Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BC0101

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-10-2007
Datum publicatie
18-12-2007
Zaaknummer
DX 07-183
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease, artikel 1:88 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Rolnummer: DX 07-183

Vonnis van: 10 oktober 2007

F.no.: 583

Vonnis van de kantonrechter

i n z a k e

[EISERES]

nader te noemen [Eiseres]

en

[EISER]

nader te noemen [Eiser]

beiden wonende te Rotterdam,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie

gemachtigde: mr. M.P.M. Fruytier,

t e g e n:

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

nader te noemen Dexia,

gemachtigde: dw. P. Swier.

Procedure

De volgende processtukken zijn ingediend:

- de dagvaarding van 23 januari 2007, met producties.

- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie, van Dexia, met producties.

Bij tussenvonnis van 28 maart 2007 is een comparitie bepaald die heeft plaatsgevonden op 13 juni 2007.

Van hetgeen besproken is ter comparitie is proces-verbaal gemaakt.

Voorafgaand aan deze comparitie zijn door [Eiseres] en [Eiser] per brief van 11 juni 2007 aanvullende stukken ingediend. Tevens is de conclusie van antwoord in reconventie ontvangen.

Ter comparitie is bepaald dat ieder van partijen nog bij akte nadere inlichtingen diende te verstrekken. Hierop hebben beide partijen een akte genomen, welke in het geval van [Eiseres] en [Eiser] nog per brief is gecorrigeerd.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

Gronden van de beslissing

Indeling van het vonnis

1. Feiten

2. Vorderingen [Eiseres] en [Eiser] in conventie

3. Standpunten [Eiseres] en [Eiser]

4. Standpunten Dexia

5. Vorderingen Dexia in reconventie

6. Verweer in reconventie

7. Beoordeling van de vorderingen in conventie en reconventie.

1. Feiten

In conventie en in reconventie

Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1. Dexia is de rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V. (hierna: Labouchere). Waar hierna sprake is van Dexia wordt (worden) haar rechtsvoorgangster(s) daaronder mede begrepen.

1.2. Op of omstreeks 14 augustus 2001 heeft Eiseres een lease-overeenkomst ondertekend met de naam Triple Efect Vooruitbetaling waarop zij als lessee stond vermeld, met als wederpartij Labouchere (hierna: de lease-overeenkomst). Deze overeenkomst is aangegaan onder nummer 54000150 voor een periode van 36 maanden. De overeenkomst bepaalt onder meer dat [Eiseres] in totaal voor een aankoopsom (hoofdsom) van € 19.150,56 aandelen least en dat [Eiseres] één vooruit te betalen rentetermijn van € 3.616,56 verschuldigd was. [Eiseres] heeft dit bedrag voldaan. De totale leasesom beliep € 22.767,12, waarin de vooruitbetaalde rente was begrepen. Per 13 augustus 2004 is deze overeenkomst geëxpireerd.

1.3. Op 13 augustus 2004 heeft Dexia een eindafrekening opgesteld volgens welke Eiseres nog € 10.549,78 verschuldigd was.

1.4. Dexia heeft een bedrag van € 215,32 aan dividenden verrekend met hetgeen Eiseres uit hoofde van de lease-overeenkomst nog aan Dexia verschuldigd was.

1.5. [Eiseres] was ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst gehuwd met [Eiser]. [Eiser] heeft aan [Eiseres] geen schriftelijke toestemming verleend voor het

aangaan van de lease-overeenkomst.

1.6. Bij brief van 8 september 2004 heeft [Eiser] met een beroep op artikel 1:89 BW de nietigheid ingeroepen van de lease-overeenkomst en terugbetaling gevorderd op een termijn van 7 dagen.

2. Vorderingen Eiseres en Eiser in conventie

[Eiseres] en [Eiser] vorderen bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren voor recht dat de lease-overeenkomst nietig dan wel vernietigd is wegens strijd met de wet op het Consumentenkrediet (WCK) dan wel bij de onder 1.6 bedoelde brief buitengerechtelijk is vernietigd, en Dexia te veroordelen tot betaling van € 3.636,36 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2001 en te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten.

Voorts vorderen [Eiseres] en [Eiser] dat Dexia zijn registratie bij het Bureau Kredietregistratie te Tiel ongedaan maakt.

3. Standpunten [Eiseres] en [Eiser]

3.1. [Eiseres] en [Eiser] stellen dat de lease-overeenkomst moet worden aangemerkt als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW en derhalve als koop op afbetaling in de zin van artikel 7A:1576 BW en dus de toestemming behoefde van Echtgenoot ingevolge artikel 1:88 lid 1 sub d BW. Omdat [Eiser] deze (schriftelijke) toestemming niet verleend heeft, heeft [Eiser] de overeenkomst rechtsgeldig kunnen vernietigen.

[Eiseres] legt voorts aan haar vorderingen hoofdzakelijk ten grondslag dat de overeenkomst nietig is wegens strijd met de WCK, dat zij door toedoen van Dexia heeft gedwaald, althans dat sprake is van misbruik van omstandigheden, Dexia tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht(en) en/of onrechtmatig heeft gehandeld.

3.2. Volgens [Eiseres] is Dexia aansprakelijk voor de door haar geleden schade. De schade bestaat volgens [Eiseres] uit alle financiële gevolgen van het aangaan van de lease-overeenkomst, althans uit de reeds door haar betaalde bedragen, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten.

3.3. Voor zover de vorderingen zijn ingesteld door [Eiser] zijn deze gebaseerd op artikel 1:89 lid 5 BW.

3.4. Volgens [Eiseres] en [Eiser] is Dexia wettelijke rente verschuldigd over alle betaalde bedragen ingaande 14 augustus 2001, de dag van betaling.

4. Standpunten Dexia

4.1. Dexia betwist de vorderingen van Eiseres en Eiser en voert - kort gezegd – aan dat de lease-overeenkomst niet kan worden aangemerkt als huurkoop.

4.2. Voorts voert Dexia aan dat geen sprake is van vernietigbaarheid als bedoeld in artikel 1:89 BW omdat – kort gezegd – artikel 1:88 BW geen betrekking heeft op vermogensrechten als de onderhavige, er geen sprake is van huurkoop bij gebrek aan aflevering en omdat partijen niet hebben beoogd om de afnemer de effecten te doen verkrijgen. Dexia stelt verder dat de huwelijkspartner de in artikel 1:88 BW bedoelde toestemming ook op andere wijze dan schriftelijk kan verlenen en dat Eiser dit ook gedaan heeft. Tenslotte is het recht om de lease-overeenkomst op deze grond te vernietigen volgens Dexia verjaard.

4.3. Dexia betwist dat de lease-overeenkomst door dwaling tot stand is gekomen, dat zij tekort zou zijn geschoten in de nakoming van haar zorgplicht(en) of dat zij onrechtmatig zou hebben gehandeld. Volgens Dexia beschikte [Eiseres] bij het aangaan van de lease-overeenkomst over alle relevante informatie. Dexia betwist dat de WCK van toepassing is op de lease-overeenkomst.

4.4. Tenslotte betwist Dexia de schade, althans betwist zij daarvoor aansprakelijk te zijn.

5. Vorderingen Dexia in reconventie

5.1. In reconventie vordert Dexia [Eiseres] te veroordelen tot betaling van € 10.334,43, zijnde het na verrekening van een bedrag van € 215,32 aan dividenden resterende saldo van de door Dexia opgestelde eindafrekening, vermeerderd met de rente en kosten, stellende dat [Eiseres] in verzuim is met de nakoming van haar verplichtingen uit de lease-overeenkomst.

6. Verweer in reconventie

Onder verwijzing naar het debat in conventie voeren [Eiseres] en [Eiser] naar aanleiding van de tegenvordering van Dexia aan dat zij niet in verzuim zijn nu de lease-overeenkomst op goede gronden buitengerechtelijk is vernietigd, dan wel vernietigd dient te worden.

7. Beoordeling van de vorderingen in conventie en reconventie

7.1. In het vonnis van deze rechtbank van 27 april 2007, LJN nummer BA 3914, zijn in een soortgelijk geschil een aantal rechtsvragen beantwoord en beoordelingsmaatstaven gegeven, waarvan voor dit geding met name van belang zijn de beoordeling van de vraag over de toepasselijkheid van artikel 1:88/1:89 BW (rov 8.2 in het voornoemde vonnis).

De kantonrechter neemt de overwegingen uit het vonnis van 27 april 2007 op deze onderdelen over, voor zover daarvan niet hierna wordt afgeweken. De stellingen in conventie en in reconventie zullen zoveel mogelijk gezamenlijk behandeld worden. In het onderhavige geval komt dan neer op het volgende.

Huurkoop; bevoegdheid en artikel 1:88/1:89.

7.2. Een lease-overeenkomst als de onderhavige wordt aangemerkt als huurkoop.

7.3. Artikel 1:88 lid 1 onder d BW is op deze lease-overeenkomst van toepassing. Nu volgens artikel 7A:1576i BW huurkoop bij akte wordt aangegaan, diende de daar bedoelde toestemming voor de lease-overeenkomst ook schriftelijk te worden gegeven (vgl. het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 1 maart 2007, LJN: AZ9721, rov 2.12.3). Aangezien deze schriftelijke toestemming ontbreekt, had [Eiser] de bevoegdheid een beroep te doen op de hier bedoelde vernietigbaarheid.

7.4. De verjaringstermijn voor dit beroep is op grond van artikel 3:52 lid 1 sub d BW 3 jaar.

De termijn vangt aan op het moment dat degene aan wie de bevoegdheid tot vernietiging toekomt bekend wordt met de overeenkomst. Niet noodzakelijk is dat deze bekend is met de juridische kwalificatie van die overeenkomst (vgl. HR 5 januari 2007, RvdW 2007, 68 en LJN: AY8771). Nu Dexia stelt dat het vernietigingsrecht van artikel 1:89 BW verjaard is, ligt de bewijslast daarvan bij Dexia. De stelling van Dexia dat er in de Nederlandse gezinsverhoudingen van uitgegaan mag worden dat de echtgenoot er steeds van op de hoogte is wanneer de partner investeringen als de onderhavige doet, moge in veel gevallen juist zijn maar is onvoldoende om deze bekendheid ook aan te nemen in gevallen waarin die bekendheid gemotiveerd wordt betwist. Aan deze eis van gemotiveerde betwisting hebben [Eiseres] en [Eiser] voldaan, doordat zij gesteld hebben dat [Eiseres] de verschuldigde vooruitbetaalde rente heeft voldaan van haar eigen rekening, [Eiser] de Nederlandse taal nauwelijks machtig is en geen brieven of andere poststukken leest en [Eiseres] heeft verklaard dat zij haar man eerst van het bestaan van de overeenkomst heeft ingelicht op het moment dat zij de eindafrekening kreeg, welke verklaring door [Eiser] is bevestigd.

7.5. In dit licht heeft Dexia haar stelling dat [Eiser] de overeenkomst na het verstrijken van de verjaringstermijn heeft vernietigd, onvoldoende met feiten onderbouwd, zodat die stelling gepasseerd dient te worden en er geen aanleiding is Dexia ter zake tot bewijs toe te laten. Er moet derhalve van worden uitgegaan dat [Eiser] de overeenkomst tijdig heeft vernietigd. Dientengevolge dienen alle betalingen van [Eiseres] aan Dexia ter zake van de lease-overeenkomst te worden gerestitueerd, verminderd met hetgeen [Eiseres] ter zake van die overeenkomst van Dexia ontvangen heeft, zoals uitgekeerde dividenden.

7.6. In onderhavig geval heeft [Eiseres] eenmalig een bedrag van € 3.636,36 aan Dexia betaald. Door Dexia zijn geen dividenden aan [Eiseres] uitgekeerd.

Wettelijke rente

7.7. De gevorderde wettelijke rente is derhalve toewijsbaar over € 3.636,36 vanaf het moment waarop Dexia met de terugbetaling in verzuim was, zijnde het moment waarop de door [Eiser] in zijn onder 1.6 bedoelde brief genoemde betalingstermijn verstreek, derhalve met ingang van 15 september 2004.

Buitengerechtelijke kosten

7.8. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden toegewezen berekend over het toegewezen bedrag naar het bij deze sector kanton gebruikelijke tarief, neerkomende op € 450,00.

BKR registratie

7.9. Nu [Eiseres] ingevolge dit vonnis geen betalingsverplichtingen jegens Dexia meer heeft , zal de vordering met betrekking tot de BKR-registratie worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gematigd en de termijn waarbinnen Dexia aan haar na te melden verplichting moet voldoen zal worden gesteld op tien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis.

7.10. De overige stellingen van partijen in conventie behoeven geen behandeling meer.

Vordering in reconventie

7.11. Uit het voorgaande volgt dat de door Dexia ingestelde reconventionele vordering dient te worden afgewezen. Gelet op de strekking van artikel 1:88 BW is voor toepassing van artikel 6:278 BW in dit geval geen plaats.

Proceskosten

7.12. Gelet op de uitslag van de procedure in conventie en in reconventie dient Dexia te worden veroordeeld in de kosten van het geding in conventie en reconventie.

Uitvoerbaar bij voorraad

7.13. Er is bij afweging van de belangen van beide partijen bij de onderhavige uitspraak onvoldoende aanleiding het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Overig

7.14. Nadat aan dit vonnis is voldaan zullen partijen geen verplichtingen meer jegens elkaar hebben uit de onderhavige rechtsverhouding. De eigendom van de in het kader van de lease-overeenkomst gekochte effecten is bij Dexia verbleven.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie

I. verklaart voor recht dat artikel 1:88 BW op de lease-overeenkomst van toepassing is en dat de lease-overeenkomst derhalve buitengerechtelijk vernietigd is;

II. veroordeelt Dexia aan eisers te voldoen:

- € 3.636,36 als hoofdsom;

- € 450,00 als buitengerechtelijke incassokosten;

- de wettelijke rente over € 3.636,36 vanaf 15 september 2004 tot aan de dag der voldoening;

III. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [Eiseres] en [Eiser] gevallen, tot op heden begroot op:

- voor verschuldigd griffierecht € 199,00

- voor het exploot van dagvaarding € 84,31

- voor salaris van gemachtigde € 400,00

In totaal: € 683,31

één en ander, voorzover verschuldigd, inclusief BTW;

waarvan te betalen aan [Eiseres] € 49,75 en aan de griffier van deze rechtbank € 633,56.

IV. veroordeelt Dexia om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis het Bureau Krediet Registratie te Tiel te berichten dat [Eiseres] geen verplichtingen uit de onderhavige overeenkomst meer heeft, op straffe van een dwangsom van € 100,- voor elke dag dat Dexia niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,-;

V. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

VI. wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

VII. wijst de vordering af;

VIII. veroordeelt Dexia in de kosten van de procedure aan de zijde van [Eiseres] gevallen, tot op heden begroot op € 100,00.

Aldus gewezen door mr. R.A.J. van der Linden, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter