Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BB3685

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-08-2007
Datum publicatie
17-09-2007
Zaaknummer
361320
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

zorgplicht bankpas en pincode, algemene bankvoorwaarden, geheimhoudingsplicht,

Met een gestolen bankpas is met de pincode geld opgenomen van de bankrekening van een bejaarde dame. Zij vordert op grond van de algemene bankvoorwaarden dat haar schade door de bank wordt vergoed. De bank wil niet tot vergoeding overgaan en beroept zich op schending van de geheimhoudingsplicht door eiseres dan wel grove nalatigheid ten aanzien van de bankpas en pincode.

De rechtbank oordeelt dat de bank onvoldoende heeft gesteld waaruit de schending van de geheimhoudingsplicht dan wel de gestelde grove nalatigheid ten aanzien van de bankpas en de pincode blijkt. Het enkele feit dat de onrechtmatige gebruiker van de bankpas de pincode van eiseres heeft weten te bemachtigen, wettigt niet zonder meer de conclusie dat eiseres haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden of dat sprake is van grove nalatigheid en dat zij om die reden aansprakelijk is voor de onrechtmatige geldopnames. Daarvoor zijn nadere bijkomende feiten noodzakelijk waaruit blijkt dat eiseres voor één of meer anderen de mogelijkheid tot ontvreemden van haar bankpas en de gelegenheid tot kennisneming van de haar toegekende pincode heeft gegeven. Zodanige feiten zijn door de bank niet, althans niet in toereikende mate, concreet gesteld.

De bank wordt veroordeelt tot het vergoeden van de door eiseres geleden schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 361320 / HA ZA 07-229

Vonnis van 29 augustus 2007

in de zaak van

A,

wonende te --,

eiseres,

procureur mr. R.P.F. Kamphuis,

tegen

de naamloze vennootschap

FORTIS BANK (NEDERLAND) N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. J.W. van Rijswijk.

Partijen zullen hierna A en Fortis Bank genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 20 december 2006 met bewijsstukken;

- de conclusie van antwoord met een bewijsstuk;

- het tussenvonnis van 21 maart 2007 waarbij een comparitie van partijen is bepaald, die op 12 juli 2007 heeft plaatsgevonden, en het daarvan opgemaakte proces-verbaal met de daarin vermelde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. A, thans 89 jaar oud, heeft bankrekeningen bij de Fortis Bank en bij de Postbank N.V. (hierna: Postbank). Tevens beschikte A over bij deze bankrekeningen behorende bankpassen met pincodes.

2.2. Op de bankrekening bij de Fortis Bank zijn de Voorwaarden gebruik geld- en betaalautomaten (hierna: de Voorwaarden) van toepassing. Deze Voorwaarden luiden - voor zover hier van belang - als volgt:

Artikel 3: Zorgplicht cliënt

(...)

2 De PIN-code is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar. Cliënt is ten aanzien van de hem toegekende PIN-code verplicht geheimhouding ten opzichte van een ieder, daaronder mede begrepen familieleden, huisgenoten, mederekeninghouders en gemachtigden, te betrachten en mag deze code niet op de bankpas vermelden. Indien hij enige aantekening van de PIN-code maakt, zal hij dat in zodanige vorm doen dat de PIN-code niet voor derden herkenbaar is. Niet-naleving van het in dit artikellid bepaalde leidt tot aansprakelijkheid van cliënt overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 lid 2 c sub 3.

(...)

Artikel 6: Aansprakelijkheid

(...)

2 (...)

b Cliënt is gedurende de periode tot het moment van melding bij het door de bank aangegeven meldpunt aansprakelijk voor de gevolgen van onbevoegd gebruik tot een bedrag van € 150,- per bankpas. (...)

(...)

c (...)

3 De aansprakelijkheid van cliënt voor de gevolgen van onbevoegd gebruik dat

plaatsvindt gedurende de periode tot het moment van melding bij het door de bank aangegeven meldpunt wordt verhoogd indien de bank kan aantonen dat de onbevoegde transactie(s) heeft (hebben) kunnen plaatsvinden doordat cliënt zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 3 lid 2 niet heeft nageleefd, tot het bedrag van de onbevoegde transacties die hebben plaatsgevonden tot het moment van melding.

(...)

d In geval van opzet, grove schuld of grove nalatigheid aan de zijde van cliënt is cliënt onbeperkt aansprakelijk, een en ander onverminderd de verplichting van bank om (de mogelijkheid van) schade te beperken.

2.3. A heeft de pincode van haar bankpas van de Fortis Bank, alsmede een aantal andere cijfers, op een briefje geschreven, welk briefje zij bewaarde in een enveloppe die in een brievenhouder stond in een kast in haar huiskamer.

2.4. A heeft haar bankpas van de Fortis Bank niet vaak gebruikt. Zij heeft van 2002 tot medio 2005 alleen geld opgenomen op vertoon van haar bankpas en paspoort bij de kas van het kantoor van de Fortis Bank aan de Rembrandtweg te Amstelveen.

2.5. Op 6 december 2005 is met de bankpas en pincode van A een bedrag van € 400,00 opgenomen bij de geldautomaat van het kantoor van de Fortis Bank aan de Rembrandtweg te Amstelveen.

2.6. Op 9 februari 2006 is A gebeld door de Postbank met de mededeling dat met haar bankpas bij geldautomaten grote bedragen van haar bankrekening bij de Postbank waren opgenomen. A heeft vervolgens ontdekt dat zij niet meer beschikte over haar bankpassen van de Fortis Bank en de Postbank. Diezelfde dag heeft A haar bankpassen laten blokkeren. Bij navraag bij de Fortis Bank bleek dat ook van de bankrekening van A bij de Fortis Bank met haar bankpas bij geldautomaten grote geldbedragen waren opgenomen.

2.7. A heeft bij de politie aangifte gedaan van de onrechtmatige geldopnames. In de periode van 4 februari 2006 tot en met 9 februari 2006 is een bedrag van in totaal

€ 14.650,00 van de bankrekening van A bij de Fortis Bank afgeschreven.

2.8. Een nicht van A, mevrouw B, heeft op 30 maart 2006 in de woning van A het briefje gevonden, zoals vermeld onder punt 2.3, met daarop de pincode. Het briefje bevond zich nog op de plek waar A het, zoals vermeld bij punt 2.3, had opgeborgen.

2.9. A heeft op 30 maart 2006 een schadeformulier ingevuld waarin zij verzoekt om vergoeding van de door haar geleden schade. Dit verzoek is door de Fortis Bank afgewezen.

3. De vordering

3.1. A vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Fortis Bank te veroordelen tot betaling aan A van € 14.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 30 maart 2006 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling aan A van de kosten van dit geding.

3.2. A legt aan haar vordering ten grondslag dat A op grond van artikel 6 lid 2b van de Voorwaarden aansprakelijk is voor de gevolgen van onbevoegd gebruik tot een bedrag van € 150,00 per bankpas. Dit houdt volgens A in dat zij recht heeft op vergoeding van de door haar geleden schade minus het bedrag van € 150,00.

3.3. Fortis Bank voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Uitgangspunt is dat Fortis Bank op grond van artikel 6 lid 2b van de Voorwaarden de door A geleden schade, minus een bedrag van € 150,00, dient te vergoeden, tenzij Fortis Bank kan aantonen dat A de geheimhoudingsplicht zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 van de Voorwaarden heeft geschonden, dan wel dat sprake is van opzet, grove schuld of grove nalatigheid aan de zijde van A zoals genoemd in artikel 6 lid 2d van de Voorwaarden.

4.2. Om aan te tonen dat sprake is van schending van de Voorwaarden voert Fortis Bank aan dat A aansprakelijk is voor de geldopnames nu daarbij haar bankpas met bijbehorende pincode is gebruikt. Een pincode kan niet uit de bankpas worden afgeleid. De gebruiker van de bankpas heeft volgens Fortis Bank dus alleen door toedoen van A over de bijbehorende pincode kunnen beschikken. Door haar pincode niet geheim te houden en niet zorgvuldig te handelen heeft A in strijd met de Voorwaarden gehandeld, aldus Fortis Bank.

4.3. A heeft aangevoerd dat zij haar geheimhoudingsplicht ten opzichte van de pincode niet heeft geschonden. A heeft haar pincode op een briefje geschreven zonder verdere aanwijzingen dat het om een pincode ging en het briefje heeft zij veilig in haar woning opgeborgen.

A vermoedt dat, terwijl zij op 1 februari 2006 een vrouw die zich uit gaf als medewerkster van de Thuiszorg haar woning heeft laten controleren, een derde haar woning is binnengeslopen en haar bankpassen uit haar portemonnee uit haar handtas in de woonkamer heeft gestolen. Deze derde heeft waarschijnlijk ook het briefje met de pincode gevonden of heeft op andere wijze de pincode achterhaald. Later is gebleken dat de vrouw geen medewerkster van de Thuiszorg was. Uit het feit dat op onbekende wijze de pincode aan een derde bekend was, kan volgens A niet worden afgeleid dat zij geen geheimhouding heeft betracht.

Voorts voert A aan dat haar geen grove nalatigheid in de zin van artikel 6 lid 2d van de Voorwaarden kan worden verweten. A was niet op de hoogte dat mogelijk een derde haar woning was binnengedrongen. A heeft de vrouw die zich voordeed als medewerkster van de Thuiszorg, continu in het oog gehouden toen zij haar de woning rondleidde. Zij had geen reden om na het vertrek van de vrouw te controleren of de bankpas zich nog wel in haar portemonnee bevond, aldus A.

4.4. Fortis Bank betwist het door A gepresenteerde feitencomplex omtrent de mogelijkheid waarop de bankpas en bijbehorende pincode zouden zijn ontvreemd. Voorts stelt Fortis Bank dat A onzorgvuldig heeft gehandeld door een vreemde binnen te laten en haar handtas met daarin haar portemonnee met bankpas onbeheerd achter te laten in de woonkamer. Uit de geldopname van 6 december 2005 met de bankpas blijkt dat A de bankpas heeft gebruikt om geld op te nemen bij een geldautomaat. Wellicht heeft iemand bij deze gelegenheid haar pincode afgekeken. Het is mede hierdoor volgens Fortis Bank mogelijk dat de gebruiker van de gestolen bankpas op een andere dan de door A gestelde manier in het bezit is gekomen van de pincode.

4.5. De rechtbank is van oordeel dat Fortis Bank onvoldoende heeft gesteld waaruit de schending van de geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 3 lid 2 van de Voorwaarden dan wel grove nalatigheid van A in de zin van artikel 6 lid 2d van de Voorwaarden blijkt. Het enkele feit dat de onrechtmatige gebruiker van de bankpas de pincode van A heeft weten te bemachtigen, wettigt niet zonder meer de conclusie dat A haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden of dat sprake is van grove nalatigheid en dat A om die reden aansprakelijk is voor de onrechtmatige geldopnames. Daarvoor zijn nadere bijkomende feiten noodzakelijk waaruit blijkt dat A voor één of meer anderen de mogelijkheid tot ontvreemden van haar bankpas en de gelegenheid tot kennisneming van de haar toegekende pincode heeft gegeven. Zodanige feiten zijn door Fortis Bank niet, althans niet in toereikende mate, concreet gesteld.

4.5.1. Dat A een vrouw heeft binnengelaten die zich voordeed als iemand van de thuiszorg en dat A deze vrouw tijdens haar gang door de woning van A heeft vergezeld, waardoor A haar handtas met daarin haar portemonnee met bankpassen op enig moment niet in het oog heeft gehad, nu haar handtas in de woonkamer stond, kan niet worden aangemerkt als opzet, grove schuld of grove nalatigheid dan wel als het schenden van de geheimhoudingsplicht zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 van de Voorwaarden. Fortis Bank heeft immers niet gesteld, en dit is ook niet gebleken, dat A op dat moment wist of had moeten weten dat de vrouw in werkelijkheid niet van de thuiszorg was en dat een derde de woning is binnengekomen tijdens de "controle" door de vrouw. Daarbij is ook van belang dat het enkele feit dat A haar pincode heeft opgeschreven en heeft bewaard op de wijze als vermeld in 2.3, niet als onzorgvuldig is aan te merken.

4.5.2. Fortis Bank heeft geopperd dat wellicht iemand anders aanwezig is geweest tijdens de opname bij de geldautomaat op 6 december 2005, die bij die gelegenheid de pincode van A heeft kunnen bemachtigen. Ook kan het zijn dat A haar pincode telefonisch aan anderen heeft verstrekt.

A heeft hier tegenin gebracht dat zij tot maart 2006 geheel zelfstandig haar financiën regelde en dat zij haar pincode nooit aan derden heeft verstrekt. Zo beschikte ook B niet over haar pincode.

In het licht van deze gemotiveerde betwisting heeft Fortis Bank haar stellingen onvoldoende concreet onderbouwd, hetgeen wel op haar weg had gelegen. Bij deze stand van zaken wordt dan ook voorbij gegaan aan deze stellingen van Fortis Bank.

4.6. De feitelijke toedracht van de diefstal van de bankpas en de pincode is onduidelijk en er kan geen schending van de geheimhoudingsplicht dan wel grove nalatigheid aan de zijde van A worden vastgesteld.

4.7. Het voorgaande leidt ertoe dat het verweer van Fortis Bank als onvoldoende onderbouwd wordt verworpen.

4.8. Vast staat dat A schade heeft geleden ter hoogte van een bedrag van

€ 14.650,00. Op grond van artikel 6 lid 2b is A aansprakelijk voor onbevoegd gebruik van haar bankpas tot een bedrag van € 150,00. De rechtbank zal derhalve een bedrag van € 14.500,00 aan A toewijzen.

4.9. Fortis Bank zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van A worden begroot op:

- dagvaarding € 84,87

- vast recht € 320,00

- salaris procureur € 904,00 (2 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal € 1.308,87

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Fortis Bank om aan A te betalen een bedrag van EUR 14.500,00 (veertienduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 30 maart 2006 tot aan de dag der algehele voldoening,

5.2. veroordeelt Fortis Bank in de proceskosten, aan de zijde van A tot op heden begroot op € 1.308,87,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.R. Jöbsis en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2007.?