Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BA7388

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-06-2007
Datum publicatie
18-06-2007
Zaaknummer
13/525306-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft tezamen met zijn mededaders een overval gepleegd op een disco/loungeclub 'Jimmy Woo'.

Bij de overval zijn zeven personeelsleden onder bedreiging van vuurwapens vastgebonden en enige tijd van hun vrijheid beroofd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/525306-06

Datum uitspraak: 14 juni 2007

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het [adres],

gedetineerd in het Huis van Bewaring “Het Schouw” te Amsterdam.

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 mei 2007.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals deze ter terechtzitting is gewijzigd. Van de dagvaarding en de vordering wijziging telastelegging zijn kopieën als bijlage 1 en 2 aan dit vonnis gehecht. De gewijzigde telastelegging geldt als hier ingevoegd.

2. Voorvragen

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Met de raadsman – en in tegenstelling tot hetgeen door de officier van justitie is betoogd – is de rechtbank van oordeel dat de onder 2 telastegelegde vrijheidsberoving in eendaadse samenloop is begaan met de onder 1 telastegelegde diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Dienaangaande is in onderlinge samenhang doorslaggevend dat de telastegelegde geweldsaspecten bij bedoelde diefstal en vrijheidsberoving identiek zijn alsmede dat zowel artikel 282 als artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht (mede) beogen de integriteit van het menselijk lichaam te beschermen.

Anders dan de raadsman heeft betoogd, raakt de omstandigheid dat sprake is van één feit in de zin van artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht niet de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, noch leidt een en ander rechtens tot ontslag van alle rechtsvervolging. De rechtbank zal conform het bepaalde in laatstgenoemd artikel bij de bepaling van de op te leggen straf slechts artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht toepassen.

3. Waardering van het bewijs

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. primair.

op 27 november 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een geldbedrag van ongeveer 15.000 Euro en een kluisje met muntgeld en een exploitatievergunning toebehorende aan de Jimmy Woo en/of aan [slachtoffer1] en

- een geldbedrag van ongeveer 200 Euro en bankpassen toebehorende aan [slachtoffer2] en

- een donkerrode platentas met daarin onder andere cd's toebehorende aan [slachtoffer8] en

- een rugtas met inhoud van het merk Nike toebehorende aan [slachtoffer3], en een rugtas van het merk Puma, en een geldbedrag van ongeveer 245 Euro toebehorende aan [slachtoffer4],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer2] en [slachtoffer5] en [slachtoffer3] en [slachtoffer4] en [slachtoffer6] en [slachtoffer7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, dat hij, verdachte, en zijn mededaders

- vuurwapens op die [slachtoffer2] en [slachtoffer5] en [slachtoffer3] en [slachtoffer4] en [slachtoffer6] en [slachtoffer7] hebben gericht en

- een vuurwapen hebben doorgeladen en

- met een vuurwapen op het hoofd van die [slachtoffer5] hebben geslagen en

- die [slachtoffer2] en [slachtoffer5] en [slachtoffer3] en [slachtoffer4] en [slachtoffer6] of [slachtoffer7] hebben gedwongen om op de grond te gaan liggen en te blijven liggen en

- met tie-rips de handen van die [slachtoffer2] en [slachtoffer5] en [slachtoffer3] en [slachtoffer4] en [slachtoffer6] en [slachtoffer7] achter hun ruggen hebben vastgebonden;

2. primair

op 27 november 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer2] en [slachtoffer5] en [slachtoffer3] en [slachtoffer4] en [slachtoffer6] en [slachtoffer7] wederrechtelijk van de vrijheid hebben beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders

- twee vuurwapens op die [slachtoffer2] en [slachtoffer5] en [slachtoffer3] en [slachtoffer4] en [slachtoffer6] en [slachtoffer7] gericht en een vuurwapen doorgeladen en

- die [slachtoffer2] en [slachtoffer5] en [slachtoffer3] en [slachtoffer4] en [slachtoffer6] en [slachtoffer7] gedwongen om op de grond te gaan liggen en te blijven liggen en

- met tie-rips de handen van die [slachtoffer2] en [slachtoffer5] en [slachtoffer3] en [slachtoffer4] en [slachtoffer6] en [slachtoffer7] achter hun ruggen vastgebonden.

Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De rechtbank gaat daarbij uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 27 november 2006 heeft er een overval plaatsgevonden door twee gewapende overvallers op discotheek/loungeclub “Jimmy Woo” te Amsterdam. Voor deze overval worden later in totaal zes verdachten aangehouden, te weten [medeverdachte1], [medeverdachte2], [medeverdachte3], [medeverdachte4], [medeverdachte5] en verdachte. Door [medeverdachte4], [medeverdachte5], [medeverdachte1] en [medeverdachte2] is verklaard dat het verdachte was die op enig moment heeft geopperd om een overval te plegen op de “Jimmy Woo”. Hij had daartoe contact gehad met [medeverdachte2], die op zijn beurt verdachte weer in contact bracht met [medeverdachte1].

Vast staat dat verdachte, zoals hij ook zelf bij de politie heeft verklaard, voorafgaand aan de overval de direct betrokkenen heeft voorzien van alle relevante informatie. Dit gebeurde onder andere tijdens besprekingen in de woning van [medeverdachte2] en [medeverdachte4] waarin de plannen werden geconcretiseerd. Voorts heeft verdachte de medeverdachten op een avond meegenomen ter verkenning van de “Jimmy Woo”. Hij heeft hen gewezen op de plaats waar het geld zou liggen, hij heeft hen geïnformeerd over de openingstijden en het aanwezige personeel en hij heeft hen geattendeerd op de meest gunstige avond om de overval te plegen. Zowel verdachte als diens medeverdachte [medeverdachte1] hebben hierover overeenkomstig verklaard.

Ook op de avond van de overval ging verdachte mee naar de “Jimmy Woo”. Vooraf was afgesproken dat verdachte als laatste de club zou verlaten en daarbij de deur open zou laten staan. Na een door verdachte per sms gegeven teken zijn de twee overvallers naar binnen gegaan.

Na de overval heeft verdachte naar eigen zeggen ongeveer € 300,- ontvangen van de buit.

Uit het voorgaande volgt dat de rol van verdachte zo wezenlijk was, dat er sprake is van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de mededaders, en verdachte derhalve moet worden gezien als medepleger van zowel de overval als de wederrechtelijke vrijheidsberoving.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij vooraf niet heeft geweten van het geweld dat gebruikt zou gaan worden, onaannemelijk. Vast staat dat verdachte minst genomen rekening heeft gehouden dat er wapens waren. Dit volgt uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte1] bij de rechter-commissaris waar deze verklaart dat verdachte hem heeft gevraagd of er wapens waren, waarop [medeverdachte1] antwoordde: “ik denk het wel”. Daarenboven wist verdachte dat op het moment dat hij de “Jimmy Woo” verliet, er nog zeven personeelsleden aanwezig waren, die door slechts twee overvallers in bedwang moesten worden gehouden, terwijl ten minste één van de overvallers geld uit de kluis zou moeten wegnemen. Reeds hieruit volgt dat er een meer dan aanmerkelijke kans bestond dat de overvallers wapens ter bedreiging zouden gebruiken en de aanwezigen van hun vrijheid zouden beroven. De kans dat er vervolgens een bepaalde mate van geweld wordt uitgeoefend, is gelet op de voornoemde omstandigheden aanmerkelijk.

Desondanks is verdachte zijn medewerking aan de overval blijven verlenen. Door aldus te handelen heeft verdachte minst genomen de aanmerkelijke kans dat er geweld zou worden gebruikt en dat er personen van hun vrijheid zouden worden beroofd, bewust aanvaard.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door haar onder 1 primair en 2 primair bewezengeachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft tezamen met zijn mededaders een overval gepleegd op een disco/loungeclub.

Bij de overval zijn zeven personeelsleden onder bedreiging van vuurwapens vastgebonden en enige tijd van hun vrijheid beroofd. Een van de slachtoffers is tijdens een worsteling zo hard met een vuurwapen op zijn hoofd geslagen dat hij zich later in een ziekenhuis aan zijn verwondingen heeft moeten laten behandelen. Een ander slachtoffer is na een vluchtpoging, wederom onder bedreiging met een vuurwapen, teruggehaald, en vervolgens gedwongen om de kluis te openen, waarna de overvallers er met een aanzienlijk geldbedrag vandoor zijn gegaan. De overval was tevoren zorgvuldig gepland. Verdachte heeft hierbij een cruciale rol gespeeld door onder andere de overvallers van de relevante informatie te voorzien, waarover hij als ex-werknemer eenvoudig de beschikking had. Diverse slachtoffers zijn door hetgeen is voorgevallen ernstig geshockeerd en hebben tijdens de overval voor hun leven gevreesd. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke misdrijven daarvan nog langdurig nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Dit klemt temeer daar het feit gepleegd werd op de werkplek van de slachtoffers zodat zij hieraan nog dagelijks herinnerd zullen worden.

Dit zijn ernstige feiten waarvoor in beginsel slechts een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden is. Met in achtneming van het in artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht bepaalde neemt de rechtbank hierbij voor alle mededaders, die zij een gelijkwaardige rol toerekent, als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

In de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die mede naar voren komen uit het voorlichtingsrapport van de reclassering Nederland d.d. 3 april 2007, ziet de rechtbank echter aanleiding om een deel van de op te leggen gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen, met daaraan verbonden na te noemen bijzondere voorwaarde. Het voorwaardelijke deel strekt er mede toe verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst wederom aan strafbare feiten schuldig te maken.

Ten gunste van verdachte betrekt de rechtbank hierbij eveneens de omstandigheid dat verdachte gedurende het proces de bereidheid heeft getoond om openheid van zaken te geven, alsmede de omstandigheid dat verdachte blijkens een uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 4 januari 2007 niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer5], van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 primair bewezengeachte feit, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 255,- (tweehonderdvijfenvijftig euro). De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [slachtoffer5] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 55, 57, 282 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 primair en 2 priamair bewezenverklaarde:

Eendaadse samenloop van:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Tevens kan de tenuitvoerlegging worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat veroordeelde zich onverwijld stelt en dat hij gedurende de proeftijd blijft onder toezicht en leiding van de Reclassering Nederland, regio Amsterdam, en zich gedurende die proeftijd gedraagt naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen, zolang deze instelling dat noodzakelijk oordeelt, ook als die aanwijzingen een behandeling bij de Forensisch Psychiatrische Polikliniek “De Waag” inhouden.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer5], wonende op het [adres] toe tot een bedrag van € 255,- (tweehonderdvijfenvijftig euro).

Veroordeelt verdachte aan [slachtoffer5] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer5], te betalen de som van € 255,- (tweehonderdvijfenvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan één van de voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Gelast de teruggave aan [zus verdachte] van:

het geld zoals genoemd onder de nummer 4 op de als bijlage 3 aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. T.G. van der Schroeff, voorzitter,

mrs. H.M.J. Quaedvlieg en J. Piena, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. West, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 juni 2007.