Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2005:AU7031

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-10-2005
Datum publicatie
29-11-2005
Zaaknummer
300051
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Bij de uitleg van een overdraagbare garantiebrief als de onderhavige moet beslissende betekenis worden gegeven aan de letterlijke bewoordingen daarvan. Uit het systeem van de wet volgt derhalve dat een avalgever zijn verbintenis niet kan beperken met een beding dat strijdig is met het vereiste van onvoorwaardelijkheid van de wisselverbintenis. Een beding op grond waarvan de houder van de wissel binnen een bepaalde termijn bij de avalgever aanspraak moet maken op betaling van de wissel kan evenwel niet worden geacht een met de wet onverenigbare beperking van de onvoorwaardelijkheid van de onderliggende wissel in te houden.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 83
Burgerlijk Wetboek Boek 3 94
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 159
Wetboek van Koophandel
Wetboek van Koophandel 100
Wetboek van Koophandel 130
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2006/21
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

300051 / H 04.3137 (ed)

26 oktober 2005

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

DERDE ENKELVOUDIGE CIVIELE KAMER

VONNIS

i n d e z a a k v a n :

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ATRADIUS PROVENUEN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de naamloze vennootschap

ATRADIUS DUTCH STATE BUSINESS N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

e i s e r e s s e n,

procureur mr. L.P. Broekveldt,

t e g e n :

de vennootschap naar vreemd recht

CROATIA OSIGURANJE,

gevestigd te Zagreb (Kroatië),

g e d a a g d e ,

procureur mr. J. Bedaux.

Eiseressen worden hierna afzonderlijk Atradius Provenuen en Atradius Dutch State Business genoemd. Gezamenlijk worden zij aangeduid met Atradius (in enkelvoud). Gedaagde wordt hierna Croatia Osiguranje ge-noemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De rechtbank is uitgegaan van de volgende processtukken en/of proceshandelingen:

- dagvaar-ding van 25 mei 2004,

- conclusie van antwoord, met bewijsstukken,

- ambtshalve gewezen tussenvonnis van 19 januari 2005 waarbij een comparitie van partijen is bepaald, die op 4 maart 2005 heeft plaatsgevonden, en het daarvan opgemaak-te proces-verbaal, met de daarin genoemde stukken,

- verzoek vonnis wijzen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) betwist, als-mede op grond van de in zoverre niet bestreden in-houd van overgelegde bewijs-stuk-ken, staat het volgende vast.

a. B.V. v/h Firma Schaap (hierna: Schaap), gevestigd te Leeuwarden en kantoorhoudende te Dronrijp, heeft een drietal koopovereenkomsten gesloten met de Kroatische vennootschap Zelena Zetva (hierna: Zelena Zetva), gevestigd en kantoorhoudende te Puscine (Kroatië), waarbij Schaap drachtige vaarzen heeft verkocht aan Zelena Zetva. Het betreft, schematisch weergegeven, de volgende overeenkomsten (hierna: de koopovereenkomsten):

datum nummer aantal vaarzen koopprijs

7 december 1996 FS-961203 500 DM 975.000

6 maart 1997 FS-970301 221 DM 430.950

25 juni 1997 FS-970601 407 DM 778.400

b. Schaap heeft ter zake van de koopovereenkomsten een drietal series van zes wissels (hierna: de wissels) getrokken op Zelena Zetva, die de wissels heeft geaccepteerd. De series 005, 006 en 009 hebben betrekking op respectievelijk de overeenkomsten met de nummers FS-961203, FS-970301 en FS-970601. De wissels met de nummers 1 tot en met 4 van de series 005 en 006 zijn door Zelena Zetva betaald. De overige wissels, die hieronder schematisch worden weergegeven, zijn onbetaald gebleven.

serie nummer bedrag vervaldag

005 5 DM 150.833,- 01-11-1999

005 6 DM 144.410,- 01-05-2000

006 5 DM 66.667,90 31-12-1999

006 6 DM 63.829,06 30-06-2000

009 1 DM 140.047,- 30-04-1999

009 2 DM 135.499,- 31-07-1999

009 3 DM 130.343,- 31-10-1999

009 4 DM 125.409,- 31-12-1999

009 5 DM 120.364,- 30-06-2000

009 6 DM 115.319,- 31-12-2000

c. Croatia Osiguranje heeft met betrekking tot de koopovereenkomsten met de nummers FS-961203, FS-970301 en FS-970601 een drietal letters of guarantee (hierna: garantiebrieven) uitgegeven met respectievelijk de nummers 004 (op 30 december 1996), 005 en 006 (beide op 11 november 1997).

De garantiebrief met nummer 004 luidt, voor zover van belang, als volgt:

(...)

To: BV v/h Firma Schaap

(...)

LETTER OF GUARANTEE No. 004

Our customer, Zelena Žetva (...) informed us that they entered into agreement with you, to purchase (...) pregnant Holstein Friesian heifers described in detail in the (...) contract FS-961203/ph dated 7th December 1996. On settlement drawee will accept 6 (six) drafts to your order, covering total nominal DM 961.280,00.

We herewith irrevocably and unconditionally guarantee and undertake to pay to you or any subsequent bonafide holder on first demand, the 6 accepted drafts listed hereunder on the respective maturity dates by tested telex/swift transfer, in freely available effective German Marks without any deduction whatsoever, in case Zelena Žetva fails to pay at maturity the amount of the draft.

Bill of Exchange Amount Maturity

First DM 176.247,00 01-11-1997

Second DM 169.375,00 01-05-1998

Third DM 163.540,00 01-11-1998

Fourth DM 156.875,00 01-05-1999

Fifth DM 150.833,00 01-11-1999

Sixth DM 144.410,00 01-05-2000

Total DM 961.280,00

We hereby also certify that:

(...)

c) Dutch law is applicable. The competent court is the district court in Amsterdam.

This guarantee is valid up to and including the date falling two (2) months after the last due date of the drafts. This letter of guarantee which concerns the above cause alone shall be valid until 01-07-2000 after the lapse of which and if no claim has been in meantime notified to us on your part on the amount of guarantee, this Letter of Guarantee shall ipsojure be considered null and void irrespectively of has been returned to us or not.

(...)

De garantiebrief met nummer 005 luidt, voor zover van belang, als volgt:

(...)

To: BV v/h Firma Schaap

(...)

LETTER OF GUARANTEE No. 005

Our customer, Zelena Žetva (...) informed us that they entered into agreement with you, to purchase (...) pregnant Holstein Friesian heifers described in detail in the (...) contract FS-970301/ph dated 6th March 1997. On settlement drawee will accept 6 (six) drafts to your order, covering total nominal DM 424.885,76 (...).

We herewith irrevocably and unconditionally guarantee and undertake to pay to you or any subsequent bonafide holder on first demand, the 6 accepted drafts listed hereunder on the respective maturity dates by tested telex/swift transfer, in freely available effective German Marks without any deduction whatsoever, in case Zelena Žetva fails to pay at maturity the amount of the draft.

Bill of Exchange Amount Maturity

First DM 77.901,30 31-12-1997

Second DM 74.864,00 30-06-1998

Third DM 72.284,60 31-12-1998

Fourth DM 69.338,90 30-06-1999

Fifth DM 66.667,90 31-12-1999

Sixth DM 63.829,06 30-06-2000

Total DM 424.885,76

We hereby also certify that:

(...)

c) Dutch law is applicable. The competent court is the district court in Amsterdam.

This guarantee is valid up to and including the date falling two (2) months after the last due date of the drafts. This letter of guarantee which concerns the above cause alone shall be valid until 01-09-2000 after the lapse of which and if no claim has been in meantime notified to us on your part on the amount of guarantee, this Letter of Guarantee shall ipsojure be considered null and void irrespectively of has been returned to us or not.

(...)

De garantiebrief met nummer 006 luidt, voor zover van belang, als volgt:

(...)

To: BV v/h Firma Schaap

(...)

LETTER OF GUARANTEE No. 006

Our customer, Zelena Žetva (...) informed us that they entered into agreement with you, to purchase (...) pregnant Holstein Friesian heifers described in detail in the (...) contract FS-970601/ph dated 25th June 1997. On settlement drawee will accept 6 (six) drafts to your order, covering total nominal DM 735.152,00 (...).

We herewith irrevocably and unconditionally guarantee and undertake to pay to you or any subsequent bonafide holder on first demand, the 6 accepted drafts listed hereunder on the respective maturity dates by tested telex/swift transfer, in freely available effective German Marks without any deduction whatsoever, in case Zelena Žetva fails to pay at maturity the amount of the draft.

Bill of Exchange Amount Maturity

First DM 140.047,00 30-06-1998

Second DM 135.499,00 31-12-1998

Third DM 130.343,00 30-06-1999

Fourth DM 125.409,00 31-12-1999

Fifth DM 120.364,00 30-06-2000

Sixth DM 115.319,00 31-12-2000

Total DM 766.981,00

We hereby also certify that:

(...)

c) Dutch law is applicable. The competent court is the district court in Amsterdam.

This guarantee is valid up to and including the date falling two (2) months after the last due date of the drafts. This letter of guarantee which concerns the above cause alone shall be valid until 01-03-2001 after the lapse of which and if no claim has been in meantime notified to us on your part on the amount of guarantee, this Letter of Guarantee shall ipsojure be considered null and void irrespectively of has been returned to us or not.

(...)

d. De wissels, met uitzondering van de nummers 1 tot en met 3 van serie 009, zijn door Schaap aan ABN AMRO Bank N.V. geëndosseerd. ABN AMRO Bank N.V. heeft deze wissels op haar beurt aan Nederlandse Credietverzekeringsmaatschappij N.V. (hierna: NCM) geëndosseerd. De wissels met nummers 1 tot en met 3 van serie 009 zijn door Schaap aan NCM geëndosseerd.

e. Atradius Provenuen is rechtsopvolgster van NCM. Eiseressen zijn voornemens een fusie tot stand te brengen tussen Atradius Provenuen als verdwijnende rechtspersoon en Atradius Dutch State Business als verkrijgende rechtspersoon.

f. Croatia Osiguranje is door (in elk geval) NCM verzocht om betaling van de openstaande wissels. Croatia Osiguranje heeft geweigerd aan dit betalingsverzoek te voldoen en heeft bij fax van 9 januari 2002 aan NCM medegedeeld dat de garantiebrieven niet langer geldig waren.

g. Een faxbrief van 26 juni 2000 van Schaap, gericht aan Croatia Osiguranje, luidt als volgt, voor zover van belang:

(...)

After checking our administration we found out that several terms have not been paid by our customer Zelena Zetva, Pucsine, to whom we delivered cattle during 1997.

Please fine below our specifications of payments which are overdue and payments that will be due soon:

(...)

From the above you can see that the total amount which is due at this moment amounts to DM. 893.208,90 and soon another amount of DM. 299.512,06 will be due.

We have contacted Zelena Zetva several times and urged them to pay the amounts, but till today, nothing was received on our bank account.

We therefor unfortanately are forced to ask you, being the guarantor for abovementioned payments to start paying the due amounts.

(...)

We therefor request you to take care of the payments being settled on short notice.

(...)”

h. Een faxbrief van 8 januari 2001 van Schaap, gericht aan Croatia Osiguranje, luidt als volgt, voor zover van belang:

(...)

After repeated contact with our customer, Mr. B. Horvat, representing Zelena Zetva, concerning payment of the outstanding amounts, without any results, we herewith inform you that we are going to apply to you as guarantor to settle the payment Zelena Zetva, since you guaranteed the payment.

Should you not be able to fulfill the payment before 20th January next, then we would unfortunately be forced to take legal steps together with NCM, to have you co-operate in this way. No further delay will be tolerated.

(...)

i. Een faxbrief van 29 juni 2001 van Schaap, gericht aan Croatia Osiguranje, is, voor zover van belang, eensluidend aan de hiervoor onder 1.h aangehaalde fax van 8 januari 2001.

2. De vordering

2.1 Atradius vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Croatia Osiguranje te veroordelen tot betaling aan Atradius Provenuen, danwel (na voormelde fusie) Atradius Dutch State Business van een bedrag van € 692.434,30, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 9 januari 2004 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Croatia Osiguranje in de proceskosten.

2.2 De vordering van Atradius is als volgt opgebouwd:

- een hoofdsom van € 609.828,54;

- een bedrag van € 42.688,- aan wettelijke rente over de periode van 9 januari 2002 tot 9 januari 2003;

- een bedrag van € 39.917,76,- aan wettelijke rente over de periode van 9 januari 2003 tot 9 januari 2004.

2.3 Atradius legt aan haar eis ten grondslag dat zij de rechten uit de wissels geëndosseerd heeft gekregen. De garantiebrieven houden een avalverklaring van Croatia Osiguranje in, op grond waarvan zij gehouden is de onbetaalde wissels aan Atradius te betalen.

3. Het verweer

3.1 Croatia Osiguranje bestrijdt de vordering en voert daartoe het volgende aan.

3.2 In de eerste plaats betoogt Croatia Osiguranje dat uit de tekst van de garantiebrieven volgt dat deze geen betrekking hebben op de wissels, maar uitsluitend op de verplichtingen uit de koopovereenkomsten. Dit blijkt uit de eerste alinea van de garantiebrieven, waarin van de koopovereenkomsten melding wordt gemaakt. Voorts zijn in de garantiebrieven dezelfde betalingstermijnen vermeld als in de (bijlagen bij de) koopovereenkomsten. Tenslotte komt het woord “wissel” of enig Engelstalig equivalent daarvan) in de garantiebrieven niet voor. Het betreft dan ook, aldus Croatia Osiguranje, niet een avalverklaring in de zin van artikel 130 van het Wetboek van Koophandel (K). De rechten, voortvloeiende uit de garantiebrieven, zijn daardoor niet rechtsgeldig aan Atradius overgedragen nu niet is voldaan aan de eisen die de wet stelt aan contractsovername (6:159 BW) of overdracht van vorderingen (3:83 juncto 3:94 BW), aldus Croatia Osiguranje

3.3 In de tweede plaats stelt Croatia Osiguranje dat de vorderingen uit hoofde van de garantiebrieven niet tijdig bij haar zijn ingediend, zodat ook om die reden Croatia Osiguranje niets aan Atradius is verschuldigd.

4. Beoordeling

4.1 Nu blijkens de tekst van de garantiebrieven Nederlands recht van toepassing is op de daaruit voortvloeiende rechtsverhoudingen en ook overigens partijen blijkens hun stellingen uitgaan van de toepasselijkheid van Nederlands recht, zal ook de rechtbank bij de beoordeling van de onderhavige zaak dit tot uitgangspunt nemen.

4.2 De rechtbank zal eerst het verweer met betrekking tot de aard van de garantiebrieven bespreken.

Croatia Osiguranje kan niet worden gevolgd in haar verweer dat de garantiebrieven uitsluitend zijn uitgegeven aan Schaap terzake van de betalingsverplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomsten. Bij de uitleg van een overdraagbare garantiebrief als de onderhavige moet beslissende betekenis worden gegeven aan de letterlijke bewoordingen daarvan. De tekst van de garantiebrieven kan in redelijkheid niet anders worden begrepen dan dat Croatia Osiguranje zich borg stelt voor betaling van de wissels die betrekking hebben op de desbetreffende koopovereenkomsten. Anders dan Croatia Osiguranje stelt, wordt in de garantiebrief wel degelijk melding gemaakt van wissels (“drafts” en “Bill of Exchange”). De garantiebrief biedt bovendien een opsomming van de wissels, tot betaling waarvan Croatia Osiguranje zich onvoorwaardelijk verbindt, indien Zelena Zetva in gebreke blijft te betalen. De garantiebrieven moeten, anders dan Croatia Osiguranje heeft betoogd, derhalve worden beschouwd als avalverklaringen in de zin van artikel 130 K.

Croatia Osiguranje heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat de garantiebrieven in andere zin moeten worden begrepen. De enkele verwijzing in de eerste alinea naar de onderliggende koopovereenkomst kan niet leiden tot de conclusie dat de garantie is verstrekt ten aanzien van iets anders dan de in de garantiebrief met name genoemde wissels.

Croatia Osiguranje stelt tenslotte nog dat geen sprake kan zijn van een aval, nu op de wissels niet het voor avalverklaring bestemde hokje is aangekruist. Ook deze stelling moet worden verworpen, aangezien daarmee wordt miskend dat een aval niet slechts kan worden gegeven door vermelding op de wisselbrief, maar dat dit op grond van artikel 130 lid 4 K ook kan geschieden in een afzonderlijke brief.

4.3 Nu aldus is vastgesteld dat de garantiebrieven moeten worden gekwalificeerd als avalverklaringen, betekent dit dat ook het verweer van Atradius ten aanzien van de geldigheid van de overdracht van de daaruit voortvloeiende rechten faalt. Deze accessoire rechten worden immers overgedragen door een endossement van de wissels (art. 3:82 BW), en niet, zoals Croatia Osiguranje aanvoert, op de wijze zoals voorgeschreven in de artikelen 6:159 of 3:83 in verbinding met 3:94 BW.

Croatia Osiguranje heeft weliswaar bij conclusie van antwoord “bij gebrek aan wetenschap” betwist dat de wissels aan (de rechtsvoorgangster) van Atradius zijn geëndosseerd, maar nu zij niet meer heeft gereageerd op de te dien aanzien door Atradius in het geding gebrachte bewijsstukken, moet het ervoor worden gehouden dat zij haar eerdere betwisting niet wenst te handhaven.

4.4 Thans komt de vraag aan de orde of de wisselbedragen tijdig zijn geclaimd bij Croatia Osiguranje door Atradius of haar rechtsvoorgangers.

Tussen partijen is niet in geschil, dat op grond van de tekst van de garantiebrieven de wisselbedragen dienden te worden geclaimd binnen twee maanden na de laatste vervaltermijn van de in de garantiebrief vermelde wissels, dat wil zeggen vóór respectievelijk 1 juli 2000 (garantiebrief 004), 1 september 2000 (garantiebrief 005) en 1 maart 2001 (garantiebrief 006).

4.5 Atradius betoogt primair dat de vervaltermijnen in de garantiebrieven zich niet verdragen met de regel van dwingendrechtelijke aard dat de avalgever op grond van artikel 131, eerste lid, K op dezelfde wijze als de acceptant van de wissel een onvoorwaardelijke verbintenis op zich neemt. Dit brengt mee dat de vervaltermijnen uit de garantiebrieven buiten beschouwing moeten worden gelaten, zodat in het midden kan blijven of de vorderingen tijdig door (de rechtsvoorgangers van) Atradius zijn ingediend bij Croatia Osiguranje, aldus Atradius.

4.6 De rechtbank overweegt omtrent dit betoog als volgt. Uitgangspunt is dat een wisselbrief een onvoorwaardelijke opdracht tot betaling dient te bevatten (artikel 100, sub 2º, K), en dat een avalgever zich op dezelfde wijze verbindt als de geavaleerde (artikel 131, lid 1, K). Uit het systeem van de wet volgt derhalve dat een avalgever zijn verbintenis niet kan beperken met een beding dat strijdig is met het vereiste van onvoorwaardelijkheid van de wisselverbintenis.

In het onderhavige geval is echter slechts sprake van een beding op grond waarvan de houder van de wissel op grond van de garantiebrief binnen een bepaalde termijn bij de avalgever aanspraak moet maken op betaling van de wissel. Een dergelijk beding kan niet worden geacht een met de wet onverenigbare beperking van de onvoorwaardelijkheid van de onderliggende wissel in te houden. Er is dan ook geen reden de vervaltermijnen uit de garantiebrieven terzijde te stellen.

4.7 Subsidiair stelt Atradius dat alle wisselbedragen vóór afloop van de vervaltermijnen door Schaap bij Croatia Osiguranje zijn geclaimd bij de hiervoor onder 1.g, h en i weergegeven faxbrieven.

Croatia Osiguranje heeft echter gemotiveerd betwist dat deze faxbrieven, waarvan de inhoud overigens niet wordt bestreden, haar hebben bereikt aangezien daarop een faxnumer staat vermeld dat niet langer in gebruik was bij Croatia Osiguranje. Nu Atradius de bewijslast draagt van haar stelling zal zij, overeenkomstig haar uitdrukkelijk bewijsaanbod, worden toegelaten tot het bewijs dat Schaap voormelde faxbrieven vóór het verstrijken van de onder 4.4 genoemde vervaltermijnen heeft verzonden naar het correcte faxnummer van Croatia Osiguranje en dient zij tevens aannemelijk te maken dat Croatia Osiguranje die faxbrieven tijdig, dat wil zeggen vóór 1 juli 2000 onderscheidenlijk 1 maart 2001, heeft ontvangen.

4.8 In afwachting van bewijslevering wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

BESLISSING

De rechtbank:

- laat Atradius toe te bewijzen:

- dat Schaap de faxbrief, gedateerd 26 juni 2000, vóór 1 juli 2000 heeft verzonden naar (het correcte) faxnummer van Croatia Osiguranje;

- althans dat Schaap de faxbrief, gedateerd, 8 januari 2001 en/of de faxbrief 29 januari 2001 vóór 1 maart 2001 heeft verzonden naar het (correcte) faxnummer van Croatia Osiguranje;

en aannemelijk te maken dat voormelde faxbrieven Croatia Osiguranje tijdig, dat wil zeggen vóór 1 juli 2000 onderscheidenlijk 1 maart 2001, hebben bereikt.

- bepaalt dat getuigen kunnen worden gehoord door het na te melden lid van deze rechtbank;

- verwijst de zaak naar de rol van de tweede enkelvoudige kamer van 23 november 2005 opdat Atradius alsdan kan mededelen of zij van de gelegenheid tot bewijslevering door getuigen gebruik wenst te maken, en zo ja, door hoeveel, met een opgave van de verhinderdata van alle betrokkenen in de eerstvolgende drie maanden, waarna een dag voor getuigenverhoor zal worden bepaald dan wel zal worden voortgeprocedeerd;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Gewezen door mr. M.L.D. Akkaya, lid van genoemde kamer, en uitge-sproken ter openbare terecht-zitting van 26 oktober 2005 in tegen-woordig-heid van de griffier.