Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BA9489

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-07-2007
Datum publicatie
12-07-2007
Zaaknummer
371926 / KG ZA 07-1102 OdC/MV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Het Algemeen Dagblad heeft in haar krant van 2 juni 2007 de zogenaamde Toeristenbelasting Test gepubliceerd. Hierin is RCN ervan beschuldigd meer toeristenbelasting in rekening te brengen dan de gemeentelijke verordeningen toestaan. Aangezien deze beschuldiging niet op de feiten is gebaseerd en op negatieve wijze is ingekleed, is zij onrechtmatig jegens RCN. Vordering tot rectificatie en schadevergoeding in kort geding toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 371926 / KG ZA 07-1102 OdC/MV

Vonnis in kort geding van 12 juli 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RECREATIECENTRA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres bij concept-dagvaarding,

procureur mr. R.E. van Schaik,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AD NIEUWSMEDIA B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde3]

wonende te [woonplaats],

4. [gedaagde4],

wonende te [woonplaats]

gedaagden vrijwillig verschenen,

procureur mr. P.N. van Regteren Altena,

advocaat mr. M.D. Veltman te Rotterdam.

De procedure

Ter terechtzitting van 29 juni 2007 heeft eiseres, hierna RCN te noemen, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte concept-dagvaarding. Gedaagden, hierna ook te noemen het AD, [gedaagde2], [gedaagde3] en [gedaagde4], hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

De feiten

Het AD is een landelijk dagblad waarvan [gedaagde2] hoofdredacteur is. [gedaagde3] en [gedaagde4] zijn als verslaggevers werkzaam bij het AD.

RCN exploiteert negen recreatiecentra in Nederland en een aantal in Frankrijk. Bezoekers van een recreatiecentrum van RCN betalen een zogenaamd basistarief per accommodatie per nacht. De door de desbetreffende gemeenten geheven toeristenbelasting is in dit basistarief begrepen. Naast het basistarief brengt RCN administratiekosten en een zogenaamde ‘overheidsheffingentoeslag’ in rekening. Deze toeslag, een vast bedrag per accommodatie per nacht, ziet op landelijke en regionale heffingen die de overheid aan RCN in rekening brengt, zoals grondwaterbelasting, belasting op leidingwater, zuiveringslasten, energiebelasting, eco-taks etcetera.

Op 14 mei 2007 hebben [gedaagde3] en [gedaagde4] een brief gezonden naar RCN. In deze brief is onder meer het volgende opgenomen:

“Het AD heeft onlangs onderzoek gedaan naar de vraag of aanbieders van nachtaccommodatie hun gasten hetzelfde bedrag aan toeristenbelasting in rekening brengen dat in de gemeentelijke verordening wordt genoemd. Ook uw bedrijf is in het onderzoek opgenomen. Hierbij leggen wij onze bevindingen betreft uw onderneming aan u voor.

In het kader van hoor en wederhoor willen wij u in de gelegenheid stellen hierop een korte, schriftelijke reactie te geven. (...)”

Bij de brief zijn een viertal rekenvoorbeelden gevoegd waaruit zou blijken dat RCN te veel toeristenbelasting in rekening brengt. Volgens het AD zou RCN in vier van haar recreatiecentra 2 of 3 euro per persoon per nacht in rekening brengen, terwijl de desbetreffende gemeenten 67, 50 of 61 cent per persoon per nacht in rekening brengen.

Bij brief van 21 mei 2007 heeft RCN op de onder 2.3. genoemde brief gereageerd. In de brief van RCN is onder meer het volgende opgenomen:

“RCN rekent al sinds jaar en dag de toeristenbelasting NIET apart door aan zijn gasten. Het is inbegrepen in het basistarief dat iemand per bungalow of per plaats betaalt. (...)

In het kader van voortdurende besprekingen in de branche over de administratieve lastendruk en de voortdurende stijgingen ervan heeft RCN er een aantal jaren geleden voor gekozen om in plaats van een tariefsverhoging de overheidsheffingentoeslag per plaats en per bungalow in te voeren.

De achterliggende reden is dat gasten dan kunnen zien dat een bestanddeel van het tarief dat zij betalen bestaat uit heel veel landelijke en regionale heffingen.

U kunt daarbij denken aan:

Landinrichtingsrente, ruil- of herverkavelingsrente

Grondwaterbelasting

Belasting op leidingwater

Zuiveringslasten

Waterschapslasten

Rioolrecht

Omslagheffing

Onroerendzaakbelasting

Ingezetenenomslag

Verontreinigingsheffing

Energiebelasting

Eco-taks

etc.

U kunt dat ook zien op bijv. de pagina’s 7 en 11 van ons magazine (bijgaand) bij het rekenvoorbeeld: toeristenbelasting inclusief.

Uw m.i. wel erg oppervlakkige bevindingen zijn dan ook niet juist. RCN gaat niet in de fout.

(...)

Het zal u duidelijk zijn dat RCN geen genoegen neemt met uitsluitend plaatsing van deze reactie. Uw bevindingen betreffende de toeristenbelasting bij RCN zijn immers pertinent onjuist.

Een publicatie, zoals u voornemens bent, brengt RCN onterecht en nodeloos schade toe.”

Op zaterdag 2 juni 2007 heeft het AD de Toeristenbelasting Test gepubliceerd. Op de voorpagina is een artikel opgenomen onder de kop “Toeristen gefopt met belasting”. Het artikel opent met:

“Nederlanders die deze zomer in eigen land op vakantie gaan, worden massaal bij de neus genomen door de recreatiebranche. Ongeveer de helft van alle campings, hotels en bungalowparken brengt meer toeristenbelasting in rekening dan de gemeentelijke verordening toestaat. (...)”

Op pagina 21 is een artikel opgenomen onder de kop “Graaien en nog eens graaien”. De inleiding van het artikel vermeldt onder meer: “Een kijkje in de wondere wereld van heffen en getild worden.” In het artikel is verder het volgende opgenomen: “Veel ondernemers draaien hun klanten onder valse voorwendsels een poot(je) uit. Ongeveer de helft van alle in deze branche actieve bedrijven sjoemelt met de hoogte van de toeristenbelasting en/of lokale heffingen. Voor de gast gaat het meestal om (relatief) geringe bedragen, voor de bedrijven kan de onrechtmatig verkregen winst oplopen tot vele tonnen per jaar. Dit blijkt uit onderzoek van deze krant, waarbij werd gekeken naar de tariefstructuur bij ruim tweehonderd aanbieders van nachtaccommodatie. En om maar direct even kort door de bocht te gaan: het is één grote chaos.

(...)

Met vier vestigingen in de top 10 is ook Recreatiecentra Nederland (RCN) goed vertegenwoordigd. RCN valt vooral op door de hoogte van de toeslagen die in rekening worden gebracht. Door één prijs per bungalow per nacht te berekenen is de eenzame gast altijd te duur uit. (...)

Op pagina 22 en 23 van het AD van 2 juni 2007 is een artikel opgenomen onder de kop “Consumenten staan machteloos”. Op pagina 22 is verder een lijst van accommodaties opgenomen die volgens het AD te veel toeristenbelasting bij hun bezoekers in rekening brengen. Op de derde tot en met zesde plaats staan vier recreatiecentra van RCN. Zij brengen volgens het AD respectievelijk 500%, 364% en 228% te veel in rekening.

Op pagina 24 van het AD van 2 juni 2007 is een aantal reacties opgenomen van de desbetreffende bedrijven. Onder RCN is vermeld:

“RCN gaat niet in de fout. Uw voorbeeld van de vrijgezel die op een van onze centra een bungalow reserveert is vergezocht.”

Het artikel dat op de voorpagina van het AD van 2 juni 2007 is geplaatst (“Toeristen gefopt met belasting”) is eveneens gepubliceerd op de website van het AD (www.ad.nl). Bij het artikel is een link opgenomen naar de testresultaten.

Bij brief van 4 juni 2007 van de raadsman van RCN is het AD – kort gezegd – gesommeerd een rectificatie te plaatsen, het artikel van de website te verwijderen en een schadevergoeding te betalen van EUR 10.000,-. In een brief van 6 juni 2007 van het AD is opgenomen dat het AD niet aan deze sommatie zal voldoen. Bij brief van de raadsman van RCN van 7 juni 2007 zijn het AD rechtsmaatregelen aangezegd.

Op pagina 22 van het AD van vrijdag 29 juni 2007 is een artikel verschenen onder de kop: “Toeristenbelasting niet hetzelfde als overheidsheffingen of lokale lasten”.

In de inleiding van het artikel is onder meer het volgende opgenomen:

“Het onderzoek naar de hoogte van de toeristenbelasting, door het AD op 2 juni gepubliceerd, heeft tot veel reacties geleid. In een aantal gevallen, zoals bij Recreatiecentra Nederland (RCN), zijn wij op basis van de beschikbare feiten te kort door de bocht gegaan.”

Het artikel is opgesteld in vraag- en antwoordvorm. Twee van die vragen (en antwoorden) luiden als volgt:

“Is het AD in het onderzoek goed omgegaan met het verschil tussen toeristenbelasting en posten als lokale lasten of overheidsheffingen?

Tot onze spijt niet. In een aantal gevallen was de toeristenbelasting al verwerkt in de basisprijs van de overnachting of onderdeel van een verzamelpost. Ten onrechte hebben wij het totaalbedrag van deze post meegenomen in onze berekeningen van de toeristenbelasting. Daaruit hebben wij geconcludeerd dat verschillende ondernemers meer toeristenbelasting in rekening brengen dan de gemeentelijke verordening toestaat. Op basis van de beschikbare feiten hadden wij dat niet mogen doen. De tabel in de publicatie van 2 juni is om die reden niet in alle gevallen juist. Aangezien het AD geen misverstand wil laten bestaan over de betrouwbaarheid van zijn testen, verwijderen wij deze tabel van onze website.

Kunt u een voorbeeld geven om de zaak duidelijker te maken?

Neem RCN. Daar is de toeristenbelasting inbegrepen in de logiesprijzen. Los daarvan brengt RCN haar gasten onder de noemer ‘overheidsheffingentoeslag’ een apart bedrag per bungalow per nacht in rekening. RCN zegt dat deze heffing dient om de kosten te dekken die het bedrijf krijgt opgelegd voor onder meer landinrichtingsrente; ruil- of herverkavelingsrente; grondwaterbelasting; belasting op leidingwater; zuiveringslasten; waterschapslasten; rioolrecht; omslagheffing; onroerendezaakbelasting; ingezetenenomslag; verontreinigingsheffing; energiebelasting en ecotax.

In het onderzoek heeft het AD deze overheidsheffingentoeslag ten onrechte beschouwd als toeristenbelasting. Op basis van beschikbare feiten hadden wij niet mogen concluderen dat RCN recreanten te veel toeristenbelasting laat betalen. In haar folders meldt RCN niet hoeveel toeristenbelasting zij in rekening brengt.”

Het geschil

RCN vordert – kort gezegd – op straffe van dwangsommen het volgende:

(1) gedaagden te verbieden te stellen of te suggereren dat RCN meer toeristenbelasting in rekening brengt dan de gemeentelijke verordeningen toestaan; (2) gedaagden te veroordelen tot het plaatsen van een rectificatie in het AD waarvan de tekst is opgenomen in het petitum van de aangehechte dagvaarding;

(3) gedaagden te veroordelen de resultaten van de toeristenbelastingtest van de website te verwijderen;

(4) gedaagden te veroordelen tot het plaatsen van een rectificatie op de website;

(5) betaling van EUR 20.000,- als voorschot op de schadevergoeding.

Zij stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat de uitlatingen van het AD de goede naam en reputatie van RCN aantasten en derhalve onrechtmatig zijn. Het AD heeft haar journalistieke onderzoeksplicht geschonden. De verdenking dat RCN te veel toeristenbelasting in rekening brengt, vindt geen steun in het beschikbare feitenmateriaal. De beweringen van het AD zijn immers pertinent onjuist. Kennelijk heeft het AD de toeristenbelasting verward met de ‘overheidsheffingentoeslag’, terwijl het verschil duidelijk blijkt uit de informatiebrochures van RCN. Bovendien heeft RCN het AD hierop voorafgaand aan de publicatie uitdrukkelijk gewezen. Ook de wijze waarop het AD de verdenking heeft ingekleed, draagt bij aan de onrechtmatigheid van de artikelen. De beweringen zijn gedaan in een uiterst negatieve en denigrerende context, waarbij termen zijn gebruikt als ‘tillen’, ‘graaien’, ‘foppen’, ‘sjoemelen’, ‘bij de neus nemen’, ‘onder valse voorwendsels een poot(je) uitdraaien’ en ‘onrechtmatige winsten die kunnen oplopen tot vele tonnen per jaar’. Het AD heeft als landelijk dagblad veel gezag; een lezer zal een artikel van het AD snel als waar aannemen. Dit blijkt ook uit het feit dat bijna alle media de uitkomst van de toeristenbelastingtest hebben overgenomen.

Het in het AD op 29 juni 2007 geplaatste artikel zet de aan het adres van RCN geuite onrechtmatige beschuldigingen niet recht. Dat het AD schrijft dat zij ‘te kort door de bocht is gegaan’ is – nu de beschuldigingen pertinent onjuist zijn – onvoldoende. Verder stond het aanvankelijke artikel in de zaterdageditie van het AD verspreid op de voorpagina en over vier pagina’s. Het artikel van 29 juni 2007 staat ‘verstopt’ in de vrijdageditie, die een lagere oplage heeft dan de zaterdageditie. RCN heeft daarom – ook na plaatsing van dit artikel – nog steeds een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vorderingen.

Het AD heeft tegen de vorderingen – samengevat weergegeven – het verweer gevoerd dat RCN gezien het op 29 juni 2007 in het AD verschenen artikel geen belang meer heeft bij toewijzing van haar vorderingen.

Ter verdere toelichting heeft het AD aangevoerd dat zij bij totstandkoming van de toeristenbelastingtest regelmatig constateerde dat toeristenbelasting niet apart in rekening werd gebracht, maar een onderdeel was van ‘lokale lasten’, ‘gemeentelijke lasten’ of ‘overheidsheffingen’. Bij RCN stuitte het AD op een vergelijkbaar begrip, te weten ‘overheidsheffingentoeslag’. Het AD heeft deze toeslag vervolgens in de toeristenbelastingtest meegenomen. Door vereenzelviging van de begrippen overheidsheffingentoeslag en toeristenbelasting kwam het AD tot de conclusie dat RCN meer toeristenbelasting in rekening bracht dan de gemeentelijke verordeningen toestaan. Ondanks de reactie van RCN waren de verslaggevers van het AD ervan overtuigd dat de overheidsheffingentoeslag als toeristenbelasting moest worden gezien. De toerist zou dit ook zo zien, was hun veronderstelling. Na publicatie van het artikel heeft het AD tot haar spijt moeten constateren dat het onderzoek naar RCN niet de schoonheidsprijs verdient en dat de conclusies van het AD niet altijd steun vonden in het beschikbare feitenmateriaal. Zij heeft daarom het artikel van 29 juni 2007 geplaatst. Dit artikel laat er geen misverstand over bestaan dat het AD in een aantal gevallen te kort door de bocht is gegaan en doet recht aan de belangen van RCN. De gevorderde rectificatie schiet hiermee haar doel voorbij.

Over de vordering tot betaling van EUR 20.000,- als voorschot op de schadevergoeding voert het AD aan dat RCN niet aannemelijk heeft gemaakt welke schade zij heeft geleden. Het artikel is niet in alle andere media overgenomen. Aan de door RCN in het geding gebrachte uitdraai van Google kan niet al te veel waarde worden gehecht. De vordering is bovendien niet spoedeisend. Er is geen sprake van ‘persoonlijk leed’ of ‘geschokte gevoelens’ waardoor er sprake moet zijn van een prompte genoegdoening. Verder voert het AD aan dat de vordering als weergegeven onder (1) van 3.1. te ruim is geformuleerd en dat aan de vordering tot verwijdering van het artikel over toeristenbelasting en de resultaten van de test van de website van het AD reeds is voldaan. Overigens heeft alleen het voorpagina artikel op de website gestaan. Het artikel op de pagina’s 21 tot en met 24 van het AD van 2 juni 2007 heeft niet op de website gestaan, waardoor de vordering de rectificatie eveneens op de website te publiceren te ver voert. Van belang hierbij is nog dat het artikel van 29 juni 2007 wel op de website is geplaatst.

De beoordeling

Een verbod aan het AD om te stellen of te suggereren dat RCN meer toeristenbelasting in rekening brengt dan de gemeentelijke verordeningen toestaan en toewijzing van de vordering tot rectificatie, houdt in beginsel een beperking in van het in artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde grondrecht van het AD op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt, indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien, is sprake wanneer de uitlatingen van het AD onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op de vraag welk recht – het recht op vrije meningsuiting of het recht ter bescherming van de eer of goede naam – in dit geval zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen. Het belang van RCN is dat zij niet mag worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Het belang van het AD is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend of waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Welke van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te geven, hangt af van de omstandigheden van het geval. De ernst van de beschuldigingen enerzijds en van de inbreuk op de goede naam anderzijds en voorts de mate waarin de beschuldigingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal en de wijze waarop de beschuldigingen worden ingekleed vormen dergelijke omstandigheden.

De beschuldiging dat RCN meer toeristenbelasting in rekening brengt dan de gemeentelijke verordeningen toestaan, is een ernstige beschuldiging die de reputatie en goede naam van RCN aantast. Ook een rechtspersoon kan hiervan slachtoffer zijn. De beschuldiging vindt geen steun in het beschikbare feitenmateriaal. RCN heeft dit, mede aan de hand van de door haar in het geding gebrachte brochures, voldoende aannemelijk gemaakt. Bovendien heeft het AD deze stelling van RCN niet weersproken. Verder draagt de wijze waarop de beschuldigingen zijn ingekleed bij aan de door RCN gestelde onrechtmatigheid van de uitlatingen. Termen als ‘tillen’, ‘graaien’, ‘foppen’, ‘sjoemelen’, ‘bij de neus nemen’, ‘onder valse voorwendsels een poot(je) uitdraaien’ en ‘onrechtmatige winsten die kunnen oplopen tot vele tonnen per jaar’ versterken het beschuldigende karakter van de gewraakte uitlatingen en hebben uit hun aard een (onnodig) negatief effect op de degene die wordt beschuldigd. Ook zonder het gebruik van dergelijke termen kan een misstand aan de kaak worden gesteld. Voor de wijze waarop de beschuldigingen zijn geuit is verder van belang dat het AD een landelijk dagblad is, dat in beginsel veel gezag heeft. Een (gemiddelde) lezer zal een artikel van het AD al snel als waar aannemen. Tot slot geldt dat het AD weliswaar wederhoor heeft toegepast, hetgeen in het kader van een goed journalistiek onderzoek in beginsel ook is vereist, maar dat zij dit – op juiste gronden gegeven – weerwoord, waarbij zij door RCN op haar verkeerde veronderstellingen is gewezen, in het geheel niet in haar beoordeling heeft betrokken en desondanks is overgegaan tot publicatie van de gewraakte gegevens.

De conclusie tot zover is dat het AD, gezien alle hiervoor genoemde omstandigheden, onrechtmatig heeft gehandeld jegens RCN. Voor zover toewijzing van de vorderingen leidt tot een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting van het AD, is dit, gezien artikel 10 lid 2 EVRM, toelaatbaar. De vorderingen zijn dan ook – mede gezien het spoedeisend belang van RCN (en op de hierna te melden wijze) – toewijsbaar. Het verweer van het AD dat RCN gezien het op 29 juni 2007 verschenen artikel geen belang meer heeft bij toewijzing van de vordering (omdat aan die vordering reeds voldaan zou zijn) gaat niet op. Dit artikel heeft het AD op eigen risico geplaatst en komt onvoldoende tegemoet aan de belangen van RCN. Allereerst heeft RCN terecht aangevoerd dat het oorspronkelijke artikel in de zaterdageditie en gedeeltelijk op de voorpagina is verschenen, terwijl het artikel van 29 juni 2007 op pagina 22 van de vrijdageditie (met een aanmerkelijk lagere oplage) is verschenen. Het laatstgenoemde artikel is niet herkenbaar als rectificatie (het woord rectificatie komt er ook niet in voor); het heeft eerder het karakter van een aanvullend artikel. De mededelingen die worden gedaan over RCN staan betrekkelijk ‘verstopt’ in het artikel. Tot slot geldt dat mededelingen als ‘te kort door de bocht’ en ‘tot onze spijt’ in het licht van de onder 4.2. geciteerde uitlatingen zoals gedaan in het artikel van 2 juni 2007 te zwak zijn om de onrechtmatigheid van dat artikel weg te nemen.

Wel zal het AD worden gevolgd in haar verweer dat de vordering als weergegeven onder (1) van 3.1. te algemeen geformuleerd is om overeenkomstig het petitum te kunnen worden toegewezen. In de veroordeling zal worden toegevoegd dat het het AD zal worden verboden op basis van het thans beschikbare feitenmateriaal te stellen of te suggereren dat RCN meer toeristenbelasting in rekening brengt dan de gemeentelijke verordeningen toestaan.

Met betrekking tot het kader waarin de gevorderde rectificatie moet worden geplaatst, wordt de grootte van het artikel dat op de voorpagina van het AD van 2 juni 2007 is verschenen proportioneel geacht, alsmede dat die rectificatie eveneens op de voorpagina van de zaterdageditie zal worden geplaatst.

Aangezien de toeristenbelastingtest en het daarbij behorende artikel reeds van de website van het AD zijn verwijderd, heeft RCN geen belang meer bij toewijzing van deze vordering. Aangezien de tabel en het voorpagina-artikel van het AD wel op die website hebben gestaan, zal de vordering om de rectificatie eveneens op die website te plaatsen wel worden toegewezen. Ook hier zal aansluiting worden gezocht bij de grootte en plaats van het oorspronkelijke op die website verschenen artikel (productie 1c van RCN).

De aan de veroordelingen te verbinden dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

Een geldvordering kan alleen worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de vordering eveneens zal toewijzen en indien van de eisende partij niet kan worden gevergd dat hij de uitkomst van die bodemprocedure afwacht.

De vordering tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding is ter zitting door de raadsman van RCN in die zin gespecificeerd dat ter zake van materiele schade EUR 5.000,- wordt gevorderd en ter zake van immateriële schade EUR 15.000,-. Voorshands is ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat RCN materiele schade heeft geleden. Haar medewerkers zijn door tal van mensen aangesproken op de publicatie (en als “graaiers” aangeduid), waarvan door RCN ook bewijzen in het geding zijn gebracht. Steeds opnieuw moeten zij uitleggen dat toeristenbelasting in het basistarief van RCN is opgenomen, waardoor hun gewone werk blijft liggen. Verder is het ter zitting genoemde voorbeeld van de Gaaienlaan (op een van de parken van RCN) die steeds wordt veranderd in “Graaienlaan” illustratief. Tot slot is aannemelijk, mede gezien de in het geding gebrachte reacties, dat RCN potentiële klanten zal mislopen. Al met al zal op grond hiervan het gevorderde bedrag van EUR 5.000,- worden toegewezen.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding geldt dat, gelet op de aard en impact van de publicatie en gelet op de ernstige aantasting van de goede naam en reputatie van RCN, voldoende aannemelijk is dat een bodemrechter EUR 5.000,- ter zake zal toewijzen. Bij bepaling van de hoogte van dit bedrag wordt mede in aanmerking genomen dat de rectificatie een deel van de schade aan de goede naam wegneemt.

Het spoedeisend belang van RCN bij toewijzing van de immateriële schadevergoeding is er in gelegen dat zij belang heeft bij een prompte genoegdoening. Met betrekking tot de materiële schade is het spoedeisend belang er mede in gelegen dat de proceseconomie ermee is gebaat dat in hetzelfde geding ook over een nauw verwante nevenvordering wordt beslist. Indien die nevenvordering onvoldoende wordt betwist en de hoofdvordering voldoende spoedeisend is, mag in beginsel worden aangenomen dat ook toewijzing van de nevenvordering uit hoofde van onverwijlde spoed is geboden.

De toe te wijzen bedragen gelden als voorschot op een aan RCN toekomende vergoeding voor de door haar geleden schade.

Gedaagden zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van RCN worden begroot op:

- vast recht 440,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.256,00

De beslissing

De voorzieningenrechter

verbiedt gedaagden om na betekening van dit vonnis op basis van het thans beschikbare feitenmateriaal te stellen of te suggereren dat RCN meer toeristenbelasting in rekening brengt dan de gemeentelijke verordeningen toestaan en/of dan RCN op basis van gemeentelijke verordeningen in rekening wordt gebracht, op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,- per keer dat het AD dit verbod overtreedt, met een maximum van EUR 100.000,-,

veroordeelt gedaagden om na betekening van dit vonnis op de voorpagina van de eerstkomende zaterdageditie van het AD een rectificatie te plaatsen – zonder nadere aankondiging, toevoeging of commentaar – in een kader ter grootte van het artikel met de kop “Toeristen gefopt met belasting” (opgenomen op de voorpagina van het AD van 2 juni 2007) met de navolgende tekst, die in dit kader gelijkmatig moet worden verspreid:

Rectificatie

Geachte lezer,

De voorzieningenrechter te Amsterdam heeft ons bij vonnis van 12 juli 2007 veroordeeld tot plaatsing van de volgende rectificatie.

In het AD van 2 juni 2007 en op onze website is de Toeristenbelasting Test gepubliceerd. Hierin is gesteld dat bij een aantal recreatiecentra van Recreatiecentra Nederland ( RCN) meer toeristenbelasting in rekening wordt gebracht dan op grond van de gemeentelijke verordening is toegestaan.

Deze publicatie is onjuist en daarmee onrechtmatig jegens RCN. Het staat namelijk vast dat bij RCN de toeristenbelasting in het basistarief is inbegrepen en dat dit de gasten niet apart in rekening wordt gebracht.

AD Nieuwsmedia B.V.

op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,- per dag dat gedaagden met het voldoen aan deze veroordeling in gebreke blijven, met een maximum van EUR 100.000,-,

veroordeelt gedaagden om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis de onder 5.2. opgenomen rectificatietekst zonder nadere aankondiging, toevoeging of commentaar gedurende een periode van veertien dagen te plaatsen op de website www.ad.nl/reizen zulks ter grootte van en op dezelfde wijze als het artikel dat reeds op die website verscheen (productie 1c van RCN), met een verwijzing en link op de hoofdpagina van de website www.ad.nl , welke verwijzing dient te luiden ‘Rectificatie Toeristenbelasting Test’, op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,- per dag dat gedaagden met het voldoen aan deze veroordeling in gebreke blijven, met een maximum van EUR 100.000,-,

veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van EUR 10.000,- als voorschot op de schadevergoeding,

veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van RCN tot op heden begroot op EUR 1.256,00,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Orobio de Castro, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2007.?