Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ0029

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-10-2006
Datum publicatie
12-10-2006
Zaaknummer
350918 / KG 06-1552 AB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagde sub 1 heeft een boek geschreven met de titel "Lucia de B. Reconstructie van een gerechtelijke dwaling". In dit boek wordt de voornaam van de dochter van eisers genoemd, een van de (vermeende) slachtoffers van Lucia de B. Tevens is in het boek medische informatie over de dochter van eisers opgenomen. De vordering van eisers - gebaseerd op schending van hun privacy - die er onder meer op ziet het boek uit de handel te nemen wordt afgewezen. In de gegeven omstandigheden weegt de vrijheid van meningsuiting van de schrijver van het boek zwaarder dan het privacybelang van eisers. Hierbij is van belang dat de voornaam van de dochter van eisers reeds in tal van publicaties is opgenomen en dat de gebruikte medische informatie afkomstig is uit het (openbare) arrest van het gerechtshof Den Haag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

AB/MV

vonnis 12 oktober 2006

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t n u m m e r s 350918 / KG 06-1552 AB v a n:

1. [eiser sub 1]

2. [eiser sub 2]

beiden wonende te [woonplaats],

e i s e r s bij dagvaarding van 14 september 2006,

procureur mr. J. van der Steenhoven,

advocaat mr. D. van der Sluis te Den Haag,

t e g e n :

1. [gedaagde sub 1], wonende te [woonplaats],

procureur mr. G.J. Kemper,

2. de besloten vennootschap VEEN MAGAZINES B.V., gevestigd te Utrecht,

procureur mr. J.J. van Dort,

g e d a a g d e n.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 25 september 2006 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden, verder ook te noemen [gedaagde sub 1] en Veen Magazines, hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. De dochter van eisers is op 4 september 2001 overleden in het Juliana Kinderziekenhuis te Den Haag. Bij arrest van 18 juni 2004 is L. de B. door het gerechtshof te Den Haag veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor – onder meer – de moord op de dochter van eisers. Daarnaast achtte het gerechtshof drie andere moorden en drie pogingen tot moord bewezen.

b. [gedaagde sub 1] heeft over de strafzaak tegen L. de B. een boek geschreven met de titel Lucia de B. Reconstructie van een gerechtelijke dwaling (hierna het boek). Veen Magazines heeft het boek gepubliceerd en gedistribueerd. In het boek zet [gedaagde sub 1] uiteen waarom de argumentatie van het gerechtshof te Den Haag de bewezenverklaring niet kan dragen. In het boek noemt [gedaagde sub 1] de dochter van eisers bij haar voornaam. Tevens bevat het boek medische informatie over de dochter van eisers. Zo zijn op pagina 60 en 61 van het boek een zogenaamde trend table en trend graph van de monitor die de vitale levensfuncties van de dochter van eisers heeft gemeten afgedrukt. Het boek is begin juni 2006 op de markt gebracht in een oplage van ruim 1300 exemplaren.

c. In het voorwoord van het boek is onder meer het volgende opgenomen:

Het zal voor de nabestaanden van de kinderen en de oudere mensen wier dood in dit boek wordt besproken, pijnlijk zijn om opnieuw met het verlies geconfronteerd te worden. Dat spijt ons. Voor ons heeft de noodzaak geprevaleerd om de bedenkelijke argumentatie en onderbouwing aan de kaak te stellen, die de Haagse ziekenhuizen, het openbaar ministerie, de Haagse rechtbank, het Haagse gerechtshof en de Hoge Raad in dezelfde plaats hebben gebruikt om tot een veroordeling van Lucia de B. te komen.

(...)

De patiëntjes noemen we bij hun voornaam. Volwassen patiënten geven we een gefingeerde naam.

d. Op de internetsite www.luciadeb.nl is een samenvatting van het boek gepubliceerd alsmede hoofdstuk 7 van het boek. In de samenvatting wordt de voornaam van de dochter van eisers twee keer genoemd.

2. Thans vorderen eisers – op straffe van dwangsommen – gedaagden te veroordelen tot het staken van de verkoop van het boek en het boek uit de handel te nemen, alsmede hen te veroordelen tot het verwijderen van de hoofdstukken van het boek van het internet. Daarnaast vorderen zij van gedaagden een schadevergoeding van € 15.000,-.

3. Zij stellen hiertoe – samengevat weergegeven – het volgende. De inhoud van het boek is, voor zover het de dochter van eisers betreft, zeer grievend ten aanzien van eisers aangezien de voornaam van hun dochter wordt genoemd en medische gegevens uit haar dossier zijn geopenbaard, waaronder gegevens die geen onderdeel uitmaakten van het strafdossier tegen L.de B. en dus niet eerder openbaar waren gemaakt. [gedaagde sub 1] heeft hierdoor het medisch geheim – dat een absoluut karakter heeft – geschonden. Eisers hebben geen toestemming gegeven voor de publicatie van de naam van hun dochter en van de medische gegevens. De publicatie vormt dan ook een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de dochter van eisers en op die van eisers zelf. Er is sprake van schending van artikel 8 EVRM. Een beperking hierop is in de gegeven omstandigheden niet legitiem en het recht van artikel 8 EVRM weegt in dit geval zwaarder dan het recht op vrijheid van meningsuiting van [gedaagde sub 1] (artikel 10 EVRM). Hierbij is van belang dat het publieke belang dat [gedaagde sub 1] beoogt te dienen, ook kan worden gediend zonder het noemen van de naam van de dochter van eisers en zonder het medisch geheim te schenden.

Verder is nog van belang dat in een uitzending van het televisieprogramma NOVA van 27 december 2005 [gedaagde sub 1] de onder 1b genoemde trend table en trend graph in beeld heeft gebracht.

Het handelen van [gedaagde sub 1] is onrechtmatig. Hetzelfde geldt voor Veen Magazines. Zij heeft het boek gepubliceerd en gedistribueerd en zij heeft daarin een eigen verantwoordelijkheid.

Door het boek en de media-aandacht er omheen worden eisers opnieuw op pijnlijke wijze geconfronteerd met het verlies van hun dochter. Zij worden veelvuldig aangesproken door mensen in hun omgeving en dit vormt een zware emotionele belasting. Eiseres heeft hiervoor de hulp van een psycholoog moeten inroepen.

Eisers hebben een spoedeisend belang bij hun vorderingen omdat hun schade toeneemt naarmate het langer duurt alvorens gedaagden gevolg (moeten) geven aan hun verzoeken.

4. [gedaagde sub 1] heeft tegen de vordering – samengevat weergegeven – het verweer gevoerd dat hij ervan overtuigd is geraakt dat er sprake is van een gerechtelijke dwaling, waardoor L. de B. onschuldig in de gevangenis zit. Het boek is onder meer geschreven ten behoeve van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken. Er is derhalve een groot maatschappelijk belang met het boek gediend, namelijk de kwaliteit van de rechtspraak. Publicatie van het boek valt dan ook onder de vrijheid van meningsuiting van [gedaagde sub 1] als geregeld in de Grondwet en in artikel 10 EVRM. Toewijzing van de vordering zou leiden tot een schending van dit recht die niet voldoet aan de eisen die artikel 10 lid 2 EVRM hieraan stelt. Schending van een medisch geheim – als daar al sprake van zou zijn – geeft eisers als nabestaanden nog geen aanspraak. Artikel 6:106 BW staat hieraan in de weg. Bescherming van het medisch beroepsgeheim is hoe dan ook niet absoluut. Van strafbare betrokkenheid van [gedaagde sub 1] bij het verkrijgen van de medische informatie is geen sprake. [gedaagde sub 1] ontleent de informatie aan het dossier dat hij van de raadslieden van L. de B. heeft gekregen en diezelfde informatie is te ontlenen aan de openbare uitspraak van het gerechtshof te Den Haag. Het verschaffen van de informatie in het boek vormt een wezenlijke schakel in het betoog van [gedaagde sub 1]. Het betreft volstrekt neutrale informatie die niets zegt over de dochter van eisers noch haar nagedachtenis op enige wijze zou kunnen aantasten.

Het noemen van de voornaam van de dochter van eisers vergroot de controleerbaarheid en leesbaarheid van het boek en leidt niet tot identificatie van de betrokkenen. In zeer veel publicaties is de voornaam, vaak zelfs in combinatie met de achternaam, al genoemd. Eiseres gebruikt zelf eveneens de voornaam van haar dochter in aan de krant ingezonden brieven en als zij deelneemt aan weblog-discussies.

5. Veen Magazines heeft zich aangesloten bij het door [gedaagde sub 1] gevoerde verweer. Daarnaast heeft zij – samengevat weergegeven – nog het volgende aangevoerd. Van het boek zijn 1328 exemplaren gedrukt waarvan er ongeveer 1000 zijn verkocht. Deze geringe aantallen beperken het belang van eisers. Er is geen juridische grondslag aan te wijzen die meebrengt dat [gedaagde sub 1] de voornaam van de dochter van eisers niet zou mogen gebruiken. Wat betreft de niet-openbare medische gegevens schiet de dagvaarding tekort. Nergens wordt gepreciseerd welke in het boek opgenomen gegevens eisers bedoelen.

Veen Magazines is niet bij machte te voldoen aan de vordering die ziet op het verwijderen van informatie van het internet omdat zij geen zeggenschap heeft over de desbetreffende website. Verder is niet gemotiveerd waarom zij zou moeten worden veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding.

Beoordeling van het geschil:

6. Het uit de handel halen van het boek en het verwijderen van het internet van delen van het boek vormen een beperking van het grondrecht op vrijheid van meningsuiting.

Een dergelijke beperking dient bij de wet te zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk te zijn, bijvoorbeeld in het belang van de bescherming van de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM).

7. Wil sprake zijn van een beperking die bij de wet is voorzien, dan zullen de publicaties onrechtmatig jegens eisers moeten zijn. Voor het antwoord op de vraag of dat het geval is moet een afweging worden gemaakt tussen het recht op vrije meningsuiting van gedaagden en het recht van eisers op respect voor hun privéleven.

Het belang van eisers is in het bijzonder erin gelegen dat zij niet door de publicaties worden aangetast in hun persoonlijke levenssfeer. Het belang van gedaagden bestaat erin dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend en waarschuwend moeten kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Welke van deze belangen de doorslag moet geven, hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden.

8. Nadat [gedaagde sub 1] zich grondig in de zaak had verdiept, is hij ervan overtuigd geraakt dat L. de B. onschuldig tot levenslang is veroordeeld.

Als dat inderdaad het geval is, dan zou dat een ernstige misstand zijn. De discussie daarover hoeft niet altijd te eindigen met een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van de strafrechter.

9. In het arrest van het gerechtshof Den Haag wordt uitgebreid en gedetailleerd ingegaan op het ziekteverloop van de dochter van eisers gedurende haar laatste uren. Bij gebreke aan meer directe bewijsmiddelen maakt hetgeen het gerechtshof daarover heeft vastgesteld de kern uit van de bewijslevering tegen L. de B..

Ter staving van zijn betoog dat het Hof het bij het verkeerde eind had was [gedaagde sub 1] dan ook wel genoodzaakt eveneens uitgebreid en gedetailleerd in te gaan op die laatste uren en op de medische gegevens die daarop betrekking hebben. Nu [gedaagde sub 1] de medische gegevens niet op onrechtmatige wijze heeft verkregen en hij ter zitting bovendien precies heeft aangegeven waar al die medische gegevens die in de dagvaarding en de pleitnota van de raadsvrouw van eisers concreet worden genoemd, in het openbare arrest van het Haagse gerechtshof te vinden zijn, handelde [gedaagde sub 1] niet onrechtmatig jegens eisers door deze medische gegevens te openbaren.

10. Eisers hebben niet alleen in 2001 hun dochter verloren; de doodsoorzaak is vervolgens nog jarenlang inzet van een strafzaak geweest. Terwijl zij mochten verwachten dat de zaak met de laatste uitspraak in juli 2006 eindelijk afgelopen zou zijn, worden zij nu vanwege de door [gedaagde sub 1] op gang gebrachte discussie opnieuw tot in detail met de laatste uren en het overlijden van hun dochter geconfronteerd. Naar zij ter zitting hebbben verklaard schildert hij haar daarbij in hun ogen veel zieker af dan zij was.Volgens het ziekenhuis was haar toestand destijds immers zodanig verbeterd dat zij met een week naar huis had gemogen.

Uit het onder 1c aangehaalde voorwoord blijkt dat [gedaagde sub 1] zich heeft gerealiseerd wat hij de nabestaanden aandeed. Hij heeft het belang van een deugdelijke onderbouwing van zijn betoog echter zwaarder laten wegen. Niet duidelijk is waarom hij daarbij niet ook de naam van de patiëntjes heeft gefingeerd, teneinde de gevoelens van de ouders zo veel als hem mogelijk was te ontzien. Dat was een kleine moeite geweest, had aan (de leesbaarheid van) zijn verhaal niet afgedaan en had door een mededeling voorin het boek ook niet voor verwarring hoeven zorgen. Nadat het kwaad met de uitgave van het boek was geschied had hij als blijk van goede wil jegens de ouders kunnen toezeggen in een eventuele tweede druk alsnog een gefingeerde naam te gebruiken en dat ook op de internetsite alsnog te doen.

Wat daarvan verder zij, nu uit de door [gedaagde sub 1] overgelegde overzichten blijkt dat de naam van de dochter van eisers de afgelopen jaren en nog steeds in 2006 talloze malen in de pers is genoemd en die naam klaarblijkelijk bekend is bij een ieder die het strafproces heeft gevolgd, maakt ook het noemen van haar naam het handelen van gedaagden niet onrechtmatig.

11. De slotsom is dat de gevraagde voorzieningen moeten worden geweigerd, met verwijzing van eisers als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten.

BESLISSING IN KORT GEDING

De voorzieningenrechter:

1. Weigert de gevraagde voorziening.

2. Veroordeelt eisers in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van [gedaagde sub 1] begroot op € 248,= aan vastrecht en € 816,= aan salaris procureur en aan de zijde van Veen Magazines begroot op € 248,= aan vastrecht en € 816,= aan salaris procureur.

3. Verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door de vice-president mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter in kort geding in de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 12 oktober 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll.: