Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BB0200

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-04-2007
Datum publicatie
24-07-2007
Zaaknummer
13.497.447-2006
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikelen 2, 5 en 7 van de OLW

Overlevering Letland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13.497.447-2006

RK nummer: 07/826

Datum uitspraak: 13 april 2007

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 februari 2007 en strekt onder meer tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB), uitgevaardigd op

21 juni 2006 door de justitiële autoriteit, de Ogres District Court of the Republic of Latvia, Brivibas Street 6, Ogre, LV-5000. Dit bevel betreft de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

[adres]

thans gede-tineerd in de Penitentiaire Inrichting Noord Holland Noord,

Huis van Bewaring Zwaag te Zwaag,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1. Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 30 maart 2007. Daarbij zijn de offi-cier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsman, mr. F.C. Staehle, advocaat te Amsterdam gehoord. De opgeëiste persoon is bijgestaan door een tolk in de Russische taal.

De rechtbank heeft op de zitting van 30 maart 2007 de termijn als bedoeld in artikel 22, eerste lid, OLW op grond van artikel 22, derde lid, OLW met dertig dagen verlengd in verband met de bijzondere omstandigheid dat door de druk bezette agenda van de Internationale Rechtshulpkamer een eerdere behandeling van het EAB niet mogelijk was.

2. Grondslag en inhoud van het EAB

Aan het EAB ligt the decision of Ogres District Court of June 15, 2006, on changing the security measure to arrest and proclaiming of search ten grondslag.

Het EAB houdt het verzoek in om overlevering ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende staat ingesteld strafrechtelijk onderzoek. Dit onderzoek betreft het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schul-dig heeft gemaakt aan twee naar het recht van Letland strafbaar feiten.

Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB, waarvan een door de griffier gewaarmerkte fotokopie als bijlage aan deze uitspraak is gehecht.

3. Identiteit van de opgeëiste persoon

De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn, dat hij niet de Nederlandse, maar de Letse nationaliteit heeft.

4. Strafbaarheid

4.1 Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De feiten zijn zowel naar het recht van Letland als naar Nederlands recht strafbaar.

Op deze feiten is in beide staten een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden gesteld.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5. Onschuldverweer

De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan de feiten. Hij heeft dit echter tijdens het verhoor ter zitting niet kunnen aantonen.

Dat er ten aanzien van de opgeëiste persoon geen sprake kan zijn van een vermoeden van schuld aan deze feiten, is niet gebleken.

6. Slotsom

Nu ten aanzien van de feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat aan alle eisen is voldaan die de OLW daaraan stelt, dient de overlevering te worden toegestaan.

7. Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikelen 2, 5 en 7 van de OLW.

8. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Ogres District Court of the Republic of Latvia in Ogre, Letland, ten behoeve van het in Letland tegen hem gerichte strafrechtelijke onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.

Aldus gedaan door

mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzit-ter,

mrs. C. Klomp en A.H.J. Swart, rech-ters,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Hofstra, grif-fier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 13 april 2007.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, van de OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.