Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BA5286

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-05-2007
Datum publicatie
16-05-2007
Zaaknummer
369084 / KG ZA 07-820 OdC/JR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagden worden in kort geding veroordeeld tot verwijdering van de publicaties over Connie Breukhoven van de websites en tot het plaatsen van een rectificatie op die websites.

De publicaties zijn onrechtmatig jegens Connie Breukhoven, omdat de beweringen geen enkele steun vinden in het thans beschikbare feitenmateriaal. Gedaagden worden daarnaast veroordeeld ieder € 10.000,= aan Breukhoven te voldoen, als voorschot op smartengeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2007, 78
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 369084 / KG ZA 07-820 OdC/JR

Vonnis in kort geding van 16 mei 2007

[eiseres][eiseres],

wonende te Wassenaar,

eiseres bij gelijkluidende dagvaardingen van 2 mei 2007,

procureur mr. S.F. Kalff,

tegen

1. de vennootschap onder firma

MEDIA PLUS V.O.F.,

gevestigd te Wezep,

procureur mr. S.A. van der Sluijs,

advocaat mr. R.A.M. Schram te Haarlem,

2. [gedaagde 1],

wonende te Antwerpen (België),

procureur mr. S.A. van der Sluijs,

advocaat mr. R.A.M. Schram te Haarlem,

3. [gedaagde 2],

wonende te Wezep,

procureur mr. S.A. van der Sluijs,

advocaat mr. R.A.M. Schram te Haarlem,

4. [gedaagde 3],

wonende te Leusden,

procureur mr. S.A. van der Sluijs,

advocaat mr. R.A.M. Schram te Haarlem,

5. de vennootschap naar vreemd recht,

WITHEET PUBLISHING LLC,

gevestigd te Amsterdam,

procureur mr. O. Hammerstein,

advocaat mr. K. Roderburg te Amsterdam,

gedaagden.

De procedure

Ter terechtzitting van 4 mei 2007 is de behandeling van dit kort geding aangehouden, op verzoek van gedaagde onder 5, aangezien een behoorlijke procesgang vereist dat deze partij zich voldoende kan voorbereiden, hetgeen onder de gegeven omstandigheden niet het geval was. Vervolgens is de behandeling voortgezet ter zitting van 9 mei 2007, bij welke gelegenheid [eiseres] heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij haar eis heeft gewijzigd als hierna onder 3.1. vermeld. Gedaagden onder 1 tot en met 4, hierna ook te noemen in enkelvoud Media Plus c.s. en gedaagde onder 5, verder te noemen Witheet, hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

De feiten

[eiseres] is een in Nederland bekende persoonlijkheid, onder meer vanwege haar verleden als artiest onder de naam [artiestennaam].

Gedaagde onder 1, Media Plus, exploiteert een website met de naam ZIJonline.nl, op het gebied van showbusiness.

Gedaagde onder 2 is “eigenaar” van deze website. Gedaagden onder 3 en 4 zijn de vennoten van gedaagde onder 1.

Witheet exploiteert de website witheet.nl en witheet.com.

Vanaf omstreeks 24 april 2007 heeft op de website van Witheet een publicatie gestaan, met – onder meer – de volgende tekst:

“Dossier [eiseres] (1)

(...) Zoals ongetwijfeld bekent beschikt Witheet vaak over justitiedossiers, die nogal eens hier en daar impact veroorzaken. In het dossier [eiseres], zitten een tweetal carbondoorslagen afkomstig van de Haagse Zedenpolitie. Destijds, toen prostitutie bij wet formeel verboden was, ging de Haagse Zedenpolitie met grote regelmaat controles houden bij de dames van lichte zeden, waarna ze daarover rapportjes schreven...Volgende week zullen deze originele politiedocumenten ter verificatie van echtheid worden aangeboden bij een gespecialiseerd onderzoeksbureau. Naar rato van het te verwachten resultaat...Stay tuned!

Submitted by [betrokkene] on 04/24/2007 – 18:22.”

Diezelfde dag is op de website ZIJonline.nl een artikel, voorzien van een foto van [eiseres] en haar echtgenoot, gepubliceerd, waarin – onder meer – is geschreven:

“’[eiseres] GENOEMD ALS HOERTJE IN DOSSIER HAAGSE ZEDENPOLITIE!’

Wie krijgt binnenkort het milj[eiseres]n [eiseres] dat zij uitloofde voor wie zou bewijzen dat zij als jonge vrouw de hoer gespeeld zou hebben? Dat het miljoen door [eiseres] betaald moet worden lijkt steeds zekerder te worden. Vandaag zijn er dossiers van de Haagse zedenpolitie boven water gekomen waarin staat dat [eiseres] zich prostitueerde...

(...)

Ook is ZIJonline in het bezit van de gegevens van een oud politieman, een zekere A.M., die de echtheid van de documenten zou kunnen bevestigen.

(...)”

Bij gelijkluidende brieven van 28 april 2007 en 1 mei 2007 aan Witheet Ltd. te Amerika, Tier 1 Communications Ltd. te Malta en Witheet Publishing LLC te Amsterdam heeft de raadsman van [eiseres] Witheet gesommeerd – kort samengevat – uiterlijk 3 mei 2007 de hiervoor onder 2.4. aangehaalde publicatie te verwijderen, op de eerst te openen pagina van de website een rectificatie te plaatsen, en de door [eiseres] geleden immateriële schade te vergoeden.

Op 3 mei 2007 heeft ZIJonline.nl een artikel op haar website geplaatst, voorzien van een foto van [eiseres], waarin – onder meer – is opgenomen:

“[eiseres] DAAGT ZIJONLINE VOOR RECHTER: IK BEN GEEN HOERTJE

(...)

Naast ZIJonline heeft [eiseres] ook de site Witheet.com gedagvaard. De site bracht het nieuws dat [eiseres] een bewijsbaar hoerenverleden zou hebben en zegt in het bezit te zijn van politiestukken waarin de meisjesnaam van [eiseres] wordt genoemd als één van de prostituees die door de Haagse politie indertijd met een controlebezoekje zou zijn vereerd. (...)”

Het geschil

[eiseres] vordert - samengevat -, na wijziging van eis, gedaagden onder 1 tot en met 4 te bevelen om de publicaties op ZIJonline te verwijderen en verwijderd te houden en gedaagde onder 5 te bevelen om de publicatie op Witheet te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van EUR 10.000,= per dag, met een maximum van EUR 200.000,=. Tevens vordert zij veroordeling van gedaagden om verdere openbaarmaking van deze uitingen gestaakt te houden.

Verder vordert zij gedaagden onder 1 tot en met 4 te bevelen binnen 24 uur na betekening van dit vonnis een rectificatie op ZIJonline te plaatsen, zoals vermeld onder IIA in het petitum van de dagvaarding en gedaagde onder 5 dit te bevelen voor de website Witheet, zoals vermeld onder IIB in het petitum, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 10.000,= per dag, met een maximum van EUR 200.000,=.

[eiseres] vordert verder gedaagden onder 1 tot en met 4 te bevelen de zoekmachines zoals Google en Yahoo opdracht te geven tot verwijdering van hun publicaties over [eiseres] en gedaagde onder 5 te bevelen hetzelfde te doen ten aanzien van haar publicatie, als voornoemd, op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,= per dag met een maximum van EUR 150.000,=.

Tot slot vordert zij gedaagden onder 1 tot en met 4 hoofdelijk te veroordelen tot betaling van EUR 10.000,= als voorschot op schadevergoeding en EUR 2.500,= vanwege de inbreuk op haar portretrecht.

Zij vordert veroordeling van gedaagde onder 5 afzonderlijk tot betaling van EUR 10.000,= als voorschot op schadevergoeding,

een en ander met veroordeling van gedaagden in de kosten van dit geding.

[eiseres] stelt hiertoe dat de publicaties op ZIJonline en Witheet feitelijk onjuist, onnodig grievend, onzorgvuldig en misleidend zijn en een ernstige schending opleveren van haar eer en goede naam. Uit niets blijkt dat gedaagden een voldoende zorgvuldige afweging hebben gemaakt tussen haar belang om gevrijwaard te blijven van onjuiste, schadelijke aantijgingen en anderzijds de (louter commerciële) belangen die gedaagden denken te kunnen ontlenen aan de vrijheid van meningsuiting. Verder geldt dat het in deze kwestie geenszins gaat om het aan de kaak stellen van een misstand.

Ook in juli 2006 is ZIJonline al gesommeerd soortgelijke berichten van de site te verwijderen.

De thans aan de orde zijnde publicaties zijn buitengewoon misleidend, omdat de indruk wordt gewekt dat er bewijsmateriaal zou bestaan. De betrouwbaarheid daarvan kan echter niet kan worden gecontroleerd.

De eer en goede naam van [eiseres] is aangetast en zij lijdt daardoor schade. De aansprakelijkheid van Media Plus c.s. en Witheet is gelegen in het openbaar maken van de uitingen.

Door de publicatie van haar foto op ZIJonline is bovendien haar portretrecht geschonden.

Gedaagden hebben gemotiveerd verweer gevoerd waarop hierna, bij de beoordeling van het geschil, nader zal worden ingegaan.

De beoordeling

Bij de beoordeling van de vorderingen dient het recht van [eiseres] op de bescherming van haar persoonlijke levenssfeer en haar belang om niet op onrechtmatige wijze door publicaties te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen te worden afgewogen tegen het recht van gedaagden op vrijheid van meningsuiting.

Vooropgesteld wordt dat de in de hiervoor onder 2.4. aangehaalde publicatie genoemde carbondoorslagen niet zijn overgelegd en dat Witheet ter zitting heeft verklaard af te zien van een verder onderzoek naar de echtheid van die documenten. Media Plus c.s. heeft desgevraagd ter zitting verklaard de carbondoorslagen nooit te hebben gezien. Derhalve is op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat de bestreden beweringen over het vermeende prostitutieverleden van [eiseres] steun zullen kunnen vinden in het thans beschikbare feitenmateriaal.

Ten aanzien van de vorderingen jegens gedaagden onder 1 tot en met 4, hierna Media Plus c.s., wordt verder het volgende geoordeeld.

Media Plus c.s., heeft ter afwering van de vorderingen ten eerste aangevoerd dat de uitlatingen in de publicatie op ZIJonline.nl wellicht kwalijk zijn jegens [eiseres], maar dat dit nog niet betekent dat die uitlatingen onrechtmatig zijn. Media Plus c.s. heeft daarbij verwezen naar het vonnis van 15 februari 2007 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, waarin – onder meer – werd geoordeeld dat de uitlating ‘maffiamaatje’ door een journalist jegens een advocaat, weliswaar diffamerend en uiterst schadelijk was, maar niet onrechtmatig.

Het beroep op dit oordeel gaat in het onderhavige geval echter niet op. In de eerste plaats geldt dat in die zaak de negatieve uitlatingen door de desbetreffende journalist waren gedaan in de vorm van een journalistiek commentaar, in het kader van een via de media gevoerd debat waarin die beide partijen verwikkeld waren en dat het karakter had van een gesproken column. Zoals ook in dit vonnis werd overwogen, gelden voor een dergelijk commentaar in die omstandigheden minder strenge eisen, dan voor onderzoeksjournalistiek. De uitlating ‘maffiamaatje’ door de journalist had bovendien betrekking op het functioneren van een advocaat in een geruchtmakende strafzaak. Aldus was sprake van een aanzienlijk maatschappelijk belang dat in dat radiocommentaar aan de orde was. Media Plus c.s. daarentegen heeft de gewraakte uitlatingen over [eiseres] in een publicatie op het internet gepresenteerd in de vorm van een nieuwsbericht. Van enig maatschappelijk belang van de uitlatingen over [eiseres] in de publicatie van Media Plus c.s. is echter niets gesteld of gebleken.

Media Plus c.s. heeft verder naar voren gebracht dat de geruchten over het vermeende prostitutieverleden van [eiseres] al jaren rond zouden gaan, namelijk sinds een televisie-uitzending van het praatprogramma van [naam televisiepersoonlijkheid] in de jaren ’80.

Uit hetgeen partijen ter zitting naar voren hebben gebracht over deze televisie-uitzending is echter gebleken dat hierin geenszins gezegd, laat staan vastgesteld is dat [eiseres] in het verleden werkzaam zou zijn geweest in de prostitutie. Hoogstens zijn toen naar aanleiding van die uitzending geruchten ontstaan, die, zoals door [eiseres] ter zitting onbetwist is gezegd, destijds direct door haar zijn weersproken en waartegen zij met succes actie heeft ondernomen.

Media Plus c.s. kan dan ook niet gevolgd worden in haar stelling dat dit in de jaren ’80 ontstane gerucht nieuw leven zou zijn ingeblazen door recentere gebeurtenissen rond [eiseres] en dat een en ander de publicatie zoals getoond op de website van Media Plus c.s. zou rechtvaardigen. De door Media Plus c.s. overgelegde stukken ondersteunen de visie van Media Plus c.s. evenmin. Immers, ook in die publicaties worden deze geruchten, die – anders dan Media Plus c.s. heeft gesteld niet door [eiseres] zelf, maar door derden in de publiciteit worden gebracht – keer op keer door [eiseres] weersproken.

Media Plus c.s. heeft zich tevens op het standpunt gesteld dat haar handelwijze niet als onrechtmatig kan worden aangemerkt, omdat de beweringen over [eiseres] niet van Media Plus c.s. zelf afkomstig zouden zijn, maar slechts een verwijzing zouden inhouden naar hetgeen Witheet eerder die dag had gepubliceerd. Media Plus c.s. miskent hiermee echter dat zij een eigen verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van hetgeen zij publiceert op haar website. Bovendien bleek uit het bericht op Witheet dat de documenten, die de journalist stelde in handen te hebben, nog onderzocht dienden te worden, zodat het klakkeloos overnemen van een aantal stellingen uit die publicatie onder die omstandigheden als onrechtmatig jegens [eiseres] dient te worden aangemerkt.

Ook het verweer dat [eiseres] een publiek figuur is, die regelmatig zelf de media opzoekt, slaagt niet. Deze omstandigheid brengt weliswaar mee dat zij een zekere mate van inbreuk op haar privé-leven moet dulden, maar dit geeft Media Plus c.s. nog geen vrijbrief om artikelen te publiceren die gebaseerd zijn op onvoldoende aannemelijk gemaakte feiten, met name niet als die een zo sterk negatieve strekking hebben met betrekking tot de eer en goede naam van [eiseres]. Daarnaast is twijfelachtig of dergelijke gegevens over iemands verleden überhaupt voor publicatie vatbaar kunnen zijn.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Media Plus c.s. onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres]. De vordering van [eiseres] Media Plus c.s. te veroordelen de publicatie, overgelegd als productie 5 door [eiseres], van de website ZIJonline.nl te verwijderen en verwijderd te houden is dan ook toewijsbaar. De gevorderde dwangsom is eveneens toewijsbaar. De vordering Media Plus c.s. te veroordelen de verdere openbaarmaking en verveelvoudiging van de uitingen te staken, komt neer op een preventief publicatieverbod en kan om die reden niet worden toegewezen.

Een rectificatie is in de gegeven omstandigheden wel gerechtvaardigd. Deze vordering zal dan ook worden toegewezen als na te melden, op straffe van verbeurte van een dwangsom zoals gevorderd.

Aangezien het bestreden artikel op de website ZIJonline is geplaatst en – zoals door [eiseres] ter zitting onweersproken nader is toegelicht – de publicatie nog opvraagbaar is via zoekmachines, zolang Media Plus c.s. de bedrijven achter de zoekmachines niet verzoekt de publicatie te verwijderen uit die zoekmachines, zal de vordering onder III in het petitum van de dagvaarding ook worden toegewezen als na te melden. De veroordeling zal echter worden beperkt tot Google en Yahoo, aangezien de zinsnede in het petitum “, bijvoorbeeld Google en Yahoo” zoals thans verwoord, te onbepaald is en om die reden tot executiegeschillen kan leiden.

De gevraagde dwangsom wordt toegewezen.

Tot slot heeft [eiseres] een voorschot op de schadevergoeding gevraagd. Een geldvordering is in kort geding alleen toewijsbaar, indien voldoende aannemelijk is dat de vordering in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen en indien van de eisende partij niet gevergd kan worden dat hij de afloop van de bodemprocedure afwacht. Aan dit criterium is hier voldaan.

Op grond van de hiervoor gegeven omstandigheden is aannemelijk geworden dat [eiseres] door de publicatie in haar persoonlijke levenssfeer is aangetast en dat zij daardoor reputatieschade heeft geleden. De omstandigheid dat het bericht oorspronkelijk door Witheet is gepubliceerd, doet, zoals hiervoor onder 4.5. overwogen, aan de aansprakelijkheid van Media Plus c.s. niet af. Of het artikel – zoals Media Plus c.s. heeft aangevoerd – slechts zes uur op de website zou hebben gestaan, hetgeen overigens gemotiveerd door [eiseres] is betwist, doet evenmin af aan de aansprakelijkheid van Media Plus c.s. voor de door [eiseres] geleden schade.

Gezien de ernst van de aantasting van de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] is voorshands voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure Media Plus c.s. veroordeeld zou worden tot betaling van minimaal EUR 10.000,= aan [eiseres] als immateriële schadevergoeding.

Het spoedeisend belang bij toewijzing van dit bedrag in kort geding als voorschot is hierin gelegen dat de functie van smartengeld tevens is gelegen in het geven van een genoegdoening voor de vergaande inbreuk op haar eer en goede naam. Dit bedrag is dan ook toewijsbaar als na te melden.

[eiseres] heeft tevens een voorschot op schadevergoeding van EUR 2.500,= van Media Plus c.s. gevorderd vanwege inbreuk op haar portretrecht, nu Media Plus c.s. zonder toestemming bij het gewraakte artikel een foto van [eiseres] heeft geplaatst. Het verweer van Media Plus c.s. dat deze vordering niet toewijsbaar is, omdat deze vordering weliswaar in het petitum van de dagvaarding is verwoord, maar niet in de gronden van de dagvaarding, wordt verworpen. De vordering staat immers in het petitum van de dagvaarding en de rechtsgronden kunnen ter zitting worden aangevuld, zoals ten aanzien van deze vordering ook door [eiseres] bij mondelinge toelichting is gedaan. Onder die omstandigheden is Media Plus c.s. niet in haar verdediging geschaad.

Nu de publicatie van de foto van [eiseres] deel uitmaakt van de onrechtmatige publicatie, wordt de schadevergoeding van EUR 10.000,= geacht te zijn toegekend voor de gehele publicatie, derhalve ook voor het met de publicatie geschonden portretrecht. Voor een afzonderlijke schadevergoeding ten aanzien van het portretrecht, is daarom geen plaats.

Ten aanzien van de vorderingen jegens Witheet wordt het volgende overwogen.

Witheet heeft ter afwering van de vorderingen gesteld dat haar publicatie niet onrechtmatig jegens [eiseres] is, omdat het artikel op de website is geplaatst door een journaliste die in het artikel slechts heeft vermeld in het bezit te zijn van carbondoorslagen van de Haagse Zedenpolitie, zonder iets te zeggen over de inhoud van die stukken of op wie de stukken betrekking hebben. Met de wijze waarop deze mededelingen op de website van Witheet zijn gedaan, onder meer door de kop: “Dossier [eiseres] (1)” en de zinsnede “In het dossier [eiseres] zitten een tweetal carbondoorslagen afkomstig van de Haagse Zedenpolitie “ wordt echter bij de lezer de indruk gewekt dat uit officiële documenten blijkt dat [eiseres] in de prostitutie heeft gewerkt. Voorshands is dan ook aannemelijk dat het lezers-publiek in die publicatie een impliciete beschuldiging van [eiseres] ziet, die naar zijn aard grievend en beschadigend voor [eiseres] is. Daar komt bij dat het bestaan van genoemde carbondoorslagen door Witheet geenszins aannemelijk is gemaakt en de echtheid van die documenten – zoals Witheet ter zitting ook heeft erkend – nooit is onderzocht. Witheet had het artikel van de desbetreffende journaliste, waarvan zij had kunnen begrijpen dat de inhoud verstrekkende gevolgen voor [eiseres] zou hebben, in elk geval niet mogen publiceren voordat de daarin geponeerde “bewijsstukken” op echtheid waren onderzocht. Door dit te hebben nagelaten, heeft Witheet onrechtmatig jegens [eiseres] gehandeld.

Onder deze omstandigheden zijn de vorderingen jegens Witheet eveneens toewijsbaar, als na te melden, met dien verstande dat, zoals hiervoor ook ten aanzien van Media Plus c.s. is overwogen, ook hier geldt dat de vordering om Witheet te veroordelen de verdere openbaarmaking van de uitingen te staken, niet toewijsbaar is, omdat dit zou neerkomen op een preventief publicatieverbod.

Witheet heeft verder betwist dat [eiseres] schade zou hebben geleden door haar publicatie. Uit het hiervoor onder 4.9. overwogene volgt dat door de publicaties van zowel Media Plus c.s. als Witheet een onaanvaardbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] is gemaakt, waardoor zij schade heeft geleden en waarvan voorshands voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat ook Witheet daarvoor aansprakelijk is. Dit geldt te meer daar Witheet de berichtgeving over het vermeende prostitutieverleden van [eiseres] als eerste heeft gepubliceerd.

Witheet zal daarom eveneens worden veroordeeld als voorschot op deze schadevergoeding een bedrag van EUR 10.000,= aan [eiseres] te voldoen.

Gedaagden zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld. De kostenveroordeling zal geschieden volgens het gebruikelijke tarief, aangezien geen der partijen een beroep heeft gedaan op artikel 1019 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en [eiseres] bovendien zich op het standpunt heeft gesteld dat dit artikel niet van toepassing is op inbreuk op het portretrecht. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaardingen EUR 399,95

- vast recht 495,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.710,95

De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt gedaagden onder 1 tot en met 4 om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de publicaties op de website ZIJonline.nl over het vermeende prostitutieverleden van [eiseres] te verwijderen en verwijderd te (doen) houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 10.000,= per dag of gedeelte daarvan indien zij geheel of ten dele in gebreke blijven om hieraan te voldoen, met een maximum van EUR 200.000,=,

veroordeelt Witheet om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de publicaties op de website Witheet.com over het vermeende prostitutieverleden van [eiseres] te verwijderen en verwijderd te (doen) houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 10.000,= per dag of gedeelte daarvan indien zij geheel of ten dele in gebreke blijft om hieraan te voldoen, met een maximum van EUR 200.000,=,

veroordeelt gedaagden onder 1 tot en met 4 om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis op de openingspagina van de website ZIJonline.nl gedurende veertien dagen te plaatsen zonder enig commentaar of weerwoord, met dezelfde grootte en opmaak als de publicatie, overgelegd als productie 5 door [eiseres], omgeven door een zwart kader, in zwarte letters op een witte achtergrond, de tekst:

“ RECTIFICATIE

MEDEDELING OVER [eiseres]

Op onze site publiceerden wij over de persoonlijke levenssf[eiseres]n[eiseres], waarbij werd gesuggereerd dat zij in het verleden in de prostitutie zou hebben gewerkt. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 16 mei 2007 geoordeeld dat deze publicaties onrechtmatig zijn jegens [eiseres], omdat de beweringen geen enkele steun vinden in het thans beschikbare feitenmateriaal, haar persoonlijke levenssfeer is aangetast en zij daardoor reputatieschade heeft geleden. De voorzieningenrechter heeft ons veroordeeld tot het plaatsen van deze tekst.

Redactie ZIJonline”

Zulks op straffe van een dwangsom van EUR 10.000,= voor iedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagden onder 1 tot en met 4 in gebreke blijven om aan de hiervoor gegeven veroordeling te voldoen, met een maximum van EUR 200.000,=,

veroordeelt Witheet om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis op de openingspagina van de website witheet.com gedurende veertien dagen te plaatsen zonder een commentaar of weerwoord, met dezelfde grootte en opmaak als de publicatie overgelegd als productie 7 door [eiseres], omgeven door een zwart kader in zwarte letters op een witte achtergrond, de tekst:

“ RECTIFICATIE

MEDEDELING OVER [eiseres]

Op onze site publiceerden wij over de persoonlijke levenssf[eiseres]n[eiseres], waarbij werd gesuggereerd dat zij in het verleden in de prostitutie zou hebben gewerkt. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 16 mei 2007 geoordeeld dat deze publicaties onrechtmatig zijn jegens [eiseres], omdat de beweringen geen enkele steun vinden in het thans beschikbare feitenmateriaal, haar persoonlijke levenssfeer is aangetast en zij daardoor reputatieschade heeft geleden. De voorzieningenrechter heeft ons veroordeeld tot het plaatsen van deze tekst.

Redactie Witheet.com”

Zulks op straffe van een dwangsom van EUR 10.000,= voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Witheet in gebreke blijft om aan de hiervoor gegeven veroordeling te voldoen, met een maximum van EUR 200.000,=,

veroordeelt gedaagden onder 1 tot en met 4 om binnen 4 dagen na betekening van dit vonnis Google en Yahoo per brief opdracht te geven tot verwijdering uit de zoekmachine van de publicaties, zoals door [eiseres] als producties 5 en 6 overgelegd, met een direct afschrift van deze brieven aan de raadsman van [eiseres], zulks op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,= voor iedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagden onder 1 tot en met 4 in gebreke blijven om aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van EUR 150.000,=,

veroordeelt Witheet om binnen 4 dagen na betekening van dit vonnis Google en Yahoo per brief opdracht te geven tot verwijdering uit de zoekmachine van de publicatie, zoals door [eiseres] als productie 7 overgelegd, met een direct afschrift van deze brieven aan de raadsman van [eiseres], zulks op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,= voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Witheet in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van EUR 150.000,=,

veroordeelt gedaagden onder 1 tot en met 4 hoofdelijk tot betaling aan [eiseres] van EUR 10.000,= (tienduizend euro),

veroordeelt Witheet tot betaling aan [eiseres] van EUR 10.000,= (tienduizend euro),

veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op EUR 1.710,95,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Orobio de Castro, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J.O. Rutten, en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2007.?