Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BA7392

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-06-2007
Datum publicatie
18-06-2007
Zaaknummer
13/525309/06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft tezamen met zijn mededaders een overval gepleegd op een disco/loungeclub Jimmy Woo.

Bij de overval zijn zeven personeelsleden onder bedreiging van vuurwapens vastgebonden en enige tijd van hun vrijheid beroofd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/525309-06

Datum uitspraak: 14 juni 2007

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

wonende op het adres [adres],

gedetineerd in het Huis van Bewaring “De Blokhuispoort” te Leeuwarden.

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 mei 2007.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals deze ter terechtzitting is gewijzigd. Van de dagvaarding en de vordering wijziging telastelegging zijn kopieën als bijlage 1 en 2 aan dit vonnis gehecht. De gewijzigde telastelegging geldt als hier ingevoegd.

2. Voorvragen

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Met de raadsman – en in tegenstelling tot hetgeen door de officier van justitie is betoogd – is de rechtbank van oordeel dat de onder 2 telastegelegde vrijheidsberoving in eendaadse samenloop is begaan met de onder 1 telastegelegde diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Dienaangaande is in onderlinge samenhang doorslaggevend dat de telastegelegde geweldsaspecten bij bedoelde diefstal en vrijheidsberoving identiek zijn alsmede dat zowel artikel 282 als artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht (mede) beogen de integriteit van het menselijk lichaam te beschermen.

Anders dan de raadsman heeft betoogd, raakt de omstandigheid dat sprake is van één feit in de zin van artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht niet de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, noch leidt een en ander rechtens tot ontslag van alle rechtsvervolging. De rechtbank zal conform het bepaalde in laatstgenoemd artikel bij de bepaling van de op te leggen straf slechts artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht toepassen.

3. Waardering van het bewijs

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. primair

op 27 november 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een geldbedrag van ongeveer 15.000 Euro en een kluisje met muntgeld en een exploitatievergunning toebehorende aan de Jimmy Woo en/of aan [slachtoffer 1] en

- een geldbedrag van ongeveer 200 Euro en bankpassen toebehorende aan [slachtoffer 2] en

- een donkerrode platentas met daarin onder andere cd's toebehorende aan [slachtoffer 8] en

- een rugtas met inhoud van het merk Nike toebehorende aan [slachtoffer 3], en een rugtas van het merk Puma, en een geldbedrag van ongeveer 245 Euro toebehorende aan [slachtoffer 4],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat hij, verdachte, en zijn mededaders

- vuurwapens op die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] hebben gericht en

- een vuurwapen hebben doorgeladen en

- met een vuurwapen op het hoofd van die [slachtoffer 5] hebben geslagen en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] of [slachtoffer 7] hebben gedwongen om op de grond te gaan liggen en te blijven liggen en

- met tie-rips de handen van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] achter hun ruggen hebben vastgebonden;

2. primair

op 27 november 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] wederrechtelijk van de vrijheid hebben beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders

- twee vuurwapens op die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] gericht en een vuurwapen doorgeladen en

- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] gedwongen om op de grond te gaan liggen en te blijven liggen en

- met tie-rips de handen van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] achter hun ruggen vastgebonden;

3.

op 29 januari 2007 te Amsterdam,

tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie II, te weten:

- een pistoolmitrailleur, merk IMI-Israel, kaliber 9 millimeter en

wapens van categorie III, te weten:

- een patroonhouder, merk GLOCK en

- een pistool, merk STAR, kaliber 9x19 millimeter en

munitie van categorie III, te weten:

- een patroonhouder met 7 patronen van kaliber 9x19 millimeter en

- 15 patronen van kaliber 9x19 millimeter

voorhanden heeft gehad,

en

een wapen van categorie I, te weten:

- een geluiddemper (totale lengte 20 cm, kleur zwart)

voorhanden heeft gehad;

Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De rechtbank gaat daarbij uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 27 november 2006 heeft er een overval plaatsgevonden door twee gewapende overvallers op discotheek/loungeclub “Jimmy Woo” te Amsterdam. Voor deze overval worden later in totaal zes verdachten aangehouden, te weten [medeverdachte 1], [medeverdachte 3], [medeverdachte 2], [medeverdachte 4], [medeverdachte 5] en verdachte. Door [medeverdachte 4], [medeverdachte 5], [medeverdachte 1] en verdachte is verklaard dat [medeverdachte 3] op enig moment heeft geopperd om een overval te plegen op de “Jimmy Woo”. Hij zocht iemand voor de uitvoering en had daartoe contact met verdachte. Verdachte bracht op zijn beurt [medeverdachte 3] weer in contact met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1], zo wist verdachte, zou in verband met financiële problemen wel bereid zijn om de overval te plegen. Verdachte heeft dit ter terechtzitting bevestigd en ook [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] en verklaren overeenkomstig.

Vast staat dat [medeverdachte 3], zoals deze bij de politie heeft verklaard, voorafgaand aan de overval de direct betrokkenen heeft voorzien van alle relevante informatie. Dit gebeurde tijdens besprekingen in de woning van verdachte en [medeverdachte 4] waarin de plannen werden geconcretiseerd. Bij deze besprekingen waren naast [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] nog twee personen aanwezig. Zowel [medeverdachte 4] als [medeverdachte 5], die in de woning waren op het moment dat die gesprekken plaatsvonden, maar daaraan niet deelnamen, verklaren bij de politie gezien te hebben dat naast [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] ook [medeverdachte 2] en verdachte aan deze gesprekken deelnamen. Verdachte heeft zijn aanwezigheid bij die gesprekken ter terechtzitting ook bevestigd, en heeft verklaard dat de door hem waargenomen gesprekken deels betrekking hadden op de geplande overval op de “Jimmy Woo”.

Voorts heeft [medeverdachte 3] de medeverdachten op de vrijdagavond voor de overval meegenomen ter verkenning van de “Jimmy Woo”. Hij heeft meer in het bijzonder [medeverdachte 1] gewezen op de plaats waar het geld zou liggen, hij heeft hen geïnformeerd over de openingstijden en het aanwezige personeel en hij heeft hen geattendeerd op de meest gunstige avond om de overval te plegen. Volgens [medeverdachte 3], [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] was ook verdachte aanwezig op deze vrijdagavond.

[medeverdachte 1] noemt behoudens [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] geen namen doch duidt de overige deelnemers aan met persoon A en persoon B. Persoon A, aldus [medeverdachte 1], had hem in contact had gebracht met [medeverdachte 3]. Uitgaande van de eigen verklaring van verdachte moet hij dus degene zijn die door [medeverdachte 1] wordt aangeduid met A.

[medeverdachte 1] verklaart dat hij de avond van de overval naar de woning van A is gegaan. B, waarvan de rechtbank begrijpt dat dit [medeverdachte 2] betreft, kwam daar ook, en vervolgens zijn ze naar de “Jimmy Woo” gereden. Ook dit past in de verklaringen van bijvoorbeeld [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5]. [medeverdachte 5] hoort verdachte tijdens de rit bovendien vragen of ze mutsen en handschoenen bij zich hebben. Ook hoort hij verdachte tegen [medeverdachte 3] zeggen dat hij op zijn teken wacht. Dit sluit aan bij de verklaring van [medeverdachte 1] dat er op een gegeven moment bij A (verdachte) een sms bericht binnenkomt dat ze moeten gaan. Ook komt dit overeen met de verklaring van [medeverdachte 3] dat hij verdachte een sms bericht met die strekking heeft gestuurd. Vervolgens is [medeverdachte 1] met persoon B naar binnen gegaan. Na de overval stond verdachte met de auto te wachten en reden de drie mannen weg. Later verdeelden zij samen de buit, aldus [medeverdachte 1].

Nu de voor verdachte belastende verklaringen van zowel [medeverdachte 3] als [medeverdachte 1] op essentiële punten overeenkomen en bovendien steun vinden in de verklaringen van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van deze verklaringen te twijfelen. Tevens is er technisch bewijs waaruit blijkt dat verdachte op de avond van de overval veelvuldig telefonisch contact had met [medeverdachte 3]. Bovendien is, verdachtes, telefoon op die avond is uitgepeild in de buurt van de “Jimmy Woo”. Vast staat aldus dat verdachte een van de deelnemers is geweest aan de overval op de “Jimmy Woo”.

De rechtbank is van oordeel dat de rol van verdachte zowel bij de voorbereiding als de uitvoering van de overval, zo wezenlijk was dat er sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de mededaders, en verdachte derhalve moet worden gezien als medepleger van zowel de overval als de daarmee vanzelfsprekend gepaard gaande (nu de slachtoffers niet mochten ontvluchten) wederrechtelijke vrijheidsberoving.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 primair, 2 primair en 3 bewezengeachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 6 maanden, met aftrek van voorarrest.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft tezamen met zijn mededaders een overval gepleegd op een disco/loungeclub.

Bij de overval zijn zeven personeelsleden onder bedreiging van vuurwapens vastgebonden en enige tijd van hun vrijheid beroofd. Een van de slachtoffers is tijdens een worsteling zo hard met een vuurwapen op zijn hoofd geslagen dat hij zich later in een ziekenhuis aan zijn verwondingen heeft moeten laten behandelen. Een ander slachtoffer is na een vluchtpoging, wederom onder bedreiging met een vuurwapen, teruggehaald, en vervolgens gedwongen om de kluis te openen, waarna de overvallers er met een aanzienlijk geldbedrag vandoor zijn gegaan. de overval was tevoren zorgvuldig gepland. Verdachte heeft hierbij een belangrijke, met name organisatorische, rol gespeeld in zowel de voorbereiding als de uitvoering. Diverse slachtoffers zijn door hetgeen is voorgevallen ernstig geshockeerd en hebben tijdens de overval voor hun leven gevreesd. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke misdrijven daarvan nog langdurig nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Dit klemt temeer daar het feit gepleegd werd op de werkplek van de slachtoffers zodat zij hieraan nog dagelijks herinnerd zullen worden.

Dit zijn ernstige feiten waarvoor in beginsel slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden is. Met in achtneming van het in artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht bepaalde neemt de rechtbank hierbij voor alle mededaders, die zij een gelijkwaardige rol toerekent, als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

In het geval van verdachte zal de rechtbank echter komen tot een hogere straf, aangezien verdachte daarenboven tezamen met een mededader in hun beider woning een aantal vuurwapens, waaronder een zogenaamde baby-uzi, alsmede bij pistolen behorende munitie voorhanden heeft gehad. Reeds het enkele voorhanden hebben van dergelijke voorwerpen brengt onaanvaardbaar grote risico’s voor de veiligheid van personen met zich.

Voorts neemt de rechtbank ten nadele van verdachte in aanmerking de omstandigheid dat hij blijkens een uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 1 februari 2007 reeds eerder terzake van zowel vermogens- als geweldsmisdrijven is veroordeeld.

Onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten: de voorwerpen als genoemd onder de nummers 9 t/m 14 van de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, dienen onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het onder 3 bewezen geachte is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 47, 55, 57, 282, 312 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde:

Eendaadse samenloop van:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II,

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd,

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie,

en

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

de voorwerpen zoals genoemd onder de nummers 9 t/m 14 op de als bijlage 3 aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

de voorwerpen zoals genoemd onder de nummers 5, 6, 7, 8, 16, 18, 19, 21, 22, 23, 25, 26, 27, 30, 33 en 34 op de als bijlage 3 aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Gelast de teruggave aan [slachtoffer 8] van:

de voorwerpen zoals genoemd onder de nummers 31 en 32 op de als bijlage 3 aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van:

de voorwerpen zoals genoemd onder de nummers 15, 24, 28 en op de als bijlage 3 aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Gelast de teruggave aan uitgevende instantie van:

het voorwerp zoals genoemd onder de nummer 17 op de als bijlage 3 aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. T.G. van der Schroeff, voorzitter,

mrs. H.M.J. Quaedvlieg en J. Piena, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. West, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 juni 2007.