Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BB2225

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-06-2007
Datum publicatie
23-08-2007
Zaaknummer
817177 DX EXPL 06-3538
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Effectenlease, depot.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Kanton

Locatie Amsterdam

Kenmerk: 817177 DX EXPL 06-3538

Vonnis van: 13 juni 2007

F.no.: 581

Vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

nader te noemen [eiseres],

gemachtigde: mr. M.E. Bosman,

tegen

de naamloze vennootschap DEXIA NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

nader te noemen Dexia,

gemachtigde: mr. F.R.H. van der Leeuw,

rolgemachtigde: H. Verbeek.

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

In deze zaak is op 31 januari 2007 een tussenvonnis gewezen, waaraan de kantonrechter zich houdt.

Op 14 maart 2007 zijn, conform het verzoek van de kantonrechter in voornoemd tussenvonnis, van de zijde van [eiseres] nadere stukken ingekomen.

Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft op 20 maart 2007 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Verschenen zijn [eiseres] in persoon, vergezeld door haar gemachtigde en Dexia, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger Dexia], vergezeld door mr. S.J. Hoes en mr. M. Baars, als gemachtigden. Partijen hebben inlichtingen verstrekt en hun standpunten nader toegelicht.

De zaak staat thans weer voor vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In voornoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter overwogen dat Dexia haar zorgplicht jegens [eiseres] op meerdere punten heeft geschonden en dat het door [eiseres] als gevolg daarvan geleden nadeel naar maatstaven redelijkheid en billijkheid over partijen dient te worden verdeeld.

2. Op 27 april 2007 heeft de rechtbank Amsterdam, sector kanton, locatie Amsterdam in de zaak met LJN-nummer BA3920 nader uiteen gezet hoe, in het algemeen, het nadeel verdeeld dient te worden dat een afnemer in zaken als de onderhavige ter zake van het samenstel van de lease- en depotovereenkomsten heeft gehad. De rechtbank overwoog dat een afnemer in zaken als de onderhavige de volgende uitgaven en kosten heeft besteed, die geleid hebben tot het door hem ondervonden nadeel:

I. de inleg in het depot (dat deels is opgegaan aan de uit het depot betaalde termijnen van het leasecontract en deels aan waardeverlies van het fonds waarin het depot belegd is),

II. de financieringskosten van het depot (dat is ofwel de aan de hypotheekbank betaalde rente, notariskosten, provisiekosten, royementskosten etc. ofwel de eigen rentederving wanneer het depot met eigen geld is ingelegd),

III. de maandtermijnen die nog betaald of verschuldigd zijn in de periode tussen het moment dat het depot op was en het moment dat het leasecontract werd beëindigd, over een maximumperiode van 5 jaar na ingangsdatum van de overeenkomst,

IV. de restant hoofdsom, te verminderen met de verkoopwaarde van de effecten en met de aan de afnemer uitgekeerde of nog uit te keren dividenden.

3. Voorts heeft de rechtbank in voornoemd vonnis van 27 april 2007 overwogen dat in gevallen als de onderhavige alle door de afnemer geleden nadeel in aanmerking wordt genomen, maar voor de hoogte van de vergoeding onderscheid wordt gemaakt tussen die onderdelen van het nadeel die bij een toerekening naar redelijkheid en billijkheid voor 100% voor rekening van de afnemer dienen te blijven, respectievelijk voor 100% voor rekening van Dexia, of die in een procentuele sleutel tussen partijen verdeeld dienen te worden. Bij deze verdeling speelt niet slechts een rol in welke mate het nadeel aan ieder van partijen is toe te rekenen, maar eveneens in hoeverre de toegekende vergoeding per onderdeel passend is in het totaal van de aan afnemer toegekende vergoeding. Bijzondere omstandigheden die gelegen kunnen zijn in de persoon van de afnemer, zijn kennis en ervaring, financiële omstandigheden of het bestemmingsdoel van de belegging, kunnen evenwel een afwijking van deze toerekening rechtvaardigen.

4. De verschillende componenten van het door een afnemer geleden nadeel dienen in het algemeen als volgt aan ieder van partijen te worden toegerekend:

A. het waardeverlies van de depotbelegging (het verschil tussen de inleg en de uit het depot betaalde leasetermijnen) komt voor 100% voor rekening van Dexia;

B. de aan Dexia verschuldigde maandtermijnen op het leasecontract, vermeerderd met de restanthoofdsom en verminderd met de uitgekeerde of nog te verrekenen dividenden alsmede met de verkoopwaarde van de effecten, komen voor 80 tot 90% voor rekening van Dexia; dit omvat dus zowel de termijnen die uit het depot betaald zijn, als de daarna nog verschuldigde termijnen; er zijn over maximaal 5 jaar maandtermijnen verschuldigd;

C. de financieringskosten van het depot blijven geheel voor rekening van de afnemer.

5. De rechtbank overwoog in het vonnis van 27 april 2007 verder dat zij er – mede op grond van de door de afnemer doorgaans van de tussenpersoon ontvangen adviezen – bij de hiervoor genoemde maximumtermijn voor de maandtermijnen van uitgaat dat de afnemer zich niet voor langere tijd aan de betaling van de maandtermijnen heeft willen binden, dan tot het moment dat de overeenkomst boetevrij tussentijds beëindigd kon worden. Deze termijn dient door de rechtbank te worden gemaximeerd tot 5 jaar na aanvang van de overeenkomst, nu een langere termijn, bijzondere omstandigheden daargelaten, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaard kan worden.

6. Ter comparitie zijn in de onderhavige procedure de volgende feiten en omstandigheden gebleken. [eiseres] heeft onderwijs aan de huishoudschool gevolgd. Zij ontving ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst een uitkering krachten de Wet op de arbeidsongeschiktheids-verzekering (WAO) en een pensioen. Haar bruto inkomen bedroeg ruim fl. 100.000,- per jaar. Zij was kort daarvoor weduwe geworden, was ziek en bevond zich in een labiele toestand. Zij beschikte ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst over enig spaargeld en had geen ervaring met beleggen. Het doel van de lease-overeenkomst was enerzijds een deel van de toekomstige studiekosten van haar kinderen die destijds middelbaar onderwijs volgden te financieren en anderzijds een pensioenvoorziening voor zichzelf te treffen. [eiseres] heeft een bedrag van fl. 52.500,- (€ 23.823,46) in depot gestort. Uit dit depot zijn in totaal 23 termijnen van € 479,06 ten behoeve van de lease-overeenkomst met nummer 22080052 (als genoemd onder 1.4. van de tussenbeschikking) voldaan. Op 28 februari 2001 zijn de op dat moment nog in het depot resterende waarden in het Labouchere Global Aandelenfonds verkocht, waarna een bedrag resteerde van € 2.230,91, dat is overgemaakt naar een bankrekening van [eiseres]. Naast de termijnen die uit het depot zijn voldaan, heeft [eiseres] zelf een bedrag van € 1.355,- aan termijnen voldaan. De restant hoofdsom zou bij beëindiging na vijf jaren € 41.009,90 hebben bedragen. De financieringskosten van het depot bedroegen € 307,75 aan afsluitkosten voor de hypothecaire lening, € 537,57 aan rentekosten in 2000 en vervolgens € 1.661,05 aan rente per jaar.

7. Ter comparitie heeft Dexia onweersproken gesteld dat de opbrengst van de aandelen van de lease-overeenkomst bij verkoop na 60 maanden € 43.761,06 zou zijn geweest en dat op de aandelen gedurende de werkelijke looptijd in totaal een bedrag van € 6.119,- aan netto dividenden is uitgekeerd.

8. De kantonrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van hetgeen in voornoemd vonnis van 27 april 2007 is overwogen, de hiervoor vermelde maatstaven in aanmerking genomen. Dit leidt in het onderhavige geval tot het volgende:

a. het waardeverlies van de depotbelegging, zijnde € 10.574,17, komt voor 100% voor rekening van Dexia;

b. de financieringskosten van het depot blijven voor rekening van [eiseres];

c. de kantonrechter gaat, gelet op het doel van de overeenkomst, uit van de situatie die zou zijn ontstaan als de overeenkomst na vijf jaren zou zijn beëindigd. Van het alsdan verschuldigde bedrag aan maandtermijnen, vermeerderd met de restschuld en verminderd met de uitgekeerde dividenden, in totaal € 19.873,44, dient Dexia naar het oordeel van de kantonrechter, gelet op alle bijzondere omstandigheden van het onderhavige geval, waaronder het ontbreken van beleggingservaring bij [eiseres], de situatie van [eiseres] ten tijde van het aangaan van de lease-overeenkomst en het doel van de lease-overeenkomst, 90% voor haar rekening te nemen, waarin de door Dexia verschuldigde wettelijke rente over de periode voor de datum van de dagvaarding is verdisconteerd.

9. Omdat [eiseres] in totaal een bedrag van € 16.825,55 aan Dexia heeft voldaan (de storting in het depot, verminderd met de onttrekking aan het depot, vermeerderd met de buiten het depot gedane termijnbetalingen en verminderd met de reeds aan haar betaalde dividenden ten bedrage van € 6.119,-), leidt het vorenstaande ertoe dat Dexia haar nog een bedrag van € 14.841,21 dient te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding.

10. Hetgeen voor het overige door [eiseres] is gesteld behoeft geen bespreking meer, nu dit niet tot een voor haar gunstiger uitkomst kan leiden.

11. Gelet op het vorenstaande zal voor recht worden verklaard dat Dexia een bedrag van € 14.841,21 aan hoofdsom dient te voldoen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 december 2005.

12. De overige gevorderde verklaringen voor recht zijn gelet op het vorenstaande niet toewijsbaar, dan wel ontbreekt een belang van [eiseres] daarbij, mede in aanmerking genomen hetgeen met betrekking tot de tegenvordering van Dexia zal worden overwogen.

13. Uit het voorgaande volgt reeds dat de door Dexia ingestelde tegenvordering wordt afgewezen.

14. Indien Dexia bedoeld bedrag aan [eiseres] zal hebben voldaan, zullen partijen geen verplichtingen meer jegens elkaar hebben uit de onderhavige rechtsverhouding.

15. Gelet op de uitkomst van de procedure zal de kantonrechter Dexia veroordelen in de proceskosten gevallen aan de zijde van [eiseres], één en ander als hierna vermeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

In conventie:

I. Verklaart voor recht dat Dexia een bedrag van € 14.841,21 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 december 2005 tot aan de dag der algehele voldoening aan [eiseres] dient te voldoen;

II. veroordeelt Dexia in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van [eiseres] gevallen, begroot op:

- voor verschuldigd griffierecht: € 103,00

- voor het exploot van de dagvaarding: € 85,60

- voor het salaris van de gemachtigde: € 900,00

----------------

In totaal: € 1.088,60

één en ander, voor zover verschuldigd, inclusief BTW,

III. verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst af het meer of anders gevorderde.

In reconventie

V. wijst de vordering af;

VI. veroordeelt Dexia in de kosten van het geding aan de zijde van [eiseres] gevallen, tot heden begroot op € 450,- aan salaris van de gemachtigde;

VII. verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. A. Van Dijk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.