Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BC1301

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-12-2007
Datum publicatie
07-01-2008
Zaaknummer
360779
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Auteursrecht, bestaan en overdracht van het recht op het format van de Flodderfilms en de Flodder TV-serie

Art. 2 Aw

Gedaagde heeft van de curator uit de boedel van FFF de auteursrechten op de Flodderfilms en –TV serie overgenomen. Eiser stelt dat daarin niet is begrepen het recht op het format van de Flodderfilms en -TV-serie, omdat dat recht nooit aan FFF is overgedragen en wenst een verbod op het vervaardigen van nieuwe afleveringen. Gedaagde betwist primair het bestaan van een format en stelt subsidiair dat de formatrechten in de overdracht door FFF waren begrepen.

De rechter is van oordeel dat voor het bestaan van een format niet noodzakelijk is dat dit vooraf schriftelijk is vastgelegd. Ook indien vanuit één werk later op basis van de in het aanvankelijke werk besloten liggende stramien nieuwe werken worden gemaakt, kan aan dat stramien, mits het voldoende uitgewerkt is en overigens voldoet aan de eis dat het een eigen en oorspronkelijk karakter heeft en het de persoonlijk stempel van de maker draagt, als format auteursrechtelijke bescherming toekomen. Dat is hier het geval.

Als eiser het formatrecht heeft overgedragen (ook als dat aan een ander is dan FFF) heeft hij geen actie meer tegen gedaagde op grond van het auteursrecht.

Of het formatrecht is overgedragen moet worden beoordeeld op basis van artikel 2 Aw. Gedaagde krijgt een bewijsopdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 360779 / HA ZA 07-160

Vonnis van 19 december 2007

in de zaak van

A,

wonende te,

eiser in conventie,

verweerder in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. F.B. Falkena,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARMADA PRODUCTIONS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. R.J.F. Wigman.

Partijen zullen hierna A en Armada genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 april 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 13 september 2007 en de daarin genoemde stukken, waaronder de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie, tevens houdende producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. A is als regisseur en scenarist betrokken bij onder meer een drietal films over de familie Flodder; "Flodder", "Flodder in Amerika" en "Flodder the final Story" (in de stukken ook genoemd: "Flodder III", "De Derde Flodderfilm"of "De Zaak Zonnedael"), (hierna : De Flodderfilms).

Voorts is hij betrokken geweest bij de totstandkoming van een televisieserie genaamd Flodder, waarvan 62 afleveringen zijn gemaakt. (verder: de Flodder Tv-serie).

2.2. De Flodderfilms en de Flodder Tv-serie zijn geproduceerd door First Floor Features B.V. (hierna FFF).

2.3. FFF is op 25 februari 2004 in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. P.R.W. Schaink tot curator. (hierna: de curator).

2.4. De Flodderfilms en de Flodder Tv-serie gaan allemaal over de avonturen van een asociaal gezin, dat bij wijze van sociaal experiment komt te wonen in de rijke villawijk Zonnedael.

Het gezin bestaat uit:

Ma Flodder (sigaar, vet haar, bloemetjesjurk, groene kaplaarzen) die een illegale whiskystokerij bestiert;

Zoon Johnnie Flodder (geblondeerde kuif, roodleren jack, slangenleren laarzen) die zich bezig houdt net duisterzaakjes, een roze Amerikaanse jaren 50 auto rijdt, een vlotte babbel heeft en de aandacht heeft van de vrouwen;

Dochter Kees (blond, rondborstig, minirokje, hoge hakken) is een zon aanbidster en mannen verslindster. Zij is niet erg slim en gooit haar vrouwelijke charmes in de strijd om haar doel te bereiken;

Zoon Kees (slungel, slordige kleding en losse veters) kijkt op tegen zijn ouder broer, is niet te slim en brengt daardoor de illegale klusjes van Johnnie regelmatig in gevaar. Hij begluurt de meisje op de tennisbaan of onder de douche;

De kinderen, Toet (punk uiterlijk) en Henkie (zakelijk uiterlijk) zijn straatslim en bijdehand. Toet heeft altijd een vlindermes op zak; Henkie is slim met geld en computers;

Opa (oud NS conducteursuniform en in een rolstoel) kan zich niet verstaanbaar maken;

Whisky (zwarte bouvier) valt alles en iedereen aan behalve de familie Flodder.

Voorts verschijnt steeds gemeenteambtenaar Sjakie, (haar van een sociaalwerker uit de jaren '70, bril met rond montuur, leren hesje, ribbroek, sandalen), hij moet voortdurend de hoog oplopende conflicten tussen de familie Flodder en de overige buurtbewoners sussen, gelooft in het goede in de mens en wordt regelmatig door de familie Flodder misbruikt.

Daarnaast is er nog een aantal regelmatig terugkerende nevenfiguren en situaties.

2.5. Tussen de curator enerzijds en Armada anderzijds is op 28 maart 2005 een overeenkomst gesloten welke onder meer en voor zover van belang hier het volgende inhoudt:

In overweging nemend:

[..]

b. FFF wordt aangemerkt als auteursrechthebbende ten aanzien van alle in deze overeenkomst genoemde werken, alsmede ten aanzien van de aan die werken ten grondslag liggende formats, scenario's, eventuele boekrechten, muziekrechten, verfilmingsrechten en andere auteursrechtelijk relevante materialen.

[..]

Verklaren te zijn overeen gekomen als volgt:

Artikel 1 – Definities

In deze overeenkomst worden de volgende definities gehanteerd, in aanvulling op definities die elders in deze overeenkomst zijn vastgelegd:

[..]

All Media rights:s alle bestaande en toekomstige openbaarmakingsrechten van een audiovisueel werk in welke vorm of medium dan ook, zonder enige distributietechnische beperking.

Artikel 2 - Verlening licenties

De Curator verleent hierbij aan Armada, gelijk Armada aanvaardt, de volgende exclusieve licenties op de volgende werken:

All Media rechten van de complete TV-Serie Flodder, wereldwijd exclusief Nederland, Vlaanderen en Luxemburg.

[..]

Artikel 3 – Auteursrechten

De Curator levert hierbij aan Armada, gelijk Armada in levering aanvaardt de volgende rechten:

Alle onderliggende auteursrechten zoals opgesomd in de considerans sub b van deze overeenkomst, op basis waarvan de hiervoor genoemde TV-series waarvan, Armada de hiervoor genoemde licenties verwerft, zijn gemaakt.

[..]

Artikel 8 – Overige bepalingen

De Curator verklaart op basis van door hem ingesteld onderzoek en verkregen informatie naar beste weten dat hij kan beschikken over de in deze overeenkomst aangeduide auteursrechten, doch hij is in zijn hoedanigheid van wettelijk aangestelde beheerder en vereffenaar niet in staat aan Armada ter zake garanties of vrijwaring te verstrekken, hetgeen door Armada wordt aanvaard.

[..]

2.6. Met betrekking tot de auteursrechten van de Flodderfilms en de Flodder Tv-serie is een aantal overeenkomsten gesloten, waarvan enige relevante gegevens hieronder zijn weergegeven:

datum werk partijen relevante bepaling

I 4-11-1991 Flodder in Amerika A

Flodder B.V.

Basement Holding B.V.

FFF

Elevator Projects BV

Flodder II B.V. A and, in so far as necessary Flodder, FFF and Elevator Projects transfer the copyright to the Screen¬play for "Flodder in Amerika/Flodder does Manhattan" to Flodder II B.V.

II 4-11-1991 Flodder in Amerika FFF (producent)

A (scenarioschrijver) Scenarioschrijver draagt de rechten met betrekking tot het scenario geheel, onvoor¬waardelijk en exclusief over aan producent [.]

III z.d "De zaak Zonnedael" Zonnedael B.V. i.o. (pro¬ducent)

A (Scenario¬schrijver) Scenarioschrijver verklaart en bevestigt dat alle rechten van het oorspronkelijke Flodder-concept volledig en onverkort bij producent berusten, en dat scenarioschrijver de rechten in het scenario door onder¬tekening van deze overeenkomst aan producent overdraagt.

IV z.d. Flodder televisie¬serie en derde Flod¬der speelfilm FFF en/of Flodder Tele¬visie B.V.

B Indien en voorzover uit de werkzaam¬heden van contractant als bedoeld in de overeen¬komst enig auteursrecht of eng ander recht van intellectuele eigendom ontstaat, wordt zodanig recht, met inbegrip van alle bevoegd¬heden die de wet daaraan toekent of zal toe¬kennen, op voorhand door contractant aan de producent geheel en onvoorwaardelijk over-gedragen

V 26-6-1995 "Flodder III" A en B

Flodder Televisie B.V. A and B transfer the copyright to the Screenplay to Flodder Televisie B.V, which transfer is accepted by Flodder Televisie B.V. This right includes any and all rights to produce a Film on the basis of the Screenplay, to give this Film the Title "Flodder III" and to exploit the Film in any way Flodder Televisie B.V, deems fit.

VI 4-12-1995 Flodder Tv-Serie (Serie I) FFF

Almerica Film B.V. FFF draagt aan Almerica over , gelijk Alme¬rica van FFF aanvaardt, alle huidige en toekomstige (auteurs)rechten en verplichtin¬gen met betrekking tot de televisieserie.

VII 29-1-1997 Flodder Tv serie Holland Media Groep S.A.(HMG)

First Floor televisie B.V. (FFTV)

(Mede onder¬tekend door A en C namens Almerica Film B.V.) Tot meerdere zekerheid van de nakoming door FFTV van haar verplichtingen uit deze overeenkomst, draagt A[l]merica Film B.V, als rechthebbende op het 'FLODDER' format / concept ten behoeve van tv-uitzendingen hierbij alle rechten op het format / concept van de programma's, alsmede de scenario's, het decor en andere faciliteiten nodig voor de productie, aan HMG over, welke overdracht door HMG hierbij wordt aanvaardt/ Te dezer zake zal Almerica Film B.V. deze overeen¬komst mede ondertekenen.

[..]

Indien FFTV de produktie van de program¬ma's heeft voltooid en de uitzendbanden aan HMG heeft aan geleverd, zullen de rechten als in dit artikel genoemd zonder nadere tussen¬komst van partijen worden geacht wederom dor HMG aan Almerica Film B.V. te zijn terug overgedragen.

VIII 1-9-1998 Flodder Tv-serie en Speelfilm Flodder III Almerica Film

FFF Almerica verkoopt en levert aan FFF, gelijk FFF van Almerica koopt en in levering accepteert, de auteursrechten op alle film¬werken van Almerica, waaronder in ieder geval de filmwerken als vermeldt in een door Almerica opgestelde lijst van filmwerken [..]

3. Het geschil

in conventie

3.1. A vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht verklaart dat A rechthebbende is op het format FLODDER;

2. Armada gebiedt, met onmiddellijke ingang na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, iedere inbreuk op het auteursrecht van A op het Format FLODDER te staken en getaakt te houden, meer in het bijzonder te staken en gestaakt te houden het (doen) produceren van nieuwe tv-programma's en/of andere filmwerken gebaseerd op het Format FLODDER en/of het verlenen van toestemming aan derden om dergelijke filmwerken uit te (doen ) zenden of anderszins openbaar te maken, zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van EUR 50.000,00 (vijftigduizend euro) voor iedere dag (een gedeelte van een dag als een gehele gerekend) waarop - of naar keuze van A van EUR 150.000,00 voor ieder afzonderlijk filmwerk (daaronder begrepen iedere aflevering van een tv-serie) waarmee het gebod wordt overtreden;

3. Armada veroordeelt tot vergoeding van de door A geleden schade, op te maken bij staat;

4. Armada veroordeelt in de kosten van het geding, bestaande uit de volledige feitelijk door A gemaakte kosten van de salarissen en verschotten van de advocaat en de procureur, of een ander door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag ter vergoeding van de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die A heeft gemaakt.

3.2. Armada voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in voorwaardelijke reconventie

3.3. Armada vordert, onder de voorwaarde dat de rechtbank oordeelt dat aan A (zekere) rechten op het format "Flodder" toekomen, in reconventie, dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht verklaart dat rechten op het Flodder-format mede toekomen aan Armada en dat het A niet is toegestaan het Flodder-format te exploiteren zonder de medewerking van Armada;

2. voor recht verklaart dat het Armada is toegestaan haar rechten met betrekking tot de Flodder-films en de Flodder-TV-Series te exploiteren, hetgeen mede inhoudt op basis van die rechten onder andere televisieseries te (doen) maken en speelfilms te (doen) maken, een en ander zonder ter zake rekening te hoeven houden met eventuele format rechten van A;

3. A gebiedt bij de exploitatie van hem toekomende formatrechten geen inbreuk te maken op aan Armada toekomend rechten uit hoofde van haar rechten op de Flodder-films en de Flodder-TV-Series;

4. A veroordeelt in de kosten van het geding in reconventie, bestaande uit de volledige door Armada gemaakte kosten, waaronder mede het salaris van haar advocaat en procureur, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag aan redelijke en evenredige gerechtskosten aan de zijde van Armada.

3.4. A voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. Het gaat in deze zaak niet om de vraag wie de rechthebbende is op het auteursrecht op de Flodderfilms en de afleveringen van de Flodder Tv-serie.

A vordert in deze procedure immers niet dat Armada wordt verboden over te gaan tot de exploitatie van Flodderfilms en de FlodderTv-serie, maar dat voor recht wordt verklaard dat A de rechthebbende is op het aan de Flodderfilms en de Flodder Tv-serie ten grondslag liggende format en dat Armada wordt verboden nieuwe afleveringen van de Flodderfilms en/of de Flodder Tv-serie te produceren.

4.2. Armada betwist dat van een afzonderlijk, voor auteursrecht vatbaar, format sprake is en stelt subsidiair dat de rechten op het format met de overdracht van de rechten op de Flodderfilms en de afleveringen van de Flodder Tv-serie door A aan de producenten mee overgegaan zijn, meer subsidiair dat Armada bij de overdracht aan haar door de curator van de rechten op Flodder Tv-serie op grond van verklaringen en/of gedragingen van A er op mocht vertrouwen dat de formatrechten rechtsgeldig aan haar werden overgedragen.

4.3. Zoals hiervoor in r.o 2.4 aangegeven hebben de onderscheiden Flodderfilms en de afzonderlijke afleveringen van de Flodder Tv-serie bepaalde elementen gemeen. Om te kunnen spreken van een als werk, voor afzonderlijke auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komend format, is niet noodzakelijk dat voorafgaande aan de schepping van de afzonderlijke afleveringen een Format is ontwikkeld en vastgelegd. Ook indien vanuit één werk later werken op basis van de in het aanvankelijke werk besloten liggende stramien nieuwe werken worden gemaakt, kan aan dat stramien, mits het voldoende uitgewerkt is en overigens voldoet aan de eis dat het een eigen en oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt, als format auteursrechtelijke bescherming toekomen.

Aan die eis voldoet het format, zoals dat kan worden afgeleid uit de in zoverre onweersproken gemeenschappelijke trekken van de onderscheiden Flodderfilms en de afleveringen van de Flodder Tv-serie, weergegeven in r.o. 2.4.

Nu A onweersproken heeft te gelden als de schrijver en regisseur van in ieder geval de eerste twee Flodderfilms en mede-auteur van de derde Flodderfilm en als (mede-)auteur van een deel van de Flodder Tv-serie, moet hij ook gelden als de maker van het format.

4.4. Thans dient onderzocht te worden of A zijn rechten op het format heeft overgedragen aan (een) derde(n). Anders dan A stelt is daarbij niet van belang of die overdracht heeft plaatsgevonden aan FFF (hetgeen hij betwist), of aan een andere derde. A heeft immers ter zake de formatrechten jegens Armada alleen dan een actie, indien hem die rechten toekomen. Indien de rechten aan een ander zijn overgedragen, ook al is dat niet de wederpartij van Armada, dan komt A geen actie toe.

4.5. Anders dan Armada stelt kan aan de overdracht van de rechten op de onderscheiden Flodderfilms en/of de Flodder Tv-serie in zijn algemeenheid niet verbonden worden dat zonder nader specificatie ook de rechten op het aan die werken ten grondslag liggende, als een afzonderlijk werk aan te merken, format mee worden overgedragen.

Artikel 2 lid 2 van de Auteurwet 1912 (Aw) bepaalt immers dat de overdracht slechts die bevoegdheden omvat die in de akte zijn vermeld of die uit de aard en de strekking van de titel noodzakelijk voortvloeien. Door Armada zijn geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat uit de titel tot overdracht van auteursrechten op de afzonderlijke Flodderfilms en/of de Flodder Tv-serie noodzakelijk voortvloeit dat ook de formatrechten worden overgedragen. De betreffende werken zijn immers heel wel te exploiteren, zonder dat de verkrijger ook beschikt over de formatrechten. Dat blijkt al uit de omstandigheid dat de rechten voor de afzonderlijke Flodderfilms aan verschillende (rechts)personen blijken te zijn overgedragen.

4.6. In de meeste van de hiervoor in r.o. 2.6 genoemde overeenkomsten worden de format¬rechten niet genoemd. In zoverre kunnen die overeenkomsten niet bijdragen aan het bewijs dat de formatrechten door A aan (een) derde(n) zijn overgedragen.

Uitzondering vormen de overeenkomst genoemd onder III en de overeenkomst genoemd onder VII.

De overeenkomst onder III bepaalt immers dat A verklaart dat "alle rechten van het oorspronkelijke Flodder-concept volledig en onverkort bij de producent berusten". Dat laat geen andere uitleg toe dan dat A daarmee erkent dat de rechten op het format bij "de producent" berusten. Een redelijk uitleg van artikel 2 lid 2 Aw brengt met zich mee dat ook een in een latere akte opgenomen erkenning van de overdracht voldoet aan de eisen van dat artikel voor rechtsgeldige overdracht.

A betwiste echter de echtheid van de betreffende akte en stelt de overeenkomst in deze vorm nimmer te hebben getekend.

De stelling van Armada dat A de formatrechten heeft overgedragen moet worden aangemerkt als een bevrijdend verweer, waarvan Armada de bewijslast heeft. Een onderhandse akte heeft dwingende bewijskracht tussen partijen bij die akte (of de rechtverkrijgende). Armada was geen partij bij de overeenkomst, zodat ten opzichte van haar de akte geen dwingende bewijskracht toekomt. Evenmin heeft zij te gelden als de rechtverkrijgende, nu zij niet gesteld heeft haar rechten van Zonnedael BV (i.o.) te hebben verkregen. Voorts geldt dat bij betwisting van de echtheid van de handtekening, zolang niet bewezen is van wie de handtekening afkomstig is, de akte geen bewijs levert.

Niet gezegd kan dus worden dat Armada, met het overleggen van akte III reeds (voorshands) geslaagd is in het bewijs dat A zijn formatrechten aan een derde heeft overgedragen.

De overeenkomst onder VII die door A namens Almerica BV mede ondertekend is bevat een passage waaruit voorvloeit dat Almerica de rechthebbende is op het format. De echtheid van die overeenkomst wordt door A niet betwist, maar wel de juistheid van de inhoud daarvan. De tekst zou slechts bedoeld zijn om de producent van de Tv-serie HMG zekerheid te verschaffen, maar in werkelijkheid zou Almerica nooit over de formatrechten hebben beschikt. Ook voor deze akte geldt dat Armada daarin niet als wederpartij voorkomt, zodat daaraan ook geen dwingende bewijskracht te haren behoeve toekomt. Bovendien geldt dat de overeenkomst geen rechtstreekse overdracht inhoudt van formatrechten door A aan een derde of de erkenning daarvan. Wel kan worden gezegd dat de akte een begin van bewijs vormt dat de rechten op het format op enig moment door A aan Almerica zouden zijn overgedragen.

Voor het overige zijn geen stukken overgelegd waaruit de overdracht van de formatrechten door A kan worden afgeleid. Wel heeft Armada aangeboden door het horen van getuigen –in het bijzonder de voormalige bestuurder van FFF C – en het overleggen van nadere stukken, bewijs te leveren van haar stellingen.

Armada zal dan ook worden toegelaten tot het bewijs dat A zijn formatrechten op de Flodderfilms en de Flodder Tv-serie aan (een) derde(n) heeft overgedragen.

4.7. Armada heeft subsidiair er een beroep op gedaan dat zij bij het aangaan van de overeenkomst met de curator er op grond van de gedragingen en verklaringen van A vanuit mocht gaan dat de curator kon beschikken over de formatrechten, zodat haar de bescherming van artikel 3:36 van het Burgerlijk wetboek (BW) toekomt.

Ook indien het beroep van Armada op artikel 3:36 BW slaagt moet de vordering van A stranden.

Deze stelling van Armada moet eveneens als een bevrijdend verweer moet worden gekenschetst, waarvan Armada de bewijslast draagt.

Om te kunnen slagen zal in de eerste plaats moeten komen vast te staan dat de overeenkomst tussen de curator en Armada ook inderdaad ziet op de formatrechten met betrekking tot de Flodderfilm. De tekst van met name artikel 3, in samenhang met de considerans onder b lijkt er op te wijzen dat de overeenkomst inderdaad betrekking heeft op de overdracht van de formatrechten. Bij de uitleg van een overeenkomst kan echter niet uitsluitend worden gekeken naar de tekst. Het gaat erom wat partijen over en weer redelijkerwijze op grond van de wederzijds uitlatingen en gedragingen mochten verwachten. In dat kader is van belang dat de curator, bij email van 27 juni 2006 aan A, met betrekking tot de inhoud van de overeenkomst heeft bericht dat er "uitsluitend nieuwe exploitatierechten – in de tijd gezien – op bestaande en verschenen afleveringen [worden] verkocht".

Armada zal mitsdien hebben te bewijzen dat de overeenkomst met de curator betrekking had op de overdracht van formatrechten.

Indien Armada in dat bewijs slaagt zal zij nog hebben te bewijzen dat zij door ver¬kla¬ringen of gedragingen van A heeft aangenomen dat de curator over de formatrechten kon beschikken. De omstandigheid dat A zich na het faillissement tot de curator heeft gewend om auteurs- en andere rechten uit de boedel te kopen kan niet als zo'n gedraging gelden. Ook niet dat A zich in dat kader niet op het standpunt heeft gesteld dat de formatrechten niet aan de boedel toekwamen.

Anders ligt dat met de verklaringen die A heeft afgelegd. Daarvoor komt in aanmerking de verklaring opgenomen in overeenkomst III. Die verklaring behoeft echter in dit kader geen nader onderzoek. Indien Armada immers in het kader van de bewijsopdracht onder 4.6 bewijst dat die overeenkomst tussen A en Zonnedael BV (i.o.) is gesloten, staat daarmee vast dat A de formatrechten heeft overgedragen en komt de meer subsidiaire grondslag niet aan de orde.

Dan is er nog de verklaring opgenomen in overeenkomst VII. De echtheid daarvan is niet in geschil. Hij behelst een door A als bestuurder van Almerica ondertekende verklaring, waaraan zou kunnen worden ontleend dat de formatrechten aan Almerica toekwamen. Daaraan kan echter niet worden ontleend dat de rechten aan FFF en daarmee aan de curator toekwamen.

Nog daargelaten de vraag of Armada over die overeenkomst beschikte vóórdat zij de overeenkomst met de curator sloot, zodat zij haar beslissing daarop kon doen steunen, (hetgeen zij niet heeft gesteld) kan aan die verklaring redelijkerwijze niet worden ontleend dat de curator over de formatrechten kon beschikken.

Het daarop gestoelde verweer moet dus worden verworpen.

in reconventie

4.8. Nu de reconventie voorwaardelijk is aan de uitkomst van de conventie en in conventie nog geen beslissing is gegeven, worden alle beslissingen in reconventie aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. laat Armada toe tot het bewijs dat A zijn formatrechten op de Flodderfilms en Flodder Tv-serie aan (een) derde(n) heeft overgedragen;

5.2. verwijst de zaak naar de rol van woensdag 23 januari 2008 op dat Armada alsdan kan doen mededelen of zij van de gelegenheid tot bewijslevering door getuigen en zo ja, door hoeveel, gebruik maakt, en met een opgave van de verhin¬derdata van alle betrokkenen in de eerstvolgende drie maanden, waarna een dag voor getuigenverhoor zal worden bepaald dan wel wordt voortgeprocedeerd;

in conventie en reconventie

5.3. houdt ieder verdere beslissing aan

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2007.?