Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2006:BR2938

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-09-2006
Datum publicatie
25-07-2011
Zaaknummer
302173 / HA ZA 04-3446 (tussenvonnis 20/09/06)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In korte tijd zijn drie systeemplafonds bezweken.

De maximale bouwtermijn van 12 maanden is niet overschreden. In de CAR-verzekering is een onderhoudstermijn van 12 maanden meeverzekerd. De voorvallen vonden plaats tijdens de onderhoudstermijn. Gedaagde is niet ernstig in haar belangen geschaad doordat de twee van de drie voorvallen niet (rechtstreeks) aan haar zijn gemeld. Het beroep op de schademeldingsverplichting wordt daarom niet gehonoreerd. Het is de vraag of de gevorderde schade onder de dekking van de CAR-verzekering valt; terzake van de materiële schade is finale kwijting verleend. Bereddingskosten; nu in korte tijd 3 systeemplafonds zijn bezweken, wordt het aannemelijk geacht dat op eiseres de plicht rustte om maatregelen te nemen om onmiddellijk dreigend gevaar te voorkomen. Het is de vraag of de kosten verbonden aan de door eiseres getroffen maatregel dienen te worden aangemerkt als bereddingskosten. Eiseres wordt het bewijs opgedragen van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat de door haar getroffen maatregel de meest geëigende wijze was om het gevaar af te wenden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 302173 / HA ZA 04-3446

(SB)

Vonnis van 20 september 2006

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SRA SYSTEEM REALISATIE AFBOUW B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

eiseres,

procureur mr. B.J.H. Crans,

tegen

de naamloze vennootschap

DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

procureur mr. F.B. Falkena.

Partijen zullen hierna Sra en Delta Lloyd genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- dagvaarding van 18 oktober 2004, met bewijsstukken,

- conclusie van antwoord, met bewijsstukken,

- akte houdende overlegging producties van de zijde van Sra,

- tussenvonnis van 29 december 2004,

- proces-verbaal van comparitie van 8 april 2005, met de daarin vermelde stukken,

- conclusie van repliek, met bewijsstukken,

- conclusie van dupliek, met bewijsstukken,

- akte uitlating producties van de zijde van Sra,

- verzoek vonnis wijzen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) betwist, als¬mede op grond van de in zoverre niet bestreden in¬houd van overgelegde bewijs¬stuk¬ken, staat het volgende vast.

2.1. Ten behoeve van de (nieuw)bouw van het hoofdkantoor van Uitzendbureau Randstad heeft Sra als onderaannemer in opdracht van HH Redec B.V. (hierna: HH Redec) systeemplafonds geleverd en gemonteerd.

2.2. Sra heeft bij 100% Praevenio Technische Verzekeringen B.V. q.q. (hierna: Praevenio), die daarbij tekende voor Delta Lloyd, een doorlopende Construction All-Risks-verzekering afgesloten (hierna: de CAR-verzekering). Delta Lloyd is rechtsopvolger van Praevenio.

2.3. De polis luidt, voor zover thans van belang, als volgt:

(...) Bouw- en/of montagetermijn Maximaal 12 maanden

Onderhoudstermijn 12 maand(en) guarantee maintenance (...)

Eigen risico’s Rubriek I EUR 1.134,00 per gebeurtenis

Rubriek III EUR 1.134,00 per gebeurtenis

Rubriek IV EUR 1.134,00 per gebeurtenis (...)

Voorwaarden V9207+CL07 CAR-verzekering doorlopend algemene voorwaarden (...)

Bijzonderheden (...)

D.I.C. /D.I.D.

Verzekerd is uitsluitend het verschil in voorwaarden (D.I.C.) en het verschil in eigen risico (D.I.D.) van de door de opdrachtgever en/of hoofdaannemer is verzekerd. Het verschil in eigen risico is hierbij gemaximeerd tot EUR 22.689,01 per gebeurtenis.

In geval van een gedekte schade zal de schade als een renteloze lening, middels een actie van sessie, worden vergoed en zal door de verzekeraar verhaal worden gepleegd op elders lopende verzekeringen, al dan niet van oudere datum.

2.4. In de van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden V 9207 (hierna: V9207) is onder meer het volgende bepaald:

(...)

A.1.6. Gebeurtenis

Een voorval of een reeks met elkaar verband houdende voorvallen die één en dezelfde oorzaak hebben.

(...)

A.3.1 De verzekering vangt aan op de op het polisblad vermelde ingangsdatum en eindigt:

- ten aanzien van de bouwtermijn op de op het polisblad vermelde einddatum of zoveel eerder als het werk is opgeleverd;

- ten aanzien van de onderhoudstermijn, indien medeverzekerd, op de dag na het verstrijken van het voor deze termijn genoemde aantal maanden na de hierboven bedoelde oplevering;

(...)

Derhalve zijn (is) uitgesloten schaden en/of aansprakelijkheid voor schaden die buiten de verzekeringstermijn(en) ontstaan zijn, ongeacht het tijdstip waarop zij worden veroorzaakt.

(...)

Artikel A.6

Vergoeding van bereddingskosten

Per gebeurtenis wordt aan schade en bereddingskosten tezamen volgens Artikel 283 Wetboek van Koophandel niet méér vergoed dan het verzekerde bedrag onder de desbetreffende rubriek.

(...)

A.7.3 Verplichtingen van de verzekerde bij schade

In geval van schade resp. gebeurtenis welke tot schade zou kunnen leiden is verzekerde verplicht:

a) verzekeraars zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs van hem gevorderd mag worden, kennis te geven;

(...)

Artikel A.8

Niet nakomen van verplichtingen

Indien de verzekerde, die de schade lijdt, zijn verplichtingen uit de polis niet is nagekomen en daardoor de belangen van verzekeraars heeft geschaad, verliest die verzekerde zijn recht op schadevergoeding.

(...)

Rubriek I

Het werk

(...)

I.2 Dekking tijdens de onderhoudstermijn

De verzekering dekt de schade die een verzekerde lijdt door beschadiging van het werk tijdens de onderhoudstermijn:

- veroorzaakt door een verzekerde tijdens werkzaamheden uit hoofde van verplichtingen volgens de onderhoudsbepalingen van het bestek of de aannemingsovereenkomst;

- waarvan de oorzaak ligt voor het begin van de onderhoudstermijn, mits de oorzaak verband houdt met de totstandkoming van het werk. (...)

I.5 Uitsluitingen

Naast de algemene uitsluitingen zijn van de verzekering uitgesloten: (...)

d) kosten van verbetering en/of veranderingen van ontwerp, constructie of bouwmethode; (...)

2.5. Het bij V9207 horende Clausuleblad CL 07 (hierna: CL07) luidt, voor zover van belang, als volgt:

Clausule 3

Verzekerde werken

3.1. De verzekering heeft betrekking op alle door of in opdracht van de verzekeringnemer uit te voeren werken zoals omschreven op het polisblad mits:

a) de uitvoering van een werk begint na de ingangsdatum volgens het polisblad;

b) de in het bestek of de aannemingsovereenkomst voorgeschreven bouwtermijn die ligt tussen het begin van een werk en de oplevering niet langer is dan de bouwtermijn volgens het polisblad; (...)

Clausule 10

Verzekeringstermijnen

Deze clausule vervangt artikel A.3.

1.01. In aanvulling op het bepaalde in clausule 3 eindigt de dekking voor de afzonderlijke werken:

- ten aanzien van de bouwtermijn bij oplevering, waarbij de verzekerde bouwtermijn een maximum heeft zoals genoemd op het polisblad;

- ten aanzien van de onderhoudstermijn, indien van toepassing, op de dag na het verstrijken van het voor deze termijn in het bestek of de aannemingsovereenkomst genoemde aantal maanden na de hierboven bedoelde (deel)oplevering tot ten hoogste de termijn genoemd op het polisblad; (...)

Derhalve zijn (is) uitgesloten schaden en/of aansprakelijkheid voor schaden die buiten de verzekeringstermijn(en) van een werk zijn ontstaan, ongeacht het tijdstip waarop zij zijn veroorzaakt.

10.2. Indien van een werk de maximale bouwtermijn en/of onderhoudstermijn – zoals genoemd op het polisblad – wordt overschreden, dan heeft de verzekeringnemer het recht de verzekering voor de bouw- en/of onderhoudstermijn van dat werk te verlengen tegen nader overeen te komen premie en voorwaarden. De verzekeringnemer dient in dat geval voor de overschrijding van de op het polisblad genoemde termijnen, verzekeraars hiervan in kennis te stellen. Mocht ten aanzien van de bovengenoemde verlaging van de bouwtermijn geen overeenstemming zijn bereikt, dan vervalt de eventuele medeverkering van de onderhoudstermijn voor dat werk. (...)

2.6. Op of omstreeks 5 augustus 2002 is het systeemplafond in ruimte B3-26 bezweken. Deze omstandigheid zal hierna worden aangeduid als voorval 1. Bij brief van 7 augustus 2002 is Sra door HH Redec aansprakelijk gesteld voor alle schade naar aanleiding van voorval 1. De schade is via de tussenpersoon PSL Financiële Adviesgroep B.V. (hierna: PSL) bij Praevenio gemeld. Praevenio heeft aan [A & B] Expertise opdracht gegeven onderzoek in te stellen naar de aard, omvang en toedracht van de schade.

2.7. Sra heeft de plafonds daarop visueel geïnspecteerd.

2.8. Vervolgens is op 24 oktober 2002 in ruimte D2-30 een systeemplafond bezweken (hierna: voorval 2). Bij brief van 24 oktober 2002 heeft [C] Installatietechniek B.V., te weten de opdrachtgever van HH Redec, SRA/HH Redec onder meer aansprakelijk gesteld voor alle directe en indirecte schade als gevolg van voorval 2.

2.9. TNO Bouw heeft in opdracht van Sra onderzoek verricht naar de oorzaak van het bezwijken van de plafonds. Daarvan is door TNO Bouw een rapport, gedateerd 29 januari 2003, opgesteld.

2.10. Op 1 november 2002 is in ruimte B2-28 een systeemplafond bezweken. Deze omstandigheid zal hierna worden aangeduid als voorval 3.

2.11. In de periode van 4 november 2002 tot en met 29 november 2002 heeft Sra alle ophangpunten van de systeemplafonds geborgd met een speciale beugelconstructie (hierna: de maatregel).

2.12. Op 15 november 2002 heeft Praevenio mondeling aan Sra meegedeeld dat de kosten verbonden aan de maatregel niet voor vergoeding op grond van de CAR-verzekering in aanmerking komen.

2.13. Bij brief van 11 september 2003 heeft Praevenio onder meer het volgende aan PSL geschreven:

(...) Naar aanleiding van de definitieve rapporten van de bij de bovengenoemde schade betrokken experts kunnen wij u het volgende berichten:

Door de beide experts is het materiële schadebedrag als volgt samengesteld:

Schade 1, plafond B3-26 (5 en 6 augustus 2003):

- Schade SRA/Redec EUR 11.738,00;

- Schade overige aannemers (nevenaannemers) EUR 8.940,00

Schade 2, plafond D2-30 (24 oktober 2002):

- Schade SRA/Redec EUR 8.814,00;

- Schade overige aannemers (nevenaannemers) EUR 5.010,00

Schade 3, plafond B2-28 (1 november 2002):

- Schade SRA/Redec EUR 9.145,00;

- Schade overige aannemers (nevenaannemers) EUR 5.010,00

De schade is voor SRA/Redec vastgesteld op EUR 29.697,00 en voor de overige aannemers op EUR 18.960,00 totaal, zijnde EUR 48.657,00.

Deze schade zal, in overleg met de CAR-verzekeraars van de AON-polis, als volgt aan verzekerde worden vergoed:

Uitkering AON polis EUR 48.657,00

3 x eigen risico à EUR 4.537,00 EUR 13.611,00-/-

Te ontvangen via AON EUR 35.046,00

Uitkering CAR-polis Praevenio

3 x eigen risico AON EUR 13.611,00

3 x eigen risico polis Praevenio EUR 3.402,00-/-

Te ontvangen via Praevenio EUR 10.209,00

Verzekerde zal voor de materiële voor een bedrag van EUR 35.046,00 = EUR 10.209,00 = EUR 45.255,00 worden schadeloos gesteld.

Met betrekking tot de immateriële kosten zal verzekerde (geheel onverplicht) als volgt worden schadeloos gesteld:

Kosten visuele inspectie SRA van EUR 15.199,00, welke als volgt wordt verdeeld:

1/3 Praevenio (EUR 5.066,00), 1/3 CAR-polis Aon (EUR 5.066,00) en 1/3 SRA/Redec (EUR 5.066,00).

Kosten rapport TNO van EUR 16.882,12, waarvan 1/3 buiten de schade-opstelling blijft. Het restant wordt als volgt verdeeld:

1/3 Praevenio (EUR 3.751,58), 1/3 CAR-polis AON (EUR 3.751,58) en 1/3 SRA/Redec (EUR 3.751,58).

In totaal zal voor de immateriële schade dus het volgende worden vergoed:

CAR-polis Praevenio EUR 8.817,58 en CAR-polis AON EUR 8.817,58.

Wij vertrouwen erop u met dit voorstel en passende aanbieding te hebben gedaan en verzoeken u verzekerde op de hoogte te brengen van ons definitief voorstel. Na diens akkoordbevinding zullen wij het totale schadebedrag van EUR 19.026,58 tegen finale kwijting overmaken.

Mocht verzekerde onverhoopt zich niet in dit voorstel kunnen vinden, dan komt onze aanbieding hiermede te vervallen.

(...)

2.14. In reactie op voornoemde brief heeft [D], namens Sra, bij brief van 11 november 2003 onder meer het volgende aan Praevenio bericht:

(...)

Blijkens uw brief bent u bereid om terzake van de herstelkosten van Euro 48.657,00, exclusief BTW, dekking te verlenen en mijn cliënte terzake van deze schadeposten een uitkering van Euro 10.290,00 te verstrekken.

Ook volgt uit uw brief dat u aan cliënte terzake van de kosten van de visuele inspectie van de ophangpunten Euro 5.066,00 en terzake van de kosten van het onderzoek van TNO Euro 3.751,58, derhalve in totaal Euro 8.817,58 zult uitkeren.

Namens cliënte bericht ik u dat zij bereid is om de uitkering van Euro 10.290,00 en Euro 8.817,58 te accepteren en verzekeraars na de ontvangst van voornoemde uitkeringen finale kwijting te verlenen terzake van de schadeposten herstelkosten, kosten van de visuele inspectie van de ophangpunten en kosten van het onderzoek van TNO.

(...)

2.15. Op 27 november 2003 heeft Sra van Delta Lloyd dan wel Praevenio EUR 19.026,58 op haar bankrekening ontvangen.

3. De vordering

3.1. Sra vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Delta Lloyd te veroordelen tot betaling aan haar van EUR 220.961,31, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 november 2002 over de (niet uitgekeerde) bereddingskosten tot een bedrag groot EUR 193.530,89, althans met ingang van 10 juli 2003, althans 11 september 2003, althans met ingang van 18 oktober 2004, zulks tot de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2003 over de (nog niet uitgekeerde) materiële schade tot een bedrag groot EUR 28.430,42, althans vanaf 11 respectievelijk 14 november 2003, althans met ingang van 18 oktober 2004, zulks tot de dag der algehele voldoening. Kosten rechtens.

3.2. Sra legt aan haar vordering ten grondslag dat zij als gevolg van voorval 1, voorval 2 en voorval 3 schade heeft geleden ten bedrage van de materiële schade ad EUR 48.657,- en de bereddingskosten ad EUR 193.530,89. Op eerstgenoemd bedrag strekt in mindering het eigen risico van EUR 1.200,- en het reeds door Praevenio betaalde bedrag van EUR 19.026,58. Sra heeft vervolgens aanspraak gemaakt op vergoeding van de wettelijke rente over de bereddingskosten vanaf 15 november 2002 en over de materiële schade vanaf 10 juli 2003.

3.3. Delta Lloyd is gehouden voornoemde schade, die onder de dekking van de CAR-verzekering valt, aan Sra te vergoeden.

3.4. Naar aanleiding van het verweer van Delta Lloyd heeft Sra gemotiveerd gesteld dat zij haar werkzaamheden binnen de maximale bouwtermijn van 12 maanden heeft verricht. Uit de hiervoor onder rechtsoverweging 2.3. genoemde polis volgt dat partijen een onderhoudstermijn zijn overeengekomen van 12 maanden. In het bestek wordt eveneens melding gemaakt van een onderhoudstermijn van 12 maanden. Weersproken wordt dat de FME-voorwaarden van toepassing zijn op de door HH Redec verstrekte opdracht. Indien de FME-voorwaarden van toepassing worden geacht, kan Delta Lloyd daaraan geen rechten ontlenen. Die voorwaarden zien immers enkel op het verrichten van leveringen en/of diensten door HH Redec. Overigens zijn de FME-voorwaarden niet ter hand gesteld door HH Redec, waardoor de voorwaarden op grond van artikel 6:233 sub b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) juncto artikel 6:234 lid 1 sub a BW vernietigbaar zijn.

Betwist wordt dat de meldingen van voorval 2 en voorval 3 niet tijdig zijn geschied en dat de belangen van Delta Lloyd (ernstig) zijn geschaad. Delta Lloyd kan derhalve geen beroep doen op de in artikel A.8 opgenomen sanctie, aldus Sra. Sra stelt dat zij ter voorkoming van het destijds kenbare en direct dreigende gevaar van verdere plafondinstortingen, is overgegaan tot de maatregel. Sra stelt zich op het standpunt dat op haar niet de verplichting rust om van andere partijen vergoeding te vorderen.

4. Het verweer

4.1. Delta Lloyd bestrijdt de vordering. Naar haar mening kan uit de dagvaarding worden afgeleid dat het onderhavige geschil zich beperkt tot de bereddingskosten. Aangevoerd wordt dat de werkzaamheden van Sra de maximale bouwtermijn van 12 maanden hebben overschreden, zodat een eventueel verzekerde onderhoudstermijn op grond van clausule 10 lid 2 CL07 is komen te vervallen. Nu de problemen met de plafonds zich na de verzekeringstermijn hebben geopenbaard, komt de door Sra geleden schade, gelet op clausule 10 lid 1 CL07, niet voor vergoeding in aanmerking.

4.2. Voor het geval ervan uit wordt gegaan dat Sra de maximale bouwtermijn niet heeft overschreden, wordt ten aanzien van de onderhoudstermijn aangevoerd dat de verzekerde onderhoudstermijn afhankelijk is van hetgeen daaromtrent in het bestek of de aannemingsovereenkomst is bepaald. Uit de door Sra overgelegde opdrachten blijkt dat HH Redec bij de verstrekking van de opdracht aan Sra de algemene leverings- en betalingsvoorwaarden voor de metaalindustrie, zoals gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage onder nummer 116/1991 (hierna: de FME-voorwaarden), van toepassing heeft verklaard. Nu de termijn waarbinnen de opdrachtnemer kan worden aangesproken in de FME-voorwaarden is beperkt tot 6 maanden, geldt in casu een onderhoudstermijn van 6 maanden, aldus Delta Lloyd. De verzekerde onderhoudstermijn is in ieder geval geëindigd op 4 september 2002 om welke reden voorval 2, voorval 3 en de bereddingskosten niet onder de dekking van de CAR-verzekering vallen.

4.3. Naar voren wordt gebracht dat Sra, in strijd met de op haar rustende polisverplichtingen, heeft nagelaten voorval 2 en voorval 3 aan Delta Lloyd te melden. Delta Lloyd is daardoor in ernstige mate in haar belangen geschaad. Sra heeft evenmin gemeld dat zij de maatregel zou treffen. De polis verbindt aan het vorenstaande de consequentie van verval van rechten.

4.4. Verder wordt aangevoerd dat de gevorderde bereddingskosten, nu in het onderhavige geding geen sprake is van gedekte schade onder de CAR-verzekering, niet voor vergoeding in aanmerking komen. Opgemerkt wordt dat kosten van verbetering in artikel I.5 V9207 van dekking zijn uitgesloten. Dergelijke kosten kunnen dan ook niet via de achterdeur van bereddingskosten alsnog onder de dekking van de CAR-verzekering worden gebracht, aldus Delta Lloyd. Voorts wordt aangevoerd dat de gevorderde bereddingskosten niet redelijk zijn. Zo had volstaan kunnen worden met het aftappen van de koelplafonds.

4.5. Voor het geval aangenomen wordt dat het bezwijken van de systeemplafonds onder de dekking van de CAR-verzekering valt en sprake is van kosten die in het belang van Delta Lloyd zijn gemaakt, wordt naar voren gebracht dat andere partijen zijn aan te wijzen die tevens belang hebben bij de door Sra getroffen maatregel. Sra had deze procedure ook tegen die partijen moeten voeren. Opgemerkt wordt dat de CAR-verzekering uitsluitend dekking biedt voor het verschil in voorwaarden en het verschil in eigen risico.

4.6. Ook wordt de omvang van de bereddingskosten betwist. Naar de mening van Delta Lloyd is zij voorafgaand aan 18 oktober 2004 geen wettelijke rente verschuldigd. De omstandigheid dat sprake is van meerdere gebeurtenissen, met diverse oorzaken, heeft tot gevolg dat het eigen risico meerdere malen in mindering dient te worden gebracht.

4.7. Met betrekking tot de materiële schade stelt Delta Lloyd zich op het standpunt dat daaromtrent door Sra, gelet op de in rechtsoverweging 2.14. genoemde brief, finale kwijting is verleend.

5. De beoordeling

5.1. Allereerst zal worden beoordeeld of de bouwtermijn door Sra is overschreden.

Aanvang bouwtermijn

Niet in geschil is dat de bouwtermijn aanvangt met het verrichten van stoffelijke werkzaamheden ter plaatse.

Sra stelt dat zij op 18 juni 2001 is gestart met de montagewerkzaamheden. Daarbij wordt aangegeven dat een werknemer van Sra op 29 mei 2001 en 30 mei 2001 kwartier heeft gemaakt in verband met de komende werkzaamheden, op 31 mei 2001 en 1 juni 2001 hebben twee werknemers de materiaalcontainers ingericht en op 8 juni 2001 en 11 juni 2001 is het eerste materiaal ten behoeve van de montagewerkzaamheden geleverd. Ter onderbouwing daarvan is een mandagenregister overgelegd.

Delta Lloyd stelt zich op het standpunt dat Sra in april 2001 is gestart met de werkzaamheden. Daartoe wordt verwezen naar het onder rechtsoverweging 2.9. genoemde rapport van TNO, het bewijs van beproeving van Mitari Hijstechniek B.V. (productie 8 bij conclusie van dupliek) en het trekproef rapport van Bolle Technofast B.V. (productie 9 bij conclusie van dupliek).

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het rapport van TNO, het bewijs van beproeving van Mitari Hijstechniek B.V. en het trekproef rapport van Bolle Technofast B.V. niet worden afgeleid dat Sra in april 2001 is aangevangen met werken. Niet gebleken is immers dat bij de uitvoering van de test respectievelijk proef systeemplafonds door Sra waren gemonteerd. In het kader van de onderhavige procedure wordt er dan ook van uitgegaan dat de bouwtermijn is aangevangen op 29 mei 2001, zijnde het moment waarop enige activiteit op de bouwplek is uitgevoerd.

Einde bouwtermijn

Sra stelt dat de laatste reguliere werkzaamheden door haar zijn uitgevoerd op 4 maart 2002. Op die datum is het reguliere werk derhalve opgeleverd. Aangegeven wordt dat het meerwerk is opgeleverd op 14 april 2002. Het vorenstaande wordt door Delta Lloyd betwist.

Als uitgangspunt geldt dat de bouwtermijn loopt tot het moment waarop het risico voor het werk van Sra is overgegaan op HH Redec dan wel de hoofdaannemer. In het overgelegde Opleverdocument is onder meer het volgende te lezen: ‘SRA verklaart hierbij de werkzaamheden conform het bestek en bestektekeningen, aanwijzing en nadere afspraken tijdens het werk te hebben uitgevoerd, behoudens de hieronder genoemde restpunten. De opdrachtgever verklaart hierbij dat de werkzaamheden door SRA, conform het bestek en bestektekeningen, aanwijzing en nadere afspraken tijdens het werk zijn uitgevoerd, behoudens de hieronder genoemde restpunten.’ Onder het kopje Restpunten staat de volgende handgeschreven notitie vermeld: ‘Alle restpunten afgehandeld.’ Het Opleverdocument is namens Sra en HH Redec op 1 mei 2002 ondertekend. Bij factuur van 16 mei 2002 wordt de 20ste termijn bij HH Redec in rekening gebracht. Uit de overgelegde opdrachten volgt dat de 20ste termijn dient te worden voldaan bij oplevering. De rechtbank acht het, voorgaande omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, aannemelijk dat het werk van Sra op 1 mei 2002 is opgeleverd, op welk moment het risico voor het werk van Sra is overgegaan op HH Redec. De omstandigheid dat nadien door Sra nog werkzaamheden zijn verricht brengt daar geen verandering in. Gelet op het vorenstaande wordt het ervoor gehouden dat de bouwtermijn op 1 mei 2002 is geëindigd.

Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot het oordeel dat de maximale bouwtermijn van 12 maanden niet door Sra is overschreden.

5.2. Daarmee wordt toegekomen aan de beoordeling van de vraag of in de CAR-verzekering een onderhoudstermijn is meeverzekerd.

Naar de mening van Sra zijn partijen een onderhoudstermijn van 12 maanden overeengekomen. Deze termijn volgt zowel uit de polis als uit het bestek. Daarbij weerspreekt zij dat de FME-voorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst van Sra en HH Redec. Opgemerkt wordt dat Sra in de door haar aan HH Redec verzonden offertes haar algemene voorwaarden en haar algemene inkoop- en onderaannemingsvoorwaarden van toepassing heeft verklaard. Op grond van haar algemene voorwaarden is eveneens sprake van een onderhoudstermijn van 12 maanden.

Delta Lloyd betwist dat de algemene voorwaarden van Sra bij de overeenkomst van Sra en HH Redec rechtsgeldig zijn overeengekomen. Delta Lloyd meent dat Sra en HH Redec geen onderhoudstermijn zijn overeengekomen.

Uit clausule 10 CL07 volgt dat de dekking ten aanzien van de onderhoudstermijn eindigt op de dag na het verstrijken van het voor deze termijn in het bestek of de aannemingsovereenkomst genoemde aantal maanden na de oplevering tot ten hoogste de op de polis genoemde 12 maanden. Niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken is gesteld dat uit het bestek een onderhoudstermijn valt af te leiden van 12 maanden. Nu in bovengenoemde clausule uitdrukkelijk staat vermeld dat de onderhoudstermijn kan volgen uit het bestek, wordt Delta Lloyd niet gevolgd in haar stelling dat de desbetreffende besteksparagraaf Sra niet kan baten. Daargelaten of de FME-voorwaarden of de algemene voorwaarden van Sra op de overeenkomst van Sra en HH Redec van toepassing zijn, gaat de rechtbank er in dit geding van uit dat hetgeen uit het bestek volgt in de plaats treedt van bepalingen uit algemene voorwaarden. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat in de CAR-verzekering een onderhoudstermijn van 12 maanden is meeverzekerd.

5.3. Voorval 1, voorval 2 en voorval 3 vonden plaats tijdens de onderhoudstermijn. Ook heeft Sra de maatregel getroffen binnen de onderhoudstermijn. Gebleken is dat Sra voorval 2, noch voorval 3 (rechtstreeks) aan Delta Lloyd ofwel Praevenio heeft gemeld. Sra heeft Delta Lloyd ofwel Praevenio evenmin (rechtstreeks) op de hoogte gebracht van haar voornemen om over te gaan tot het treffen van eerdergenoemde maatregel.

Delta Lloyd voert aan dat zij daardoor in haar belangen is geschaad. Zij is immers niet in de gelegenheid geweest een eigen afweging te maken met betrekking tot de voorgevallen schaden en de noodzaak tot het treffen van de maatregel. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft de heer [E] namens Delta Lloyd verklaard dat de plicht om schadevoorvallen te melden voor de verzekeraar van belang is om mee te kunnen beslissen over wat te doen in het gegeven geval. Naar de mening van Delta Lloyd is geen sprake van een rechtvaardigingsgrond. Sra heeft daartegen verweer gevoerd.

Naar het oordeel van de rechtbank is Delta Lloyd niet ernstig in haar belangen geschaad. Daarbij wordt het volgende van belang geacht. Niet dan wel onvoldoende gemotiveerd is betwist dat Sra Praevenio heeft uitgenodigd om op 4 november 2002 ten kantore van Sra te komen spreken over voorval 3. Vast is komen te staan dat Praevenio op 15 november 2002 mondeling aan Sra heeft meegedeeld dat de kosten verbonden aan de maatregel niet voor vergoeding op grond van de CAR-verzekering in aanmerking komen (zie rechtsoverweging 2.12.). De vraag of de door Sra getroffen maatregel noodzakelijk was komt hierna nog aan de orde.

Het beroep van Delta Lloyd op de omstandigheid dat Sra haar schademeldingsverplichting niet is nagekomen, wordt op grond van het voorgaande, niet gehonoreerd.

5.4. Vervolgens staat ter beoordeling of de door Sra gevorderde schade onder de dekking van de CAR-verzekering valt.

5.4.1. Voorop wordt gesteld dat Delta Lloyd wordt gevolgd in haar stelling dat ter zake de gevorderde materiële schade finale kwijting is verleend. Uit de hiervoor onder rechtsoverweging 2.13. geciteerde brief volgt immers dat Praevenio (onder meer) heeft aangeboden EUR 10.209,- aan Sra te voldoen ter zake de bezweken systeemplafonds. Na akkoordbevinding zou (onder meer) dat bedrag tegen finale kwijting worden overgemaakt. Vervolgens volgt uit de onder rechtsoverweging 2.14. geciteerde brief dat Sra heeft aangegeven bereid te zijn de uitkering van EUR 10.209,- (in de brief staat abusievelijk EUR 10.290,- vermeld) te ontvangen en na ontvangst van de uitkering finale kwijting te verlenen ter zake de schadepost herstelkosten. Gebleken is dat voornoemd bedrag door Sra is ontvangen (zie rechtsoverweging 2.15.). Sra heeft enkel in algemene bewoordingen aangevoerd dat zij geen finale kwijting heeft verleend en dat mocht zulks wel het geval zijn een beroep op dwaling daarmee niet is afgesneden. Deze standpunten zijn echter op geen enkele wijze onderbouwd en zullen derhalve als onvoldoende gemotiveerd ter zijde worden gesteld. Het vorenstaande brengt mee dat de vordering omtrent de materiële schade zal worden afgewezen.

5.4.2. Ten aanzien van de bereddingskosten wordt als volgt overwogen.

Op grond van de CAR-verzekering rust op Sra de plicht om maatregelen te nemen wanneer een evenement dreigt waaruit, indien het zich zou verwezenlijken, een schadevergoedingsplicht van Delta Lloyd zou (kunnen) voortvloeien. De daartegenover staande vergoedingsplicht van Delta Lloyd strekt tot de kosten van maatregelen om onmiddellijk dreigend gevaar te voorkomen.

Het bezwijken van de door Sra gemonteerde systeemplafonds tijdens de onderhoudstermijn valt, gelet op artikel I.2 V9207, onder de dekking van de CAR-verzekering. Nu in korte tijd 3 systeemplafonds zijn bezweken, acht de rechtbank het aannemelijk dat op Sra de plicht rustte om maatregelen te nemen om onmiddellijk dreigend gevaar te voorkomen. Het is echter de vraag of de kosten verbonden aan de door Sra getroffen maatregel dienen te worden aangemerkt als bereddingskosten. Noch uit de stellingen van Sra, noch uit het rapport van TNO kan worden afgeleid dat de desbetreffende maatregel de meest geëigende wijze was om het gevaar af te wenden, hetgeen door Delta Lloyd gemotiveerd is betwist. Sra zal op dit punt, overeenkomstig haar aanbod, tot bewijslevering worden toegelaten.

5.4.3. Indien Sra slaagt in het bewijs, is Delta Lloyd gehouden de kosten van beredding te vergoeden. In dat geval zal Sra de gevorderde kosten, gelet op de betwisting daarvan door Delta Lloyd, nog wel dienen te onderbouwen. Dat de getroffen maatregel tevens als verbetering zou zijn aan te merken doet aan de verplichting tot vergoeding van de kosten alsdan niet af. Indien Sra het bewijs niet levert, vallen de kosten niet onder de dekking van de CAR-verzekering. De vordering zal dan worden afgewezen.

5.5. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. draagt Sra op het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat de door haar getroffen maatregel de meest geëigende wijze was om het gevaar af te wenden,

6.2. verwijst de zaak naar de rol van 18 oktober 2006 opdat Sra kan meedelen of, en zo ja hoe, zij dit bewijs wenst te leveren, met, indien Sra het bewijs wenst te leveren door getuigen, opgave van de verhinderdata van alle betrokkenen,

6.3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.K. van Riemsdijk en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2006.?