Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BB1859

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-05-2007
Datum publicatie
16-08-2007
Zaaknummer
344663
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder vennootschap.

Op grond van de besproken correspondentie in onderling verband en samenhang bezien, heeft eiseres er gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat bestuurder desnoods privé-middelen zou aanwenden om de facturen voor zijn vennootschappen te (doen) betalen. Door het vertrouwen van eiseres te beschamen heeft bestuurder onrechtmatig gehandeld en is hij gehouden eiseres’ schade door het onbetaald blijven van de facturen te vergoeden.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2007, 583
RN 2007, 105
JRV 2007, 668
JIN 2007/434
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 344663 / HA ZA 06-2168

Vonnis van 9 mei 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AANNEMINGSBEDRIJF A B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

procureur mr. S.I.P. Schouten,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TOPIC, MEUBELEN, STOFFEN EN VERLICHTING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. B,

wonende te,

gedaagden,

procureur mr. T.P. Hoekstra.

Eiseres zal hierna A genoemd worden. Gedaagden zullen hierna respectievelijk Topic en B genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de brief van 18 juli 2006 van mr. Schouten, met bijlagen,

- de conclusie van antwoord,

- het tussenvonnis van 6 september 2006, waarbij een comparitie is gelast,

- het proces-verbaal van comparitie van 8 december 2006, met de daarin vermelde handelingen en stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. B is enig aandeelhouder en statutair bestuurder van Topic. Hij was voorts enig aandeelhouder en statutair bestuurder van B B.V.

2.2. B B.V. heeft aan A opdracht gegeven tot het uitvoeren van (verbouw)werkzaamheden in de bedrijfsruimte van B B.V. en Topic aan de Nieuwe Spiegelstraat 33 te Amsterdam. A heeft de werkzaamheden uitgevoerd. Tot betaling van de werkzaamheden heeft A in de periode van 1 maart 2005 tot en met 21 juli 2005 facturen verzonden aan B B.V., tot een bedrag van € 27.727,-.

In de periode van 18 april 2005 tot en met 20 juli 2005 heeft A, op verzoek van C, chief financial officer van B B.V., ook facturen terzake van voornoemde (verbouw)werkzaamheden verzonden aan Topic, tot een bedrag van € 72.758,03.

2.3. B B.V. heeft aan Timmerfabriek D B.V. (hierna: D), een dochteronderneming van A, opdracht gegeven tot het leveren van meubels. D heeft de meubels geleverd. Tot betaling van de werkzaamheden heeft D in april 2005 twee facturen aan B B.V. verzonden, tot een bedrag van € 11.601,31. Op 8 juni 2005 heeft B B.V., in mindering op deze facturen, een bedrag van € 6.000,- betaald aan D.

2.4. De aangetekende brief van 8 september 2005 van E, adjunct-directeur van A, aan B B.V., ter attentie van B, luidt, voor zover van belang, als volgt:

(...)

Hierbij bevestigen wij het telefoongesprek van 16 augustus 2005 met de heer F waarbij u heeft toegezegd het openstaande saldo ad. € 106.086,34 van alle naar u toegezonden facturen op 14 september 2005 volledig te zullen voldoen.

Een specificatie van alle openstaande facturen, inclusief kopieën per vestiging, treft u ingesloten aan.

(...)

F is een medewerker van A.

2.5. Bij aangetekende brieven van 10 november 2005 heeft de raadsman van A en D B B.V. en Topic gesommeerd tot betaling van de onder 2.2. en 2.3. genoemde facturen, vermeerderd met rente en kosten, onder aanzegging van rechtsmaat-regelen indien de betaling niet voor 21 november 2005 plaatsvindt.

2.6. De faxbrief van 21 november 2005 van C aan E luidt, voor zover van belang, als volgt:

(...)

Op verzoek van B deel ik u mede dat nog deze week 20.000,- Euro wordt overgemaakt naar A BV als eerste aanbetaling. Tegelijk doet de heer B de harde toezegging dat het gehele openstaande saldo voor het eind van dit jaar volledig betaald zal zijn. (...)

2.7. De faxbrief van 23 november 2005 van de raadsman van A en D aan B B.V. en Topic, ter attentie van B, luidt, voor zover van belang, als volgt:

(...)

In uw faxbericht van 21 november 2005 doet u een toezegging dat deze week een bedrag van € 20.000,- zal worden overgemaakt aan (...) A (...) als aanbetaling op de openstaande schuld van B B.V. en Topic (...) aan cliënten van in totaal € 111.828,45. (...)

Vandaag spraken wij telefonisch af dat een bedrag van € 25.000,- als aanbetaling op de openstaande schuld op maandag 28 november 2005 op de derdengeldenrekening van Wieringa Advocaten (...) zal zijn bijgeschreven. U heeft deze betaling persoonlijk toegezegd. Voorts heeft u persoonlijk toegezegd dat de rest van de openstaande schuld uiterlijk voor het eind van dit jaar op mijn derdengelden-rekening zal zijn bijgeschreven. (...)

Op de faxbrief is met de hand het bedrag van € 25.000,- doorgestreept. Daarboven staat handgeschreven het volgende: ‘vandaag mondeling toegezegd maandag a.s. € 20.000 te betalen.’

2.8. Onderaan aan de faxbrief van 23 november 2005 heeft B voor akkoord getekend onder ‘Voor akkoord namens B B.V. en Topic, Meubelen, Stoffen en Verlichting B.V.’

2.9. Bij brief van 8 december 2005 heeft de raadsman van A en D bevestigd dat op 7 december 2005 een bedrag van € 20.000,- is overgemaakt naar de derdengeldrekening. Daarbij is geconstateerd dat deze betaling later heeft plaatsgevonden dan was toegezegd. Verder is bij deze brief medegedeeld dat, indien het restant van de schuld niet uiterlijk voor het eind van het jaar op de derdengeldrekening is bijgeschreven, zonder verder overleg passende rechtsmaatregelen worden getroffen.

2.10. Bij faxbrief van 21 december 2005, waarop als datum staat vermeld 21 november 2005, heeft C aan de raadsman van A en D meegedeeld dat het niet gaat lukken het restant van de vordering voor het eind van het jaar te voldoen aangezien een transactie in Spanje vertraging heeft opgelopen. Voorts heeft C verzocht om uitstel van rechtsmaatregelen tot de derde week van januari 2006.

2.11. Naar aanleiding van het voorstel van de raadsman van A en D van 23 december 2005 dat rechtsmaatregelen worden uitgesteld indien in de drie daarop volgende weken iedere week een bedrag van € 2.500,- wordt overgemaakt en het restant uiterlijk in week 3 van 2006 wordt betaald, is op 18 januari 2006 een bedrag van € 7.500,-, in mindering op de openstaande vordering, betaald.

2.12. Bij faxbrief van 25 januari 2006 heeft C aan de raadsman van A en D het volgende meegedeeld:

(...)

Bijgevoegd documenten betreffende twee onroerend goed transacties in Spanje waar we momenteel aan werken. (...) Het document met het hoofd “La Caixa” betreft de mededeling van deze Spaanse bank dat men aan het werk is met de hypotheekaanvraag van 2,4 miljoen Euro. Deze week zouden wij hiervan de definitieve toezegging moeten ontvangen, eigenlijk had dit afgelopen maandag al moeten gebeuren. (...) Het andere document is een overeenkomst tussen een Spaanse makelaar en B en betreft de verkoop van een Spaanse boerderij in privé bezit van B. Gezien de moeilijke financiële situatie van B BV heeft B besloten dit privé bezit te verkopen (geschatte waarde 1,1 miljoen Euro) en de opbrengst in de BV te stoppen. Gecombineerd meer dan voldoende middelen om het restant van de vordering van uw cliënten te betalen. (...)

2.13. Op 15 februari 2006 is aan aan B B.V. surséance van betaling verleend. Op 20 februari 2006 is B B.V. in staat van faillissement verklaard.

2.14. Bij akte van cessie van 31 mei 2006 heeft D haar restantvordering ter zake van de onder 2.3. genoemde facturen gecedeerd aan A. Bij brieven van 31 mei 2006 heeft D aan B B.V. en B mededeling gedaan van de cessie.

2.15. Bij vonnis van 17 oktober 2006 is Topic in staat van faillissement verklaard.

2.16. A heeft na daartoe verkregen verlof diverse conservatoire (derden)beslagen ten laste van B doen leggen.

3. Het geschil

3.1. A vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

1. Hoofdelijke veroordeling van Topic en B tot betaling van:

I. € 69.058,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de openstaande facturen;

II. € 1.158,- aan buitengerechtelijke kosten;

III. De proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag waarop de proceskosten verschuldigd worden;

2. Veroordeling van B tot betaling van:

I. € 9.258,34, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de openstaande facturen;

II. € 3.084,- aan buitengerechtelijke kosten;

III. De proceskosten, waaronder de kosten van de conservatoire beslagen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag waarop de proceskosten verschuldigd worden.

Subsidiair:

Veroordeling van Topic en / of B, al dan niet hoofdelijk, tot betaling van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van Topic en / of B in de proceskosten.

3.2. A baseert haar vordering, naast de hiervoor vermelde feiten, op de volgende stellingen. B is aansprakelijk voor betaling van de vorderingen van A op B B.V. en Topic nu hij diverse malen uitdrukkelijk en persoonlijk, zowel mondeling als schriftelijk, heeft toegezegd dat de vorderingen van A, vermeerderd met de wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten zouden worden voldaan. Bovendien heeft B meegedeeld dat hij privé-eigendommen in Spanje zou verkopen teneinde de vorderingen van A te voldoen. A mocht er derhalve gerechtvaardigd op vertrouwen dat haar vorderingen zouden worden voldaan, zo nodig door B in privé. Door dit vertrouwen te beschamen, heeft B onrechtmatig jegens A gehandeld en is hij aansprakelijk voor betaling van de vorderingen. A verwijst hierbij naar het arrest NBM / Securicor (NJ 1995, 170).

3.3. Subsidiair stelt A dat B heeft gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die hij naar verkeersnormen in acht had moeten nemen nu hij, toen hij op 23 november 2005 persoonlijk toezegde dat de gehele schuld in december 2005 zou zijn afbetaald, wist dan wel behoorde te weten dat volledige afbetaling van de openstaande schuld door B B.V. en / of Topic niet meer, of in ieder geval niet binnen de toegezegde termijn, tot de mogelijkheden behoorde en deze vennootschappen geen verhaal meer zouden kunnen bieden. B is dan ook tevens op deze grond aansprakelijk voor betaling van de facturen, aldus A.

3.4. Meer subsidiair stelt A dat B op grond van artikel 2:203 Burgerlijk Wetboek (BW) persoonlijk aansprakelijk is voor betaling van de facturen die zijn verzonden aan Topic (2.2.). B heeft A immers op 14 april 2005 verzocht om in het vervolg aan Topic te factureren. Gelet op het feit dat Topic pas op 30 juni 2005 werd opgericht, heeft B een rechtshandeling namens een op te richten besloten vennootschap verricht en is hij voor voldoening van de hieruit voortvloeiende betalings-verplichtingen aansprakelijk.

3.5. B voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank stelt allereerst vast dat in het proces-verbaal van de comparitie na antwoord van 8 december 2006 op de eerste pagina per abuis is vermeld dat mr. G raadsman is van A. Mr. G is immers opgetreden namens Topic en B en mr. Schouten namens A.

4.2. Ter comparitie heeft de rechter meegedeeld dat de procedure tegen Topic wegens haar faillissement (2.15.) is geschorst. De rechtbank zal derhalve enkel het geschil tussen A en B beoordelen. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, kan het onderhavige vonnis niet wijzen om organisatorische redenen.

4.3. Het geschil tussen A en B betreft de vraag of B gehouden is tot betaling van de facturen van A op de grond dat hij onrechtmatig heeft gehandeld door het gerechtvaardigde vertrouwen van A dat haar facturen zouden worden betaald, te beschamen.

4.4. A stelt, hetgeen B betwist, dat laatstgenoemde bij haar het gerechtvaardigde vertrouwen heeft gewekt dat de facturen zouden worden betaald, zo nodig door hemzelf in privé. A verwijst hierbij naar de overgelegde correspondentie. B voert aan dat hij steeds heeft gehandeld als bestuurder namens B B.V. en / of Topic en dat hij nimmer de bedoeling heeft gehad om de verplichtingen van deze B.V.’s in privé na te komen. Uit de correspondentie zou ook blijken dat hij steeds namens de B.V.’s heeft gehandeld. Hij voert daarbij voorts aan dat een bestuurder in beginsel niet in privé kan worden aangesproken voor een handelen of nalaten dat aan een vennootschap dient te worden toegerekend.

4.5. Hoewel juist is dat de adressering van de correspondentie steeds op naam van B B.V. en/of Topic is gesteld, is de rechtbank van oordeel dat A uit de reeks van gebeurtenissen en aan de hand van de mededelingen van B het gerechtvaardigd vertrouwen heeft mogen ontlenen dat B B.V. en Topic in staat waren dan wel door B in staat zouden worden gesteld hun financiële verplichtingen jegens A na te komen. Zo blijkt uit de brief van 8 september 2005 (2.4.) dat B mondeling heeft toegezegd dat alle openstaande facturen van A zouden worden voldaan. Voorts blijkt uit de faxbrief van 21 november 2005 (2.6.) dat op verzoek van B € 20.000,- zal worden betaald aan A en dat B nogmaals de ‘harde’ toezegging doet dat het hele openstaande saldo van A voor het einde van het jaar zal worden betaald. Dit wordt bevestigd in de faxbrief van 23 november 2005 (2.7.). In deze faxbrief wordt verder verwezen naar een telefoongesprek dat op die datum heeft plaatsgevonden. B heeft niet betwist dat hij degene is die dit telefoongesprek met de advocaat van A heeft gevoerd. Blijkens de faxbrief heeft B tijdens het telefoongesprek persoonlijk toegezegd dat de in de brief genoemde betalingen zouden worden gedaan. Het verweer van B dat hij deze faxbrief voor akkoord heeft ondertekend namens de B.V.’s, doet niet af aan het feit dat uit de ondertekening blijkt dat hij de juistheid van de weergave van het telefoongesprek in de faxbrief erkent. Voorts blijkt uit de faxbrief van 25 januari 2006 (2.12.) van C dat B bezig was om in Spanje een aantal transacties uit te voeren, waaronder de verkoop van een boerderij in privé-bezit, teneinde de opbrengst hiervan, gelet op de moeilijke financiële situatie van B B.V., in de B.V. ‘te stoppen’.

De hiervoor besproken correspondentie in onderling verband en samenhang bezien, heeft A er gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat B desnoods privé-middelen zou aanwenden om de facturen te (doen) betalen. B heeft aangevoerd dat hij jegens A altijd heeft aangegeven dat de eventuele extra inbreng van kapitaal in de vennootschappen uit de opbrengst van de transacties in Spanje, afhankelijk zou zijn van het welslagen van de transactie(s) in Spanje en dat nu die niet zijn geslaagd, dit betaling aan A in de weg staat. Indien echter al juist is dat de transacties in Spanje niet zijn doorgegaan, doet dit naar het oordeel van de rechtbank er niet aan af dat B gehouden is tot betaling van de facturen. B heeft immers het gerechtvaardigd vertrouwen bij A gewekt dat de B.V.’s hun financiële verplichtingen jegens haar zouden nakomen, zo nodig daartoe in staat gesteld door hem in privé. Dat B daarvoor de verkoop van onroerend goed in Spanje heeft willen aanwenden en dat dit uiteindelijk (volgens hem) niet is doorgegaan, regardeert A niet. Concrete feiten of omstandigheden waaruit kan blijken dat tussen partijen is afgesproken dat betaling van de facturen afhankelijk zou worden gesteld van het welslagen van de transactie(s) in Spanje zijn gesteld noch gebleken. A vertrouwde er gerechtvaardigd op dat haar facturen hoe dan ook zouden worden betaald en in het licht van dat vertrouwen heeft A er meerdere malen mee ingestemd om uitstel van betaling te verlenen en om het treffen van rechtsmaat-regelen uit te stellen. Vervolgens zijn B B.V. en Topic failliet verklaard. Nu B voornoemd gerechtvaardigd vertrouwen heeft beschaamd door niet voor betaling van de facturen te zorgen, heeft B onrechtmatig gehandeld. Derhalve dient hij de schade te vergoeden die A heeft geleden door het onbetaald blijven van haar facturen. De vordering van A zal dan ook worden toegewezen.

4.6. Nu B noch de verschuldigdheid noch de hoogte van de buitengerechtelijke kosten en van de wettelijke rente heeft weersproken, worden deze onderdelen van de vordering tevens toegewezen.

4.7. B zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van A. De – onweersproken – vordering van A van de wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen, met dien verstande dat deze rente verschuldigd zal zijn vanaf de veertiende dag na dagtekening van dit vonnis.

4.8. Nu de procedure van A jegens Topic is geschorst, zal de rechtbank de zaak in zoverre verwijzen naar de parkeerrol.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt B tot betaling aan A van € 78.316,34 (achtenzeventigduizend driehonderdzestien euro en vierendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de respectieve openstaande facturen tot de dag der algehele voldoening;

5.2. veroordeelt B tot betaling aan A van € 4.242,- aan buitengerechtelijke kosten;

5.3. veroordeelt B in de proceskosten aan de zijde van A, tot op heden begroot op € 2.766,13 voor verschotten, daaronder begrepen de kosten van de conservatoire beslagen en op € 1.788,- voor salaris procureur, onder de bepaling dat indien de proceskosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis zijn voldaan, daarover vanaf de veertiende dag wettelijke rente verschuldigd is;

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.5. verwijst de procedure van A jegens Topic naar de parkeerrol van 1 oktober 2008.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Uriot en in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2007.?