Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BB1864

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-04-2007
Datum publicatie
16-08-2007
Zaaknummer
353066
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gijzeling.

Inspecteurs van Brein hebben A op een markt aangetroffen met illegale kopieën van dvd's van bij Brein aangesloten rechthebbenden. A tekent een onthoudingsverklaring waarbij hij zich op straffe van een boete verbindt geen illegale kopieën meer te zullen verhandelen. Enige tijd later wordt hij opnieuw met illegale dvd's aangetroffen. Hij tekent opnieuw (zij het aanvankelijk onder opgave van een valse naam) een onthoudingsverklaring. Brein vordert een verbod versterkt met naast een dwangsom, gijzeling. Na dagvaarding wordt A voor een derde maal aangetroffen met illegale kopieën van dvd's.

De rechtbank overweegt:

Gijzeling komt slechts in aanmerking als uiterste middel om veroordeelden tot naleving van een opgelegd bevel of verbod te bewegen.

In de feiten vindt de rechtbank aanleiding in dit geval dat uiterste middel toe te passen. Vaststaat dat A nadat hij twee keer eerder was aangetroffen met ongeautoriseerde kopieën een derde keer werd aangetroffen toen de onderhavige procedure reeds was aangevangen, A reeds twee keer een APV had ondertekend en bij conclusie van antwoord uitdrukkelijk en onvoorwaardelijk in een persoonlijk aan de rechtbank gericht schrijven had toegezegd de handel in ongeautoriseerde kopieën verder na te zullen laten.

In die omstandigheden moet ervan worden uitgegaan dat de dreiging van een dwangsom, die naar aannemelijk is ook niet zal kunnen worden verhaald, nu A naar zijn eigen zeggen onvermogend is, onvoldoende is om A te bewegen zijn onrechtmatige handelen te staken, terwijl ook geen andere, minder ingrijpende, dwangmiddelen beschikbaar zijn om dat doel te bereiken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 353066 / HA ZA 06-3272

Vonnis van 25 april 2007 in de hoofd zaak en in het incident

in de zaak van

de stichting

STICHTING BESCHERMING RECHTEN ENTERTAINMENT INDUSTRIE

gevestigd te Hoofddorp,

en

123 ANDEREN WAARVAN DE NAMEN ZIJN VERMELD OP DE AAN DIT VONNIS GEHECHTE KOPIE VAN DE DAGVAARDING,

eisers, in de hoofdzaak en in het incident

procureur mr. R.M. Zimmermann,

tegen

A,

wonende te,

gedaagde in de hoofdzaak, verweerder in het incident,

procureur mr. Q.J.A. Meijnen.

Partijen zullen hierna BREIN cs en A genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 november 2006

- incidentele vordering tot het treffen van voorlopige voorzieningen tevens akte overlegging producties en akte houdende vermeerdering van eis

- het proces-verbaal van comparitie van 29 maart 2007

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In dit vonnis worden de begrippen die in de inleidende dagvaarding – waarvan een kopie aan dit vonnis is gehecht – sub 1 zijn gedefinieerd gebruikt in de betekenis die in die definitie daaraan is gegeven.

2.2. BREIN is een stichting die zich ten doel stelt het bestrijden van onrechtmatige exploitatie van informatiedragers waarvan de bij haar aangeslotenen de rechtmatige exploitanten zijn. Eisers sub 2 en 3 zijn organisatie die blijkens hun statuten de belangen behartigen van auteurs, auteursrechthebbende uitgeverijen en hun rechtverkrijgenden.

De overige eisers zijn producenten en distributeurs van auteursrechtelijke werken en zijn auteurs- en/of nabuurrechthebbende met betrekking tot de door hen geproduceerde en/of gedistribueerde werken, dan wel zijn zij krachtens overeenkomst met de rechthebbenden tot de exploitatie daarvan gerechtigd. Zij zijn rechtstreeks dan wel door tussenkomst van een vereniging waar zij lid van zijn, aangesloten bij BREIN.

2.3. Op 15 mei 2005 hebben medewerkers van BREIN op de markt van Andijk vastgesteld dat A dvd’s verkocht met kopieën van werken waar aangeslotenen van BREIN rechthebbenden op waren, welke kopieën zonder toestemming van de rechthebbende waren verveelvoudigd (ongeautoriseerde kopieën).

A heeft afstand gedaan van de aangetroffen ongeautoriseerde kopieën en een zogenoemde Anti Piraterij Verklaring (APV) getekend.

De APV houdt voor zover hier van belang in:

1. dat hij/zij met onmiddellijke ingang zal staken en gestaakt zal houden het zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbende(n) [..] (doen) verspreiden van reproducties van audio-, video- en/of multimediaproducties ten aanzien waarvan één of meer van de Aangeslotenen auteurs- en/of naburige- en/of of databankrechthebbenden zijn dan wel krachtens toestemming van de auteurs- en/of naburige- en/of databankrechthebbenden tot reproductie en/of distributie gerechtigd zijn, [..]

2. Ondergetekende verbindt zich tot het betalen aan BREIN van een door BREIN direct opeisbare boete van € 500,- (zegge: vijfhonderd euro) voor iedere reproductie welke hij na ondertekening van deze overeenkomst in strijd met de onder 1. genoemde verplichting [..] heeft verspreid en/of heeft doen verspreiden [..]

Op de achterzijde van de APV staat vermeld:

4. In deze akte wordt verstaan onder:

[..]

- verspreiden: kopen, verkopen en ten verkoop aanbieden [..] en het met het oog op zodanige handelingen onder zich en/of in voorraad hebben.

[..]

2.4. Op 5 juni 2005 heeft een medewerker van BREIN op de markt te Hoorn A aangetroffen terwijl hij opnieuw ongeautoriseerde kopieën verkocht waarop aangeslotenen van BREIN rechten konden doen gelden.

Bij die gelegenheid zijn 99 informatiedragers door A aan BREIN afgestaan, waarvan er 85 een aangeslotene bij BREIN als rechthebbende vermelden.

A heeft op 5 juni 2005 andermaal een APV getekend. Aanvankelijk onder opgave van de naam van zijn zoon en nadien op eigen naam.

2.5. Op 4 maart 2007 hebben medewerkers van A aangetroffen op de vlooienmarkt te Zwaag, alwaar A opnieuw een aantal ongeautoriseerde kopieën aanbod van werken waarop aangeslotenen van BREIN rechten konden doen gelden.

3. Het geschil

3.1. BREIN cs vordert na vermindering en wijzing van eis- samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. A verbiedt ongeautoriseerde kopieën te verhandelen, zoals gedefinieerd sub 1 van de inleidende dagvaarding, op verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van EUR 1.000,- voor iedere ongeautoriseerde kopie die A in strijd met het op te leggen verbod na betekening van het te wijzen vonnis zal verhandelen en te bepalen dat indien A handelt op de hiervoor genoemde wijze in strijd met dit verbod, BREIN cs aanspraak kan maken op verbeurte van dwangsom dan wel A in gijzeling kan doen stellen voor één dag per kopie die gedaagde in strijd met het op te leggen verbod verhandelt na betekening van het in deze te wijzen vonnis met een maximum van veertien dagen per maand, althans gedurende een door de rechtbank in goede justitie te bepalen aantal dagen per ongeautoriseerde kopie, die A in strijd met het op te leggen verbod zal verhandelen;

2. A veroordeelt tot betaling van EUR 8.000,- inclusief proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.

3.2. A voert tegen de verminderde eis geen verweer.

4. De beoordeling

in de hoofdzaak

4.1. Nu A tegen de verminderde eis geen verweer voert zal de gevorderde geldsom worden toegewezen.

4.2. Het gevorderde verbod komt eveneens voor toewijzing in aanmerking, zij het dat de rechtbank de gevorderde dwangsom zal matigen en maximeren, als in het dictum opgenomen..

4.3. Gijzeling komt slechts in aanmerking als uiterste middel om veroordeelden tot naleving van een opgelegd bevel of verbod te bewegen.

In de feiten vindt de rechtbank aanleiding in dit geval dat uiterste middel toe te passen. Vaststaat dat A nadat hij twee keer eerder was aangetroffen met ongeautoriseerde kopieën een derde keer werd aangetroffen toen de onderhavige procedure reeds was aangevangen, A reeds twee keer een APV had ondertekend en bij conclusie van antwoord uitdrukkelijk en onvoorwaardelijk in een persoonlijk aan de rechtbank gericht schrijven had toegezegd de handel in ongeautoriseerde kopieën verder na te zullen laten.

In die omstandigheden moet ervan worden uitgegaan dat de dreiging van een dwangsom, die naar aannemelijk is ook niet zal kunnen worden verhaald, nu A naar zijn eigen zeggen onvermogend is, onvoldoende is om A te bewegen zijn onrechtmatige handelen te staken, terwijl ook geen andere, minder ingrijpende, dwangmiddelen beschikbaar zijn om dat doel te bereiken.

Wel zal de rechtbank bepalen dat de gijzeling beperkt zal zijn tot één dag voor iedere tien verhandelde ongeautoriseerde kopieën. Voor iedere keer dat A met ongeauto-riseerde kopieën wordt aangetroffen zal het aantal dagen gijzeling niet meer bedragen dan 10 dagen. Dat wil zeggen dat bij aantreffen van 1 tot en met 10 ongeautoriseerde kopieën één dag gijzeling ten uitvoer kan worden gelegd, bij aantreffen van 11 tot en met 20 ongeautoriseerde kopieën twee dagen en zo vervolgens, met dien verstande dat bij aantreffen van 100 of meer ongeautoriseerde kopieën per keer niet meer dan 10 dagen gijzeling ten uitvoer kunnen word gelegd.

In totaal wordt het aantal ten uitvoer te leggen dagen gijzeling gemaximeerd op 50 dagen.

De rechtbank ziet geen aanleiding daarnaast ook een beperking op te leggen van het aantal dagen dat per maand ten uitvoer kan worden gelegd.

4.4. A moet als de in het ongelijk gestelde partij worden aangemerkt en worden veroordeeld in de kosten van het geding. Aangezien tussen partijen is overeengekomen dat de proceskosten in het toegewezen bedrag van EUR 8.000,- zijn begrepen, zijn de proceskosten aan de zijde van BREIN cs tot op heden te begroten op nihil.

in het incident

4.5. In het incident heeft BREIN cs gevorderd bij wege van voorlopige voorziening A te veroordelen overeenkomstig hetgeen zij gevorderd heeft in de hoofdzaak sub 1.

Nu thans reeds in de hoofdzaak een bij voorraad uitvoerbare beslissing op dit punt wordt genomen heeft BREIN cs geen belang bij de voorlopige voorziening, zodat die voorziening worden geweigerd.

In het incident heeft BREIN cs te gelden als de in het ongelijk gestelde partij, maar aan de zijde van A worden de kosten van het incident, nu daarvoor aan de zijde van A geen extra proceshandelingen zijn verricht, begroot op nihil.

5. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

5.1. veroordeelt A tot betaling aan BREIN cs van een bedrag van EUR 8.000,- (achtduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 27 september 2006.

5.2. verbiedt A met ingang van de datum van betekening van dit vonnis ongeautoriseerde kopieën te verhandelen;

5.3. bepaalt dat A bij overtreding van het hiervoor gegeven verbod:.

a. een dwangsom verbeurt ten behoeve van BREIN cs van EUR 100,- voor iedere kopie waarmee A het verbod overtreedt, met dien verstande dat per keer dat ongeautoriseerde kopieën bij A worden aangetroffen niet meer dat EUR 20.000,- aan dwangsommen wordt verbeurt en met een totaal maximum van EUR 100.000,-

dan wel, zulks ter keuze van BREIN cs.,

b. BREIN cs A voor ieder tien aangetroffen ongeautoriseerde kopieën één dag in gijzeling kan doen stellen, met een maximum van tien dagen voor ieder keer dat A met ongeautoriseerde kopieën wordt aangetroffen en met een totaal maximum van 50 dagen;

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5. veroordeelt A in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde BREIN cs begroot op nihil;

5.6. wijst af het meer of anders gevorderde;

in het incident

5.7. weigert de gevraagde voorziening;

5.8. veroordeelt BREIN cs in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van A begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2007.?