Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2006:AY8674

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-09-2006
Datum publicatie
21-09-2006
Zaaknummer
348144/06-1330 P
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter te Amsterdam heeft de vordering van dochters van gedaagde, om hem een straatverbod c.q. verhuisgebod op te leggen voor Amsterdam dan wel Amsterdam Zuid, afgewezen. De dochters stelden dat hun vader hen seksueel heeft misbruikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

P/SK

vonnis 21 september 2006

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t n u m m e r s 348144/06-1330 P v a n :

1. [X],

2. [Y],

beiden wonende te [woonplaats],

e i s e r e s s e n bij dagvaarding van 10 augustus 2006,

procureur mr. G. van Driem,

t e g e n :

[Z],

wonende te [woonplaats],

g e d a a g d e ,

procureur mr. J. van Woudenberg.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 8 september 2006 hebben eiseressen gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Gedaagde heeft verzocht om een behandeling achter gesloten deuren. Hij heeft hierbij, kort gezegd, een beroep gedaan op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. De door eiseressen geuite beschuldigingen worden door hem ontkend. Eiseressen hebben hiertegen verweer gevoerd. De voorzieningenrechter heeft ter zitting de volgende beslissing genomen: Door gedaagde is een beroep gedaan op artikel 27 sub c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De grondslag van de vordering raakt de persoonlijke levenssfeer van gedaagde. Inderdaad zou, indien het tot een strafzaak zou zijn gekomen, de behandeling openbaar zijn geweest. Echter, in dat geval zou na een aangifte eerst een (politie)onderzoek hebben plaatsgevonden, voordat de zaak op de zitting zou zijn gekomen. In dit geval heeft zo’n onderzoek niet plaatsgevonden en is de zitting bepaald uitsluitend op de in de dagvaarding weergegeven beschuldigingen van eiseressen.

Gelet hierop gaat het belang van gedaagde tot bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer in dit geval boven het belang van eiseressen bij een openbare behandeling. Het verzoek van gedaagde om behandeling achter gesloten deuren wordt daarom toegewezen, met dien verstande dat met instemming van beide partijen de partners van partijen, de (half)zus en de patroon van mr. J. van Woudenburg in de zaal zijn toegelaten.

Gedaagde heeft vervolgens verweer gevoerd tegen de vorderingen van eiseressen met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. Eiseressen zijn zussen van elkaar. Hun moeder is getrouwd geweest met gedaagde. Eiseressen zijn vanaf hun 3e respectievelijk 7e jaar opgegroeid in het gezin van hun moeder en gedaagde. Gedaagde heeft eiseressen erkend. Gedaagde en de moeder van eiseressen hebben samen een dochter.

b. Gedaagde en de moeder van eiseressen zijn omstreeks 1993 van elkaar gescheiden. Gedaagde is thans weer getrouwd en heeft drie minderjarige kinderen.

c. Eiseressen wonen in Amsterdam Zuid. De kinderen van eiseressen zitten daar ook op school. Eiseressen drijven kledingwinkels in Amsterdam Zuid en Amsterdam West.

d. Gedaagde is in 2003 met zijn gezin in Amsterdam Zuid gaan wonen en woont nu in de directe omgeving van eiseressen. Gedaagde heeft ook een kantoor in Amsterdam Zuid. De kinderen van gedaagde zitten op dezelfde hockeyclub als de kinderen van eiseres sub 2 (hierna de hockeyclub). Zij bezoeken een school in Amsterdam Zuid.

e. In februari 2006 hebben eiseressen jegens gedaagde de beschuldiging geuit dat hij hen in hun jeugd seksueel heeft misbruikt, eiseres sub 1 gedurende ongeveer een jaar tussen haar 11e en haar 12e, en eiseres sub 2 gedurende ongeveer 6 jaar, van haar 12e tot haar 18e.

f. Bij brief van 15 mei 2006 heeft de raadsvrouw van eiseressen gedaagde gesommeerd haar te berichten dat hij bereid is een verklaring te ondertekenen en na te leven. In die verklaring is opgenomen dat hij vanaf 1 september 2006 niet langer in Amsterdam zal wonen, dat hij, indien zijn vrouw en kinderen (wel) in Amsterdam zullen blijven wonen, hij de kinderen in het kader van de omgang niet in Amsterdam zal ontmoeten, dat hij zijn kantoor buiten Amsterdam zal vestigen, dat hij, indien hij voor zakelijke doeleinden persé in Amsterdam moet zijn, hij dan niet in Amsterdam Zuid zal komen, en dat hij niet langer de hockeyclub van de kinderen zal bezoeken.

g. Gedaagde heeft de verklaring niet ondertekend.

2. Eiseressen vorderen thans, primair, gedaagde te verbieden zich in Amsterdam te begeven of bevinden alsmede zich te begeven op de hockeyvelden van de hockeyclub. Subsidiair vorderen zij gedaagde te verbieden zich in Amsterdam Zuid te bevinden, in een gebied begrensd door de Overtoom, Stadhouderskade, Hobbemakade, de Boerenwetering, Stadionkade en de Amstelveense weg, hem te verbieden zich op die straten te begeven of te bevinden, alsmede om hem te verbieden zich in Amsterdam op de Scheldestraat, de Haarlemmerstraat, de Kinkerstraat en de J.P Heyestraat te begeven. Een en ander op straffe van dwangsommen en met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

3. Eiseressen stellen daartoe het volgende. Zij zijn in hun jeugd seksueel misbruikt door hun (stief)vader, wat zij tot voor kort niet van elkaar wisten. Gedaagde is er jarenlang in geslaagd eiseressen van elkaar te vervreemden waardoor de verhalen nooit boven tafel kwamen. Dat het seksueel misbruik heeft plaatsgevonden hebben eiseressen met de door hen in het geding gebrachte verklaringen en andere bescheiden onomstotelijk bewezen, maar op zijn minst voldoende aannemelijk gemaakt. Belangrijk is, naast de verklaringen van eiseressen zelf, de ondersteunende verklaring van hun moeder en verklaringen van anderen aan wie eiseressen in het verleden over het seksueel misbruik hebben verteld, dan wel die vreemd gedrag bij gedaagde dan wel eiseressen hebben opgemerkt. Verder heeft gedaagde tegenover de echtgenoot van eiseres sub 2 impliciet toegegeven haar seksueel te hebben misbruikt. Eiseressen hebben meer dan 25 jaar gezwegen over het gebeurde. Nu is de bom gebarsten en de trauma’s komen in alle hevigheid boven. Een confrontatie met gedaagde is een zwaar emotionele belasting en kan de traumatische ervaringen weer oproepen. De strafrechtelijke en civielrechtelijk zaak is verjaard. Maar door te weigeren respect te tonen voor de behoefte aan rust en privacy van zijn voormalige slachtoffers en te weigeren zich in te spannen om iedere confrontatie met hen te voorkomen, handelt hij onrechtmatig jegens hen. Daarbij heeft gedaagde door zijn langdurig grensoverschrijdend gedrag op seksueel gebied laten blijken dat er voor hem geen grenzen zijn en dat hij meent zich alles te kunnen permitteren. De uitgebreide verboden zoals thans gevorderd zijn nodig om eiseressen voor nog grotere trauma’s te behoeden. Eiseressen hebben er weinig vertrouwen in dat gedaagde vermijdingsgedrag zal tonen. Ze komen hem overal tegen. Zij hebben geen termijn gevraagd voor de gevorderde verboden, aangezien het nog jaren zal duren voordat zij, met de verwerking en de bespreking van het seksuele misbruik, een confrontatie met gedaagde weer aan zullen kunnen. Eiseressen denken aan een termijn van minimaal zes jaar.

4. Gedaagde betwist dat er sprake is geweest van seksueel misbruik van eiseressen. De door eiseressen in het geding gebrachte verklaringen en andere bescheiden kunnen dit ook niet aantonen of aannemelijk maken. De verklaringen van derden zijn vaag en van horen zeggen. Bovendien zou één en ander zich enkele decennia geleden hebben afgespeeld en verklaringen daarover zijn niet betrouwbaar te noemen. De beschuldigingen zijn niet te rijmen met de gewone hartelijke en familiaire contacten die eiseressen tot voor kort hebben gehad met gedaagde, eiseres sub 2 en haar gezin tot februari 2006 en eiseres sub 1 tot 2003. Eiseres sub 1 heeft enkele jaren geleden het contact met hem verbroken, omdat hij naar de buurt in Amsterdam Zuid verhuisde waar ook zijn voormalige echtgenote, de moeder van eiseressen, woonde. Dit leek eiseres sub 1 gezien de problematische verhoudingen sinds de echtscheiding geen goed idee. De echtscheiding zelf was echter voor eiseressen al die jaren nooit aanleiding geweest om de contacten met gedaagde te verbreken. Dat eiseressen in februari 2006 plotseling gedaagde van seksueel misbruik beschuldigden, kan wellicht zijn veroorzaakt door de druk die de moeder van eiseressen steeds op hen heeft uitgeoefend tegen gedaagde. De oorsprong van de beschuldigingen is ook tot twee keer toe bij de moeder te vinden, één keer tien jaar geleden, maar toen had dat nog geen gevolgen. Het tijdstip waarop het seksueel misbruik volgens eiseressen zou hebben plaatsgevonden is inmiddels dertig jaar geleden, en waarheidsvinding op een dergelijke termijn is vrijwel onmogelijk. Dat eiseressen zich onder behandeling hebben gesteld van therapeuten, maakt niet dat die therapeuten een uitspraak kunnen doen over de feitelijke betrouwbaarheid van een verklaring van de eiseressen. Overigens is er sprake van tegenstrijdigheden in de verklaringen wanneer het seksueel misbruik zou hebben plaatsgevonden en wanneer eiseressen het van elkaar wisten. In dit kort geding kan niet de waarheid of de aannemelijkheid van gebeurtenissen worden onderzocht. De aard en de duur van de gevraagde voorzieningen vergen strenge eisen aan het bewijs. Van een strafrechtelijke en/of civielrechtelijke procedure, omkleed met de nodige bewijsrechtelijke waarborgen, is echter geen sprake geweest. Nu volstrekt onaannemelijk is dat gedaagde zich aan seksueel misbruik schuldig heeft gemaakt, is er voor een straatverbod geen plaats. Hoewel gedaagde ontkent eiseressen seksueel te hebben misbruikt, ziet hij wel dat ze nu psychisch lijden en zich ook onder behandeling van therapeuten hebben gesteld. Wat de oorzaak daarvan ook moge zijn, hij vindt dit erg en is bereid om hen tegemoet te komen en hen zoveel als redelijk is te vermijden. Dat betekent echter niet een gedwongen verhuizing, van hem en van zijn gezin, te meer omdat toevallige ontmoetingen in het gewone dagelijkse verkeer zeer sporadisch voorkomen. Overigens heeft gedaagde zelf ook geen enkele behoefte meer om eiseressen te zien. Met de gevraagde verboden, de omvang en de termijn, hebben eiseressen geen enkel oog voor de belangen van gedaagde en zijn gezin.

Beoordeling van het geschil.

5. Het opleggen van een straatverbod en verhuisgebod zoals thans door eiseressen is gevorderd, is (ook gezien de omvang van het gebied en de duur ervan) een vergaande en ingrijpende maatregel en een inbreuk op het grondrecht om zich vrijelijk te bewegen. Door eiseressen dienen voldoende feiten en omstandigheden te worden gesteld en aannemelijk te worden gemaakt die een dergelijke inperking in de bewegingsvrijheid van

gedaagde rechtvaardigen. Van belang daarbij is allereerst of zij voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat gedaagde het door hen gestelde seksuele misbruik heeft gepleegd.

6. Gedaagde heeft gemotiveerd betwist dat hij eiseressen seksueel heeft misbruik. Nu hij de beschuldigingen ontkent, dienen aan de door eiseressen gestelde feiten en omstandigheden zware eisen te worden gesteld om het seksueel misbruik aannemelijk te kunnen achten. Voorshands kan uit de door hen in het geding gebrachte verklaringen en overige bescheiden niet tot de aannemelijkheid van de beschuldigingen worden geconcludeerd. Immers, de verklaringen en overige bescheiden betreffen ofwel gedragingen jegens anderen dan eiseressen, ofwel verklaringen van horen zeggen, ofwel tegenstrijdige verklaringen, ofwel verklaringen die zien op gedragingen en uitspraken van gedaagde ten aanzien van eiseressen, maar waaruit niet zondermeer enig seksueel misbruik volgt. Uit het door de echtgenoot van eiseres sub 2 opgenomen gesprek met gedaagde valt evenmin een erkenning van de beschuldigingen (ten aanzien van eiseres sub 2) op te maken. Daarbij speelt dat een en ander circa dertig jaar geleden gebeurd zou zijn. De vraag derhalve of de beschuldigingen van eiseressen juist zijn, dat gedaagde zijn stiefdochters seksueel misbruikt heeft in de periode dat zij tieners waren, vereist een nader onderzoek naar de feiten, waarvoor het kort geding zich echter niet leent. De vordering van eiseressen zal dan ook worden afgewezen.

7. Nu eiseressen in het ongelijk zijn gesteld, zullen zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

BESLISSING IN KORT GEDING

De voorzieningenrechter:

1. Weigert de gevraagde voorziening.

2. Veroordeelt eiseressen in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van gedaagde begroot op:

- € 248,= aan vastrecht en

- € 816,= aan salaris procureur.

3. Verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door de vice-president mr. M.Y.C. Poelmann, voorzieningenrechter in kort geding in de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 21 september 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll.:

Bij afwezigheid van mr. Poelmann is dit vonnis ondertekend door mr. Sj.A. Rullmann, eveneens vice-president in deze rechtbank.