Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BC0124

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-10-2007
Datum publicatie
18-12-2007
Zaaknummer
860001 DX EXPL 07-1117
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

effectenlease, artikel 1:88 BW, overlijden procespartij

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: 860001 DX EXPL 07-1117

Vonnis van 17 oktober 2007

F.no.: 583

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

1. [EISER]

nader te noemen [Eiser]

en

2. [EISERES]

nader te noemen [Eiseres]

wonende te [woonplaats]

eisers

gemachtigde: F. Kapiteijn (JuroFoon)

t e g e n

DEXIA BANK NEDERLAND N.V.

gevestigd te Amsterdam

nader te noemen Dexia

gedaagde

gemachtigde: Swier & Van der Weijden GDW

Procedure

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 2 april 2007, met producties

- de conclusie van antwoord van Dexia, met producties;

- een afschrift van een verklaring van [Eiser] en [Eiseres] van de opt-out verklaring als bedoeld in artikel 7:908 lid 2 Burgerlijke Wetboek (BW), waarin zij verklaren niet aan de verbindendverklaring gebonden te willen zijn.

Bij tussenvonnis van 20 juni 2007 is [Eiser] en [Eiseres] verzocht aanvullende stukken in het geding te brengen.

Vervolgens zijn ontvangen:

- stukken van de zijde van [Eiser] en [Eiseres] waarin de gevraagde gegevens worden overgelegd en tevens melding wordt gemaakt van het overlijden van [Eiser];

- een brief d.d. 29 juni 2007 van [Eiseres] waarin zij kenbaar maakt de procedure, mede als erfgenaam van haar overleden echtgenoot, te willen voortzetten;

- een antwoordakte van de zijde van Dexia;

- een verklaring van [Eiseres] omtrent voortzetting van de procedure, waarbij zij te kennen heeft gegeven de procedure namens haarzelf en als erfgename van [Eiser] voort te willen zetten.

Nu de zaak zich niet leent voor een verschijning van partijen en [Eiseres] bij genoemde brief van 29 juni 2007 tevens te kennen heeft gegeven geen behoefte te hebben aan verdere conclusiewisseling, kan aanstonds vonnis worden gewezen.

De kantonrechter heeft kennis genomen van het bericht van overlijden van [Eiser]. Nu door belanghebbende(n) geen schorsing van het geding is aangezegd, is [Eiser] procespartij gebleven en zal hij daarom in dit vonnis worden genoemd, als ware hij nog in leven.

Gronden van de beslissing

Indeling van het vonnis

Het vonnis heeft de volgende onderdelen:

1. Feiten

2. Vorderingen [Eiser] en [Eiseres]

3. Standpunten [Eiser] en [Eiseres]

4. Standpunten Dexia

5. Beoordeling van de vorderingen

1. Feiten

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V. (hierna: Labouchere). Waar hierna sprake is van Dexia wordt (worden) haar rechtsvoorgangster(s) daaronder mede begrepen.

1.2. [Eiser] en [Eiseres] waren bij het aangaan van de hieronder bedoelde overeenkomsten met elkaar gehuwd.

1.3. Op of omstreeks 24 februari 2000 heeft [Eiseres] een lease-overeenkomst ondertekend met de naam Capital Effect waarop zij als lessee staat vermeld, met als wederpartij Labouchere (hierna: lease-overeenkomst 1). Deze overeenkomst is aangegaan onder nummer 21682147 voor een periode van 240 maanden. De overeenkomst bepaalt onder meer dat [Eiseres] in totaal voor een aankoopsom (hoofdsom) van € 10.723,19 aandelen leaset en dat zij 240 maandelijkse termijnen van telkens € 114,35 verschuldigd is. De totale leasesom beloopt € 27.444,00 waarin begrepen € 16.720,81 rente.

1.4. [Eiseres] heeft ter zake van lease-overeenkomst 1 60 maandelijkse termijnen bij vooruitbetaling met 20% korting aan Dexia betaald, zijnde € 5.488,80, alsmede 24 maandelijkse termijnen van € 114,35, zijnde € 2.744,40, derhalve een totaalbedrag van € 8.233,20.

1.5. [Eiser] heeft aan [Eiseres] geen schriftelijke toestemming verleend voor het aangaan van lease-overeenkomst 1.

1.6. Bij brief van 9 februari 2003 heeft [Eiser] met een beroep op artikel 1:89 BW de nietigheid ingeroepen van lease-overeenkomst 1, althans vernietiging in rechte aangekondigd, en terugbetaling gevorderd binnen een termijn van 14 dagen.

1.7. Op of omstreeks 3 maart 2000 heeft Eiser een lease-overeenkomst ondertekend met de naam Profit Effect waarop hij als lessee staat vermeld, met als wederpartij Labouchere (hierna: lease-overeenkomst 2). Deze overeenkomst is aangegaan onder nummer 56081387 voor een periode van 120 maanden. De overeenkomst bepaalt onder meer dat [Eiser] in totaal voor een aankoopsom (hoofdsom) van € 6.713,52 aandelen leaset en dat hij 36 maandelijkse termijnen van telkens € 69,37 verschuldigd is. Na ommekomst van deze 36 maanden geldt, afhankelijk van de koersontwikkeling van de geleasede effecten, mogelijk een ander maandbedrag. De totale leasesom beloopt € 15.037,92 waarin begrepen € 8.324,40 rente.

1.8. [Eiser] heeft ter zake van lease-overeenkomst 2 aan Dexia betaald 82 maandelijkse termijnen, zijnde een bedrag van € 5.688,34.

1.9. [Eiseres] heeft aan [Eiser] geen schriftelijke toestemming verleend voor het aangaan van lease-overeenkomst 2.

1.10. Bij brief van 9 februari 2003 heeft [Eiseres] met een beroep op artikel 1:89 BW de nietigheid ingeroepen van lease-overeenkomst 2, althans vernietiging in rechte aangekondigd, en terugbetaling gevorderd binnen een termijn van 14 dagen.

1.11. Lease-overeenkomsten 1 en 2 zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als de lease-overeenkomsten.

2. Vorderingen [Eiser] en [Eiseres]

[Eiser] en [Eiseres] vorderen bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. te verklaren voor recht dat lease-overeenkomst 1 bij de onder 1.6 bedoelde brief door [Eiser] is vernietigd;

2. Dexia te veroordelen tot betaling van € 8.233,20 aan Eiser wegens hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der buitengerechtelijke vernietiging tot aan de dag der algehele voldoening;

3. te verklaren voor recht dat lease-overeenkomst 2 bij de onder 1.10 bedoelde brief door [Eiseres] is vernietigd;

4. Dexia te veroordelen tot betaling van € 5.688,34 aan [Eiseres] wegens hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der buitengerechtelijke vernietiging tot aan de dag der algehele voldoening;

5. [Eiser] en [Eiseres] te bevrijden van eventuele door Dexia (toekomstig) te vorderen bedragen, voortvloeiende uit de lease-overeenkomsten;

6. Dexia te veroordelen om het Bureau Kredietregistratie (BKR) te verzoeken de kredietregistratie in het Centraal Krediet Informatiesysteem te verwijderen, voor zover betrekking hebbend op de lease-overeenkomsten, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.150,00 per dag, waaronder begrepen een dagdeel, dat Dexia hiermee in gebreke blijft;

7.Dexia te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.Standpunten [Eiser] en [Eiseres]

3.1. [Eiser] en [Eiseres] stellen dat de lease-overeenkomsten moeten worden aangemerkt als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW en dus als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A:1576 BW. Derhalve behoefden zij beiden voor het aangaan van de respectieve overeenkomsten elkaars toestemming ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat deze (schriftelijke) toestemming niet is verleend, hebben beiden de door de andere echtgenoot gesloten overeenkomst rechtsgeldig kunnen vernietigen.

3.2. Volgens eisers is Dexia aansprakelijk voor de door hen geleden schade. De schade bestaat volgens [Eiser] en [Eiseres] uit alle financiële gevolgen van het aangaan van de lease-overeenkomsten, althans uit de reeds door hen betaalde bedragen.

3.3. Volgens eisers is Dexia wettelijke rente verschuldigd over alle betaalde bedragen ingaande de datum van de buitengerechtelijke vernietigingen, zijnde 9 februari 2003.

4. Standpunten Dexia

4.1. Dexia betwist de vorderingen van [Eiser] en [Eiseres] en voert - kort gezegd – aan dat de lease-overeenkomsten niet kunnen worden aangemerkt als huurkoop.

4.2. Voorts voert Dexia aan dat geen sprake is van vernietigbaarheid als bedoeld in artikel 1:89 BW omdat – kort gezegd – artikel 1:88 BW geen betrekking heeft op vermogensrechten als de onderhavige, geen sprake is van huurkoop bij gebrek aan aflevering en omdat partijen niet hebben beoogd om de afnemer(s) de effecten te doen verkrijgen. Dexia stelt verder dat de huwelijkspartner de in artikel 1:88 BW bedoelde toestemming ook op andere wijze dan schriftelijk kan verlenen en dat [Eiser] en [Eiseres] dit over en weer ook gedaan hebben.

5. Beoordeling van de vorderingen

5.1. In het vonnis van deze rechtbank van 27 april 2007, LJN nummer BA3914, zijn in een soortgelijk geschil een aantal rechtsvragen beantwoord en beoordelingsmaatstaven gegeven, waarvan voor dit geding met name van belang zijn:

- huurkoop en bevoegdheid (rov 8.1);

- artikel 1:88/1:89 BW (rov 8.2);

De kantonrechter neemt de overwegingen uit het vonnis van 27 april 2007 op deze onderdelen over, voor zover daarvan niet hierna wordt afgeweken. In het onderhavige geval komt dan neer op het volgende.

Huurkoop en artikel 1:88/1:89.

5.2. Lease-overeenkomsten als de onderhavige worden aangemerkt als huurkoop.

5.3. Artikel 1:88 lid 1 onder d BW is op de lease-overeenkomsten van toepassing. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende de daar bedoelde toestemming voor de lease-overeenkomsten ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN: AZ9721, rov 2.12.3). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, hadden [Eiser] en [Eiseres] de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid ten aanzien van de door de andere echtgenoot gesloten lease-overeenkomst.

5.4. De verjaringstermijn voor dit beroep is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW 3 jaar.

De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Derhalve zijn de lease-overeenkomsten tijdig vernietigd en dienen alle betalingen van Eiser en Eiseres aan Dexia ter zake van de lease-overeenkomsten te worden gerestitueerd.

Wettelijke rente

5.5.De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar over de hiervoor onder 1.4 en 1.8 genoemde totaalbedragen vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim was, zijnde het moment waarop de door [Eiser] en [Eiseres] in hun onder 1.6 en 1.10 genoemde brieven genoemde betalingstermijn verstreek, derhalve met ingang van 24 februari 2003.

5.6 Ter zake van lease-overeenkomst 1 is door [Eiseres] aan Dexia bij vooruitbetaling een bedrag van € 5.488,80 betaald. De wettelijke rente over dit bedrag is verschuldigd vanaf 24 februari 2003.

5.7 In de periode vanaf februari 2005 tot en met januari 2007 zijn door [Eiseres] vervolgens 24 maandelijkse termijnen betaald van € 114,35. De wettelijke rente over deze bedragen wordt toegekend telkenmale vanaf het moment van betaling.

5.8 Ter zake van lease-overeenkomst 2 zijn tot 24 februari 2003 door [Eiser] aan Dexia betaald 36 maandelijkse termijnen van € 69,37, zijnde een bedrag van € 2.497,32. De wettelijke rente over dit bedrag is verschuldigd vanaf 24 februari 2003.

5.9 In de periode vanaf februari 2003 tot en met januari 2007 zijn door [Eiser] vervolgens 46 maandelijkse termijnen betaald van € 69,37. De wettelijke rente over deze bedragen wordt toegekend telkenmale vanaf het moment van betaling.

BKR registratie

5.10. Nu [Eiser] en [Eiseres] ingevolge dit vonnis geen betalingsverplichtingen jegens Dexia meer hebben, zal de vordering met betrekking tot de BKR-registratie worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en de termijn waarbinnen Dexia aan haar na te melden verplichting moet voldoen zal worden gesteld op tien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis.

Overige stellingen

5.11.De overige stellingen van partijen behoeven geen behandeling meer.

Proceskosten

5.12. Gelet op de uitslag van de procedure dient Dexia te worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitvoerbaar bij voorraad

5.13. Er is bij afweging van de belangen van beide partijen bij de onderhavige uitspraak onvoldoende aanleiding het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Overig

5.14. Nadat aan dit vonnis is voldaan zullen partijen geen verplichtingen meer jegens elkaar hebben uit de onderhavige rechtsverhoudingen. De eigendom van de in het kader van de lease-overeenkomsten gekochte effecten is bij Dexia verbleven.

Beslissing

De kantonrechter:

I. verklaart voor recht dat artikel 1:88 BW op de lease-overeenkomsten van toepassing is en dat de lease-overeenkomsten derhalve buitengerechtelijk vernietigd zijn;

II. veroordeelt Dexia aan [Eiser] en [Eiseres] te voldoen:

- € 8.233,20 als hoofdsom ter zake van lease-overeenkomst 1;

- de wettelijke rente over € 5.488,80 vanaf 24 februari 2003 tot aan de dag der voldoening;

- de wettelijke rente over de vanaf 24 februari 2003 uit hoofde van lease-overeenkomst 1 betaalde bedragen vanaf het moment van betaling tot aan de dag der voldoening;

- € 5.688,34 als hoofdsom ter zake van lease-overeenkomst 2;

- de wettelijke rente over € 2.497,32 vanaf 24 februari 2003 tot aan de dag der voldoening;

- de wettelijke rente over de vanaf 24 februari 2003 uit hoofde van lease-overeenkomst 2 betaalde bedragen vanaf het moment van betaling tot aan de dag der voldoening;

III.veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [Eiser] en [Eiseres] gevallen, tot op heden begroot op:

- voor verschuldigd griffierecht € 199,00

- voor het exploot van dagvaarding € 84,31

- voor salaris van gemachtigde € 300,00

In totaal: € 583,31

een en ander, voor zover verschuldigd, inclusief BTW;

IV. veroordeelt Dexia om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Krediet Registratie te Tiel te berichten dat [Eiser] en [Eiseres] geen verplichtingen uit de lease-overeenkomsten meer hebben, op straffe van een dwangsom van € 100,- voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,-;

V. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

VI. wijst het meer of anders gevorderde af;

Aldus gewezen door mr. M.S.F. Voskens, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter