Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BB4237

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-09-2007
Datum publicatie
25-09-2007
Zaaknummer
13/528060-06 (zaak A) en 13/012763-04 (zaak B)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens misbruik van minderjarigen en het bezit van kinderporno.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/528060-06 (zaak A) en 13/012763-04 (zaak B)

Datum uitspraak: 25 september 2007

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], gedetineerd in het Huis van Bewaring “Zwaag” te Zwaag.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, ter terechtzitting van 20 juni 2006, gevoegd. Deze zaken worden hierna genoemd respectievelijk zaak A en zaak B.

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 7 april 2006, 20 juni 2006, 15 september 2006, 15 november 2006, 6 februari 2007, 17 april 2007, 10 juli 2007 en 11 september 2007.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaardingen, waarvan kopieën als bijlagen aan dit vonnis zijn gehecht. De in die dagvaardingen vermelde telasteleggingen gelden als hier ingevoegd.

2. Voorvragen

3. Waardering van het bewijs

3.1. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen in zaak B primair is telastegelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het vertonen van afbeeldingen waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, gelet op de relatief korte periode waarin verdachte zich hieraan heeft schuldig gemaakt en het handelen van verdachte naar het oordeel van de rechtbank evenmin een beroepsmatig karakter draagt.

3.2 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

ten aanzien van het in zaak A onder 1 telastegelegde:

in de periode van 1 februari 2001 tot en met 31 december 2003 te Amsterdam, met jongens, te weten [slachtoffer1] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer2] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer3] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer4] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer5] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer6] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer7] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer8] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer9] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer10] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer11] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer12] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer13] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer14] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer15] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd en die [slachtoffer1] en [slachtoffer2] en [slachtoffer3] en [slachtoffer4] en [slachtoffer5] en [slachtoffer6] en [slachtoffer7] en [slachtoffer8] en [slachtoffer9] en [slachtoffer10] en [slachtoffer11] en [slachtoffer12] en [slachtoffer13] en [slachtoffer14] en [slachtoffer15] tot het plegen of dulden van zodanige handelingen buiten echt met een derde heeft verleid, bestaande die ontuchtige handelingen uit het aftrekken van die [slachtoffer1] en [slachtoffer13] en [slachtoffer12] en het wrijven over de billen van [slachtoffer1] en het betasten van en/of wrijven over de penis en/of ballen van [slachtoffer4] en [slachtoffer2] en het pijpen van [slachtoffer12] en het zichzelf aftrekken in het bijzijn van een of meer jongens en het laten aftrekken van hem, verdachte door een of meer jongens en het door meerdere jongens elkaar of zichzelf laten aftrekken en het door meerdere jongens laten betasten en kussen van elkaars billen en het meerdere jongens hun penis in een gat van een porseleinen of stenen beeldje laten stoppen en het meerdere jongens laten strippen en het meerdere jongens naakt op het balkon en op de tafel laten staan en naakt door het huis laten rennen en het naakt laten opdrukken en naakt laten darten;

en

in de periode van 1 februari 2001 tot en met 31 december 2003 te Amsterdam, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en opleiding en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer1] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer2] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer3] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer4] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer5] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer6] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer7] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer8] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer9] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer10] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer11] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer12] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer13] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer14] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer15] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd en die [slachtoffer1] en [slachtoffer2] en [slachtoffer3] en [slachtoffer4] en [slachtoffer5] en [slachtoffer6] en [slachtoffer7] en [slachtoffer8] en [slachtoffer9] en [slachtoffer10] en [slachtoffer11] en [slachtoffer12] en [slachtoffer13] en [slachtoffer14] en [slachtoffer15] tot het plegen of dulden van zodanige handelingen buiten echt met een derde heeft verleid, bestaande die ontuchtige handelingen uit het aftrekken van die [slachtoffer1] en [slachtoffer13] en [slachtoffer12] en het wrijven over de billen van [slachtoffer1] en het betasten van en/of wrijven over de penis en/of ballen van [slachtoffer4] en [slachtoffer2] en het pijpen van [slachtoffer12] en het zichzelf aftrekken in het bijzijn van een of meer jongens en het laten aftrekken van hem, verdachte door een of meer jongens en het door meerdere jongens elkaar of zichzelf laten aftrekken en het door meerdere jongens laten betasten en kussen van elkaars billen en het meerdere jongens hun penis in een gat van een porseleinen of stenen beeldje

laten stoppen en het meerdere jongens laten strippen en het meerdere jongens naakt op het balkon en op de tafel laten staan en naakt door het huis laten rennen en het naakt laten

opdrukken en naakt laten darten;

ten aanzien van het in zaak A onder 2 telastegelegde

in de periode van 1 juli 2005 tot en met 6 maart 2006 te Amsterdam en/of Hoofddorp, met [slachtoffer16], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij verdachte die [slachtoffer16] afgetrokken en zijn, verdachtes, penis in de anus van die [slachtoffer16] gebracht en de penis van die [slachtoffer16] in zijn, verdachtes, mond gebracht en die [slachtoffer16] gepijpt en een "dildo" in de anus van die [slachtoffer16] gebracht en zich, verdachte, door die [slachtoffer16] laten pijpen en laten aftrekken;

ten aanzien van het in zaak A onder 3 telastegelegde

hij in de periode van 1 februari 2001 tot en met 31 december 2003 te Amsterdam afbeeldingen en gegevensdragers, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten afbeeldingen en films en DVD’s en computerbestanden en beeldfiles met daarop seksuele gedragingen, bestaande die seksuele gedragingen onder meer uit:

- orale en/of vaginale en/of anale seks van mannen en vrouwen

- het pijpen van mannen door andere mannen

- het spelen met "dildo's" door vrouwen

- poserende vrouwen of meisjes en jongens in een seksueel getinte houding

heeft vertoond aan minderjarigen,

te weten aan jongens genaamd [slachtoffer1] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer2] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer3] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer4] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer5] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer16] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer6] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer7] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer8] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer9] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer10] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer13] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer14] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer15] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer17] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer11] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer12] (geboren op [geboortedatum]),

van wie hij wist dat deze jongens jonger waren dan zestien jaar;

ten aanzien van het in zaak A onder 4. telastegelegde:

in de periode van 1 februari 2001 tot en met 31december 2003 te Amsterdam, [slachtoffer1] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer2] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer3] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer4] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer5] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer6] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer7] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer8] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer9] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer10] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer13] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer14] (geboren op [geboortedatum]) en[slachtoffer15] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer12] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer11] (geboren op [geboortedatum]), die toen de leeftijd van zestien jaar nog niet hadden bereikt, dronken heeft gemaakt, immers heeft verdachte die jongens alcoholhoudende drank gegeven en laten drinken, waardoor die jongens licht in hun hoofd en draaierig en/of aangeschoten werden en/of niet meer wisten wat er gebeurde en/of moesten kokhalzen;

ten aanzien van het in zaak B subsidiair telastegelegde:

in de periode van 22 juli 2002 tot en met 30 september 2002 te Amsterdam, meermalen een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten afbeeldingen en beeldfiles en bestanden van een cd-rom en gegevensdragers/harde schijf van een computer en afbeeldingen vanaf internetsites zoals hierna omschreven, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, telkens heeft ingevoerd en in voorraad heeft gehad

te weten in elk geval - zakelijk weergegeven -

- afbeeldingen en beeldfiles en bestanden, te weten ongeveer 48.000 afbeeldingen, van de internetsite genaamd VirginXBoys, bevattende afbeeldingen van naakte jongens, in leeftijd variërend tussen de ongeveer 9 jaar en ongeveer 14 jaar die geheel of gedeeltelijk naakt poseren (met benen gespreid en met geslachtsdelen nadrukkelijk in beeld gebracht)

en

in de periode van 1 oktober 2002 tot en met 5 oktober 2004 te Amsterdam, meermalen een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten - afbeeldingen en beeldfiles en bestanden van een cd-rom en gegevensdragers/harde schijf van een computer en afbeeldingen vanaf internetsites zoals hierna omschreven, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar

was betrokken telkens heeft ingevoerd en in bezit heeft gehad te weten in elk geval - zakelijk weergegeven

-

afbeeldingen en beeldfiles en bestanden, te weten ongeveer 48.000 afbeeldingen, van de internetsite genaamd VirginXBoys bevattende afbeeldingen van naakte jongens, in leeftijd variërend tussen de ongeveer 9 jaar en ongeveer 14 jaar die geheel of gedeeltelijk naakt

poseren (met benen gespreid en met geslachtsdelen nadrukkelijk in beeld gebracht)

en

- op een gegevensdrager/harde schijf van het merk Western Digital en/of Quantum in totaal ongeveer 1118 kinderpornografische afbeeldingen van jonge jongens en meisjes variërend in de geschatte leeftijd tussen de 4 en 16 jaar oud, welke een poserende houding aannamen en waarbij de nadruk op geslachtsdelen was gelegd of waar uit het totale beeld duidelijk was, dat het om de geslachtsdelen ging en afbeeldingen van jonge jongens die elkaar penetreerden en een volwassen man die een jonge jongen penetreerde en een jonge jongen die zichzelf aftrok en een jong meisje dat een volwassen man aftrok en een jong meisje dat werd gepenetreerd door een volwassen man en jonge kinderen die elkaar tongzoenden en een jong meisje dat anaal werd gepenetreerd door een volwassen man en jonge jongens die elkaar aftrokken en een jonge jongen die een volwassen man pijpte en een jonge jongen die een speen in zijn anus had gestopt en een jong meisje die een volwassen man pijpte

Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem in zaak A onder 1, 2, 3 en 4 en in zaak B primair bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest en dat verdachte ter beschikking zal worden gesteld met dwangverpleging voor de duur van 2 jaren. Ook vordert de officier van justitie toewijzing van de vordering van de benadeelde partijen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De hierna te noemen oplegging van een vrijheidsbenemende straf en een vrijheidsbenemende maatregel is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan alsmede tot het opleggen van een vrijheidsbenemende maatregel in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft met grote frequentie en gedurende een aantal jaren seksuele handelingen verricht met jongeren die hij, als materiaalman van het voetbalelftal waarvan de jongeren deel uitmaakte, onder zijn hoede had. Ook heeft hij deze jongeren tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen verleid. Verdachte heeft hierdoor niet alleen het vertrouwen dat die minderjarigen, maar ook dat de ouders in hem als materiaalman moesten kunnen hebben, ernstig geschaad. Tijdens logeerpartijen van de jongeren in de woning van verdachte, heeft verdachte de jongeren ook pornografische afbeeldingen getoond en de jongeren alcohol verstrekt. De betreffende jongeren waren ten tijde van het plegen c.q. ondergaan van deze handelingen jonger dan zestien jaren. Door het plegen of dulden van deze seksuele handelingen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van de slachtoffers geschonden. Bij slachtoffers van delicten als de hieronder bewezen verklaarde feiten, kunnen lange tijd gevoelens van angst en onzekerheid blijven bestaan, waardoor zij in hun deelname aan het maatschappelijk verkeer ernstig kunnen worden belemmerd. De jongeren hadden een leeftijd waarop zij bezig waren hun seksuele gevoelens te ontdekken en verdachte heeft door zijn gedrag ernstige schade toegebracht in de gezonde ontwikkeling van deze gevoelens. Verdachte heeft zich gedurende al deze jaren van misbruik kennelijk geen enkele rekenschap gegeven van wat de psychische gevolgen van dit misbruik voor de slachtoffers zullen hebben en heeft zijn eigen lustgevoelens laten prevaleren. Uit de verklaringen van de slachtoffers die zich als benadeelde partij in deze zaak hebben gesteld, is naar voren gekomen dat zij nog steeds veel psychische problemen ondervinden van hetgeen hen is overkomen. Veel van zijn slachtoffers hebben door toedoen van verdachte hun voetbalcarriere bij een betaalde voetbal organisatie moeten staken.

Hiernaast heeft verdachte zich bezig gehouden met het verzamelen van kinderporno. Door het in bezit hebben en afnemen van kinderporno wordt de productie daarvan in stand gehouden, terwijl van algemene bekendheid is dat kinderen bij de productie van dergelijke pornomateriaal op mensonwaardige wijze worden geëxploiteerd. Het seksueel misbruik van jeugdigen en de exploitatie daarvan dient niet alleen nationaal, maar ook internationaal op krachtige wijze te worden bestreden en plegers dienen ontmoedigd te worden in de toekomst soortgelijke feiten te plegen.

De rechtbank is van oordeel dat er aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd nu de rechtbank minder bewezen acht dan de officier van justitie en nu verdachte blijkens een uittreksel Justitieel Documentatieregister niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.

Terbeschikkingstelling

De rechtbank heeft acht geslagen op de ten aanzien van verdachte uitgebrachte pro justitia triplerapportage van 12 juli 2006 van [naam], psycholoog en [naam], psychiater. Beide deskundigen zijn van oordeel dat bij verdachte ten tijde van het plegen van het hem in zaak A en in zaak B tenastegelegde sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van pedofilie van het niet-exclusieve type als ook van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis met daarnaast narcistische en borderline kenmerken. Tevens is er volgens de deskundigen sprake van pseudologia fantastica. Deze ziekelijke stoornis beïnvloedde de gedragskeuzes c.q. gedragingen van verdachte tijdens het plegen van het telastegelegde. Verdachte kan naar het oordeel van de deskundigen als verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd. De deskundigen achten een aanzienlijk recidivegevaar aanwezig. Teneinde dit recidivegevaar terug te brengen zal verdachte intensief en langdurig behandeld moeten worden, aldus de deskundigen. Vanwege de noodzaak van continuering van de behandeling, ook als er bij verdachte frustraties en teleurstelling tijdens een behandeling optreden, bestaat er bij de deskundigen een sterke voorkeur voor een tbs, waarbij volgens de deskundigen volstaan kan worden met een tbs met voorwaarden. Mocht een behandeling bij een instelling voor ambulante forensische psychiatrie niet uitvoerbaar blijken, dan zien de deskundigen geen andere mogelijkheid dan te adviseren verdachte een tbs met dwangverpleging op te leggen.

De rechtbank heeft tevens bij haar oordeel betrokken de op de terechtzitting van 17 april 2007 afgelegde verklaring van de navolgende getuigen-deskundigen [naam], psychiater, [naam] en [naam], deze laatste beiden voornoemd.

Deze deskundigen hebben ten aanzien van een eventueel op te leggen straf of maatregel onder meer verklaard dat zij blijven bij het eerder in het door hun opgemaakte rapport gegeven advies inhoudende dat naar hun oordeel (mede) volstaan kan worden met een ter beschikking stelling met voorwaarden.

De rechtbank neemt bovenstaande conclusies over.

De rechtbank heeft naar aanleiding van de terechtzitting van 17 april 2007een interlocutoir vonnis gewezen waarin zij heeft bepaald dat het onderzoek niet volledig is geweest nu de voorwaarden voor een eventueel op te leggen maatregel van ter beschikkingstelling onder voorwaarden, niet zijn geformuleerd. De rechtbank heeft bij voornoemd vonnis bepaald dat zij zich nader door de reclassering wil laten voorlichten over de mogelijkheden van een eventueel op te leggen terbeschikkingstelling onder voorwaarden.

De rechtbank heeft acht geslagen op het ten aanzien van verdachte uitgebrachte maatregelenrapport van de reclassering, naar aanleiding van voornoemd interlocutoir vonnis, gedateerd 7 september 2007, opgemaakt door [naam]. De reclassering geeft in dit rapport aan dat de FPK Assen inschat dat verdachte waarschijnlijk pas over twee en een half jaar in aanmerking kan komen voor een zogenaamde proefbehandeling van drie maanden en dat er elders in Nederland geen alternatieve behandelmogelijkheden voor verdachte voorhanden zijn in het kader van een maatregel TBS met voorwaarden. De reclassering geeft in haar rapport aan de mogelijkheid van het behandelaanbod van de FPK Assen niet in te kunnen passen ten behoeve van een Maatregel TBS met voorwaarden nu verdachte niet aansluitend aan de gevangenisstraf terecht kan bij de FPK Assen.

De reclassering concludeert dat zij niet in staat is om op een verantwoorde wijze uitvoering te geven aan een ter beschikkingstelling onder voorwaarden.

Nu de noodzakelijkheid van een behandeling van verdachte is komen vast te staan en deze noodzaak ook door verdachte wordt onderkend en tevens gelet op de omstandigheid dat een ter beschikking stelling onder voorwaarden na onderzoek door de reclassering onmogelijk is gebleken, resteert naar het oordeel van de rechtbank enkel de maatregel ter beschikkingstelling met dwangverpleging.

Mede aangezien het bewezen geachte een misdrijf is waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel eist en het een misdrijf betreft dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, dient verdachte dan ook ter beschikking gesteld te worden.

De rechtbank acht een zo spoedig mogelijke behandeling van verdachte aangewezen. Zij adviseert dan ook op de voet van het bepaalde in artikel 37b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, onmiddellijk na het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis met de verpleging aan te vangen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer10]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer10], van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in zaak A onder 1, 3 en 4 bewezen geachte feiten, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze immateriële schade op een bedrag van € 1.500,00 (eenduizend vijfhonderd euro). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [slachtoffer10] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer2]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat een deel van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer2] van zo eenvoudige aard is dat dit zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in zaak A onder 1, 3 en 4 bewezen geachte feiten, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert de immateriële schade op een bedrag van € 4.000,00 (vier duizend euro). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer2] ten aanzien van de geleden immateriële schade, is niet van zo eenvoudige aard dat dit zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van [slachtoffer2] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

WIJST af de vordering ten aanzien van de opgevoerde kosten voor kilometervergoeding (€ 18,00) en bijstand ouders (€ 50,00) nu niet is gebleken dat deze kosten als door benadeelde partij [slachtoffer2] geleden schade, rechtstreeks voortvloeiend uit de bewezenverklaarde feiten, zijn aan te merken. .

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer1].

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat een deel van de vordering van de benadeelde partij[slachtoffer1], van zo eenvoudige aard is dat dit zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in zaak A onder 1, 3 en 4 bewezen geachte feiten, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert de immateriële schade op een bedrag van € 4.000,00 (vier duizend euro). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de geleden immateriële schade alsmede ten aanzien van de kosten gederfde inkomsten en huur begeleid wonen is niet van zo eenvoudige aard dat dit zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van [slachtoffer1] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

WIJST af de vordering ten aanzien van de kosten voor hulp bijstand ouders

(€ 50,00) , diverse kosten ouders (€ 520,00) en vernieling slot (€ 80,00) en vernielde goederen (€ 500,00) nu niet is gebleken dat deze kosten als door benadeelde partij [slachtoffer1] geleden schade, rechtstreeks voortvloeiend uit de bewezenverklaarde feiten, moeten worden aangemerkt.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer16].

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat een deel van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer16], van zo eenvoudige aard is dat dit zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor in zaak A onder 1, 2 en 4 bewezen geachte feiten, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert de immateriële schade op een bedrag van € 5.000,00 (vijf duizend euro). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de immateriële schade en ten aanzien van de kosten van rechtsbijstand is niet van zo eenvoudige aard dat dit zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

WIJST af de vordering ten aanzien van de opgevoerde kosten voor reizen en telefoneren

(€ 50,00) nu niet is gebleken dat ten aanzien van deze kosten aan de benadeelde partij [slachtoffer16] rechtstreeks schade is toegebracht.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 57, 240a, 240b, 245, 247 249 en 252 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart het in zaak B primair telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.2 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het in zaak A onder 1 bewezen verklaarde:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het in zaak A onder 2 bewezen verklaarde:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het in zaak A onder 3 bewezen verklaarde:

Een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet, dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het in zaak A onder 4 bewezen verklaarde:

Een kind beneden de leeftijd van zestien jaren dronken maken, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het in zaak B subsidiair bewezen verklaarde:

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, invoeren en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast dat verdachte ter beschikking gesteld zal worden en beveelt dat hij van overheidswege verpleegd zal worden. Adviseert met de behandeling onmiddellijk na het in kracht van gewijsde gaan van dit vonnis aan te vangen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer10], wonende op het adres [adres] toe tot een bedrag van € 1.500,00 (een duizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening,

Veroordeelt verdachte aan [slachtoffer10] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer10], te betalen de som van € 1.500,00 (eenduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 30 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan een van de voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer2], wonende op het adres [adres] toe tot een bedrag van € 4.000,00 (vierduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening,

Veroordeelt verdachte aan [slachtoffer2] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Wijst af de vordering ten aanzien van de kosten kilometervergoeding (€ 18,00) en bijstand ouders (€ 50,00) nu niet is gebleken dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit de bewezenverklaarde feiten.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer2]g, te betalen de som van € 4.000,00 (vierduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 80 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer1], wonende op het adres [adres] toe tot een bedrag van € 4.000,00 (vierduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening,

Veroordeelt verdachte aan [slachtoffer1] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

WIJST af de vordering ten aanzien van de kosten hulp bijstand ouders (€ 50,00), diverse kosten ouders (€ 520,00), vernieling slot (€ 80,00) en vernielde goederen (€ 500,00) nu niet is gebleken dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit de bewezenverklaarde feiten.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer1], te betalen de som van € 4.000,00 (vierduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 80 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer16], domicilie kiezende op het adres van zijn advocaat J. ’t Hart, Gedempte Oude Gracht 35, 2011 GL te Haarlem, toe tot een bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening,

Veroordeelt verdachte aan [slachtoffer16] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

WIJST af de vordering ten aanzien van de kosten voor reizen en telefoneren (€ 50,00) nu niet is gebleken dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit de bewezenverklaarde feiten.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer16], te betalen de som van € 5.000,00 (vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 100 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. D. van den Brink, voorzitter,

mrs. R.H. Mulderije en I.M. Bilderbeek, rechters,

in tegenwoordigheid van J.O. van Saase-Zaagman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 september 2007.