Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ8671

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-02-2007
Datum publicatie
15-02-2007
Zaaknummer
362024 - KG ZA 07-169
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2007:BA5599, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Amsterdam

15 februari 2007

Uitlatingen Kelder niet onrechtmatig jegens Moszkowicz

De voorzieningenrechter in Amsterdam heeft geoordeeld dat de door Kelder gedane uitlatingen in het radioprogramma Stand.nl niet onrechtmatig zijn jegens mr. Moszkowicz. Alle vorderingen van mr. Moszkowicz zijn afgewezen.

Daarbij zijn de belangen van partijen afgewogen, nl. het belang van mr. Moszkowicz niet te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen tegenover het belang van Kelder en Quote b.v. zich in de media te kunnen uitlaten ter voorlichting van het publiek omtrent misstanden die de samenleving raken. Bij die belangenafweging zijn de volgende omstandigheden van belang geacht:

- Mr. Moszkowicz is een bekende Nederlander, die daarom een grotere tolerantie dient op te brengen dan een niet bekende persoon ten opzichte van over hem in de media gedane negatieve uitlatingen.

- Mr. Moszkowicz is met Kelder in een in de media gevoerd debat verwikkeld over de vraag of het aanvaardbaar is dat mr Moszkowicz de heer Holleeder bijstaat in een strafzaak, gezien zijn eerdere werkzaamheden voor de heer Endstra.

Dit debat wordt niet puur zakelijk gevoerd en door beide partijen wordt daarbij op de man gespeeld, waarbij zij zich over en weer in minder vleiende bewoordingen over de ander uitlaten.

- De gewraakte uitlatingen zijn gedaan in een radioprogramma, waarin een stelling wordt geponeerd door een gast (in dit geval Kelder), waarna het publiek hierop kan reageren, en via een commentaar op een website.

Gelet op deze omstandigheden kan bij een afweging van de belangen de term “beroepsleugenaar” op de website niet als onrechtmatig worden aangemerkt. Voorts staat het Kelder vrij om de vraag naar eventuele betaling van mr. Moszkowicz met zwart geld aan de orde te stellen en daarbij zijn eigen conclusie te trekken. Hetzelfde geldt voor het opwerpen van de vraag of mr. Moszkowicz zijn geheimhoudingsplicht jegens Endstra heeft geschonden.

De term “maffiamaatje” en de stelling dat mr. Moszkowicz vriendschappelijke betrekkingen met de onderwereld heeft zijn weliswaar beledigend en voor een advocaat uiterst schadelijk, maar vinden voldoende steun in het toen beschikbare feitenmateriaal. Het feit dat mr. Moszkowicz zich profileert als topadvocaat in strafzaken brengt mee dat hij meer dan een ander aan kritiek onderhevig is.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2007/99
NbSr 2007/99
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 362024 / KG ZA 07-169 P/EB

Vonnis in kort geding van 15 februari 2007

in de zaak van

ABRAHAM MOSZKOWICZ,

wonende te Amsterdam,

eiser bij dagvaarding van 31 januari 2007,

procureur prof. mr. H. Loonstein,

tegen

1. J.P.W. KELDER,

wonende te Nigtevecht,

2. de besloten vennootschap

QUOTE MAGAZINES B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

procureur mr. M.Ch. Kaaks.

Eiser zal hierna Moszkowicz worden genoemd. Gedaagden zullen afzonderlijk worden aangeduid als Kelder en Quote B.V. en gezamenlijk als Kelder c.s.

De procedure

Voor de aanvang ter terechtzitting van 2 februari 2007 is de behandeling van deze zaak verplaatst naar 6 februari 2007. Ter terechtzitting van 6 februari 2007 heeft Moszkowicz gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Kelder c.s. heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

De feiten

Moszkowicz is advocaat te Amsterdam. Hij was de raadsman van de vastgoedhandelaar Willem Endstra tot kort voor diens dood. Endstra is in 2004 vermoord. Moszkowicz staat thans Willem Holleeder bij in een strafzaak. Holleeder wordt onder meer verdacht van afpersing van Endstra.

Kelder is hoofdredacteur van het tijdschrift Quote. Quote B.V. heeft de rechten op de internet domeinnaam Quotenet.nl en exploiteert een website onder die naam.

In het Parool is op 31 augustus 2000 een artikel verschenen met, voor zover hier van belang, de volgende inhoud:

“Minister Korthals van Justitie wil een onderzoek doen naar het aannemen van zwart geld door advocaten. (...) Moear, destijds lid van de Bruinsma-organisatie, vertelt dat de bende een advocaat contant tweehonderdduizend gulden betaalde. Volgens de richtlijnen moet ‘een redelijk honorarium voor noodzakelijke rechtsbijstand geheel giraal geschieden’. (...)”

Een artikel in Elsevier van 18 februari 2006 luidt, voor zover van belang:

“(...) Het dossier tegen Holleeder telt vijf ordners en lijkt tevens gericht tegen diens raadsman, Bram Moszkowicz. De suggestie wordt gewekt dat die volledig in de tang zit van zijn oppermachtige cliënt. Zo bevat het dossier een verklaring van Endstra dat hij eind 2002, nota bene op het kantoor van Moszkowicz, door Holleeder werd afgeperst. Moszkowicz had de zakenman dringend verzocht naar zijn kantoor te komen waar vervolgens Holleeder de verraste Endstra ontving, die zelfs een pistool tegen zijn hoofd kreeg gedrukt. Weliswaar zou Moszkowicz niet tevoren van die bedreiging hebben geweten, maar het incident roept vragen op over zijn rol. In hoeverre is hij verantwoordelijk? En waarom moest dat gesprek zo nodig op zijn kantoor plaatshebben? Recherche en OM storen zich er al langer aan dat advocaten hun kantoorruimte geregeld beschikbaar stellen aan criminelen. Die maken daar dankbaar gebruik van omdat de politie de kantoren niet mag afluisteren. Holleeder is kind aan huis op het kantoor van Moszkowicz, met wie hij goed bevriend is. Moszkowicz vat zijn taak als raadsman in dat verband ruim op. Een paar uur na de liquidatie van Sam Klepper (...) was er ‘topberaad’ op zijn kantoor. Aanwezig waren Willem Holleeder, John Mieremet – de vorig jaar geliquideerde partner in crime van Klepper – en Koos Reuvers, tweede man van drugsbaron Johan Verhoek, alias De Hakkelaar. (...)”

Een artikel in Elsevier van 25 februari 2006 bevat de volgende passage:

“(...) Het OM speelt hoog spel door beweringen in het dossier (-Holleeder, vzr.) op te nemen die niet relevant lijken voor de waarheidsvinding. Dat geldt vooral voor het privéleven van Moszkowicz. CIE-verklaringen zijn geen hard bewijs, omdat de recherche de betrouwbaarheid van de informanten meestal niet kan garanderen. Maar als de informatie klopt, bevestigt dat het vermoeden van het OM dat Moszkowicz een te nauwe band onderhoudt met zijn criminele klantenkring. (...)”

Op 18 maart 2006 is in een artikel in de Volkskrant de relatie tussen Moszkowicz en Holleeder belicht. Dit artikel luidt, voor zover hier van belang:

“(...) Advocaat Bram Moszkowicz wist niet wat hij zag, toen hij het strafdossier van zijn cliënt Willem Holleeder begin februari inkeek. In het dossier stond niet alleen informatie over Holleeder (...), maar ook over hemzélf. Wat hij las bracht hem in diskrediet: hij zou in de greep zijn van Holleeder. De Heinekenontvoerder zou hebben bemiddeld bij de plaatsing van afluisterapparatuur op zijn kantoor. En Moszkowicz zelf zou in een gesprek met de Amsterdamse politie hebben verklaard dat de relatie met zijn cliënt Holleeder ‘zeer ongezond’ was. Van enige distantie tussen raadsman en cliënt zou geen sprake meer zijn, aldus het zes ordners tellende dossier (...). Van Looijen en Van Straelen schrijven in hun verslag dat Moszkowicz in het gesprek ‘bij herhaling’ heeft gezegd dat de ‘situatie zeer ongezond was’, maar dat hij ‘beslist niet onder druk stond en niet bedreigd werd’. Moszkowicz beaamde dat ‘Holleeder wel heel vaak op het kantoor verscheen, vaak ook zonder reden, soms omdat er een prullenbak scheef stond’. Moszkowicz, die verzekerde geen criminele plannen te bespreken met Holleeder, had volgens de rapporteurs tijdens het gesprek moeite ‘de juiste bewoordingen te vinden’ en leek ‘erg nerveus’. (...) Dat Moszkowicz bang was voor Holleeder (...) is ook verteld door een voormalige secretaresse van Kantoor Moszkowicz in Amsterdam. Zij verklaarde als getuige: ‘Ik denk dat Bram ook bang voor hem is. Hij staat altijd voor Holleeder klaar. Hij moet, of hij wil of niet.’ (...) Hoe close Holleeder met Moszkowicz was, zou ook blijken uit een incident op het Amsterdamse Museumplein. Holleeder werd daar op 11 maart 2004 aangehouden. Zijn vervoermiddel, een modieuze Italiaanse scooter, bleek op naam te staan van het kantoor van zijn raadsman. ’Daar zit niks bijzonders achter’ (...). ‘Mijn vrouw is met haar scooter gevallen. Zij heeft die scooter ingeleverd bij Andiamo, de scooterwinkel waar ik wel vaker zo’n ding heb gekocht. Later bleek dat Holleeder precies die scooter heeft gekocht, volstrekt buiten mij om. Kennelijk heeft Andiamo niet meteen het kentekenplaatje veranderd. Dat had men natuurlijk meteen moeten doen. Dat is alles.’ Maar wat te denken van bankafschriften van Willem Holleeder die op het kantooradres van Moszkowicz advocaten zijn gesteld. Ook toeval. Moszkowicz: ‘Holleeder heeft op een gegeven moment domicilie gekozen bij mij op kantoor voor al zijn contacten met de overheid. Want de man heeft geen vaste woon- of verblijfplaats. Dat geldt voor gevallen waarin hij wordt gedagvaard op verdenking van een overtreding of misdrijf tot en met de fiscus.’ Dat mag, stelt Moszkowicz, al adviseert de Orde van Advocaten strafadvocaten om zeer terughoudend te zijn met dit soort dienstverlening en zorgvuldig onderzoek in te stellen naar de gegevens die door de cliënt zijn verschaft. Volgens Moszkowicz is dat ook gebeurd. ‘Er is niks mis mee.’ (...) Scooters, bankrekeningen, camera’s; Moszkowicz onderhoudt nauwe banden met Holleeder, zoveel is duidelijk. (...) Of neem de bijeenkomst van de Flying Docters in Monaco waar Moszkowicz in smoking aan tafel zat met (de later geliquideerde) topcriminelen Sam Klepper, John Mieremet en Maaike Dijkhuis, de vriendin van Willem Holleeder. ‘Daar was ik inderdaad. Daar waren ook een prinses (Margarita, red.) en vooraanstaande doctoren en vooraanstaande zakenlieden. Ik was daar op uitnodiging van meneer Endstra. Het gezelschap van de heren Klepper en Mieremet was onverwacht. Ik ben daar aan tafel gezet en dat vond ik prima. Ik loop niet weg voor mensen die weliswaar een bepaalde naam hadden toen. Maar ik voel me niet te goed om bij die heren aan tafel te zitten. Als meneer Bouterse daar had gezeten, dan was ik ook aan tafel gaan zitten. En als meneer Teeven of meneer Plooy (Officieren van Justitie, vzr.) daar had gezeten, ook. ‘Dat mag men mij verwijten, maar zo zit ik in elkaar. Zou ik dat weer doen. Achteraf bekeken, met de wetenschap van nu, misschien niet. Maar toen kon ik dat gewoon doen.’ De vrouw van Rolf Friedlander, een van de veronderstelde slachtoffers van afpersing van Holleeder, was ook getuige van een dergelijke gebeurtenis in Zuid-Frankrijk. In een van haar verhoren verhaalt ze over een ontbijt in een ‘heel duur hotel’, waarbij plotseling ook Bram Moszkowicz en Willem Holleeder in de ontbijtzaal verschenen. ‘Bram en Willem waren de hele dag samen, heel amicaal. Het gaat hartstikke leuk onder mekaar, de grootste vrienden, spelen met de kinderen. Dat zijn allemaal dingen die niet kloppen.’ Ook hier, benadrukt Moszkowicz, is sprake van een onjuiste interpretatie van de gang van zaken. ‘Meneer Holleeder is een keer naar Frankrijk gevlogen omdat hij een juridisch probleem had. Ik was daar met mijn familie. Ik heb hem advies gegeven en hij is terug gevlogen. (...)”

Op 29 april 2006 heeft de Volkskrant een interview met Moszkowicz gepubliceerd dat, voor zover hier van belang, luidt:

“(...) Nog even over de grens in omgang met cliënten. Klaas Hummel, oud-zakenpartner van Endstra, vertelde dat uw vrouw enige jaren geleden een jaar gratis in een huis van hem en Endstra heeft gewoond. U had dat geregeld via Endstra, zei hij. ‘Op de vraag of het gratis was, ga ik niet in. Dat gaat niemand wat aan. (...)”

Een artikel in Elsevier van 29 juli 2006 bevat de volgende passage:

“(...) Het legertje advocaten in de zaak-Holleeder wordt aangevoerd door de flamboyante Bram Moszkowicz (46), zoon van de bekende strafpleiter Max Moszkowicz. Als raadsman – en vriend – van Holleeder speelt ‘Brammetje’ de eerste viool. Zijn positie is echter lastig, omdat in CIE-verklaringen de indruk wordt gewekt dat hij te veel bij zijn cliënten op schoot zat. (...)”

Op 9 januari 2007 heeft Moszkowicz in het televisieprogramma Nova gereageerd op het optreden van Kelder in het televisieprogramma “De Wereld Draait Door”. In dat programma heeft Kelder kritiek geuit op het feit dat Moszkowicz eerst Endstra heeft bijgestaan als advocaat en nu Holleeder – de vermeende afperser van Endstra. In Nova heeft Moszkowicz over Kelder gezegd:

“(...) Kijk, wat me opvalt is dat een ieder zich daar vandaag al mee bemoeit. Zelfs quizmaster Jort Kelder heeft er iets over gezegd vandaag. (...) Ja, het is dus een quizmaster die op de televisie wat babbelt met wat dames en het is een geborneerde pseudo-journalist. (...)”

Op 10 januari 2007 heeft Kelder op de website Quotenet geschreven, voor zover hier van belang:

“(...) Ook vertelde Endstra in detail waarom hij Moszkowicz als advocaat aan de kant had gezet: ‘Die speelt alles door aan Holleeder.’ Ook deze verklaring zal Moszkowicz wegwuiven, en juridisch is dat nog kansrijk ook. Ik beloofde niet onmiddellijk te publiceren en liet geen tape meelopen. Bewijsrechtelijk heb ik weinig, behalve mijn woord. Wat aanzienlijk meer waard behoort te zijn dan dat van een beroepsleugenaar als Bram Moszkowicz. (...)”

Op 13 januari 2007 heeft Moszkowicz op de website Quotenet commentaar geleverd op de uitlatingen van Kelder:

“(...) Dus de leek Kelder kan zich verbazen, maar de leek Kelder weet niet waar hij over spreekt. Ik kan mij, als leek in journalistieke zin, verbazen over het feit dat een blaataap zichzelf het predikaat journalist aanmeet, maar ik voel mij dan nog niet geroepen (nú wel; dat spreekt voor zichzelf) dat in brede kring in de openbaarheid te brengen. (...) Kortom meneer Kelder; U roept maar wat. U heeft de klok horen luiden, maar U weet niet waar de klepel hangt. U lult maar een eind raak. (...)”

Een artikel uit Elsevier van 20 januari 2007 bevat de volgende passages:

“(...) De naam van Holleeder prijkt nog net niet in gouden letters op de gevel van het pand van Moszkowicz aan de Amsterdamse Herengracht, maar hij was er kind aan huis. De Heineken-ontvoerder gebruikte het kantoor als postadres, en ontmoette er andere onderwereldfiguren. Een aantrekkelijke lokatie, omdat de politie het kantoor van een advocaat niet mag afluisteren. Moszkowicz is niet de enige advocaat die vriendschappelijke banden onderhoudt met zijn klanten. Sommige collega’s zijn afgegleden tot het niveau maffia-advocaat. Treurig voorbeeld was de in oktober 2005 geliquideerde ex-advocaat Evert Hingst, die gemene zaak maakte met zijn criminele cliënten. (...) Zijn (Holleeder’s, vzr.) dossier beslaat inmiddels 250 ordners. Pikant is de vraag wie de torenhoge rekening betaalt. Op papier heeft Holleeder weinig bezittingen. (...) Holleeder had geen toestemming om vanuit de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught te bellen met de pers. Justitie onderzoekt hoe het uitgezonden gesprek tot stand kwam. Meest voor de hand liggende optie is dat Moszkowicz zijn ‘advocatenlijn’ ter beschikking stelde. Die mag niet worden afgeluisterd. In NOVA erkende Moszkowicz vorige week dat hij tevoren op de hoogte was van het gesprek, maar hij ontkent ten stelligste dat het via zijn lijn plaatshad. (...)”

Op 26 januari 2007 heeft Kelder in een radio-uitzending van het programma Stand.nl het volgende gezegd:

“(...) mijn inspiratie om hier hard op in te schieten was eigenlijk omdat ik (...) twee dagen voor de dood van die Endstra, die vermoorde vastgoedman, met hem gesproken heb en toen zei hij: Het is toch ongelooflijk die Moszkowicz speelt dubbelspel, die was toen al hele goede maatjes in het vriendschappelijke met die Holleeder, die lijkt uit de stukken de man is die altijd Endstra afperste. (...) Ja kijk, dat zijn gewoon maffiamaatjes. Dat zijn vriendjes geweest altijd. (...) Op een gegeven moment werd Endstra afgeperst. Zowel en bekeken door de politie. Die heeft toen allemaal veiligheidstapes gemaakt van zijn kantoor. Die heeft ie toen aan zijn eigen advocaat Moszkowicz afgegeven. Euh, later toen hij wegging bij Moszkowicz als advocaat, omdat hij hem niet meer vertrouwde, toen zei hij: Mag ik die bandjes terug? En toen zei Moszkowicz: Ik heb ze niet meer, ik ben ze kwijt. Ik weet echt niet meer waar ze liggen. Nou later, duiken ze dan ineens op televisie op bij Peter R. de Vries en wat ik heb begrepen zijn die gewoon door Moszkowicz wel of niet onder dwang aan Holleeder overhandigd. (...) Kijk, de hele verdediging van Holleeder zal erop gebaseerd zijn om verklaringen van Endstra belachelijk te maken. Dus die Endstra was een leugenaar, stond onder druk van de politie, was in de war, bla bla bla. Dat krijg je dus wekenlang. Dat zal het belang van Moszkowicz zijn. Dat kun je natuurlijk gewoon toch niet maken. (...) Wat ze wel eens moeten bekijken: hoe wordt inderdaad die meneer betaald. Natuurlijk wordt hij met zwarte Dollars betaald, afpersingsgeld enz. Holleeder heeft officieel een ongelooflijk laag inkomen. Ik ben benieuwd hoe die hele koffer met geld op het kantoor van Moszkowicz gefinancierd is. Van wie dat dan komt en wat de Belastingdienst daar verder van vindt. (...) Hij is niet alleen een goede advocaat. Hij is meer dan dat. Heeft te nauwe banden met de onderwereld namelijk vriendschappelijke betrekkingen. Dat klopt niet. (...)”

Op diezelfde datum heeft Kelder op de website Quotenet geschreven, voor zover hier van belang:

“(...) Bronnen bij Justitie bevestigen ons dat het officiële inkomen van Willem Holleeder zo’n honderdduizend euro bedroeg, afkomstig uit zijn ‘vastgoedactiviteiten’ en ‘beveiligingsbedrijf’. Is dat toereikend om het uurtarief van de Aston Martin-rijdende Moszkowicz te bekostigen, of moeten wij deze verdediging als een vriendendienst beschouwen?”

Eveneens op 26 januari 2007 is op de website NRC.next een artikel verschenen over bandopnamen die de politie in het kantoor van Endstra heeft gemaakt en die Peter R. de Vries in zijn televisieprogramma heeft getoond.

“(...) Hoe kwam De Vries aan het materiaal? De misdaadjournalist wil die vraag niet beantwoorden, maar uit twee verklaringen in het Holleeder-dossier valt af te leiden dat de tv-journalist de banden waarschijnlijk van Holleeder zelf heeft gekregen. De Heinekenontvoerder heeft na zijn arrestatie tegen de Nationale Recherche verklaard dat hij beschikte over beeldmateriaal van Endstra. Daarnaast verklaarde een kennis van de vastgoedhandelaar dat Holleeder hem zelf heeft verteld dat hij beeldmateriaal aan De Vries had gegeven. Maar hoe kwam Holleeder aan dat materiaal? Diverse bronnen verklaren dat Endstra heeft verteld dat Moszkowicz het beeldmateriaal aan Holleeder in bewaring had gegeven, zonder Endstra’s toestemming. Een vertrouwelijke briefwisseling tussen de advocaten Moszkowicz en Jurjen Pen, die in 2002 de verdediging van Endstra in een strafrechtelijk onderzoek naar de vastgoedhandelaar overnam, zou dat bevestigen. Pen, die niet op de zaak wil ingaan, zou meermalen bij Moszkowicz hebben geïnformeerd over de bedoelde beelden en geluidsfragmenten. Zonder resultaat, zo melden ingewijden. Moszkowicz zou hebben gemeld dat hij het materiaal niet meer had. (...)”

Kelder heeft sinds zijn optreden in “De Wereld Draait Door” verslag gedaan van de ontwikkelingen inzake het geschil dat hij met Moszkowicz heeft over de vraag of Moszkowicz als ex-advocaat van Endstra voor Holleeder in de strafzaak kan blijven optreden. Dit geschil, waarbij beide partijen de publiciteit zoeken, wordt door het publiek aangeduid als “bretels versus befje”. Het publiek kan eigen reacties op de website Quotenet plaatsen en heeft van deze mogelijkheid veelvuldig gebruik gemaakt. Hetzelfde gebeurt op de websites Advocatie.nl (de KSU nieuwssite voor de advocatuur), Telegraaf.nl, AD.nl en Elsevier.nl.

Het geschil

Moszkowicz vordert – samengevat – Kelder op straffe van verbeurte van dwangsommen te verbieden zich nog verder onrechtmatig over hem uit te laten en Kelder te bevelen de door hem in het radioprogramma Stand.nl gedane uitlatingen te rectificeren, alsmede Quote B.V. te verbieden de website Quotenet als podium voor onrechtmatige uitlatingen door Kelder en/of anderen te laten fungeren, dit alles op straffe van verbeurte van dwangsommen en met veroordeling van Kelder c.s. in de kosten van de procedure.

Aan zijn vordering legt Moszkowicz – kort weergegeven – ten grondslag dat het recht op bescherming van de goede naam in dit geval dient te prevaleren boven de vrijheid van meningsuiting. De uitlatingen die Kelder in het radioprogramma Stand.nl heeft gedaan zijn onrechtmatig jegens hem, omdat zij onwaar zijn en/of de kwalificaties onnodig kwetsend. Voor het doen van dergelijke uitlatingen bestaat geen klemmende reden van publiek belang. Ook heeft Kelder niet voldaan aan zijn journalistieke verplichtingen van gedegen onderzoek, met hoor en wederhoor. Bovendien zet Kelder met zijn uitlatingen anderen aan tot haat jegens Moszkowicz, hetgeen eveneens onrechtmatig is. Dat geldt evenzeer voor het openbaar maken door Quote B.V. van reacties van het publiek op de uitlatingen van Kelder, voor zover deze op hun beurt jegens Moszkowicz onwaar en onnodig grievend zijn.

Het verweer

Ter afwering van de vordering voert Kelder c.s. – samengevat weergegeven – aan dat het recht op vrije meningsuiting in dit geval zwaarder weegt dat het recht op bescherming van de goede naam. Zowel de uitlatingen in de radio-uitzending van Stand.nl als de publicaties op de website Quotenet – welke publicaties moeten worden aangemerkt als open brieven – vallen in de categorie (gesproken) column. Kelder c.s. voert verder aan dat de uitlatingen van Kelder voldoende met feiten gestaafd zijn. Van het aanwakkeren van haat bij derden door Kelder is geen sprake, nu hij niet heeft opgeroepen tot geweld, gewapend verzet of opstand. De vordering om Quote B.V. te verbieden derden de mogelijkheid te geven om te reageren op deze kwestie, voor zover die reacties onrechtmatig zijn, strekt te ver. Lezers plaatsen immers zelf de reacties op de website. Controle vindt uitsluitend achteraf plaats. Bovendien heeft Moszkowicz bij deze vordering geen redelijk belang indien hij de publieksreacties over de door Kelder aangeroerde kwestie op de websites van de Telegraaf, het Algemeen Dagblad en alle andere media ongemoeid laat. Daarnaast heeft Moszkowicz geen belang bij zijn vorderingen nu hij geen bezwaar maakt tegen de publicaties van Kelder zelf op de website zoals deze sinds 9 januari 2007 op de website Quotenet zijn gepubliceerd. Het heeft weinig zin een publicatieverbod voor de toekomst te eisen, terwijl deze publicaties op de website blijven gehandhaafd. Dit geldt ook voor de gevorderde rectificatie. Tenslotte zou een publicatieverbod zowel Kelder als Quote B.V. ernstig belemmeren in hun nieuwsgaring en publicatie over het Holleeder-dossier, aangezien de rol van Moszkowicz daarmee sterk is verbonden. In het maartnummer van Quote zal bovendien in een kort artikel op deze kwestie worden ingegaan. Dit nummer is reeds naar de drukker. Een publicatieverbod is ook om deze reden ongewenst.

De beoordeling

Het gevorderde vormt een beperking van het grondrecht op de vrijheid van meningsuiting dat aan Kelder c.s. op grond van artikel 10 lid 1 EVRM toekomt. Dit recht kan slechts worden beperkt indien deze beperking bij de wet is voorzien en deze in een democratische samenleving noodzakelijk is, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien, is sprake wanneer de uitlatingen van Kelder onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op die laatste vraag, moeten de wederzijdse belangen van partijen worden afgewogen. Het belang van Moszkowicz is er in dit verband in het bijzonder in gelegen dat hij niet wordt blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Het belang van Kelder c.s. bestaat erin dat hij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend, en/of waarschuwend moet kunnen uitlaten ter voorlichting van het publiek omtrent misstanden die de samenleving raken. Welke van deze belangen de doorslag behoort te geven, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden. In dit geval zijn de volgende omstandigheden relevant: de aard van de geuite verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die verdenkingen betrekking hebben; de ernst van de misstand welke de uitlatingen aan de kaak beogen te stellen; de mate waarin de verdenkingen ten tijde van de uitlatingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal; de inkleding van de verdenkingen; de aard van het programma waarin de uitlatingen zijn gedaan en het gedrag van de benadeelde. Tenslotte dient bij de beoordeling te worden betrokken dat Moszkowicz een publiek figuur is.

Partijen zijn het erover eens dat Kelder zijn standpunt, dat Moszkowicz de verdediging van Holleeder dient neer te leggen, ook in de media mag verkondigen. Beoordeeld moet worden of Kelder daarbij de grenzen van de in het maatschappelijk verkeer betamelijke zorgvuldigheid heeft overschreden. De stelling van Moszkowicz dat die grenzen zijn overschreden, ziet met name op de volgende uitlatingen van Kelder:

a) dat Moszkowicz een beroepsleugenaar is;

b) dat Moszkowicz (door Holleeder) met zwart geld, afpersingsgeld, betaald wordt;

c) dat Moszkowicz zijn geheimhoudingsplicht jegens (wijlen) Endstra heeft geschonden;

d) dat Moszkowicz maffiamaatjes is met Holleeder; en

e) dat Moszkowicz nauwe banden met de onderwereld heeft, namelijk vriendschappelijke betrekkingen.

De onder d en e vermelde uitlatingen zullen gezamenlijk worden besproken, omdat zij dezelfde strekking hebben.

Bij de beoordeling van de vraag of genoemde uitlatingen onrechtmatig zijn wordt mede in de beoordeling betrokken dat Moszkowicz en Kelder in een via de media (radio, televisie, pers en internet) gevoerd debat verwikkeld zijn, waarbij beide partijen zich in minder vleiende bewoordingen over de ander uitlaten. Bovendien moet Moszkowicz – niet alleen door zijn bekendheid als advocaat, maar vooral ook als veelgeziene gast in televisieprogramma’s – worden beschouwd als een zeer bekende persoonlijkheid. Dit brengt mee dat Moszkowicz een grotere tolerantie dient op te brengen dan een private persoon ten opzichte van in de media over hem gedane negatieve uitlatingen. Bovendien geldt als uitgangspunt dat Kelder juist in de hoedanigheid van journalist in het betreffende radioprogramma is opgetreden in het kader van het onderwerp van het debat tussen hem en Moszkowicz.

De term beroepsleugenaar heeft Kelder niet gebezigd in het radioprogramma, maar in een publicatie op de website Quotenet. Hieromtrent wordt het volgende overwogen. De term beroepsleugenaar is weliswaar een scheldwoord, maar gelet op de polemiek waarin partijen verwikkeld zijn en de daarbij door beiden gebruikte bewoordingen niet onrechtmatig. Zo heeft Moszkowicz Kelder een ‘blaataap’ en een ‘geborneerde pseudo-journalist’ genoemd. Hij kan zich er dan niet over beklagen dat Kelder hem op zijn beurt minder vleiende bewoordingen toevoegt.

Met betrekking tot de ‘koffer met zwart geld’ geldt het volgende. Kelder heeft in het interview niet gesteld dat Holleeder een koffer met zwart geld aan Moszkowicz heeft gegeven, doch heeft die term gebruikt als beeldspraak voor betaling met zwart geld. Het onderwerp van betaling van advocaten met zwart geld heeft reeds langer de aandacht, getuige het in 2000 voorgenomen onderzoek hiernaar door minister Korthals. Kelder heeft zijn veronderstelling dat Moszkowicz door Holleeder met crimineel geld wordt betaald beargumenteerd met het door hem genoemde officiële inkomen van Holleeder in combinatie met zijn stelling dat dit inkomen ontoereikend is om het honorarium van Moszkowicz te voldoen. Op basis van deze gegevens heeft Kelder de conclusie getrokken dat Moszkowicz (deels) met zwart geld wordt betaald en gesteld dat daarnaar gekeken moet worden door de Belastingdienst. Het staat Kelder vrij om de vraag of in strafzaken advocaten met zwart geld worden betaald aan de orde te stellen. Dat hij dat in het kader van de tussen partijen gevoerde debat ook ten aanzien van Moszkowicz in de zaak Holleeder doet, kan dan ook niet als onrechtmatig worden aangemerkt. Evenmin kan gezegd worden dat hij dat in onnodig grievende bewoordingen heeft gedaan, mede gelet op het onder 5.3. overwogene.

Het staat Kelder eveneens vrij de vraag te stellen of Moszkowicz zijn geheimhoudingsplicht jegens Endstra heeft geschonden. In dit verband heeft Kelder gewezen op de kwestie van de bandopnamen die in het kantoor van Endstra zijn gemaakt. Moszkowicz heeft niet ontkend dat Endstra deze bandopnamen aan hem in bewaring heeft gegeven. Ook heeft Moszkowicz niet ontkend dat hij, toen Endstra en later de advocaat van diens erfgenamen de banden terugvroeg, heeft geantwoord dat deze onvindbaar waren. Niet is betwist dat Holleeder tegenover de politie heeft verklaard dat hij deze bandopnamen aan Peter R. de Vries heeft gegeven. Een derde heeft in gelijkluidende zin verklaard, zo zou uit het strafdossier Holleeder blijken. Kelder heeft hieruit de conclusie getrokken dat Moszkowicz de banden – al dan niet vrijwillig – aan Holleeder heeft gegeven. De schriftelijke verklaring, overgelegd door Moszkowicz, waarin Peter R. de Vries verklaart dat hij de banden niet van Moszkowicz heeft gekregen, sluit deze mogelijkheid niet uit. Kelder heeft hierbij uitdrukkelijk gezegd dat niet bewezen is dat Moszkowicz de banden aan Holleeder heeft gegeven, maar dat Moszkowicz de schijn tegen heeft. Gelet op het kader waarin deze uitlatingen zijn gedaan, namelijk in het debat over de vraag of het aanvaardbaar is dat Moszkowicz als ex-advocaat van Endstra Holleeder verdedigt in de strafzaak betreffende de verdenking van afpersing van Endstra door Holleeder, kan dit niet als onrechtmatig worden aangemerkt. Aan Kelder kan niet het recht worden ontzegd om in dit publiekelijk gevoerde debat, dat mede de integriteit van de advocatuur als onderwerp heeft, deze omstandigheden te vermelden.

De term maffiamaatje is diffamerend en voor een advocaat uiterst schadelijk. Hetzelfde geldt voor de uitlating dat hij te nauwe banden heeft met de onderwereld, namelijk vriendschappelijke betrekkingen. Daarmee is echter de onrechtmatigheid nog niet gegeven. Indien de beschuldiging juist is, levert dit een ernstige misstand op. In zijn algemeenheid moet het een journalist vrij staan een misstand aan de kaak te stellen, zij het dat daarbij de grenzen van het betamelijke niet mogen worden overschreden. Bekeken moet dus worden of voor het uiten van deze beschuldiging in het toen aanwezige feitenmateriaal voldoende aanleiding bestond. Daartoe wordt het volgende overwogen. De contacten tussen Moszkowicz en zijn voormalige cliënt Endstra waren niet puur zakelijk, gelet op het feit dat hij op uitnodiging van Endstra in Monaco een liefdadigheidsdiner bijwoonde, waarbij hij aan één tafel heeft gezeten met onder anderen Sam Klepper en John Mieremet. Inmiddels zijn Endstra, Klepper en Mieremet alle drie op gewelddadige wijze om het leven gebracht, waarbij door de politie wordt gesproken over liquidaties in het criminele milieu. Ook het feit dat de echtgenote van Moszkowicz gedurende één jaar heeft gewoond in een woning van Endstra, alsmede dat Moszkowicz niet heeft betwist dat deze bewoning gratis was, wijst op meer dan een zakelijk contact. Verder zijn er aanwijzigen dat ook zijn contacten met Holleeder, die er eveneens van wordt verdacht te behoren tot het criminele milieu, verder gaan dan de puur zakelijke. Vast staat dat Moszkowicz Holleeder toestemming heeft gegeven om zijn bankrekening op het kantooradres van Moszkowicz te stellen. Ook van belang is de verklaring van de vrouw van Rolf Friedlander dat Moszkowicz en Holleeder in een hotel in Zuid Frankrijk op vriendschappelijke wijze, in het gezelschap van de kinderen, met elkaar omgingen, alsmede de verklaring van Kelder dat Endstra zelf tegen hem heeft gezegd dat Moszkowicz en Holleeder vriendschappelijke contacten onderhielden. Tot slot is opmerkelijk dat de echtgenote van Moszkowicz de vorige eigenaar was van de scooter van Holleeder. Al deze omstandigheden wijzen op een verhouding tussen Moszkowicz en zijn clienten Endstra en Holleeder, die verder gaat dan een strikt zakelijke relatie. Gelet op deze omstandigheden kan dan ook gezegd worden dat in het toen beschikbare feitenmateriaal, waarvan een deel al in de openbaarheid was gebracht, de door Kelder geuite beschuldiging voldoende steun vond.

Voorts is van belang de aard van het programma waarin de uitlatingen zijn gedaan. In het programma Stand.nl wordt een door de programmamakers geponeerde stelling eerst besproken met een studiogast, in dit geval Kelder, waarna bellers de gelegenheid wordt geboden die stelling te verdedigen of aan te vallen. De bijdrage van de studiogast heeft het karakter van een gesproken column, omdat hij – binnen het beperkte tijdsbestek – alle ruimte krijgt om zijn mening te geven en er weinig ruimte is voor nuance of discussie. Het gedeelte van het programma waarin bellers hun mening kunnen geven wordt gekenmerkt door snelheid en oppervlakkigheid. De uitlatingen van Kelder op de website Quotenet zijn geschreven in de vorm van open brieven. Zowel voor columns als open brieven gelden minder strenge journalistieke eisen dan voor onderzoeksjournalistiek. De columnist of open briefschrijver heeft een grotere vrijheid om aandacht te vragen voor de kwestie die hem/haar op het hart ligt door gebruik van een felle toon, uitvergroting en overdrijving. Ook hier is van belang dat de beschuldiging werd geuit in het kader van het tussen partijen in het openbaar gevoerde debat, waarbij van beide kanten het debat niet puur zakelijk werd gevoerd maar ook op de man gespeeld werd. Hierbij komt dan nog de omstandigheid dat Moszkowicz een bekende Nederlander is, die zich profileert als topadvocaat in strafzaken. Deze omstandigheid brengt mee dat hij meer dan een ander aan kritiek onderhevig is.

Tenslotte wordt overwogen dat van het aanzetten tot haat door Kelder geen sprake is. Kelder lokt een discussie uit over de vraag of het Moszkowicz vrij staat Holleeder als raadsman bij te staan. Dat de reacties op de website Quotenet op het optreden van Moszkowicz vaak uiterst negatief van toon zijn doet daaraan niet af. Ook het optreden van Kelder wordt daarin fel bekritiseerd. Alle omstandigheden afwegende is voorshands niet aannemelijk geworden dat de uitlatingen van Kelder onrechtmatig zijn. Het belang van Kelder om een mogelijke misstand aan de kaak te stellen weegt in dit geval zwaarder dan het belang van Moszkowicz bij bescherming van zijn goede naam. De vordering jegens Kelder wordt derhalve afgewezen.

5.10. Met betrekking tot de vordering jegens Quote B.V. geldt dat het verschil tussen de uitlatingen die op de website Quotenet zijn gepubliceerd en de uitlatingen die op andere websites, zoals die van de Telegraaf en het AD, zijn gepubliceerd, niet direct in het oog springt. Moszkowicz tolereert de teksten op deze andere website kennelijk, blijkens het feit dat hij daartegen geen juridische stappen heeft ondernomen. Onder deze omstandigheden wordt de vordering jegens Quote B.V. bij gebrek aan belang afgewezen.

5.11. Moszkowicz zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Kelder c.s. worden begroot op:

- vast recht EUR 251,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.067,00

De beslissing

De voorzieningenrechter

weigert de gevraagde voorziening,

veroordeelt Moszkowicz in de proceskosten, aan de zijde van Kelder c.s. tot op heden begroot op € 1.067,00,

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.Y.C. Poelmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2007.