Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:BA1499

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-02-2007
Datum publicatie
26-03-2007
Zaaknummer
AWB 07/106 VEROR, AWB 07/200 VEROR, AWB 07/205 VEROR, AWB 07/208 VEROR
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat verzoekster niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Amsterdam

Sector Bestuursrecht Algemeen

voorlopige voorzieningen

UITSPRAAK

in het geding met de reg.nrs. AWB 07/106 VEROR

AWB 07/200 VEROR

AWB 07/205 VEROR

AWB 07/208 VEROR

tussen:

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

en:

het College van burgemeester en wethouders van Diemen,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. R.E. van ’t Hof en W. Verbree.

Tevens heeft aan het geding deelgenomen:

de gemeente Diemen,

vergunninghouder,

vertegenwoordigd door M.R.A. Cornelissen en A.J.M.S. Scholten.

1. PROCESVERLOOP

De voorzieningenrechter (hierna: de rechter) heeft op 8 januari 2007 vier verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening ontvangen. Deze verzoeken hangen samen met het beroep van verzoekster van 4 januari 2007, gericht tegen verweerders beslissingen van

21 november 2006 met de kenmerken: B 31452, B 31455, B 31456 en B 31457 (hierna: de bestreden besluiten).

Het onderzoek is gesloten ter zitting van 9 februari 2007.

2. OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de vereiste belan-genafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.

De rechter overweegt voorts als volgt.

Verweerder heeft de openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gevolgd. Dit betekent dat er tegen de bestreden besluiten ingevolge

art. 7.1, lid 1, onder d van de Awb geen bezwaar, maar rechtstreeks beroep bij de rechtbank openstaat.

Bij de bestreden besluiten heeft verweerder aan de gemeente Diemen ten behoeve van de realisering van een bouwplan in het kader van de herinrichting van het centrum van Diemen vier vergunningen verleend voor het kappen van 123 bomen die staan in het gebied De Terp, Ouddiemerlaan, Albert Loethoelistraat (kenmerk B31452), het marktplein (kenmerk B31456), het Van Markenplantsoen/Kerckerinckweg (kenemrk B31455) en het Claas van Maarssenplein (kenmerk B31457). Verweerder stelt dat verzoekster geen belanghebbende is.

Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken en beroep instellen.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een persoon een voldoende objectief bepaalbaar, eigen, persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door een besluit.

Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de woning van verzoekster hemelsbreed gemeten is gelegen op een afstand van meer dan 200 meter van het gebied waar de bestreden besluiten betrekking op hebben. Voorts liggen tussen haar woning en de te kappen bomen nog verscheidene huizenblokken en heeft zij geen zicht op de bomen. Naar voorlopig oordeel van de rechter kan verzoekster niet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

Het beroep zal dan ook vermoedelijk niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af.

De rechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of voor retournering van het griffierecht.

Beslist wordt als volgt.

3. BESLISSING

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af

Deze uitspraak is gedaan op 16 februari 2007 door mr. F. Hoogendijk, voorzieningenrechter,

in tegenwoordigheid van mr. H. van Hoeven, griffier, en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.

de griffier is verhinderd te tekenen de voorzieningenrechter

Afschrift verzonden op:

DOC: C