Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2006:AY8793

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-09-2006
Datum publicatie
25-09-2006
Zaaknummer
350421 / KG 06-1503 P
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering curator Yukos Oil tegen advocatenkantoor NautaDutilh afgewezen.

De voorzieningenrechter heeft de vordering van de Russische curator in het faillissement van het Russische bedrijf Yukos Oil, om advocatenkantoor Nauta Dutilh te verbieden nog op te treden namens Yukos Oil en haar Nederlandse dochter Yukos Finance B.V., afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2006/277
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

P/MB

vonnis 21 september 2006

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t n u m m e r s 350421 / KG 06-1503 P v a n:

1. [eiser1], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement

van de rechtspersoon naar het recht van de Russische Federatie OAO YUKOS OIL COMPANY gevestigd te Moskou, Russische Federatie,

2. de besloten vennootschap YUKOS FINANCE B.V., gevestigd te Amsterdam,

e i s e r s bij conceptdagvaarding,

procureur mr. L.P. Broekveldt,

advocaten mrs. G.H. Gispen en B.S.J.M. van Gangelen te Rotterdam,

t e g e n :

1. de naamloze vennootschap NAUTADUTILH N.V., gevestigd te Rotterdam, kantoorhoudende te Rotterdam en Amsterdam,

2. [gedaagde2] wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde3], wonende te [woonplaats],

4. [gedaagde4], wonende te [woonplaats],

g e d a a g d e n , vrijwillig verschenen,

procureur mr. H.M. de Mol van Otterloo,

advocaten mrs. H.M. de Mol van Otterloo en R.J. van Galen te Amsterdam en voor gedaagde sub 3 tevens procureur mr. J.W. van Rijswijk en mr. J.D. Loorbach advocaat te Rotterdam,

en

1. de besloten vennootschap YUKOS FINANCE B.V., gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap YUKOS INTERNATIONAL UK B.V., gevestigde te Amsterdam,

3. [gevoegde partij 3],

wonende te [woonplaats]

4. [gevoegde partij 4]

wonende te [woonplaats]

g e v o e g d e p a r t i j e n aan de zijde van gedaagden,

procureur mr. H.M. de Mol van Otterloo, advocaten mrs. H.M. de Mol van Otterloo te Amsterdam en R.J. van Galen te Amsterdam.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 8 september 2006 hebben eisers, verder afzonderlijk ook te noemen [eiser1] en Yukos Finance B.V., gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden, verder gezamenlijk ook te noemen Nauta en afzonderlijk NautaDutilh, [gedaagde2], [gedaagde3] en [gedaagde4], hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening en namens Yukos Finance B.V., Yukos International UK B.V., [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4], een incidentele conclusie tot voeging aan de zijde van gedaagden ingediend, waarvan eveneens een fotokopie aan dit vonnis is gehecht. Eisers hebben tegen het verzoek tot voeging verweer gevoerd. Ter zitting is meegedeeld dat de beslissing over de toelaatbaarheid van de voeging gelijktijdig met de eindbeslissing zal worden genomen, waarop namens de gevoegde partijen voorwaardelijk is gepleit. Na verder debat hebben partijen, onder overlegging van producties en pleitnota’s, verzocht vonnis te wijzen. Ter zitting is als informant gehoord [informant] (verder: [informant]), advocaat te Londen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. OAO Yukos Oil Company (verder Yukos Oil) is een in Moskou gevestigde vennootschap, actief op het gebied van de winning, het transport en de verkoop van - met name - olie en gas, die is opgericht naar en wordt beheerst door het recht van de Russische Federatie (RF). De oorspronkelijke directeur van Yukos Oil, [persoon1] zit momenteel in detentie in de RF, op beschuldiging van belastingontduiking en fraude.

b. Alle aandelen in Yukos Finance B.V. worden gehouden door Yukos Oil. Yukos Oil heeft het stemrecht op alle aandelen in Yukos Finance B.V. [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4] zijn, althans waren tot voor kort, bestuurders van Yukos Finance B.V. De vennootschap Yukos Finance B.V. met als bestuurders [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4] zal in het navolgende worden aangeduid als Yukos Finance (oud).

c. Op 23 april 2004 heeft [informant] namens Yukos Oil een klacht ingediend tegen de RF bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg (EHRM), naar aanleiding van een in april 2004 opgelegde belastingaanslag over het jaar 2000 en het bevriezen van alle activa van Yukos Oil op 15 april 2004. Nadien zijn aan Yukos Oil over 2001 tot en met 2004 naheffingsaanslagen en boetes opgelegd. Ook deze aanslagen zijn onderwerp van de procedure bij het EHRM.

d. Bij brief van 10 juli 2006 heeft het EHRM een aantal vragen voorgelegd aan de RF, naar aanleiding van de onder c genoemde klacht, onder meer of in de periode tussen 2000 en 2004 aan andere bedrijven dan Yukos Oil soortgelijke belastingmaatregelen zijn opgelegd.

e. Op 1 augustus 2006 heeft de Arbitrale Rechtbank in Moskou op Yukos Oil een met een faillissement te vergelijken insolventieprocedure (verder: het faillissement) van toepassing verklaard. [eiser1] is als curator aangesteld. Aan het faillissement zijn vergaderingen van schuldeisers voorafgegaan van 20 en 25 juli 2006.

f. Op 4 augustus 2006 heeft (de raadsman van) [eiser1] brieven gestuurd aan [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4], waarin zij worden uitgenodigd voor een buitengewone aandeelhouders-vergadering van Yukos Finance B.V. Het onderwerp op die vergadering zou zijn het voorgenomen ontslag van [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4]. De vergadering zou plaatsvinden op 11 augustus 2006.

g. Bij dagvaarding van 8 augustus 2006 hebben Yukos Finance (oud), [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4] in kort geding bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank gevorderd [eiser1] te verbieden enige aandeelhoudersvergadering met betrekking tot Yukos Finance B.V. te beleggen dan wel enig aandeelhoudersrecht met betrekking tot Yukos Finance B.V. (proberen) uit te oefenen dan wel opdracht te geven aan een derde tot het (trachten te) verrichten van een van deze handelingen. Advocaten van NautaDutilh traden op voor Yukos Finance (oud), [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4]. Ook in andere procedures, onder meer in een procedure op grond van artikel 474g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), heeft NautaDutilh (onder anderen [gedaagde2] en [gedaagde4]) voor Yukos Finance en voor Yukos Oil opgetreden.

h. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft bij vonnis van 11 augustus 2006 (nader gemotiveerd op 24 augustus 2006) de vordering van Yukos Finance (oud) afgewezen, onder meer op grond van de overweging dat ervan kan worden uitgegaan dat [eiser1], naar Russisch faillissementsrecht, bevoegd is om het stemrecht op de aandelen in de volle dochtervennootschap Yukos Finance B.V. uit te oefenen en dat een buitenlandse curator bevoegd is hier te lande als zodanig op te treden. Met betrekking tot de stelling van Yukos Finance B.V. dat het in strijd is met de openbare orde om de positie van [eiser1] te erkennen omdat geen sprake is van een echt faillissement, althans dat daarover zoveel twijfel bestaat dat het gevraagde verbod om die reden moest worden toegewezen, heeft de voorzieningenrechter overwogen dat niet kon worden beoordeeld in hoeverre het faillissement van Yukos Oil Company terecht is aangevraagd en uitgesproken, aangezien daartoe een nader onderzoek naar de feiten dient plaats te vinden, waartoe een kort geding procedure zich niet leent.

i. [eiser1] heeft op 11 augustus 2006 [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4] ontslagen als bestuurders van

Yukos Finance B.V. en op 14 augustus 2006 [persoon2] als bestuurder aangesteld. [persoon2] is inmiddels als zodanig ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

j. Bij brief van 15 augustus 2006 heeft [eiser1] aan Nauta verzocht alle dossiers met

betrekking tot Yukos Oil over te dragen aan advocatenkantoor Simmons & Simmons en verzocht alle werkzaamheden voor Yukos Oil en aan haar gerelateerde vennootschappen te beëindigen.

k. In een niet nader gedateerde brief van augustus 2006 heeft [persoon2] namens Yukos

Finance B.V. aan Nauta meegedeeld dat hij statutair bestuurder is geworden in plaats van [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4] en eveneens verzocht om overdracht van de dossiers aan Simmons & Simmons en beëindiging van de werkzaamheden.

l. Bij brief van 20 augustus 2006 heeft Nauta op de onder j en k genoemde brieven

gereageerd en aan [eiser1], [persoon2] en hun raadslieden meegedeeld alle documenten in de 474g Rv procedure te zullen toezenden, alsmede nog enige bescheiden, maar geen andere documenten betrekking hebbend op de Nederlandse Yukos vennootschappen, vanwege de controversiële positie van [eiser1].

2. [eiser1] en Yukos Finance B.V. vorderen thans:

(A) Gedaagden te verbieden om nog langer - zowel in als buiten rechte - op te treden voor en namens Yukos Oil en Yukos Finance B.V.;

(B) Gedaagden te bevelen zich te onthouden van handelingen die [persoon2] in de uitoefening van zijn hoedanigheid van vertegenwoordigingsbevoegde bestuurder van Yukos Finance B.V. belemmeren;

(C) Gedaagden te bevelen om zich te onthouden van enige uitlating aan wie dan ook waaruit zou (kunnen) volgen dat gedaagden bevoegd zouden zijn om op enigerlei wijze Yukos Oil of Yukos Finance B.V. te vertegenwoordigen;

(D) Gedaagden te bevelen om binnen 48 uur na het uitspreken van dit vonnis, aan [advocaat1] van Advocatenkantoor Simmons & Simmons opgave te doen van alle dossiers die gedaagden behandelen voor Yukos Oil en Yukos Finance B.V. voorafgaand aan 15 en 16 augustus 2006 en per dossier een verslag te geven van de stand van zaken en tevens te overhandigen alle bescheiden, (papieren en digitale), correspondentie, dossiers en instructies enzovoorts, met betrekking tot Yukos Oil, Yukos Finance, Yukos International UK B.V., Stichting Adminstratiekantoor Yukos International, Stichting Administratiekantoor Small World Telecom Holding, Wincanton Holding B.V. en Small World Telecommunication Holding B.V., zoals nader omschreven bij (D) in het petitum van de dagvaarding;

Dit alles op straffe van verbeurte van een dwangsom door NautaDutilh van € 5.000.000,- per overtreding van de gevraagde verboden en per dag of deel van elke dag waarmee gedaagden de termijn tot naleving van de gevraagde geboden overschrijden, alsmede met veroordeling van NautaDutilh in de kosten van het geding.

3. Eisers hebben hun vordering, samengevat, als volgt toegelicht. Het faillissement is tot

stand gekomen na een zorgvuldige procedure, waarin de schuldeisers van Yukos Oil een aan hun voorgelegd “financial rehabilitation plan” (reorganisatieplan) hebben verworpen en vóór het faillissement hebben gestemd. Het faillissement is dan ook een gegeven en het faillissementsvonnis heeft formele rechtskracht. Op grond van het toepasselijke recht van de RF eindigt de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het Bestuur met het uitspreken van het faillissement. Dat het recht van de Russische Federatie het recht is waarnaar de vertegenwoordigingsbevoegdheid moet worden beoordeeld, volgt uit de Wet Conflictenrecht Corporaties (WCC). Deze wet bevat dwingend recht. [eiser1] is dus sinds 1 augustus 2006 de enige bevoegde vertegenwoordiger van Yukos Oil. [eiser1] heeft namens Yukos Oil als enig aandeelhoudster van Yukos Finance B.V. [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4] als bestuurders ontslagen en [persoon2] als nieuwe bestuurder benoemd. Yukos Finance (oud) en haar bestuurders hebben zich daartegen tevergeefs verzet. Op 30 augustus 2006 is [persoon3] als tweede statutair bestuurder van Yukos Finance B.V. benoemd. [eiser1] is dus thans de enige bevoegde vertegenwoordiger van Yukos Oil en [persoon2] en [persoon3] zijn dat van Yukos Finance B.V. [eiser1] en [persoon2] hebben Nauta duidelijk meegedeeld dat zij niet langer van haar diensten gebruik wensen te maken en verzocht om overdracht van alle stukken aan hun nieuwe advocaat. Nauta dient deze instructies als opdrachtnemer op te volgen. Zij mag de instructies van de rechtsgeldige vertegenwoordigers van Yukos Oil en Yukos Finance B.V. niet naast zich neer leggen. Dit volgt uit beginselen van rechtszekerheid en rechtstreeks uit de wet, in het bijzonder uit de artikelen 3:78 jo 3:71 Burgerlijk Wetboek (BW), en 2:6 BW en 18 lid 3 Handelsregister-wet. Door de weigering van Nauta kan [eiser1] zijn taak als curator niet naar behoren uitoefenen en wordt Yukos Finance B.V. ernstig belemmerd in het voeren van haar onderneming. Met het oog op een spoedige afwikkeling van het faillissement en in verband met een aantal procedures hebben eisers een spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen. Yukos Oil en Yukos Finance (oud) hebben tot 1 augustus 2006 geprobeerd de curator “buiten de deur” te houden, door mee te werken aan een zogenaamde “herstructurering” waarbij alle activa van Yukos Finance B.V. zijn verhangen naar Yukos International en de aandelen daarvan zijn overgedragen aan de Stichting Administratiekantoor Yukos International, tegen uitgifte van certificaten. Verder heeft de curator inmiddels kennis genomen van een tweede “herstructurering ” waaraan Small World Telecom Holding B.V. en Stichting Administratiekantoor Small World betrokken zijn. Deze transacties zijn alleen bedoeld om vermogensbestanddelen van Yukos Oil aan het verhaal door de schuldeisers te onttrekken. Ook over de bescheiden die daarop betrekking hebben dienen eisers te beschikken. De oude bestuurders van Yukos Oil en Yukos Finance zijn samen met het “zusje” van Yukos Oil, Moravel, inmiddels bezig om overal over te procederen. Gedaagden zijn daarbij steeds als advocaten opgetreden en stemmen hun handelwijze af met Moravel. Ook dat is voor eisers een reden geweest de opdracht aan Nauta te beëindigen. Yukos Oil en Yukos Finance B.V. zijn gerechtigd tot alle dossiers en alle verdere informatie waarover Nauta beschikt. Nauta kan zich niet beroepen op haar geheimhoudingsplicht, aangezien het gaat om dezelfde cliënten. Nauta zelf heeft geen enkel rechtens te respecteren belang bij haar weigering om aan de verzoeken van eisers te voldoen. De instructies aan haar zijn beëindigd en de “Yukos dossiers” zijn voor haar van geen enkele waarde. Gedaagden weigert niet alleen afgifte van dossiers, maar belemmeren de afwikkeling van het faillissement ook door zich na 16 augustus 2006 nog voor te doen als bevoegdelijk geïnstrueerde advocaten van Yukos Oil en Yukos Finance BV, bijvoorbeeld tegenover het trustkantoor TMF Management. Ook door dit soort uitlatingen worden eisers ernstig in hun werkzaamheden belemmerd. Eisers verzetten zich tegen het verzoek tot voeging. Yukos Finance B.V. kan niet worden toegelaten, aangezien zij al als eiseres optreedt in dezelfde procedure. Artikel 217 Rv biedt immers uitsluitend de mogelijkheid tot voeging voor een derde, die een belang heeft bij een “tussen andere partijen” aanhangig geding. Verder is voeging van [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4] niet mogelijk op grond van artikel 219 Rv, aangezien het adres van [gevoegde partij 3] en de voornaam van [gevoegde partij 4] in de conclusie tot voeging niet correct zijn vermeld. Ook zijn verzoekers niet ontvankelijk jegens [eiser1], omdat deze alleen in zijn functie van curator en niet pro se partij is. Tenslotte hebben verzoekers geen of onvoldoende belang bij voeging. Aldus, steeds, eisers.

4. Nauta heeft tegen de vorderingen gemotiveerd verweer gevoerd, op welk verweer voor

zover nodig, hierna bij de beoordeling van het geschil zal worden ingegaan.

Beoordeling van het geschil.

5. De voeging zal worden toegelaten, op grond van de hierna te melden overwegingen. Eerst zal worden ingegaan op het geschil in de hoofdzaak.

6. Yukos Oil is een Russische vennootschap, die in de RF failliet is verklaard. In het faillissement is een Russische curator benoemd, die de belangen van de schuldeisers dient te behartigen.

7. Nauta heeft namens Yukos Finance (oud), [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4] en als belangenbehartiger van de failliete onderneming aangevoerd dat deze goede gronden hebben om aan te nemen dat sprake is van een pseudofaillissement, oftewel een opzet van de Russische autoriteiten om Yukos Oil weer in handen te krijgen (te “renationaliseren”) en politieke tegenstanders uit te schakelen. Volgens de cliënten van Nauta heeft de RF daarbij oneigenlijke middelen gehanteerd, zoals het bestoken van Yukos Oil met niet op de (Russische) wetgeving gebaseerde belastingaanslagen, het bevriezen van activa van Yukos Oil, zodat zij de aanslagen niet kon betalen, het houden van een “nepveiling” waardoor Yuganskneftegaz (een voormalige dochter en belangrijk vermogensbestanddeel van Yukos Oil) voor een veel te lage prijs in handen is gekomen van het Russische staatsbedrijf Rosneft alsmede het buiten de besluitvorming houden van die schuldeisers van Yukos Oil die niet rechtstreeks gecontroleerd worden door de RF. Daarom dienen in de visie van de cliënten van Nauta het faillissement en de curator in Nederland geen erkenning te krijgen en dient Nauta in de gelegenheid te zijn dit plausibele standpunt in en buiten rechte namens haar cliënten in te nemen. Nauta heeft daartoe aangevoerd dat de belastingaanslag van april 2004 en daarna opgelegde aanslagen in strijd waren met eerdere aanslagen, die na zorgvuldig onderzoek tot stand waren gekomen, zonder dat daaraan een nieuw onderzoek ten grondslag lag. Bovendien zijn de belastingaanslagen volgens de cliënten van Nauta discriminerend, omdat dergelijke maatregelen aan andere met Yukos Oil vergelijkbare ondernemingen niet zijn opgelegd. Verder heeft Nauta aangevoerd dat één van de schuldeisers, namelijk Moravel, niet bij de besluitvorming inzake het faillissement is betrokken. Nauta heeft haar stellingen ondersteund met een groot aantal documenten, betrekking hebbend op de belastingaanslagen, het faillissement en diverse door partijen gevoerde procedures, waaronder die bij het EHRM.

8. Eisers hebben de hiervoor vermelde door Nauta aangevoerde voorbeelden niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist. Zij hebben de gedocumenteerde stellingen van Nauta immers slechts in algemene bewoordingen “bij gesprek aan wetenschap” weersproken.

9. Volgens eisers is de door Nauta overgelegde documentatie slechts een weergave van de standpunten van partijen en bevat deze geen feitelijke informatie. Vast staat evenwel dat Yukos Oil in 2004 over de (gang van zaken rond) de belastingaanslagen een klacht heeft ingediend bij het EHRM, dat de RF daarop heeft geantwoord, dat Yukos Oil daar weer op heeft gereageerd en dat het EHRM naar aanleiding daarvan (op 10 juli 2006) nadere inlichtingen heeft gevraagd aan de RF. Verder is niet in geschil dat het EHRM met toepassing van regel 41 van de Rules of the Court bij voorrang zal oordelen over de vraag of Yukos Oil in haar klacht kan worden ontvangen. Op basis daarvan, en op grond van hetgeen in de producties en ter zitting is aangevoerd, kan worden aangenomen dat de stellingen van Yukos Oil aanleiding (moeten) zijn voor serieus onderzoek en vooralsnog niet als ongefundeerde stellingen terzijde kunnen worden geschoven.

10. De vraag òf in verband met het vorenstaande het faillissement van Yukos Oil op onrechtmatige wijze tot stand is gekomen en/of in strijd is met de openbare orde kan, zoals de voorzieningenrechter ook reeds heeft overwogen in zijn vonnis van 11 augustus 2006, in dit kort geding niet worden beoordeeld. Hiertoe dient immers uitgebreid nader onderzoek naar de feiten plaats te vinden, waarvoor de kort geding procedure zich niet leent.

11. Op grond van het voorgaande valt echter niet op voorhand uit te sluiten dat het EHRM de klacht ontvankelijk zal achten en dat de slotsom uiteindelijk zal zijn dat de belastingaanslagen en het faillissement de toets der kritiek niet zullen doorstaan. Als dat het geval is, kan van de rechtsgeldigheid van het faillissement en de daarop gebaseerde beslissingen van de curator niet langer worden uitgegaan, dus ook niet van de rechtsgeldigheid van het besluit van de curator tot het ontslag van [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4].

12. In het licht van het vorenstaande bestaat geen grond om de voormalige bestuurders van

Yukos Finance B.V. te verbieden (in en buiten rechte) het standpunt in te nemen dat zij nog steeds de rechtmatige bestuurders van Yukos Finance B.V. zijn en zich daarbij te laten vertegenwoordigen door de advocaten van hun keuze, te weten Nauta. De vorderingen als hiervoor vermeld onder 2 (A) tot en met (C) zullen alleen al hierom moeten worden afgewezen. Toewijzing van deze vorderingen zou immers een dergelijk verbod impliceren. Het bepaalde in de artikelen van het Burgerlijk Wetboek en de Handelsregisterwet waarop eisers zich hebben beroepen, maken het voorgaande niet anders.

13. Bij de hiervoor geschetste stand van zaken stellen thans zowel eisers als gedaagden zich

op het standpunt dat zij de rechtmatige vertegenwoordigers zijn van Yukos Finance B.V. Eisers hebben gesteld dat zij dienen te beschikken over alle onder (D) genoemde gegevens, om de financiële positie van Yukos Oil en Yukos Finance B.V. te kunnen beoordelen, mede in het belang van de schuldeisers van Yukos Oil. Eisers hebben echter niet weersproken dat Nauta hen inmiddels in het bezit heeft gesteld van (kopieën van) alle officiële stukken, processtukken en alle overeenkomsten waarover Nauta beschikte (zoals vermeld in productie 25 van Nauta) met betrekking tot Yukos Oil en Yukos Finance B.V. Nauta heeft verder toegezegd dat zij (kopieën van) alle relevante bescheiden zal blijven verstrekken aan eisers, zolang de bodemrechter niet heeft beslist dat de aandeelhoudersbesluiten van [eiser1] ongeldig zijn. Het gaat thans dus alleen om correspondentie en dergelijke tussen Nauta en Yukos Finance (oud), [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4], die menen dat zij nog steeds de rechtsgeldige bestuurders zijn van Yukos Finance B.V. Zolang niet vaststaat dat het faillissement rechtsgeldig is, wat in elk geval gedurende de periode dat de procedure bij het EVRM loopt (nog) niet zo is, kunnen eisers, zoals Nauta terecht heeft betoogd, geen aanspraak maken op die correspondentie en overige bescheiden, aangezien eisers enerzijds en Yukos Finance (oud), [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4] anderzijds, tegenstrijdige belangen hebben. Het bepaalde in de WCC doet daar niet aan af. De vraag of eisers, indien het EHRM de klacht van Yukos Oil zou afwijzen en het faillissement stand houdt, wel recht hebben op afgifte van de gevraagde documenten, behoeft op dit moment geen beantwoording.

14. De hiervoor genoemde overwegingen vormen mede de basis voor het toelaten van Yukos

Finance (oud) en Yukos International UK B.V., als gevoegde partijen. Dat in de conclusie tot voeging [gevoegde partij 4] de voornaam Kelvin en niet Kelvern heeft, wordt beschouwd als een kennelijke schrijffout. Voorts is niet gebleken dat [gevoegde partij 3] thans niet woonachtig zou zijn te Londen, zoals in de conclusie tot voeging is vermeld, zodat ook op deze grond geen sprake is van ontoelaatbaarheid van de voeging. Verder bestaat er geen misverstand over dat met [eiser1] alleen [eiser1] in zijn hoedanigheid van curator bedoeld. Yukos Finance (oud) en Yukos International hebben er belang bij dat vertrouwelijke stukken die zij met Nauta hebben gewisseld niet in handen van derden komen en hebben dus voldoende belang om als gevoegde partij bij dit geding te worden betrokken.

15. Nu het verweer van Nauta zoals hiervoor weergegeven slaagt, behoeven de overige weren geen verdere bespreking.

16. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen eisers worden veroordeeld in de kosten van de

procedure.

BESLISSING IN KORT GEDING

De voorzieningenrechter:

1. Weigert de gevraagde voorziening.

2. Veroordeelt eisers in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Nauta begroot op:

- € 248,= aan vastrecht en

- € 816,= aan salaris procureur

en aan de zijde van Yukos Finance B.V., Yukos International UK B.V., [gevoegde partij 3] en [gevoegde partij 4] op:

- € 248,= aan vastrecht en

- € 816,= aan salaris procureur

3. Verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door de vice-president mr. M.Y.C. Poelmann, voorzieningenrechter in kort geding in de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 21 september 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll.: