Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BB7732

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-10-2007
Datum publicatie
13-11-2007
Zaaknummer
AWB 06/3987
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkheid bezwaar.

Eiseres exploiteert een garage en stelt schade te lijden als gevolg van een verkeersbesluit van de gemeente. Ambtshalve oordelend stelt de rechtbank vast dat het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn is ingediend. Zelf in de zaak voorziend verklaart de rechtbank het bezwaar niet-ontvankelijk. Aan een inhoudelijke beoordeling van de gronden van eiseres komt de rechtbank niet toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Amsterdam

Sector Bestuursrecht Algemeen

meervoudige kamer

UITSPRAAK

in het geding met reg.nr. AWB 06/3987 WET

tussen:

Louwman Amsterdam BV, gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. L. de Kok,

en:

het Dagelijks Bestuur van het Stadsdeel Amsterdam Zuid-Oost,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. D.R. van Ee.

1. PROCESVERLOOP

De rechtbank heeft op 2 augustus 2006 een beroepschrift ontvangen, gericht tegen het besluit van verweerder van 20 juni 2006 (hierna aangeduid als: het bestreden besluit).

Het onderzoek is gesloten ter zitting van 6 september 2007.

2. OVERWEGINGEN

Eiseres exploiteert een garage met wastunnel aan [adres] 3 te Amsterdam Zuid-Oost. In verband met de herinrichting van het gebied heeft verweerder ter hoogte van het bedrijf van eiseres diverse infrastructurele werkzaamheden uitgevoerd, waaronder het aanleggen van een vrije busbaan.

Bij (verkeers)besluit van 28 augustus 2001 heeft verweerder besloten om op deze busbaan de tekst “lijnbus” aan te brengen en dit weggedeelte aan te wijzen als busbaan voor lijnbussen.

Eiseres stelt als gevolg van de uitgevoerde werkzaamheden schade te hebben geleden.

Bij schrijven van 6 oktober 2003 heeft eiseres verweerder voor deze schade, geleden in de periode oktober 2001 tot en met december 2002, aansprakelijk gesteld.

Bij besluit van 13 mei 2005 heeft verweerder dit verzoek om schadevergoeding afgewezen. Het hiertegen gemaakte bezwaar heeft verweerder bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

De rechtbank oordeelt ambtshalve het volgende.

Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken.

Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.

Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring niettemin achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

De rechtbank stelt vast dat het primaire besluit bekend gemaakt is op 13 mei 2005. Dit betekent dat de termijn waarbinnen eiseres een bezwaarschrift kon indienen aanving op 14 mei 2005 en dat de laatste dag van deze termijn 24 juni 2005 was.

Eiseres heeft het bezwaarschrift van 27 juni 2005 derhalve niet binnen de wettelijke termijn ingediend. Niet is gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb.

Verweerder had het bezwaarschrift dan ook niet-ontvankelijk moeten verklaren.

Nu verweerder het bezwaarschrift van eiseres ongegrond heeft verklaard, zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen.

Omdat verweerder na vernietiging geen ander besluit kan nemen dan het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien. Doende hetgeen verweerder had behoren te doen zal de rechtbank het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren.

Aan een inhoudelijke beoordeling van de gronden van eiseres komt de rechtbank, gezien het voorgaande, niet toe.

De rechtbank zal verweerder, met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb, veroordelen in de door eiseres in verband met de behandeling van het beroep gemaakte kosten. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 644,-.

De rechtbank zal tevens bepalen, op grond van het bepaalde in artikel 8:74, lid 1, van de Awb, dat de gemeente Amsterdam het door eiseres betaalde griffierecht van € 281,- dient te vergoeden.

3. BESLISSING

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- verklaart het bezwaarschrift van eiseres van 27 juni 2005 tegen het besluit van verweerder van 13 mei 2005 niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 644,-, te betalen door de gemeente Amsterdam aan eiseres;

- bepaalt dat de gemeente Amsterdam het griffierecht van € 281,- aan eiseres dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan op 1 oktober 2007 door mr. J.P. Smit, voorzitter, en mrs. C.G. Meeder en W. den Ouden, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. van Hoeven, griffier,

en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.

de griffier

de voorzitter

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan gedurende zes weken na toezending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te ’s Gravenhage.

Afschrift verzonden op:

DOC: B