Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BC1313

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-12-2007
Datum publicatie
07-01-2008
Zaaknummer
359974
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

IPR, toepasselijk proces- en materieel recht

Artikelen 1, 3, 4 en 8 EVO-Verdrag

Ten aanzien van het procesrecht is in internationale gedingen uitgangspunt dat dit wordt beheerst door de wet van het land van de aangezochte rechter. Gelet op artikel 1 lid 2 sub h EVO-verdrag is dat in deze zaak niet anders, zodat in deze zaak in beginsel Nederlands procesrecht van toepassing is. Naar Nederlands recht dient daarmee eerst de vraag te worden beantwoord of voldoende gemotiveerd is betwist dat een overeenkomst was totstandgekomen, welke vraag voorafgaat aan de vraag welk materiële recht toepasselijk is. Naar het oordeel van de rechtbank is het bestaan van de door eiseres gestelde overeenkomst door gedaagde niet voldoende betwist, zodat de rechtbank het bestaan van deze overeenkomst als vaststaand moet beschouwen.

De vervolgens aan de orde zijnde vraag of de keuze voor Engels recht in algemene voorwaarden, die nog niet bestonden toen de toepasselijkheid ervan werd overeengekomen, volstaat, moet worden beantwoord naar Engels recht. Als deze rechtskeuze niet toepasselijk is, is ingevolge artikel 4 EVO-Verdrag Frans recht toepasselijk.

De rechtbank is voornemens de naar Engels/Frans recht te beantwoorden vragen voor te leggen aan het Internationaal Juridisch Instituut.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 359974 / HA ZA 07-48

Vonnis van 12 december 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GIJRATH MEDIA GROEP EVENTS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

procureur mr. T.A. Phijffer,

tegen

NJMG SOCIÉTÉ À RESPONSABILITÉ LIMITÉE,

gevestigd te Cannes,

gedaagde,

procureur mr. J.C. Duvekot.

Partijen zullen hierna GMG en Casal genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de tussenvonnissen van 2 mei 2007 en 27 juni 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 28 september 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. GMG is organisator van de Millionaire Fair (verder ook: de beurs). Deze beurs, die in diverse steden wordt gehouden, vond van 1 tot en met 3 september 2006 plaats in Cannes.

2.2. Casal heeft met GMG contact gehad over (eventuele) deelname aan die beurs met een stand. In dat verband heeft GMG (ten minste) drie documenten gezonden aan Casal. Deze drie documenten waren alle gedateerd 3 mei 2006. Twee ervan (productie 1 bij conclusie van antwoord) zijn conceptovereenkomsten tot deelname aan de beurs met een stand. Deze conceptovereenkomsten zijn qua opmaak en inhoud grotendeels eender; zij zijn niet ondertekend en bestaan ieder uit twee pagina’s. Het derde document (productie 1 bij dagvaarding) beslaat drie pagina’s, waarvan de eerste en de laatste door beide partijen zijn ondertekend (A namens GMG; B namens Casal).

2.2.1. De eerste pagina van het ondertekende document is qua opmaak en inhoud grotendeels gelijk aan die van de conceptovereenkomsten. Bij alle drie de documenten vermeldt de eerste pagina naast (onderling verschillende) specificaties van de stand onder meer het volgende:

“C’est avec plaisir que nous confirmons votre participation au salon du “Millionaire Fair” à Cannes.

Millionaire Fair Cannes 2006

Participant : VICTORIA CASAL JOAILLERIE

Dates: 1-3 septembre 2006

(…)

Mise en place: le 29, 30, 31 août: 08h30 – 17h00

le 1 septembre: 08h30 – 13h00

Démontage: du 3 septembre à 22h30 jusq’au 5 septembre à 17h00

Manuel d’exposant: Le manuel vous sera envoyé en mai 2006

Conditions générales: Ce contrat est conforme aux conditions générales écrites dans le manuel du “Millionaire Fair” Cannes 2006”

Onderaan deze pagina is ruimte voor ondertekening door beide partijen.

2.2.2. De tweede pagina van de conceptovereenkomsten bevat naast de (onderling verschillende) prijs onder meer het volgende:

“Conditions financiers pour participation dans le “Millionaire Fair” Cannes 2006

Prix: (…)

Facturation: 50 % à signature du contrat

50 % le 1 juin 2006

Règlement : En 30 jours maximum

Si les paiements ne sont pas à jour 1 mois avant l’évènement, vous ne serez plus permis de participer au salon.

Néanmoins vous êtes obligé de tenir vos engagements de paiements.

Conditions d’annulation: Annulation à 6 mois de l’échéance : 25 % du total seront prélevé

Annulation à 4 mois de l’échéance : 75 % du total doit être payé

Annulation à partir du 29 juin 2006 : 100 % du total doit être payé

Billets d’entrées et passes exposants

Billets d’entrée: (…)

Billets: (…)

Passes exposants: (…)

Veuillez avoir l’obligeance de nous faxer ce contrat signé avant le 11 mai 2006 (…)

Nous vous remercions de votre participation et avons hate de vous accueillir au “Millionaire Fair” Cannes 2006.”

Ook onderaan deze pagina is ruimte voor ondertekening door beide partijen.

2.2.3. Bij het ondertekende document beslaat de tekst op zowel de tweede als de derde pagina slechts de bovenste helft van die pagina. De tekst van deze twee halve pagina’s komt qua opmaak en inhoud grotendeels overeen met de tweede pagina van de conceptovereenkomsten. De tekst op de tweede pagina van het ondertekende document vermeldt onder meer:

“Prix: EUR 11.000 hors TVA

La contribution médiatique de EUR 995 sera collectée en même temps que le deuxième acompte”

De tekst op deze pagina eindigt na “Billets d’entrées et passes exposants”; hieronder is geen ruimte gelaten voor ondertekening en deze pagina is ook door geen van partijen ondertekend. De tekst op de derde pagina begint met “Billets d’entrée”.

2.3. Artikel 11 van de “Conditions générales du Millionaire Fair 2006” (verder: de algemene voorwaarden) luidt, voor zover hier van belang:

“L’Exposant est automatiquement en défaut à l’expiration du délai de paiment. Sur toutes les sommes non réglées au plus tard un mois avant la Construction du Salon, soit au 29 juillet 2006, un intérêt de retard mensuel de 1 % sera dû par l’Exposant à compter de cette date, courant jusqu’à la date du paiement intégral, une partie d’un mois étant considérée comme un mois entier. Á la fin de chaque année, la somme sur laquelle l’intérêt est calculé sera majorée des intérêts dus pour l’année écoulée. Si l’Exposant est en défaut de paiement vis-à-vis de l’Organisateur, il sera tenu de régler à l’Organisateur la totalité des frais judiciaires et extrajudiciaires de recouvrement. Les frais extrajudiciaires à la charge de l’Exposant se monteront au moins à 15 % de la somme non payee, avec un minimum de EUR 200 par cas. Cette disposition peut également être invoquée dans le cas où l’Organisateur a envoyé ou fait envoyer un simple rappel, mise en demeure et/ou sommation.”

Artikel 20 van de algemene voorwaarden luidt:

“Les présentes Conditions, ainsi que le Contrat sont régis par le droit anglais. Tout litige concernant un Contrat ou les présentes Conditions sera soumis, sauf disposition légale contraire impérative, au tribunal competent d’Amsterdam.”

2.4. GMG heeft Casal op 11 mei 2006 en 1 juni 2006 facturen verzonden van respectievelijk EUR 7.768,02 en EUR 6.578,00 voor deelnamekosten aan de beurs en een bijdrage in kosten van media. Deze facturen zijn door Casal zonder betwisting behouden, maar niet voldaan.

2.5. Een email van B (verder: B) aan A (verder: A) van 30 juni 2006 bevat onder meer het volgende:

“J’ai le regret e vous dire que nous ne pourrons pas faire le salon de Cannes car nous sommes trop juste au niveau des délais car trop près de notre saison qui ne sera pas terminée; de plus nous n’avons pas eu le credit souhaité. en revanche nous ferons certainement le suivant. Pouvons nous recevoir des invitations afin de pouvoir avoir un apercu du salon.”

2.6. De antwoordemail van A aan B van dezelfde datum bevat onder meer het volgende:

“Ayant parlé avec le président en Hollande il m’a bien confirmé que comme nous avons un contrat signé vous êtes tenu à payer les 11 000 Euros. La société GMG vous donne la possibillité de revenir sur votre decision jusqua lundi 3 juillet après quoi nous remettrons l’espace à la vente. Le dossier sera également donné à un avocat et les coûts supplémentaires seront à votre charge.”

2.7. Hierop heeft B in een email van 7 juli 2006 aan A het volgende geantwoord:

“Chère A

Je fais suite à notre conversation de ce matin vous faisant part de mes problèmes de trésorerie concernant le règlement de la location du stand millionaire fair pour lequel je m’étais engage à régler fin aout 2006. Dès la réponse défavorable de mon banquier fin juin, j’ai eu l’honnêteté et la franchise de vous en informer immédiatement afin de vous laisser le temps de remettre en location l’emplacement qui m’étair attribute. A ce jour je vous propose de louer le dit stand avec un règlement au 20 septembre 2006; dans l’attente de votre réponse et vous remerciant de votre comprehension.

AMITIES. B”

2.8. Bij brieven van 9 en 25 augustus 2006 heeft GMG Casal gesommeerd om haar verplichtingen onder de overeenkomst van 3 mei 2006 na te komen.

3. Het geschil

3.1. GMG vordert samengevat - veroordeling van Casal tot betaling van EUR 14.346,02, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Casal voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. GMG grondt haar vordering op nakoming. Zij stelt daartoe dat zij met Casal een overeenkomst heeft gesloten – te weten het ondertekende document van drie pagina’s – om met een stand van 36 m2 deel te nemen aan de beurs. De gevorderde hoofdsom betreft de onder 2.4 vermelde facturen, namelijk het totaal van de op de tweede pagina van die overeenkomst vermelde bedragen, vermeerderd met btw. Op grond van de algemene voorwaarden zijn rente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd en is Engels recht van toepassing.

4.2. Casal betwist dat een overeenkomst is tot stand gekomen.

4.2.1. Daartoe stelt zij bij conclusie van antwoord dat zij in mei 2006 contact had opgenomen met GMG voor het reserveren van een stand op de beurs. GMG heeft haar vervolgens eerst een offerte gedaan en daarna een conceptovereenkomst heeft aangeboden, maar Casal heeft die niet ondertekend omdat zij zich niet kon vinden in ligging, prijs en afmeting van de stand.

4.2.2. Ter comparitie heeft Casal betoogd dat B weliswaar de hiervoor onder 2.2 bedoelde handtekeningen heeft geplaatst, maar dat Casal alleen de eerste en laatste pagina’s had ontvangen en ondertekend en dat de tweede pagina haar onbekend is. Casal zou met die ondertekening alleen plaats hebben gereserveerd op de beurs, maar geen overeenkomst hebben gesloten.

4.3. Ten aanzien van het op de onderhavige vordering toepasselijke recht overweegt de rechtbank als volgt. De bepaling van het toepasselijke recht dient plaats te vinden aan de hand van het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO-verdrag), nu Nederland bij dit verdrag partij is en de vordering betrekking heeft op door het verdrag bestreken onderwerpen. Dit verdrag kent onder meer de navolgende bepalingen:

Artikel 1 Toepassingsgebied

1. De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op verbintenissen uit overeenkomst in gevallen waarin uit het recht van verschillende landen moet worden gekozen.

2. Zij zijn niet van toepassing op:

(...)

h) het bewijs en de rechtspleging, behoudens artikel 14.

(...)

Artikel 3 Rechtskeuze door partijen

1. Een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen. De rechtskeuze moet uitdrukkelijk zijn gedaan of voldoende duidelijk blijken uit de bepalingen van de overeenkomst of de omstandigheden van het geval. Bij hun keuze kunnen de partijen het toepasselijke recht aanwijzen voor de overeenkomst in haar geheel of voor slechts een onderdeel daarvan.

(...)

4. De vraag of er overeenstemming tussen de partijen tot stand is gekomen over de keuze van het toepasselijke recht en of deze overeenstemming geldig is, wordt beheerst door de artikelen 8, 9 en 11.

Artikel 4 Het recht, dat bij gebreke van een rechtskeuze door de partijen toepasselijk is

1. Voorzover geen keuze overeenkomstig artikel 3 van het op de overeenkomst toepasselijke recht is gedaan, wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst is verbonden. Indien evenwel een deel van de overeenkomst kan worden afgescheiden en dit deel nauwer verbonden is met een ander land, kan hierop bij wijze van uitzondering het recht van dat andere land worden toegepast.

2. Behoudens lid 5 wordt vermoed dat de overeenkomst het nauwst is verbonden met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten, op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst haar gewone verblijfplaats, of, wanneer het een vennootschap, vereniging of rechtspersoon betreft, haar hoofdbestuur heeft. Indien de overeenkomst evenwel in de uitoefening van het beroep of het bedrijf van deze partij werd gesloten, is dit het land waar zich haar hoofdvestiging bevindt of, indien de prestatie volgens de overeenkomst door een andere vestiging dan de hoofdvestiging moet worden verricht, het land waar zich deze andere vestiging bevindt.

3. Voorzover de overeenkomst een zakelijk recht op of een recht tot gebruik van een onroerend goed tot onderwerp heeft, wordt, ongeacht lid 2, vermoed dat de overeenkomst het nauwst is verbonden met het land waar het onroerend goed is gelegen.

4. Het vermoeden van lid 2 geldt niet voor de overeenkomst tot vervoer van goederen. Wanneer bij een dergelijke overeenkomst het land waar de vervoerder zijn hoofdvestiging heeft ten tijde van de sluiting, tevens het land is waar de plaats van de inlading of lossing, dan wel de hoofdvestiging van de verzender is gelegen, wordt vermoed dat de overeenkomst het nauwst is verbonden met dat land. Voor de toepassing van dit lid wordt als overeenkomst tot vervoer van goederen beschouwd de bevrachting voor een enkele reis en iedere andere overeenkomst die hoofdzakelijk het vervoer van goederen betreft.

5. Lid 2 vindt geen toepassing indien niet kan worden vastgesteld welke de kenmerkende prestatie is. De vermoedens van de leden 2, 3 en 4 gelden niet wanneer uit het geheel der omstandigheden blijkt dat de overeenkomst nauwer is verbonden met een ander land.

(...)

Artikel 8 Bestaan en materiële geldigheid

1. Het bestaan en de geldigheid van de overeenkomst of van een bepaling daarvan worden beheerst door het recht dat ingevolge dit Verdrag toepasselijk zou zijn, indien de overeenkomst of de bepaling geldig zou zijn.

(...)

Artikel 10 De onderwerpen die het toepasselijke recht beheerst

1. Het recht dat ingevolge de artikelen 3 tot en met 6 en 12 van dit Verdrag op de overeenkomst toepasselijk is, beheerst met name:

a) de uitlegging ervan;

b) de nakoming ervan;

c) de gevolgen van gehele of gedeeltelijke tekortkoming, daaronder begrepen de vaststelling van de schade voorzover hiervoor rechtsregels gelden, een en ander binnen de grenzen welke het procesrecht van de rechter aan diens bevoegdheden stelt;

d) de verschillende wijzen waarop verbintenissen tenietgaan, alsmede de verjaring en het verval van rechten als gevolg van het verstrijken van een termijn;

e) de gevolgen van de nietigheid van de overeenkomst.

2. Ten aanzien van de wijze van nakoming en de door de schuldeiser in geval van tekortkoming te nemen maatregelen, wordt rekening gehouden met het recht van het land waar de overeenkomst wordt nagekomen.

(...)

Artikel 14 Bewijs

1. Het recht dat ingevolge dit Verdrag de overeenkomst beheerst, is van toepassing voorzover het ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst wettelijke vermoedens vestigt of regels over de verdeling van de bewijslast bevat.

2. Rechtshandelingen kunnen worden bewezen door ieder middel dat is toegelaten door het recht van de rechter of door een der in artikel 9 bedoelde rechtsstelsels volgens hetwelk de rechtshandeling wat haar vorm betreft geldig is, voorzover dit middel van bewijsvoering kan worden opgedragen door de rechter bij wie de zaak aanhangig is.

4.4. Ten aanzien van het procesrecht is in internationale gedingen uitgangspunt dat dit wordt beheerst door de wet van het land van de aangezochte rechter. Gelet op artikel 1 lid 2 sub h EVO-verdrag is dat in deze zaak niet anders, zodat in deze zaak in beginsel Nederlands procesrecht van toepassing is.

4.5. Nu daarmee ook de toepasselijkheid van artikel 149 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv.) gegeven is, overweegt de rechtbank het volgende. Naar het oordeel van de rechtbank is het bestaan van de door GMG gestelde overeenkomst door Casal niet voldoende betwist, zodat de rechtbank het bestaan van deze overeenkomst (gelet op genoemd artikel) als vaststaand moet beschouwen. Daartoe is allereerst van belang dat Casal geen consistente en duidelijke verklaring heeft gegeven voor de twee handtekeningen van B onder een document waarin onder meer de specificaties van een stand en de toegangskaartenregeling worden gegeven en voorts is vermeld: “nous confirmons votre participation”; “Ce contrat est conforme aux conditions générales” en “faxer ce contrat signé avant le 11 mai 2006”. Dit geldt nog sterker nu Casal voorafgaand aan de ondertekening reeds twee conceptovereenkomsten had ontvangen die – zoals hiervoor onder 2.2.1 tot en met 2.2.3 vastgesteld – grote gelijkenissen vertonen met het door Casal ondertekende document. Ten slotte blijkt uit de hiervoor onder 2.4 tot en met 2.7 aangehaalde emails dat ook Casal uitging van het bestaan van de overeenkomst en het op de tweede pagina daarvan genoemde bedrag van EUR 11.000.

4.6. Ten aanzien van het op de overeenkomst toepasselijke materiële recht is het volgende van belang. Artikel 20 van de algemene voorwaarden bevat een rechtskeuze voor Engels recht. Ingevolge artikel 3 EVO-verdrag leidt een overeengekomen rechtskeuze tot de toepasselijkheid van het betreffende recht. Of partijen de onderhavige rechtskeuze zijn overeengekomen, moet worden beoordeeld naar Engels recht, zo blijkt voorts uit artikel 3 lid 4 in verbinding met artikel 8 EVO-verdrag. Aan de orde is dus de vraag of genoemde bepaling in de algemene voorwaarden naar Engels recht een uitdrukkelijke, althans voldoende duidelijk blijkende, rechtskeuze van partijen inhoudt. Daarbij is het volgende relevant.

4.7. Zoals hiervoor onder 2.2.1 vastgesteld is in de overeenkomst het volgende opgenomen: “Manuel d’exposant: Le manuel vous sera envoyé en mai 2006 (...)

Ce contrat est conforme aux conditions générales écrites dans le manuel du “Millionaire Fair” Cannes 2006”. Bij conclusie van antwoord heeft Casal de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden niet betwist maar – integendeel – daarnaar verwezen. Bij incidentele conclusie van antwoord heeft GMG vervolgens gesteld dat het handboek van de beurs, met daarin opgenomen de algemene voorwaarden, niet eerder dan begin juni 2006 aan Casal kon worden toegezonden “(o)mdat het in 2006 de eerste keer was dat de “Millionaire Fair” in Cannes werd georganiseerd, en er daarvoor nog veel organiserende werkzaamheden vooraf moesten gaan, waaronder ook de algemene voorwaarden”. Casal heeft hieraan ter comparitie de gevolgtrekking verbonden dat de algemene voorwaarden niet toepasselijk zijn omdat die ten tijde van de ondertekening van de overeenkomst nog niet bestonden. GMG heeft hierop niet betwist dat de algemene voorwaarden ten tijde van de ondertekening van de overeenkomst nog niet bestonden, zodat de rechtbank dat als vaststaand aanneemt.

4.8. Het voorgaande leidt ertoe dat de vraag moet worden beantwoord, of artikel 20 van de algemene voorwaarden, die pas na de totstandkoming van de overeenkomst zijn vastgesteld, naar Engels recht een uitdrukkelijke, althans voldoende duidelijk blijkende, rechtskeuze van partijen inhoudt. De rechtbank is voornemens om deze vraag voor te leggen aan het Internationaal Juridisch Instituut te ’s-Gravenhage (hierna: het IJI), waarbij het volledige procesdossier aan het IJI ter beschikking wordt gesteld.

4.9. Indien zal moeten worden uitgegaan van een rechtskeuze voor het Engelse recht geldt het volgende. Casal betwist de vordering aldus, dat GMG geen schade heeft geleden nu de stand door anderen dan Casal is gebruikt. Ook over dit punt wenst de rechtbank voorlichting over het Engelse recht.

4.10. De rechtbank beschikt thans niet over de kennis of naar Engels recht ook buitengerechtelijke kosten en wettelijke en contractuele rente verschuldigd is, en wenst ook deze vragen voor te leggen aan het IJI.

4.11. Indien ervan zal moeten worden uitgegaan dat niet voor de toepasselijkheid van het Engelse recht is gekozen, zal aan de hand van artikel 4 EVO-verdrag moeten worden bepaald welk recht van toepassing is op de overeenkomst. Daartoe is van belang dat het ter beschikking stellen van ruimte voor een stand op de beurs de voor deze overeenkomst kenmerkende prestatie is. Deze prestatie moest worden geleverd door GMG. Dat betekent dat Nederlands recht van toepassing is, tenzij genoemde prestatie volgens de overeenkomst door een andere vestiging dan de hoofdvestiging moet worden verricht: dan geldt het recht van het land waar zich deze andere vestiging bevindt.

4.12. Uit de overeenkomst blijkt dat GMG in 2006 een vestiging had in Cannes. A werkte daar blijkens de overeenkomst als “Présidente Millionaire Fair Cannes 2006”. Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat de voor deze overeenkomst karakteristieke prestatie moest worden verricht door GMG’s vestiging in Cannes. Zonder rechtskeuze van partijen zou dat ertoe leiden dat het Franse recht de overeenkomst beheerst.

4.13. Partijen zullen zich bij akte kunnen uitlaten over de vraag, of de voor deze overeenkomst karakteristieke prestatie inderdaad moest worden verricht door GMG’s vestiging in Cannes.

4.14. Indien zal moeten worden uitgegaan van de toepasselijkheid van het Franse recht op de overeenkomst, heeft de rechtbank behoefte aan beantwoording door het IJI van de hiervoor onder 4.9 en 4.10 bedoelde vragen onder Frans recht.

4.15. Al het voorgaande leidt ertoe dat de volgende vragen nog zullen moeten worden beantwoord:

1. De algemene voorwaarden zijn pas na de totstandkoming van de overeenkomst vastgesteld. Houdt artikel 20 van de algemene voorwaarden onder deze omstandigheid naar Engels recht een uitdrukkelijke, althans voldoende duidelijk blijkende, rechtskeuze van partijen in?

Bij een bevestigend antwoord op vraag moeten de volgende vragen naar Engels recht worden beantwoord; bij een ontkennend antwoord op vraag 1 moeten de volgende vragen naar Frans recht worden beantwoord.

2. Is Casal gehouden haar betalingsverplichtingen op grond van de overeenkomst na te komen, ook indien GMG de standruimte in verband met het afhaken van Casal tegen betaling aan een derde ter beschikking heeft gesteld?

3. Volgens artikel 11 van de algemene voorwaarden zijn rente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd. De algemene voorwaarden zijn pas na de totstandkoming van de overeenkomst vastgesteld. Zijn onder deze omstandigheid contractuele rente en buitengerechtelijke kosten geheel of gedeeltelijk toewijsbaar?

4. GMG vordert ook wettelijke rente. Is deze toewijsbaar en zo ja, wat zijn de toepasselijke rentetarieven?

4.16. De rechtbank is voornemens het volgende te vragen aan het IJI:

I. Kunt u de rechtbank voorlichten over het toepasselijke Engelse en/of Franse recht met betrekking tot de in rechtsoverweging 4.15 bedoelde vragen?

II. Heeft u overigens nog opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?

4.17. Alvorens de rechtbank voornoemde vragen aan het IJI voorlegt, verwijst zij de zaak naar de rol teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich bij akte erover uit te laten of zij nog opmerkingen of aanvullingen hebben op de voorgestelde vragen.

4.18. Alle overige beslissingen zullen worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 9 januari 2008 voor het nemen van een akte, eerst door GMG en vervolgens door Casal, over hetgeen is vermeld onder 4.13 en 4.17;

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Wijngaart en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2007.?