Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ1020

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-10-2006
Datum publicatie
26-10-2006
Zaaknummer
353676 / KG 06-1809 OdC
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De vordering van de voormalige vriendin van Willem E., onder meer over het uit de handel nemen van een boek over Willem E., is afgewezen. De rechter heeft daarbij geoordeeld dat de aan de vrouw in het boek toegeschreven kwalificaties niet in zo hoge mate beledigend zijn dat zij een inbreuk op het recht van vrije meningsuiting rechtvaardigen. Ook oordeelde de rechter dat er geen sprake is van een zodanige inbreuk in het privéleven van de vrouw dat deze onrechtmatig moet worden geacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

OdC/JWR/EH

vonnis 26 oktober 2006

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t n u m m e r s 353676 / KG 06-1809 OdC v a n:

[eiseres]

wonende te [woonplaats],

e i s e r e s bij dagvaarding van 11 oktober 2006,

procureur mr. R.P.J. Ribbert,

t e g e n :

1. de besloten vennootschap UITGEVERIJ BALANS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [gedaagde sub 2],

woonplaats kiezende te [woonplaats]

g e d a a g d e n,

procureur mr. J.A. Schaap.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Voorafgaand aan de behandeling van de zaak ter terechtzitting van 13 oktober 2006 heeft eiseres, verder te noemen [eiseres] bij monde van haar advocaat verzocht de behandeling van de zaak op grond van artikel 27 lid 1 aanhef en onder c Rv achter gesloten deuren te doen plaatsvinden. Gedaagden, verder gezamenlijk te noemen Balans c.s. en afzonderlijk Balans en [gedaagde sub 2], hebben zich hiertegen bij monde van hun advocaat verzet. De voorzieningenrechter heeft beslist dat de behandeling van de zaak openbaar zal plaatsvinden, daar het belang van [eiseres] bij de eerbiediging van haar persoonlijke levenssfeer in de gegeven omstandigheden, zoals door haar naar voren gebracht, niet zodanig groot is dat daardoor een afwijking gerechtvaardigd is van het in genoemd wetsartikel neergelegde uitgangspunt dat de terechtzitting in het openbaar dient plaats te vinden.

Ter openbare terechtzitting heeft [eiseres] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Balans c.s. hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. [eiseres] is de voormalige partner van [Willem E.] (hierna ook te noemen: [Willem E.]), de vastgoedhandelaar die verdacht werd van witwaspraktijken en die in 2004 is vermoord.

b. Op 6 oktober 2006 is een boek verschenen met de titel “Stille [Willem E.]” en de ondertitel “De dodelijke spagaat van vastgoedbaron [Willem E.]” (hierna: het boek). Het boek is geschreven door [gedaagde sub 2] en uitgegeven door Balans.

c. In het boek staan onder meer de volgende passages:

Passage 1:

“Niet alleen zakelijk, maar ook sociaal bouwt [Willem E.] begin jaren negentig aan een nieuw imago. Met de dan 33-jarige [eiseres] aan zijn zijde heeft de multimiljonair zijn eerste trophy wife binnengehaald. Een blonde, ranke verschijning, modieus gekleed, die zich de welvaart van haar minnaar graag laat aanleunen. Het chique Amsterdam-Zuid, met zijn PC Hooft-, Cornelis Schuyt- en De Lairessestraat, bepaalt haar modus operandi.”

Passage 2:

“Intimi refereren aan het ‘regenpijp-incident’, waarbij [Willem E.]’s nieuwe liefde via de buitenkant van het huis probeerde de slaapkamer binnen te komen, maar uiteindelijk in de tuin belandde. ‘[eiseres] was hysterisch, tergde hem. Ze stonden te knokken voor de deur. Dan bracht hij haar in zijn pyjama naar het politiebureau in Zandvoort. Maar zij bleef, bleef, bleef aan de gang’, memoreren familieleden van [Willem E.]. ‘Hij heeft wel eens gezegd: “[eiseres] is mijn grootste fout geweest.” Ze kwam gillend restaurants binnengestormd: “Waar was je?!” Voor die tijd was [Willem E.] anders.’”

Passage 3:

“Zijn omgeving mag dan het gedrag van [Willem E.] vergoelijken en de zwarte piet neerleggen bij de zogenaamde golddiggers, vrouwen op zoek naar de financiële geborgenheid die [Willem E.] bood, maar feit is dat de zakenman zich gedroeg als een klassiek alfa-aapje.”

Passage 4:

“Maar in het huidige justitiedossier tegen [H.] duiken ook andere, minder frisse details op. Een handelaar in textiel en kennis van de familie [Willem E.] vertelt dat [eiseres] voor hem als model werkte in 1989. Daar zag [Willem E.] haar voor het eerst. Dan staat er heel terloops: ‘[Willem E.] en [eiseres] kregen een relatie. [Willem E.] was zeer jaloers en sloeg [eiseres] geregeld.’”

Passage 5:

“Als [eiseres] begin 2005 door de rechercheurs in het moordonderzoek wordt gehoord, zegt ze over de eerste jaren met [Willem E.]: ‘In die periode heb ik eens geprobeerd om aangifte te doen tegen [Willem E.]. [..] Hij sloeg me, randde me aan en verkrachtte me.’ Ze vertelt dat ze ooit met twee blauwe ogen naar het politiebureau was gestapt, maar daar werd weggestuurd. ‘Dat was heel vreemd. Die politieman zei dat hij het al gehoord had. [Willem E.] zei later dat hij wist dat ik daar was geweest. [...] Het was een moeilijke positie waarin ik verkeerde. Er was natuurlijk nooit iemand bij. [Willem E.] was naar de buitenwereld een aardige en gezellige man. Maar iedereen in zijn omgeving was afhankelijk van hem.’ In een later onderzoek naar [Willem E.] schrijft een rechercheur dat hij in het computersysteem van de politie meldingen tegenkomt van ‘uit de hand gelopen relatieproblemen’ aan de [adres]. ‘[Willem E.] had daarbij zijn vriendin geslagen.’”

Passage 6:

“Ook geestelijk werd ze mishandeld, stelt [eiseres]. Ze mocht op een gegeven moment niet meer alleen op stap, zo vertelt ze de recherche na de moord op [Willem E.]. Als ze daar met iemand over sprak, zoals met [persoon1], de vrouw van [persoon2], dan verbood [Willem E.] haar nog langer met [persoon1] om te gaan. Pas na de geboorte van hun [dochter eiseres] werd het volgens haar anders. Als [zus Willem E.] hoort van [eiseres]’ uitspraken tegenover de politie, reageert ze furieus. ‘Er is één keer een incident geweest. Weet je wat er toen is gebeurd? Mijn broer is woedend geworden toen hij [eiseres] aantrof met een andere man én een vrouw. Met z’n drieën lagen ze te rotzooien, op zijn bank, in zijn huis!’ Volgens Endstra’s zus wilde hij graag van [eiseres] af, maar liet deze hem niet los. ‘Ze stond nachtenlang voor z’n deur, verstopte zich onder z’n bed. Echt, toen [eiseres] in [Willem E.]s leven kwam, werd hij een ander mens.’”

d. In het boek staat ook een foto van [eiseres].

2. [eiseres] vordert, kort weergegeven, dat Balans c.s. op straffe van verbeurte van een dwangsom wordt bevolen:

a) aan haar afnemers, niet zijnde particulieren, te berichten dat het boek uit de handel genomen moet worden;

b) de openbaarmaking van de passages als weergegeven onder 1.b en het portret van [eiseres] te staken en gestaakt te houden,

c) in de Volkskrant, NRC en de Telegraaf een advertentie te plaatsen met een tekst als weergegeven in het petitum van de dagvaarding en

d) bij alle verkooppunten waar het boek werd verkocht een poster met genoemde tekst op te hangen.

Ook vordert [eiseres] een voorschot van € 10.000,= op de te vorderen schadevergoeding en veroordeling van Balans c.s. in de kosten van dit geding.

3. Daartoe stelt [eiseres]] samengevat, dat zij in de genoemde passages 1, 2 en 3 zeer negatief beschreven wordt. De met betrekking tot [eiseres] gebruikte termen hebben een negatieve connotatie en de beschrijving en betiteling zijn beledigend en grievend. Daardoor handelen Balans c.s. onrechtmatig jegens haar. Passages 4, 5 en 6 vormen een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiseres]. De vermeldingen over haar seksleven in passage 6 zijn bovendien onjuist. Er is geen publiek belang gediend bij publicatie van genoemde passages aangezien de passages niet gaan over een misstand. [eiseres] is verder niet een publiek figuur. Zij verzet zich op grond van artikel 21 Aw tegen publicatie van haar foto in het boek. In verband met haar privacy en aantasting van haar goede naam heeft [eiseres] schade geleden.

4. Balans c.s. hebben zich gemotiveerd tegen de vorderingen verweerd. Op dit verweer zal, voorzover nodig, hierna bij de beoordeling van het geschil worden ingegaan.

Beoordeling van het geschil

5. Het uit de handel halen van het boek, het verbod op openbaarmaking van het boek voor zover dat over [eiseres] gaat en rectificatie van de genoemde passages vormen een beperking van het grondrecht op de vrijheid van meningsuiting. Een dergelijke beperking dient bij de wet te zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk te zijn, bijvoorbeeld in het belang van de bescherming van de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM).

6. Wil sprake zijn van een beperking die bij de wet is voorzien, dan zullen de publicaties onrechtmatig jegens [eiseres] moeten zijn. Voor het antwoord op de vraag of dat het geval is moet een afweging worden gemaakt tussen het recht op vrije meningsuiting van Balans c.s. en het recht van [eiseres] op respect voor haar privéleven.

Het belang van [eiseres] is in het bijzonder erin gelegen dat zij niet door de publicaties in de pers wordt aangetast in haar persoonlijke levenssfeer en wordt blootgesteld aan lichtvaardige, beledigende en grievende beschrijvingen die haar onnodig schaden. Het belang van Balans c.s. bestaat erin dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend, en/of waarschuwend moeten kunnen uitlaten ter voorlichting van het publiek omtrent misstanden die de samenleving raken. Welke van deze belangen de doorslag moet geven, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden.

7. Het boek is een biografie over [Willem E.]. Hij was een publiek figuur en de verwikkelingen omtrent zijn persoon en zijn dood zijn nog steeds zeer actueel en staan volop in de publieke belangstelling. Een biografie valt in deze omstandigheden aan te merken als een adequaat middel om het publiek voor te lichten omtrent de persoon van deze publieke figuur en vormt aldus een bijdrage aan het publieke debat. Het geeft informatie omtrent vragen als: hoe iemand ([Willem E.]) als persoon in een dergelijke situatie terecht is gekomen en zich gedroeg. Daarbij speelt zijn omgeving uiteraard een belangrijke rol. Dit geldt in belangrijke mate voor [eiseres]. Ook al is zij zelf geen publieke figuur, zij speelde hoe dan ook een rol in het leven van [Willem E.], aangezien zij gedurende een periode van ongeveer 14 jaar zijn vriendin was en met hem heeft samengeleefd. [eiseres] betwist dit in beginsel ook niet, nu zij niet op alle passages in het boek waarin zij wordt genoemd aanmerkingen heeft. Het voorgaande brengt weliswaar mee dat wel enige terughoudendheid ten opzichte van [eiseres] vereist is, maar de in dat verband te stellen grenzen zijn, gelet op de inhoud van het gehele boek, door Balans c.s. niet overschreden. Kwalificaties als “trophy wife” en “golddigger” zijn niet in zo hoge mate beledigend dat zij een inbreuk op het recht van vrije meningsuiting rechtvaardigen en ook de verdere mededelingen over [eiseres] vormen niet een zodanige inbreuk op haar privéleven dat deze in dit kader onrechtmatig moeten worden geoordeeld.

8. De vraag of [eiseres] al dan niet een gelegenheid tot weerwoord had moeten worden gegeven, is hier niet aan de orde. Het gaat hier immers niet zozeer om de juistheid van de in de aangehaalde passages vermelde feiten en aanhalingen, maar om de door [gedaagde sub 2] gegeven kwalificaties en de vraag of publicatie van deze passages het belang van het publieke debat dient. Het recht op weerwoord beoogt echter vooral de gelegenheid te bieden feiten aan te vechten en niet een debat omtrent meningen van de auteur te openen. Haar mening dat zij geen publicatie wenste had [eiseres] overigens al te kennen gegeven door niet aan het boek te willen meewerken.

9. Met betrekking tot de in het boek gepubliceerde foto heeft Balans c.s. ter terechtzitting toegezegd dat deze in de nog uit te geven derde druk van het boek niet meer zal worden opgenomen, waarmee de omtrent die publicatie door [eiseres] naar voren gebrachte bezwaren voor de toekomst zijn weggenomen. Voor de reeds verspreide boeken geldt voorts dat de publicatie van de foto, voor zover een redelijk belang van [eiseres] als bedoeld in artikel 21 Aw zich daar al tegen zou verzetten, niet een proportionele reden vormt om de exemplaren van het boek waarin die foto wel staat terug te halen en evenmin tot het doen van een rectificatie (die overigens in de vorm van een betuiging van schuld wel mogelijk is).

10. Ten aanzien van de vordering tot immateriële schadevergoeding geldt het uitgangspunt dat een geldvordering in kort geding alleen kan worden toegewezen, indien voldoende aannemelijk is dat de vordering in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen en van de eisende partij niet kan worden gevergd dat zij de uitkomst daarvan afwacht.

Als er al sprake is van onrechtmatigheid, dan geldt dit voorshands niet voor de aangehaalde passages uit het boek, zoals uit het voorgaande volgt. Hooguit zou publicatie van de foto als onrechtmatig kunnen worden aangemerkt, maar nu deze in komende drukken zal worden verwijderd en overigens twijfelachtig is of hier van onrechtmatigheid sprake is, is aldus niet voldoende aannemelijk dat deze vordering door de bodemrechter zal worden toegewezen.

11. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat de gevraagde voorzieningen moeten worden geweigerd, met verwijzing van [eiseres] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten.

BESLISSING IN KORT GEDING

De voorzieningenrechter:

1. Weigert de gevraagde voorzieningen.

2. Veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Balans c.s. begroot op € 296,= aan vastrecht en € 816,= aan salaris procureur.

3. Verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door de vice-president mr. R. Orobio de Castro, voorzieningenrechter in kort geding in de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 26 oktober 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll.: