Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BA6285

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
30-05-2007
Datum publicatie
04-06-2007
Zaaknummer
13/488085-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte is veroordeelt tot het betalen van een boete van 10.000 euro voor het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 51
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 351
Arbeidsomstandighedenwet
Arbeidsomstandighedenwet 32
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2007/237
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/488085-06

Datum uitspraak: 30 mei 2007

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische strafkamer, in de strafzaak tegen

STICHTING WATERNET,

gevestigd op het adres Spaklerweg 16 (1096 BA) te Amsterdam.

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van de politierechter in deze rechtbank van 3 april 2007 en de terechtzitting van 16 mei 2007.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat zij op of omstreeks 28 juni 2005 te Amsterdam als werkgever van P. Kaempff, in elk geval van een (of meer) werknemer(s), - in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en/of het Arbeidsomstandighedenbesluit - heeft nagelaten handelingen te verrichten, waardoor zij wist of redelijkerwijs moest weten dat levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid aan die P. Kaempff, in elk geval die werknemer(s) te verwachten was, immers heeft zij (verdachte) toen aldaar aan genoemde P. Kaempff geen doelmatige arbeidsmiddelen, te weten een dubbel geïsoleerde kernboormachine, ter beschikking gesteld, en/of geen zorg gedragen dat de werkauto was uitgerust met voldoende eigen stroomvoorziening en/of was voorzien van een scheidingstrafo, althans heeft zij de arbeidsmiddelen niet zodanig geplaatst en/of ingericht dat directe of indirecte aanraking met electriciteit zoveel mogelijk werd voorkomen, en/of, die werknemer(s), althans die P. Kaempff niet voldoende ingelicht over de aan de te verrichten werkzamheden verbonden risico's alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico's te voorkomen of te beperken.

2. Voorvragen

3. Waardering van het bewijs

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan met dien verstande dat zij op 28 juni 2005 te Amsterdam als werkgever van P. Kaempff - in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en het Arbeidsomstandighedenbesluit - heeft nagelaten handelingen te verrichten, waardoor zij redelijkerwijs moest weten dat levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid aan die P. Kaempff, te verwachten was, immers heeft zij (verdachte) toen aldaar aan genoemde P. Kaempff geen doelmatige arbeidsmiddelen, te weten een dubbel geïsoleerde kernboormachine, ter beschikking gesteld, en geen zorg gedragen dat de werkauto was voorzien van een scheidingstrafo en die werknemer niet voldoende ingelicht over de aan de te verrichten werkzaamheden verbonden risico’s alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico’s te voorkomen of te beperken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Nadere bewijsoverweging

De rechtbank gaat van het volgende uit. Op 28 juni 2005 is P. Kaempff in opdracht van verdachte op de Herengracht te Amsterdam begonnen met het boren van een gat in een betonnen putwand om een rioolleiding te kunnen aansluiten op die put ten behoeve van de afvoer van hemelwater. De voor het boren benodigde elektriciteit kwam in eerste instantie vanuit de werkauto die hiervoor voorzien was van extra accu’s. Op een gegeven moment leverden de accu’s onvoldoende stroom. Ter plaatste hebben Kaempff en zijn collega besloten stroom te tappen met behulp van een kabelhaspel uit het pand aan de Herengracht 380. Uit onderzoek is gebleken dat dit pand wel was voorzien van randaarde maar niet van een extra beveiliging door een zogenaamde aardlekschakelaar. Verder is uit onderzoek gebleken dat er een draadbreuk in het snoer van de kabelhaspel aanwezig was. Op enig moment is op de plaats van de draadbreuk de fasedraad van de kabelhaspel in aanraking gekomen met de aardedraad. Het stalen huis van de boormachine die Kaempff hanteerde is hierdoor onder stroom komen te staan.

Verdachte wordt in de kern verweten dat zij haar werknemer niet een dubbel geïsoleerde kernboormachine ter beschikking heeft gesteld, geen zorg heeft gedragen dat diens werkauto was voorzien van een scheidingstrafo en zij hem niet voldoende heeft ingelicht over de aan de te verrichten werkzaamheden verbonden risico’s.

Dubbel geïsoleerde kernboor

Na onderzoek is gebleken dat Kaempff een enkelvoudig geïsoleerde kernboormachine ter hand is gesteld door verdachte.

Verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat zij in de veronderstelling verkeerde dat Kaempff een dubbel geïsoleerde boormachine ter beschikking was gesteld. Op de offerte is door de verkoper van de boor met de hand geschreven wat de kosten zouden zijn voor een dubbel geïsoleerd exemplaar van het gevraagde type. Verdachte heeft echter een enkelvoudig geïsoleerde boor geleverd gekregen omdat van het desbetreffende type alleen enkelvoudige exemplaren leverbaar zijn. Zij was hiervan ten tijde van het ongeval niet op de hoogte. De werkzaamheden die het slachtoffer moest verrichten konden bovendien alleen worden uitgevoerd met een type boormachine waarvan geen dubbel geïsoleerde uitvoering verkrijgbaar was, aldus telkens verdachte. Verdachte is daarom van mening dat haar geen verwijt treft.

Op grond van artikel 5, eerste lid van de Arbeidsomstandighedenwet zoals dit luidde ten tijde van het tenlastegelegde, is de werkgever verplicht om bij het voeren van het arbeidsomstandighedenbeleid in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk vast te leggen welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich brengt. Deze risico-inventarisatie en -evaluatie bevat tevens een beschrijving van de gevaren en de risicobeperkende maatregelen en de risico's voor bijzondere categorieën van werknemers.

Artikel 7.3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit zoals dit luidde ten tijde van het tenlastegelegde, schrijft de werkgever onder meer voor om bij de keuze van de arbeidsmiddelen die de werkgever overweegt ter beschikking te stellen, rekening te houden met de uit de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet, gebleken specifieke kenmerken van de arbeid, met de omstandigheden waaronder deze wordt verricht, met de op de arbeidsplaats al bestaande gevaren en met de gevaren die daaraan zouden kunnen worden toegevoegd door het gebruik van de desbetreffende arbeidsmiddelen. Voor zover het redelijkerwijs niet mogelijk is de gevaren bij het gebruik van de arbeidsmiddelen te voorkomen, worden zodanige maatregelen getroffen dat de gevaren zoveel mogelijk worden beperkt.

De niet dubbel geïsoleerde boormachine die Kaempff gebruikte, is een machine die bijna volledig uit metaal bestaat. Omdat de aarding rechtstreeks is aangesloten op de metalen delen van de machine ontstaat bij kortsluiting het risico van elektrocutie indien de machine rechtstreeks is aangesloten op het elektriciteitsnet, zo volgt uit het proces-verbaal van de Arbeidsinspectie.

Verdachte heeft zelf onderkend dat de werkzaamheden die Kaempff verrichtte, dienden te worden verricht met een dubbel geïsoleerde boor (klasse 2). In een brief van 1 juli 2005 van verdachte aan haar werknemers naar aanleiding van het ongeval op 28 juni 2005 staat dat gelet op de gevaren van enkelvoudige isolatie het gebruik van arbeidsmiddelen kleiner dan klasse 2 met onmiddellijke ingang wordt verboden en dat deze apparaten met onmiddellijke ingang buiten gebruik moeten worden gesteld.

Daar waar het verdachte duidelijk was geworden - en waar zij kennelijk ook naar heeft gestreefd blijkens de genoemde offerte - dat, gelet op de bijkomende gevaren, het werk dat Kaempff moest verrichten diende te gebeuren met een klasse 2 boor, had het op haar weg gelegen om na aanschaf van die boor te controleren of zij hem de juiste doelmatige arbeidsmiddelen ter beschikking stelde. Door zonder meer af te gaan op de enkele handgeschreven opmerking van de leverancier dat de geleverde boor dubbel geïsoleerd was, kan verdachte een aanmerkelijke mate van onachtzaamheid worden verweten. Uit de door de verdediging overgelegde producties is af te leiden dat dubbel geïsoleerd gereedschap (eenvoudig) herkenbaar is aan twee in elkaar geplaatste vierkantjes. Dat de werkzaamheden alleen met een type boor konden worden verricht dat niet dubbel geïsoleerd wordt geleverd, disculpeert verdachte niet. Zij had in elk geval, zoals ook uit het navolgende blijkt, een scheidingstrafo beschikbaar moeten stellen om het gevaar dat het werken met een enkelvoudig geïsoleerde boor onder de gegeven omstandigheden, dat geen gebruik kon worden gemaakt van de stroomvoorziening op de werkauto en de daarop aangesloten ‘omvormer’, meebrengt te beperken. Te meer daar de risico’s op elektrocutie worden vergroot als de boormachine tijdens het boren met water wordt gekoeld om oververhitting te voorkomen. De combinatie van water en elektriciteit waarvan in het onderhavige geval sprake was, geeft immers een verhoogde kans op elektrocutie.

Scheidingstrafo

De mogelijkheid om de kans op elektrocutie vrijwel uit te sluiten is door het gebruik van een scheidingstransformator tussen de machine en het elektriciteitsnet, zo volgt uit het proces-verbaal van de Arbeidsinspectie. Hierdoor wordt het net waarop de machine is aangesloten ‘zwevend’ (geen aarding). In een van de producties van de verdediging is te lezen dat wanneer veilige spanning uit een net van hogere spanning wordt verkregen een veiligheidstransformator of een gelijkwaardige voedingsbron dient te worden gebruikt. De heer Medik heeft tegen de inspecteur van de Arbeidsinspectie verklaard dat er regelmatig op werken gebruik gemaakt moet worden van stroom van derden, omdat de werkauto niet in de buurt kan komen van de werkput of omdat het toerental van de boormachine terugloopt. De werkauto van Kaempff was echter niet voorzien van een scheidingstrafo. Verdachte had behoren te voorzien dat haar werknemers in voorkomende gevallen stroom van derden zouden kunnen gaan betrekken indien de accu’s op de werkauto onvoldoende stroom zouden leveren.

Inlichtingen

Ten slotte kan verdachte worden verweten dat zij haar werknemer niet voldoende heeft ingelicht over de aan de te verrichten werkzaamheden verbonden risico’s alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico’s te voorkomen of te beperken. Immers heeft verdachte niet meegedeeld dat werd gewerkt met een enkelvoudig geïsoleerde kernboormachine, hetgeen zij had behoren te weten en evenmin heeft zij de instructie gegeven, juist dan, te werken met een scheidingstrafo indien stroom van derden (zonder aardlekschakelaar) wordt afgetapt, noch had zij haar werknemers geïnstrueerd te controleren dat de eventueel gebruikte stroomvoorziening van derden diende te zijn voorzien van een aardlekschakelaar.

Samengevat is verdachte aanmerkelijk onachtzaam geweest door haar werknemer een enkelvoudig geïsoleerde boormachine ter beschikking te stellen terwijl er geen voorzorgmaatregelen waren getroffen die de risico’s die aan het gebruik van zo een boor zijn verbonden tot een minimum te beperken en zij haar werknemer niet of onvoldoende heeft ingelicht over de mogelijke gevaren van de werkzaamheden hiermee. Verdachte had redelijkerwijs moeten weten dat door het in de gegeven omstandigheden niet ter beschikking stellen van doelmatige arbeidsmiddelen er levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van haar werknemer kon ontstaan of te verwachten was.

5. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van het door haar onder bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 10.000,00.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een geldboete en bij de vaststelling van de hoogte daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Op 28 juni 2005 was P. Kaempff werkzaam voor verdachte als medewerker projectuitvoering. Hij was bezig met het boren van een gat in een putwand toen hij werd geëlektrocuteerd. Op 4 juli is hij aan de gevolgen hiervan overleden. Verdachte wordt verweten dat zij door het overtreden van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit een situatie heeft gecreëerd waarvan levensgevaar van haar werknemer was te verwachten. Tot schok van de nabestaanden heeft dit levensgevaar zich ook verwezenlijkt. De Arbeidsomstandighedenwet stelt de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de werknemers centraal. De rechtbank rekent het verdachte aan dat verdachte daar in aanmerkelijke mate onachtzaam mee is omgegaan. Ter bevestiging van de norm zal zij verdachte een geldboete opleggen zoals door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank heeft in positieve zin laten meewegen dat verdachte niet eerder is veroordeeld en zij ter voorkoming van herhaling van dergelijke ongevallen adequaat is opgetreden en de nodige voorzorgsmaatregelen heeft getroffen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23 en 51 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet en de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezengeachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op: Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet, begaan door een rechtspersoon.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, Waternet Stichting, daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete ter hoogte van € 10.000,00 (tienduizend euro).

Dit vonnis is gewezen door

mr. F.G. Bauduin, voorzitter,

mrs. J. Piena en E.J. Weller, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Cordia, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 mei 2007.

De voorzitter is buiten staat

dit verkorte vonnis mede te ondertekenen