Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BA5123

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-05-2007
Datum publicatie
15-05-2007
Zaaknummer
369248 / KG ZA 07-842
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De Gemeente heeft de rechtsplicht bij een ontruimingsvonnis de executant te assisteren. De Gemeente komt echter wel beleidsvrijheid toe ten aanzien van de wijze en het tijdstip waarop assistentie bij de ontruiming van de krakers wordt verleend.

De Gemeente kon in redelijkheid tot de beslissing komen om de medewerking niet eerder dan tijdens de reguliere ontruimingsronde eind juni 2007 te verlenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2007, 270
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 369248 / KG ZA 07-842

Vonnis in kort geding van 10 mei 2007

in de zaak van

de stichting

STICHTING DE BLAUWE REIGER,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 4 mei 2007,

procureur mr. D.A.J. Sturhoofd,

tegen

1. [burgemeester], burgemeester van de Gemeente Amsterdam,

mede in zijn hoedanigheid van hoofd van de plaatselijke politie,

kantoorhoudende te Amsterdam,

2. publiekrechtelijk lichaam

DE GEMEENTE AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

procureur mr. B.D.A. Zwart.

Partijen zullen hierna De Blauwe Reiger, de burgemeester en de Gemeente genoemd worden.

De procedure

Ter terechtzitting van 7 mei 2007 heeft De Blauwe Reiger gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. De Gemeente en de burgemeester hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

De feiten

De Blauwe Reiger is sinds mei 2000 eigenaresse van het bedrijfspand gelegen aan het [adres] (hierna: het perceel). Het perceel bestaat uit vier etages. De begane grond is verhuurd aan de galerie “Reflex”.

De eerste tot en met derde etage van het perceel (hierna: de etages) zijn op 5 april 2007 om circa 20.00 uur gekraakt. Door De Blauwe Reiger is hiervan op 5 april 2007 aangifte gedaan bij de politie Amsterdam-Amstelland, wijkteam Lijnbaangracht.

Bij brief van 11 april 2007 heeft De Blauwe Reiger de officier van justitie verzocht om handhavend op te treden tegen de krakers van de etages in verband met overtreding van de artikelen 429 sexies, 350 en 310 van het Wetboek van Strafrecht. De officier van justitie heeft de krakers op 12 april 2007 strafrechtelijk aangezegd het perceel te verlaten.

De Blauwe Reiger heeft op 13 april 2007 in kort geding bij de voorzieningenrechter van de rechtbank gevorderd de krakers te veroordelen het perceel te ontruimen. De krakers hebben verstek laten gaan. Bij vonnis van de voorzieningenrechter van 16 april 2007 zijn de krakers veroordeeld, kort gezegd, om het perceel te ontruimen binnen twee dagen na betekening van het vonnis, met machtiging van De Blauwe Reiger om voor zover de krakers mochten nalaten aan de veroordeling te voldoen, de nakoming daarvan af te dwingen met behulp van de sterke arm en op kosten van de krakers. Het kort gedingvonnis van 16 april 2007 is op 17 april 2007 aan de krakers betekend, met bevel tot ontruiming van het perceel binnen twee dagen. De Blauwe Reiger heeft een afschrift van het vonnis op 16 april 2007 aan de politie gezonden, met verzoek om overleg over de ontruiming.

Bij brief van 18 april 2007 heeft De Blauwe Reiger, nadat haar was medegedeeld dat de ontruiming eind juni 2007 zal kunnen plaatsvinden, de officier van justitie verzocht om alle mogelijke medewerking te verlenen aan de ontruiming op de kortst mogelijke termijn, maar in ieder geval voor Koninginnedag.

Bij brief van 23 april 2007 heeft de Chef District Centrum van de politie Amsterdam-Amstelland aan De Blauwe Reiger bericht, voor zover hier van belang:

“(...)

Ik heb u geïnformeerd over het in Amsterdam staande beleid ten aanzien van te ontruimen panden die een ontruimingstitel hebben. Deze ontruiming geschiedt op een aantal vaste momenten in het jaar, althans als het panden betreft waar bij de ontruiming een verstoring van de openbare orde te verwachten is en de ontruiming derhalve uitgevoerd dient te worden door de ME. Dit beleid is vastgesteld om de verstoringen van de openbare orde in de stad zoveel mogelijk te beperken tot die bepaalde dagen en tevens om de hiervoor benodigde politie-inzet zo efficiënt mogelijk aan te wenden. Het valt aan te nemen dat de ontruiming van de percelen [adressen] gepaard zal gaan met openbare ordeverstoringen. Daarom is over de ontruiming overleg gepleegd met de Burgemeester van Amsterdam. Besloten is niet van het staande beleid af te wijken. Met u zal derhalve nader contact worden opgenomen teneinde de ontruiming voor te bereiden voor de eerstvolgende ontruimingsdag in juni as. (...)”

Bij brief van 1 mei 2007 heeft De Blauwe Reiger de Burgemeester van Amsterdam verzocht, kort gezegd, om herziening van het in de brief van 23 april 2007 ingenomen standpunt (zie 2.6).

De krakers hebben het perceel niet (vrijwillig) verlaten.

In de “Beleidsuitgangspunten ontruimen van kraakpanden” zijn, voor zover hier van belang, de volgende bepalingen opgenomen:

“(...)

2.3 Noodsituatie

Als de burgemeester het signaal ontvangt dat zich met betrekking tot een gekraakt object een onhoudbare situatie voordoet, met ernstig gevaar voor de bewoners of de omgeving (bv. door bouwvalligheid, brandgevaar of aanwezigheid van gevaarlijke stoffen) moet snel worden opgetreden. (...) Als op grond van de Woningwet niet op korte termijn kan worden opgetreden, kan de burgemeester op grond van zijn openbare ordebevoegdheden genoemd in artikel 175 van de Gemeentewet opdracht geven tot een spoedontruiming. (...) In de praktijk betekent dit dat de krakers een (korte) termijn krijgen aangezegd waarbinnen zij het pand moeten verlaten. Als dat niet gebeurd is binnen de genoemde termijn, zullen de krakers op grond van een noodbevel worden ontruimd.

3 Beleidsuitgangspunten

Bij de beslissing een kraakpand te ontruimen gelden de volgende uitgangspunten:

1. bij onhoudbare (onveilige) situaties in een pand kunnen noodmaatregelen worden

ingezet.

2. een civielrechtelijk vonnis moet worden uitgevoerd (‘de rechter heeft gesproken’)

en/of aan het OM moet assistentie worden verleend bij het handhaven van de

rechtsorde,

3. verstoringen van de openbare orde en onveilige situaties (bijvoorbeeld voor politiepersoneel, omwonenden én krakers) bij het ontruimen van gebouwen moeten

worden voorkomen, dan wel beperkt en de inzet van politiecapaciteit voor de

ontruiming moet verantwoord zijn,

4. er wordt met inachtneming van de voorgaande punten niet ontruimd voor

leegstand.

Deze uitgangspunten worden in de voorbereiding in onderlinge samenhang afgewogen. (...)

Ad 2. (...)

Civielrechtelijke vonnissen

(...) De overheid heeft daarom een plicht haar machtsmiddelen ter beschikking te stellen van degene wiens recht bij rechterlijk vonnis is vastgesteld. (...) Tot slot wordt een inschatting gemaakt van de gevolgen die de ontruiming zal hebben voor de openbare orde. (...)

Ad 3. Openbare orde en veiligheid

(...) Bij de beslissing een pand te ontruimen heeft de burgemeester de verantwoordelijkheid te beoordelen of de ontruiming tot ernstige verstoringen van de openbare orde zal leiden. Daarnaast weegt de burgemeester af of de ontruiming tot onacceptabele risico’s leidt voor het inzetten van (politie)personeel, de omwonenden of de krakers zelf en of de politie-inzet voor de ontruiming verantwoord is met het oog op politie-inzet elders in de stad. (...)

Om de ordeverstoringen te minimaliseren –en de politie-inzet zo optimaal mogelijk te benutten- vinden ontruimingen plaats tijdens ontruimingsrondes (tenzij de spoedeisendheid zich daartegen verzet). In Amsterdam vinden driemaal per jaar ontruimingsrondes plaats. De datum van een ontruimingsronde wordt van tevoren aan belanghebbenden bekend gemaakt. De krakers weten zo waar ze aan toe zijn.

De ontruimingsdatum is (op spoedeisende gevallen na) ruim van tevoren gepland. In bepaalde gevallen kan deze datum worden aangepast, bijvoorbeeld als er lang van tevoren al een groot aantal panden is aangemeld, het met het oog op politie-inzet elders in de stad niet verantwoord is nu te ontruimen of er andere gronden zijn (bv. een noodsituatie) om een eerdere ontruiming(sronde) te plannen. (...)

Het tijdstip van de ontruiming wordt altijd aan de krakers bekendgemaakt. Omdat een vooraankondiging kan leiden tot het barricaderen van het pand of het mobiliseren van verzet -en dus grotere openbare ordeconsequenties- wordt per geval het moment van bekendmaken bepaald. (...)”

Het geschil

De Blauwe Reiger vordert - samengevat - primair de Gemeente en de burgemeester te gebieden om binnen 7 dagen na dit vonnis met de korpschef van politie een datum voor assistentie van de met de ontruiming belaste deurwaarder vast te stellen en alsdan ook feitelijk assistentie te doen verlenen, welke datum moet liggen tussen de datum van dit vonnis en twee weken later. Subsidiair vordert zij de Gemeente en de burgemeester te veroordelen over te gaan tot, althans volledige medewerking te verlenen aan de uitvoering van het ontruimingsvonnis van 16 april 2007 opdat de ontruiming van het perceel binnen veertien dagen na het vonnis kan worden geëffectueerd. Alles op straffe van een dwangsom en met hoofdelijke veroordeling van de Gemeente en de burgemeester in de proceskosten.

De Blauwe Reiger stelt daartoe dat zij zich niet kan verenigen met het feit dat de Gemeente en de burgemeester thans geen maatregelen nemen ondanks de door haar verkregen justitiële en civielrechtelijke titel. De aankondiging van ontruiming op termijn heeft een averechts effect: het leidt tot barricadering van het perceel en nog grotere vernielingen aan het perceel en inventaris dan waar nu al sprake van is. Een aankondiging tot ontruiming kan achterwege blijven indien er sprake is van een zwaarder belang, bijvoorbeeld in het zoveel mogelijk beperken van de schade. Dat is in dit geval van essentieel belang. Mede gezien de rechtsplicht van de Gemeente en de burgemeester om aan het ontruimingsvonnis mee te werken, dient de weigering van hen om tot eerdere ontruiming van het perceel dan 29 juni 2007 over te gaan, als onrechtmatig te worden bestempeld. Door de ruime aankondigingtermijn van de ontruiming zullen allerlei krakers zich voor de ontruiming in het perceel verschansen en juist dan zal de openbare orde worden verstoord. Dientengevolge zullen extra manschappen en materieel moeten worden ingezet waardoor van een efficiënte inschakeling van de beschikbare politie geen sprake meer is. De Gemeente en de burgemeester houden geen rekening met de zwaarwegende belangen van De Blauwe Reiger bij spoedige ontruiming. Naast de substantiële schade die zij zal lijden aan de net opgeknapte binnen- en buitenzijde van het perceel, zal zij schade lijden in verband met het niet kunnen nakomen van de huurovereenkomst. De veiligheid van de bezoekers van de expositie in de galerie op de begane grond is tevens in het geding. Verder hebben de krakers de bestuursleden (indirect) bedreigd. Ook is de brandverzekering opgeschort in verband met de kraakactie. Daarnaast speelt de rechtszekerheid een rol. Dit alles maakt dat er sprake is van een noodsituatie en niet van De Blauwe Reiger kan worden verwacht dat zij hierin berust. Nergens blijkt uit dat bij de besluitvorming over de ontruimingsdatum rekening is gehouden met de belangen van De Blauwe Reiger. Van een mogelijke ordeverstoring op grond waarvan beslist is om niet eerder te ontruimen is niet gebleken. Er zijn slechts zes krakers in het perceel, het perceel is goed bereikbaar en het beleid maakt ook ‘tussentijdse’ ontruimingen mogelijk. Verder staat nog niet vast dat het perceel daadwerkelijk op 29 juni 2007 ontruimd zal worden. De belangen van De Blauwe Reiger bij een onmiddellijke ontruiming wegen zwaarder dan de belangen van de Gemeente en de burgemeester om pas te ontruimen tijdens de reguliere ontruimingsronde.

De Gemeente en de burgemeester konden de assistentie bij de ontruiming op korte termijn in redelijkheid niet weigeren. Er heeft geen deugdelijke belangenafweging plaatsgevonden. Een belangenafweging moet in redelijkheid tot toewijzing van de gevraagde voorzieningen leiden.

De Gemeente en de burgemeester voeren verweer. Allereerst wordt aangevoerd dat De Blauwe Reiger ten aanzien van de burgmeester niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, nu de burgemeester een orgaan is zonder rechtspersoonlijkheid.

Vervolgens heeft de Gemeente aangevoerd dat bij diverse bezoeken aan het perceel is gebleken dat de krakers niet zelf uit het perceel zullen vertrekken en dat bij een ontruiming een krakersalarm zal worden gegeven. Een ontruiming in der minne, waarbij geen grootschalig politieoptreden nodig is en waarbij krakers niet of nauwelijks verzet zullen bieden is dan ook niet aan de orde. In verband met de te verwachten ordeverstoringen en het mogelijk daarbij gepaard gaande geweld, is in dit geval inzet van ME en aanhoudingseenheden nodig. Over de inzet hiervan en het tijdstip van die inzet beslist de burgemeester van de Gemeente met inachtneming van de beleidsuitgangspunten. Om de ordeverstoringen te minimaliseren en de politie-inzet zo efficiënt mogelijk te benutten zijn er ontruimingsrondes, waarvan de volgende eind juni 2007 plaatsvindt. Slechts bij hoge uitzondering worden, buiten de ontruimingsrondes om, ME en aanhoudingseenheden ingezet in situaties waarbij de ordeverstoringen zodanig zijn dat ernstig gevaar voor omwonenden of de omgeving bestaat en dat niet langer kan worden gewacht met de ontruiming. Van zo’n situatie is hier geen sprake, hoewel de situatie voor De Blauwe Reiger wel heel vervelend is in verband met de mogelijke schade en de intimidatie. De ontruiming van het perceel zal eind juni 2007 plaatsvinden tijdens de ontruimingsronde. De Blauwe Reiger heeft daarom ook geen spoedeisend belang bij haar vordering nu, indien bij een toewijzing van haar vordering, politie-inzet geleverd moet worden ongeveer begin juni 2007. Van onrechtmatig handelen van de Gemeente is geen sprake. Aan de Gemeente komt een grote mate van beleidsvrijheid toe bij de beslissing hoe en op welk moment zij politie-inzet biedt bij een gedwongen ontruiming. De Gemeente moet daarbij enerzijds de belangen van de executant en anderzijds de belangen van onder meer de openbare orde, de veiligheid en de goede verdeling van de capaciteit van de politie afwegen. Het beleid zoals opgeschreven in de beleidsuitgangspunten sluit daarop aan. De Gemeente heeft in dit geval de belangen van De Blauwe Reiger gewogen maar geoordeeld dat de belangen van de Gemeente zwaarder wegen. Het perceel is al gebarricadeerd en een spoedige ontruiming is voor de politie daarmee ondoenlijk, terwijl dit ook veel krakersympathisanten op de been zal brengen die zullen helpen bij het verzet. Bij een goede planning en grootschalige politie-inzet, zoals bij de ontruimingsronde het geval is, zullen de problemen tot een minimum kunnen worden beperkt. De Gemeente heeft in redelijkheid de beslissing kunnen nemen dat zij de door De Blauwe Reiger gevraagde politie-inzet eind juni 2007 zal bieden. Toewijzing van de vordering zal verder een onwenselijke precedentwerking hebben en tot gevolg hebben dat alle eigenaren van panden met een ontruimingstitel zich tot de Gemeente zullen wenden met een verzoek tot onmiddellijke assistentie.

De beoordeling

De burgemeester is mede in zijn hoedanigheid als hoofd van de plaatselijke politie gedagvaard. Terecht is aangevoerd dat de burgemeester een bestuursorgaan is zonder rechtspersoonlijkheid en als zodanig onderdeel uitmaakt van de publiekrechtelijke rechtspersoon de Gemeente Amsterdam, zodat De Blauwe Reiger in haar vorderingen jegens de burgemeester niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Anders dan de Gemeente heeft aangevoerd heeft De Blauwe Reiger wel degelijk een spoedeisend belang bij haar vordering. Zij heeft immers onweersproken gesteld, dat de huurder van de betrokken bedrijfsruimte heeft verklaard “te zullen afhaken” als zij het gehuurde niet op korte termijn kan betrekken. Derhalve is elke dag dat het pand eerder wordt ontruimt in het belang van De Blauwe Reiger.

Uitgangspunt in deze procedure is dat vonnissen moeten worden nagekomen. In zogenaamde kraak kort gedingprocedures hebben de ontruimingsrondes soms echter een eigen dynamiek die haar schaduw vooruitwerpt op de nakoming van een eventueel ontruimingsvonnis. Door het bestaan van het beleid van de Gemeente ten aanzien van ontruimingen, zoals verwoord in de beleidsuitgangspunten, lijkt op de zitting bij sommige krakers tegen wie ontruiming wordt gevorderd, het idee te bestaan dat zij, ondanks een mogelijke veroordeling tot ontruiming binnen een termijn van (in het algemeen) enkele dagen, het recht hebben in het gekraakte en te ontruimen pand te blijven tot het moment van een volgende ontruimingsronde. Dit geeft de voorzieningenrechter, gezien de bekendheid van de betrokkenen met de datum van de volgende ontruimingsronde, tijdens de zitting minder mogelijkheden om tot een regeling tussen eigenaar en krakers over een ontruiming van een pand te komen.

Bovendien is deze opvatting van sommige krakers in strijd met het hiervoor genoemde uitgangspunt.

Indien bij de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis toch politie-inzet noodzakelijk blijkt te zijn, dient de overheid de executant hiermee te helpen. De burgemeester van de Gemeente heeft als hoofd van de politie in beginsel de rechtsplicht om mee te werken aan de uitvoering van het ontruimingsvonnis. Indien hij dit zou weigeren, zou dit een onrechtmatige daad van de Gemeente opleveren jegens de executant. In dit geval heeft de Gemeente echter niet geweigerd om De Blauwe Reiger te helpen bij de tenuitvoerlegging van het vonnis van 16 april 2007. De Gemeente heeft wel het tijdstip van de assistentie bij de tenuitvoerlegging van het vonnis vastgesteld op 29 juni 2007, tijdens de volgende reguliere ontruimingsronde, en niet op een eerder tijdstip, zoals De Blauwe Reiger wil.

Aan de Gemeente komt beleidsvrijheid toe ten aanzien van de wijze en het tijdstip waarop assistentie bij de ontruiming wordt verleend. In deze procedure moet derhalve beoordeeld worden of de Gemeente in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen om de assistentie niet eerder dan tijdens de reguliere ontruimingsronde van 29 juni 2007 te verlenen. Daarbij dienen de individuele belangen van De Blauwe Reiger tegen de belangen van de Gemeente te worden afgewogen. De te respecteren belangen van De Blauwe Reiger zijn: vernielingen en daarmee gepaard gaande schade aan het perceel, schade in verband met niet-nakoming van de huurovereenkomst, hinder voor de (bezoekers van de) galerie, indirecte bedreigingen jegens bestuurders van De Blauwe Reiger, en het feit dat het (bijna) niet mogelijk is om het pand langer te verzekeren tegen brandschade. Daartegenover staan de belangen van de Gemeente, te weten: de belangen van openbare orde, veiligheid en optimale politie-inzet.

De belangen van De Blauwe Reiger zijn aanmerkelijk en de Gemeente heeft dat ook erkend. Zij heeft echter een beroep gedaan op het algemeen belang dat inhoudt dat ordeverstoringen en risico’s voor degenen die bij een ontruiming betrokken zijn, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. De kort gedingrechter kan niet beoordelen of de door de Gemeente gekozen aanpak met ontruimingsrondes en het vooraf mededelen van het tijdstip van de ontruiming de beste aanpak is –dat is iets voor de politiek-, wel wordt geoordeeld dat thans, op basis van de bestaande gegevens en omstandigheden, niet gezegd kan worden dat de Gemeente in verband met het aantal krakers in het perceel en de dreiging van een krakersalarm (en daarmee de toename van het aantal personen dat zich tegen de ontruiming zal verzetten) in redelijkheid niet tot het oordeel heeft kunnen komen om de ontruiming tijdens de reguliere ontruimingsronde te laten plaatsvinden.

Ook het vooraf mededelen van de ontruiming is een beleidsbeslissing, waarover men van mening kan verschillen, maar voorshands kan niet gezegd worden dat deze geen enkel doel dient en daarom in redelijkheid niet genomen kan worden.

Het beleid van de Gemeente kent een uitzondering in geval van een noodsituatie. De Gemeente beschouwt een noodsituatie als een situatie waarin ernstig gevaar voor bewoners of omgeving dreigt.

Hoewel begrijpelijk is dat de situatie door De Blauwe Reiger als uitermate vervelend en frustrerend wordt ervaren, temeer daar zij de gekraakte verdiepingen nu juist gereed had gemaakt voor gebruik, kan in het onderhavige geval niet van een noodsituatie als bedoeld in de beleidsnotitie gesproken worden. Derhalve kan niet van de Gemeente gevergd worden dat zij thans een uitzondering maakt op het door haar voorgestane beleid.

Het voorgaande brengt mee dat de gevraagde voorzieningen moeten worden geweigerd en dat De Blauwe Reiger als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten zal worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Gemeente en de burgemeester worden begroot op:

- vast recht EUR 251,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.067,00

De beslissing

De voorzieningenrechter

weigert de gevraagde voorzieningen,

veroordeelt De Blauwe Reiger in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeente en De burgemeester tot op heden begroot op EUR 1.067,00,

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Sj.A. Rullmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. S.A. Krenning, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2007.?