [persoon 1] is verleend om namens hen op te treden, althans dat de erfgenamen van [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen andere echtgenoot zijn als bedoeld in artikel 1:89 BW, zodat hen geen beroep op vernietiging toekomt gelet op de strekking van artikel 1:88 BW om uitsluitend echtgenoten tegen elkaar te beschermen.

4.4. Voorts is het recht om de leaseovereenkomsten op deze grond te vernietigen volgens Dexia verjaard. Daarbij beroept Dexia zich erop dat [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gelet op de gezinsverhoudingen in de [familie van eiseres], waarbij [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen eigen inkomen had, vanaf het moment van het aangaan van de leaseovereenkomsten daarvan op de hoogte moet zijn geweest, althans dat [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gelet op zijn aangiften inkomstenbelasting over de jaren 1999 en 2000 meer dan 4 respectievelijk 3 jaar voor de vernietigingsbrieven op de hoogte was van het bestaan van de leaseovereenkomsten.

4.5. Dexia betwist dat de leaseovereenkomsten door dwaling tot stand zijn gekomen, dat zij tekort zou zijn geschoten in de nakoming van haar zorgplichten of dat zij onrechtmatig zou hebben gehandeld. Volgens Dexia beschikte [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] bij het aangaan van de leaseovereenkomsten over alle relevante informatie. Dexia betwist aansprakelijk te zijn voor het handelen of nalaten van [tussenpersoon 1]. Tenslotte betwist Dexia de schade, althans betwist zij daarvoor aansprakelijk te zijn.

5. Vordering Dexia in reconventie

5.1. In reconventie vordert Dexia [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te veroordelen tot betaling van € 6.103,42 ter zake van leaseovereenkomst 1 en € 2.335,53 ter zake van leaseovereenkomst 2, beide vermeerderd met rente en kosten, welke hoofdsommen de respectievelijke resterende saldi van de door Dexia opgestelde eindafrekeningen zijn. Dexia stelt daartoe dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] in verzuim is met de nakoming van haar verplichtingen uit de leaseovereenkomsten.

6. Verweer in reconventie

6.1. Onder verwijzing naar het debat in conventie voert [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] naar aanleiding van de

ingestelde tegenvordering van Dexia aan dat zij niet in verzuim is nu de leaseovereenkomsten op goede gronden en tijdig buitengerechtelijk zijn vernietigd.

7. Beoordeling van de vorderingen in conventie en reconventie

7.1. In het vonnis van deze rechtbank van 27 april 2007, LJN nummer BA 3914, zijn in een soortgelijk geschil een aantal rechtsvragen beantwoord en beoordelingsmaatstaven gegeven, waarvan voor dit geding met name van belang zijn:

- huurkoop en bevoegdheid (rov 8.1);

- artikel 1:88/1:89 BW (rov 8.2);

- dwaling (rov 8.5);

- aansprakelijkheid voor tussenpersonen (rov 8.7);

- toepasselijkheid Nadere Regeling Toezicht Effectenverkeer (NR), (rov 8.8);

- nakoming zorgplicht (rov 8.9);

- verdeling van het nadeel (rov 9).

De kantonrechter neemt de overwegingen uit het vonnis van 27 april 2007 op deze onderdelen over, voor zover daarvan niet hierna wordt afgeweken. De stellingen in conventie en in reconventie zullen zoveel mogelijk gezamenlijk behandeld worden. In het onderhavige geval komt dat neer op het volgende.

Huurkoop en bevoegdheid; artikel 1:88/1:89 BW

7.2. Leaseovereenkomsten als de onderhavige worden aangemerkt als huurkoop. De

kantonrechter is derhalve bevoegd.

7.3. Artikel 1:88 lid 1 onder d BW is op deze leaseovereenkomsten van toepassing. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende de daar bedoelde toestemming voor de leaseovereenkomsten ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN: AZ9721, rov 2.12.3). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid.

7.4. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of deze bevoegdheid thans aan de erfgenamen van wijlen [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] toekomt.

7.5. Met Dexia is de kantonrechter van oordeel dat de erfgenamen van [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] niet kunnen worden aangemerkt als de in artikel 1:89 BW bedoelde andere echtgenoot. Het in artikel 1:89 lid 3 BW bepaalde doet daaraan, anders dan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] stelt, niet af. Dat artikel ziet slechts op de situatie, waarin het huwelijk eindigt door de dood van de echtgenoot die zonder toestemming heeft gehandeld. Zie ook de Parlementaire Geschiedenis bij artikel 1:89 BW (Aanpassing BW, Inv. 3, 5 en 6, p. 37 (MvT)). Dit strookt ook met de strekking van artikel 1:88 BW, dat beoogt de andere echtgenoot – [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] – te beschermen en niet de handelend echtgenoot – [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]. De bevoegdheid tot vernietiging van de leaseovereenkomsten is derhalve niet op de erfgenamen van [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] overgegaan, te meer niet nu, zoals Dexia onweersproken ter comparitie heeft gesteld, het leefmilieu met [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is vervallen en daarmee eveneens het belang van zijn erfgenamen bij vernietiging. Een zodanig belang is ook niet gesteld of gebleken. Dit betekent dat de bevoegdheid van [echtgenoot eiseres in conventie, verweerster in reconventie] tot vernietiging van de leaseovereenkomsten niet aan zijn erfgenamen toekomt. De door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde verklaring voor recht wordt dan ook afgewezen. De overige door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aangevoerde gronden dienen derhalve nader aan de orde te komen.

Aansprakelijkheid voor tussenpersonen

7.6. Een effecteninstelling is aansprakelijk voor gedragingen van een tussenpersoon, door wiens toedoen één of meer overeenkomsten als de onderhavige tot stand zijn gekomen. Het verweer van Dexia dat dit anders is wordt derhalve verworpen.

Dwaling

7.7. Uit de inhoud van de leaseovereenkomsten en de bijbehorende Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease had [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] kunnen en moeten afleiden dat sprake was van een lening met renteverplichtingen voor de financiering van ten behoeve van haar gekochte effecten, en van een verplichting tot het op enig moment voldoen van het aankoopbedrag. De leaseovereenkomsten geven bovendien aan welke rente in rekening wordt gebracht en wat de totale leasesom is. Bij vragen daaromtrent had (ook) van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] enig nader onderzoek mogen worden verwacht. Voor zover [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] de leaseovereenkomsten onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken is aangegaan, kan die onjuiste voorstelling derhalve niet tot vernietiging van die overeenkomsten wegens dwaling leiden. Ook dit laat de zorgplicht die Dexia overigens had onverlet.

Toepasselijkheid Nadere Regeling Toezicht Effectenverkeer (NR)

7.8. Dexia was bij het aanbieden van het onderhavige product gehouden aan de in de NR gecodificeerde zorgplicht. Het verweer van Dexia dat de NR onverbindend is treft geen doel.

Nakoming zorgplicht en toerekening van het nadeel

7.9. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft Dexia verweten dat Dexia te haren opzichte de op haar rustende

zorgplicht niet is nagekomen onder meer doordat Dexia niet of onvoldoende gewezen heeft op de risico’s van het onderhavige product. Het verweer van Dexia hiertegen dient als onvoldoende gemotiveerd en onvoldoende feitelijk onderbouwd gepasseerd te worden. Dexia had [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] op niet mis te verstane wijze op die risico’s dienen te wijzen. De brochures en folders waar Dexia zich op beroept, houden een dergelijke waarschuwing niet in en door Dexia is ook niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat zij op andere wijze aan deze informatieverplichting voldaan heeft. Dexia is derhalve aansprakelijk voor de als gevolg van dit tekortschieten opgetreden nadelige gevolgen.

7.10. Op gronden als vermeld in het vonnis van 27 april 2007 is het onaanvaardbaar om

Dexia onverkort alle nadeel te laten dragen en dient het voor rekening van Dexia komende nadeel te worden verminderd in evenredigheid met de, op een gemotiveerde schatting berustende, mate waarin aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] toe te rekenen omstandigheden tot het nadeel hebben bijgedragen. Dit overeenkomstig hetgeen de Hoge Raad heeft beslist in zijn arrest van 31 maart 2006, RvdW 2006, 328 (LJN: AU6092). Een en ander zal tot uitdrukking worden gebracht door toepassing van de hierna bedoelde maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Grondslag voor de hiervoor bedoelde schatting vormen de persoonlijke omstandigheden van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] die van invloed zijn op de waarschijnlijkheid dat de onderhavige overeenkomsten tot stand zouden zijn gekomen indien Dexia haar zorgplicht afdoende was nagekomen, mede gelet op de leasesom en op de overige verplichtingen uit de onderhavige rechtsverhouding met Dexia. Dit betreft met name (maar niet uitsluitend) de financiële omstandigheden van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (bepalend voor de vraag of zij financiële risico's wenste te lopen en in hoeverre dat verantwoord was), de beleggingsdoelstellingen en de kennis en ervaring waarover [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] beschikte (zowel ten aanzien van beleggingen als daarbuiten), één en ander ten tijde van het aangaan van de leaseovereenkomsten. Ook andere omstandigheden kunnen een rol spelen, voor zover aangenomen kan worden dat die omstandigheden van wezenlijke invloed zijn geweest op de beslissing van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] om de leaseovereenkomsten aan te gaan.

7.11. Zoals nader is toegelicht in het vonnis van 27 april 2007 onderscheidt de

kantonrechter voor de toerekening van het nadeel aan ieder van partijen in het hiervoor genoemde kader een aantal categorieën. Op basis van de omstandigheden zoals die hiervoor onder 1.5. bij de feiten zijn vermeld, is voor [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] categorie 2 van toepassing. Dit betekent dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid 60 % van het nadeel voor rekening van Dexia dient te komen en het resterend percentage voor rekening van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] komt.

7.12. In het voetspoor van het vonnis van deze rechtbank van 27 april 2007 gaat de kantonrechter met het oog op een gelijke behandeling van gelijk(soortig)e zaken bij de berekening van het nadeel uit van een fictieve looptijd van 60 maanden, nu - bijzondere omstandigheden daargelaten - een langere termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaard kan worden. Hieruit volgt dat termijnbetalingsverplichtingen, die eventueel na deze 60 maanden resteren, niet tot het nadeel zullen worden gerekend. Voor de onderhavige leaseovereenkomsten betekent dit het volgende.

Nadeel leaseovereenkomst 1: ‘Capital Effect’ met nummer [nummer]

7.13. Het nadeel uit deze overeenkomst komt neer op het totaalbedrag van alle verschuldigde maandelijkse termijnen gedurende de (fictieve) looptijd, zijnde een bedrag van € 13.600,20, te vermeerderen met het restant van de hoofdsom van de geldlening, zijnde € 18.361,26 en te verminderen met de opbrengst van de geleasete effecten, zijnde € 20.176,04 en met een bedrag van € 3.408,= wegens aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] uitgekeerde dividenden. Het totale nadeel bedraagt derhalve € 8.377,42. Daarvan dient 40%, zijnde een bedrag van € 3.350,97 voor rekening van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te blijven. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft uit hoofde van deze overeenkomst feitelijk een bedrag van (betalingen minus dividenden ad) € 7.925,74 aan Dexia betaald. Dit betekent dat een bedrag van € 4.574,77 door Dexia nog aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dient te worden betaald.

Nadeel leaseovereenkomst 2: ‘Profit Effect met vooruitbetaling’met nummer [nummer]

7.14. Het nadeel uit deze leaseovereenkomst komt neer op het totaalbedrag van alle verschuldigde maandelijkse termijnen gedurende de (fictieve) looptijd, zijnde een bedrag van € 6.388,68, te vermeerderen met het restant van de hoofdsom van de geldlening, zijnde € 9.425,45 en te verminderen met de opbrengst van de geleasete effecten, zijnde € 9.333,26 en met een bedrag van € 1.662,= wegens aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] uitgekeerde dividenden. Het totale nadeel bedraagt derhalve € 4.818,87. Daarvan dient 40%, zijnde een bedrag van € 1.927,55 voor rekening van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te blijven. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft uit hoofde van deze leaseovereenkomst feitelijk een bedrag van (betalingen minus dividenden ad) € 4.981,36 aan Dexia betaald. Dit betekent dat een bedrag van € 3.053,81 door Dexia nog aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dient te worden betaald.

7.15. Ten aanzien van de leaseovereenkomsten betekent dit dat Dexia respectievelijk een bedrag van € 4.574,77 en € 3.053,81 aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dient te vergoeden.

Wettelijke rente

7.16. Met betrekking tot de wettelijke rente heeft Dexia nog aangevoerd dat zij eerst in

verzuim heeft kunnen geraken na in gebreke te zijn gesteld. De kantonrechter kan Dexia hierin niet volgen. Immers, Dexia heeft de op haar rustende zorgplicht, na schending daarvan vóór de totstandkoming van de leaseovereenkomsten, nadien niet meer deugdelijk kunnen nakomen. In die zin – en ook overigens – is voor het intreden van verzuim niet vereist dat Dexia in gebreke is gesteld. Aangezien voorts het als gevolg van de schending van de zorgplicht geleden nadeel is ontstaan met de aan Dexia gedane betalingen, dient voor de bepaling van de ingangsdatum van de wettelijke rente telkens te worden uitgegaan van de data waarop [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] haar betalingen aan Dexia heeft verricht (zie in deze zin gerechtshof Amsterdam, 24 mei 2007, LJN: BA5684). Tevens dient in ogenschouw te worden genomen dat het in dit verband in aanmerking te nemen nadeel niet alleen bestaat uit door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] betaalde termijnen, maar ook uit nog verschuldigde doch niet betaalde termijnen en restschuld. Dit brengt mee dat de betalingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] voor de berekening van de wettelijke rente niet geheel, maar voor een deel in aanmerking worden genomen. Het in aanmerking te nemen deel is een breuk, waarbij de teller wordt gevormd door het bedrag dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] dient terug te ontvangen en de noemer door het bedrag dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ter zake van iedere leaseovereenkomst aan Dexia heeft betaald. De aldus voor de berekening van de wettelijke rente in aanmerking te nemen hoofdsom is te stellen op 42% van de termijnen, telkens vanaf hun betaaldata. Dit geldt ook voor de onder 1.6 genoemde vooruitbetaling van 60 maandtermijnen ten bedrage van € 10.880,40 en de onder 1.7. genoemde som van 36 maandtermijnen ten bedrage van € 3.685,68, waarbij de kantonrechter ervan uitgaat dat de dag van de eerste betaling valt op de eerste dag van de maand na de dag waarop de leaseovereenkomsten zijn aangegaan, hetgeen bij beide overeenkomsten neerkomt op 1 december 1999. Dit betekent voor de leaseovereenkomsten het volgende.

Wettelijke rente leaseovereenkomst 1: ‘Capital Effect’ met nummer [nummer]

7.17. De voor de berekening van de wettelijke rente in aanmerking te nemen hoofdsom bedraagt (42% x € 10.880,40=) € 4.569,77 respectievelijk 42% van de betreffende maandtermijn, zulks met ingang van 1 december 1999 respectievelijk de betaaldatum. De kantonrechter overweegt hierbij dat er bij de betalingen van maandtermijnen van wordt uitgegaan dat de eerste betaaldatum is gelegen 60 maanden na de onder 7.16. in aanmerking genomen dag van de eerste betaling, derhalve na 1 december 2004.

Wettelijke rente leaseovereenkomst 2: ‘Profit Effect met vooruitbetaling’met nummer [nummer]

7.18. De voor de berekening van de wettelijke rente in aanmerking te nemen hoofdsom bedraagt (42% x € 3.685,68=) € 1.547,99 respectievelijk 42% van de betreffende maandtermijn, zulks met ingang van 1 december 1999 respectievelijk de betaaldatum. De kantonrechter overweegt hierbij dat er bij de betalingen van maandtermijnen van wordt uitgegaan dat de eerste betaaldatum is gelegen 36 maanden na de onder 7.16. in aanmerking genomen dag van de eerste betaling, derhalve na 1 december 2002.

Ontbinding

7.19. De door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde ontbinding van de leaseovereenkomsten wordt afgewezen. Nog daargelaten of het schenden van de zorgplicht door Dexia in de precontractuele fase als een (voor)contractuele tekortkoming kan worden geduid, zullen de gevolgen van zodanige ontbinding eveneens naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid bepaald dienen te worden en zal de beslissing daaromtrent niet tot een ander resultaat leiden dan waartoe binnen het hiervoor weergegeven kader is beslist. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft derhalve bij deze vordering geen belang.

Schadevergoeding

7.20. De overigens door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen. De in verband daarmee gestelde feiten en omstandigheden, de negatieve financiële gevolgen voor [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] daaronder begrepen, zijn verdisconteerd in het oordeel omtrent de verplichtingen die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid thans tussen partijen hebben te gelden.

Buitengerechtelijke kosten

7.21. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden toegewezen berekend over het toegewezen bedrag naar het bij deze sector kanton gebruikelijke tarief, neerkomende op € 700,=.

BKR-registratie

7.22. Nu [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ingevolge dit vonnis geen betalingsverplichtingen jegens Dexia meer heeft, zal de vordering met betrekking tot de BKR-registratie worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en de termijn waarbinnen Dexia aan haar na te melden verplichting moet voldoen zal worden gesteld op tien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis.

7.23. De overige stellingen van partijen in conventie behoeven geen behandeling meer.

Vordering in reconventie

7.24. Uit het voorgaande volgt dat de door Dexia ingestelde reconventionele vordering dient te worden afgewezen. De in verband daarmee gestelde gronden, feiten en omstandigheden zijn verdisconteerd in het oordeel in conventie omtrent de verplichtingen die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid thans tussen parttijen hebben te gelden.

Proceskosten

7.25. Gelet op de uitslag van de procedure in conventie en in reconventie wordt Dexia

veroordeeld in de kosten van het geding in conventie en in reconventie.

7.26. Nadat aan dit vonnis is voldaan zullen partijen geen verplichtingen meer jegens elkaar hebben uit de onderhavige rechtsverhouding. De eigendom van de in het kader van de leaseovereenkomsten gekochte effecten is bij Dexia verbleven.

BESLISSING

De kantonrechter:

in conventie

I. veroordeelt Dexia om aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] te betalen:

(i) - € 7.628,58 in hoofdsom;

- de wettelijke rente berekend over € 4.569,77 vanaf 1 december 1999 tot aan de dag der algehele voldoening;

- de wettelijke rente berekend over 42% van elke betaling vanaf de respectievelijke betaaldata na 1 december 2004 tot aan de dag der algehele voldoening;

(ii) - € 3.053,81 in hoofdsom;

- de wettelijke rente berekend over € 1.547,99 vanaf 1 december 1999 tot aan de dag der algehele voldoening;

- de wettelijke rente berekend over 42% van elke betaling vanaf de respectievelijke betaaldata na 1 december 2002 tot aan de dag der algehele voldoening;

(iii) € 700,= aan buitengerechtelijke incassokosten;

II. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]

gevallen, tot op heden begroot op:

te betalen aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie]

voor verschuldigd griffierecht € 51,50

te betalen aan de griffier van de rechtbank

voor verschuldigd griffierecht € 51,50

voor het exploot van dagvaarding € 85,60

voor salaris van gemachtigde € 625,00

----------

In totaal € 813,60

III. veroordeelt Dexia om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Kredietregistratie te Tiel te berichten dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen verplichtingen uit de leaseovereenkomsten meer heeft, op straffe van een dwangsom van € 100,= voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,=;

IV. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

V. wijst af het meer en anders gevorderde;

in reconventie

VI. wijst de vordering af;

VII. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] gevallen, tot op heden begroot op € 125,=, te betalen aan de griffier van de rechtbank.

Aldus gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 oktober 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter