Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BA9767

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-07-2007
Datum publicatie
18-07-2007
Zaaknummer
372459/KG ZA 07-1143 OdC/RV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beslagleggende partij pretendeert schadevordering op beslagene te hebben. Beslagene heeft niet op een van zijn punten aannemelijk gemaakt dat de door de beslaglegger ingenomen standpunten summierlijk ondeugdelijk wordt geacht. Echter het totaal van ongewisheden omtrent de schadevordering ondermijnt de kans op toewijzing van die vordering zodanig dat gesproken kan worden van een summierlijk ondeugdelijke vordering, althans zodanig onzeker dat het beslag niet is gerechtvaardigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2007, 394
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 372459 / KG ZA 07-1143 OdC/RV

Vonnis in kort geding van 12 juli 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TROOSTWIJK VEILINGEN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij conceptdagvaarding,

procureur mr. P.N. van Regteren Altena,

advocaat mr. J.H. van der Weide te 's-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

2DEAL VENTURES B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

gedaagde, vrijwillig verschenen,

procureur mr. C.B.M. Scholten van Aschat,

advocaten mr. S.J.B. Drijber en mr. M.A. Oostendorp te Arnhem.

Partijen zullen hierna Troostwijk en 2Deal Ventures genoemd worden.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 27 juni 2007 heeft Troostwijk gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. 2Deal Ventures heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2. De feiten

2.1. 2Deal Ventures is de moedermaatschappij van RelishCo B.V. (verder RelishCo genoemd).

2.2. RelishCo heeft in 2006 de machines en bedrijfsinventaris van Koeleman Foods B.V. overgenomen. RelishCo heeft (een deel van) die machines en bedrijfsinventaris in een publieke (internet-)veiling van eind mei / begin juni 2007 verkocht. De veiling is uitgevoerd door[naam] Veilingen BV (verder [naam] BV genoemd).

2.3. De heer [A.] (hierna: [A.]) heeft zich bij Troostwijk aangediend als optredend namens RelishCo en is als contactpersoon opgetreden ten aanzien van de offrerende veilingbedrijven. Ook tijdens de voorbereiding en uitvoering van de veiling is [A.] contactpersoon geweest.

2.4. Bij schrijven van 2 april 2007 heeft Troostwijk een rekening aan RelishCo gepresenteerd met een bijgaande brief waarin is vermeld: “Betreft: De in uw opdracht te houden publieke verkoping van de Machines en Bedrijfsinventaris van voorheen (...) Wij verzoeken u vriendelijk doch dringend om binnen 10 werkdagen na datering van deze nota voor betaling aan ons zorg te dragen. Indien de betaling niet binnen deze termijn wordt voldaan stellen wij u voor alsdan in gebreke.”

2.5. Bij overeenkomst gedateerd 27 april 2007 en geregistreerd bij de belastingdienst op 2 mei 2007 hebben 2Deal Ventures en RelishCo een overeenkomst gesloten met als doel de machines en bedrijfsinventaris in eigendom aan 2Deal Ventures over te dragen. Troostwijk heeft deze overeenkomst bij buitengerechtelijke verklaring van 25 mei 2007 vernietigd op grond van artikel 3:45 Burgerlijk Wetboek.

2.6. De kijkdagen van de veiling van de machines en bedrijfsinventaris zijn in de week van 24 mei 2007 geweest. De (internet-)veiling heeft minder opgebracht dan vooraf was getaxeerd.

2.7. Troostwijk heeft op 25 mei 2007, de tweede dag van de kijkdagen van de veiling, conservatoir beslag gelegd op de machines en bedrijfsinventaris in de gebouwen van RelishCo. Troostwijk heeft haar verzoek tot beslaglegging gegrond op de in haar ogen verkregen opdracht de veiling voor RelishCo te verzorgen. Hierop is ook de factuur van 2 april 2007 gebaseerd.

2.8. Bij vonnis van 6 juni 2007 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank

’s-Gravenhage op vordering van 2Deal Ventures en RelishCo het beslag op de roerende zaken van RelishCo opgeheven. De vordering van Troostwijk werd summierlijk ondeugdelijk geacht aangezien zij er niet van had mogen uitgaan dat [A.] bevoegd was om RelishCo te binden aan overeenkomsten met derden.

2.9. Op 12 juni 2007 heeft deze rechtbank verlof verleend aan 2Deal Ventures om beslag te leggen op de bankrekeningen van Troostwijk. De gepretendeerde vordering is begroot op € 550.000,=.

3. Het geschil

3.1. Troostwijk vordert - samengevat - de opheffing van de door 2Deal Ventures gelegde beslagen uit hoofde van het verlof van 12 juni 2007, een verbod op te leggen aan 2Deal Ventures nogmaals ten laste van Troostwijk conservatoir beslag te leggen op straffe van een dwangsom en veroordeling van 2Deal Ventures in de proceskosten, alsook in de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2. Hiertoe stelt Troostwijk - samengevat - dat de vordering van 2Deal Ventures summierlijk ondeugdelijk is aangezien deze geen partij is bij het geschil tussen Troostwijk en RelishCo. Troostwijk betoogt dat tussen haar en RelishCo wel degelijk een overeenkomst tot stand is gekomen en dat de door Troostwijk gelegde beslagen op de roerende zaken van RelishCo rechtmatig zullen blijken te zijn. Zij betoogt verder dat de koopovereenkomst tussen 2Deal Ventures en RelishCo van de machines en bedrijfsinventaris - zaken die tot zekerheid van de vordering van Troostwijk hadden kunnen dienen - paulianeus is omdat RelishCo op dat moment op de hoogte was van de gepretendeerde vordering van Troostwijk. Zij heeft daarom de verkoopovereenkomst vernietigd en RelishCo is eigenaar van de zaken gebleven, aldus Troostwijk. Verder stelt zij dat 2Deal Ventures (en/of RelishCo) geen schade heeft geleden door de beslaglegging tijdens de kijkdagen van de veiling, althans dat niet vast is te stellen dat zij de eventuele schade heeft veroorzaakt. Troostwijk betoogt dat bij de beslaglegging is gebleken dat niet alle te veilen zaken ook daadwerkelijk te koop zijn aangeboden. Dit zou het verschil tussen de getaxeerde waarde en de uiteindelijke opbrengst kunnen verklaren, aldus Troostwijk.

3.3. 2Deal Ventures voert - samengevat - ter afwering aan dat zij een vordering op Troostwijk heeft voor de door haar geleden schade als gevolg van het onrechtmatig gelegde beslag op de te veilen zaken. 2Deal Ventures betoogt dat tussen Troostwijk en RelishCo geen overeenkomst is gesloten en dat Troostwijk dus geen vordering op RelishCo heeft. Het gelegde beslag was onrechtmatig, aldus 2Deal Ventures. Verder voert zij aan dat de koopovereenkomst tussen haar en RelishCo om belastingtechnische redenen is aangegaan en zodoende niet voor vernietiging in aanmerking komt. De eigendom van de machines en bedrijfsinventaris zijn dus wel overgedragen, aldus 2Deal Ventures.

Zij voert ook aan dat Troostwijk de beslagen heeft gelegd tijdens de kijkdagen van de veiling, waardoor potentiële kopers van de zaken niet of minder zijn gaan bieden tijdens de veiling. 2Deal Ventures betoogt dat door die beslaglegging de veilingopbrengst lager is uitgevallen dan de geschatte opbrengst. De niet te koop aangeboden zaken kunnen volgens 2Deal Ventures niet hebben geleid tot dit verschil. Troostwijk dient dus de opgelopen schade te vergoeden zodat de vordering die ten grondslag ligt aan de gelegde beslagen deugdelijk is, aldus 2Deal Ventures.

4. De beoordeling

4.1. Volgens art. 705 lid 2 Rv dient een beslag te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Dit brengt mee dat het op de weg ligt van degene die de opheffing vordert, voldoende aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is.

4.2. Partijen twisten allereerst over de vraag of tussen Troostwijk en RelishCo een overeenkomst - de onder 2.4 bedoelde opdracht - tot stand is gekomen. De voorzieningenrechter te ’s-Gravenhage heeft als voorlopig oordeel gegeven dat geen overeenkomst tot stand is gekomen. Dit geldt voorshands als uitgangspunt, hetgeen echter niet wegneemt dat in de inmiddels aanhangig gemaakte bodemprocedure, waarin deze kwestie ook aan de orde is gesteld onder aanbieding van bewijs door het horen van een aantal getuigen, waaronder ook [A.], - wiens functie en rol tijdens dit kort geding, ook desgevraagd, geheel onduidelijk is gebleven - geoordeeld zou kunnen worden dat tussen Troostwijk en RelishCo wel een overeenkomst tot stand is gekomen.

4.3. In de aanhangige bodemprocedure wordt ook een oordeel gevraagd over het tweede partijen verdeeld houdende geschilpunt, te weten de geldigheid van de koopovereenkomst van de te veilen zaken tussen RelishCo en 2Deal Ventures. De voorzieningenrechter te ’s-Gravenhage heeft deze vraag uitdrukkelijk buiten beschouwing gelaten. Ook hieromtrent is door Troostwijk een uitgebreid en gemotiveerd standpunt ingenomen onder aanbieding van getuigenbewijs. Ter zitting is in elk geval duidelijk geworden dat de door Troostwijk gepretendeerde vordering ten tijde van de gewraakte overdracht bij RelishCo en 2Deal Ventures bekend was. Weliswaar heeft 2Deal Ventures met kracht van argumenten aangevoerd dat de overdracht slechts belastingtechnische doeleinden had, maar dat neemt niet weg dat die overdracht voor het verhaal van Troostwijk negatieve gevolgen had. In de bodemprocedure zal moeten worden vastgesteld onder welke omstandigheden die overdracht precies heeft plaatsgevonden en wat de consequenties van één en ander is uit paulianeus oogpunt.

4.4. Het derde geschilpunt betreft de in hoge mate voor discussie vatbare vraag in hoeverre de door 2Deal Ventures gestelde schade valt toe te rekenen aan het door Troostwijk gelegde beslag. Dit hangt af van een aantal factoren. Zo speelt daarbij een rol welke systematiek Troostwijk respectievelijk [naam] BV volgden bij het aanbieden van de goederen ter veiling en of en in hoeverre aspirant-kopers van het beslag op de hoogte waren. In dat verband is ook omstreden, en valt niet aanstonds in te zien, of en waarom aspirant-kopers zich door het beslag zouden laten ontmoedigen om via de desbetreffende internetsites van [naam] BV biedingen te doen. Voorts is onzeker welke aanvankelijk wel in de taxatie opgenomen zaken - van welke taxatie 2Deal Ventures uitgaat bij de schadeberekening - ook daadwerkelijk ter veiling zijn aangeboden. Voorshands is dan ook voldoende ruimte voor twijfel over de gestelde schade, dan wel dat die schade toe te rekenen is aan Troostwijk.

4.5. Hoewel niet kan worden gezegd dat Troostwijk op elk van deze punten aannemelijk heeft gemaakt dat ieder van de daarin door 2Deal Ventures ingenomen standpunten diens vordering summierlijk ondeugdelijk doet zijn, ondermijnt het totaal van de hiervoor besproken ongewisheden de kans van een toewijzing van de schadevordering van 2Deal Ventures zodanig dat niettemin van een summierlijk ondeugdelijke vordering moet worden gesproken, althans van een zodanig onzekere vordering dat deze, gelet op het belang van Troostwijk, het beslag niet rechtvaardigt. Het gelegde beslag moet daarom worden opgeheven.

4.6. De vordering tot een verbod van 2Deal Ventures om ten laste van Troostwijk conservatoir beslag te leggen, is te algemeen van aard en zal daarom worden afgewezen.

4.7. 2Deal Ventures zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Troostwijk worden begroot op:

- dagvaarding EUR 84,31

- vast recht 251,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.151,31

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. heft op de ten laste van Troostwijk gelegde beslagen uit hoofde van het verlof van 12 juni 2007, gelegd onder de Fortis Bank N.V., ABN AMRO Bank N.V., ING Bank N.V. en Coöperatieve Rabobank Amsterdam en Omstreken,

5.2. veroordeelt 2Deal Ventures in de proceskosten, aan de zijde van Troostwijk tot op heden begroot op EUR 1.151,31,

5.3. veroordeelt 2Deal Ventures in de nakosten, aan de zijde van Troostwijk begroot op € 131,=, dan wel € 199,= indien betekening van het vonnis plaatsvindt,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Orobio de Castro, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. R. Verloo, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2007.?