Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2005:AU6171

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-11-2005
Datum publicatie
15-11-2005
Zaaknummer
13/077080-03 (zaak A) en 13/470004-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor bezit wapens, munitie, chemicaliën en vuurwerk

Een man uit Amstelveen is veroordeeld tot 200 dagen gevangenisstraf en een voorwaardelijke straf van 5 maanden voor het bezit van grote hoeveelheden wapens, munitie, chemicaliën en vuurwerk. Met dat bezit heeft de man een onaanvaardbaar risico teweeggebracht voor de veiligheid van personen en goederen. Het aantreffen van de wapens, munitie en chemicaliën heeft in de directe omgeving, maar ook landelijk, voor grote onrust gezorgd. De veroordeelde man was enigszins verminderd toerekeningsvatbaar.

Wetsverwijzingen
Wet wapens en munitie
Wet wapens en munitie 26
Wet milieubeheer
Wet milieubeheer 1.1
Wet milieubeheer 8.1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2005/502
NbSr 2005/502
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummers: 13/077080-03 (zaak A) en 13/470004-05 (zaak B)

Datum uitspraak: 15 november 2005

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, vijfde meervoudige kamer C, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,

feitelijk verblijvende op het adres [adres].

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna genoemd respectievelijk zaak A en zaak B.

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

1 november 2005.

1. Telastelegging

In zaak A is aan verdachte telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals ter terechtzitting gewijzigd. Van die dagvaarding en de vordering wijziging telastelegging zijn kopieën als bijlagen 1 en 2 aan dit vonnis gehecht. De gewijzigde telastelegging geldt als hier ingevoegd.

Aan verdachte is in zaak B telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding, waarvan een kopie als bijlage 3 aan dit vonnis is gehecht. De in die dagvaarding vermelde telastelegging geldt als hier ingevoegd.

2. Voorvragen

3. Waardering van het bewijs

3.1. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen in zaak A onder 4 en 5 is telastegelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Hetzelfde geldt ter zake van een aantal in zaak A onder 1. telastegelegde goederen, te weten:

zes 57 mm brisantgranaatraketten S-5S met schokbuis V-5K, en

een 57 mm anti tank/brisantgranaatraket, model S5KPB/S-5KO, en

een 57 mm raket (instructiemodel), en

een 57 mm raket met bruine bakelieten kop, en

een 57 mm raket, model S5S (C5C), en

een onderdeel van een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, te weten een 80 mm gevechtskop van antitankbrisantgranaat-raket S-8KO met neusbuis PIB V-5KP1.

Blijkens de rapportage van het Nederlands Forensisch Instituut van 24 december 2004 zijn voornoemde goederen aan te merken als munitie, zodat niet kan worden bewezen dat verdachte voornoemde goederen als wapen voorhanden heeft gehad.

3.2. Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het in zaak A onder 1. en 2. telastegelegde met betrekking tot de woning aan de [adres 2] te Amstelveen.

De raadsman heeft ter zitting aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het in zaak A onder 1. en 2. telastegelegde, nu niet kan worden bewezen dat verdachte de in de woning aan de [adres 2] aangetroffen wapens en munitie voorhanden heeft gehad.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende. Vooropgesteld moet worden dat het bestanddeel ‘voorhanden hebben’ veronderstelt dat verdachte over de wapens en munitie moet kunnen beschikken, dat er een zekere machtsrelatie tussen verdachte en de wapens en munitie bestaat en dat er sprake is van bewustheid van verdachte met betrekking tot de aanwezigheid van de wapens en munitie. Bij de beantwoording van de vraag of er in casu sprake is geweest van ‘voorhanden hebben’ gaat de rechtbank uit van de navolgende feiten en omstandigheden.

Vaststaat dat de woning aan de [adres 2] te Amstelveen op naam van verdachte stond, en dat hij die woning nimmer heeft bewoond. Het pand werd jaren bewoond door zwervende mensen en de laatste tijd werd de woning gekraakt. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet wist of zijn vader een sleutel van de woning had en dat hij, verdachte, op enig moment het slot van de deur in de serre heeft laten vervangen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in 2003 in voornoemde woning was geweest in verband met een inbraak. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij bij de politie een aantal malen aangifte heeft gedaan terzake van inbraak in de woning. Hieruit vloeit voort dat verdachte een zekere mate van zorg en zeggenschap had ten aanzien van de woning aan de [adres 2], en dat verdachte dan ook kon beschikken over de in die woning gelegen goederen.

Tijdens zijn verhoor bij de politie (p. 192) heeft verdachte verklaard dat een Duitse man, [betrokkene], genaamd ongeveer een half jaar in de woning heeft gewoond en dat deze [betrokkene] na de val van het IJzeren Gordijn wel eens leuke dingen meenam: Russische spullen, oefenmijnen in grote hoeveelheden, lasergeleide raketkoppen, allemaal oefenspul. De verbalisant merkt in het proces-verbaal van relaas (p.008) op dat het op zijn minst opvallend is dat verdachte spreekt over deze goederen, aangezien het precies datgene is wat er in de woning aan de [adres 2] is aangetroffen, terwijl dit tijdens het verhoor niet aan de verdachte is verteld. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een verzamelaar is van munitie. De zus van verdachte heeft verklaard dat verdachte wapens ombouwde. Zowel in de woning aan de [adres 2] als in de woning aan de [adres 3] zijn omgebouwde vuurwapens van het type Derringer aangetroffen. Met betrekking tot de in de woning aan de [adres 2] aangetroffen wapens heeft de zus van verdachte bij de politie verklaard (p. 186) dat zij jaren geleden eens tegen verdachte heeft gezegd dat hij die wapens weg moest doen en dat verdachte daarop zei dat “ze nog wel heel mooi waren”. De rechtbank leidt hier uit af dat verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van wapens en munitie in de woning. Daarbij in aanmerking genomen dat verdachte, zoals hiervoor overwogen, kon beschikken over de in de woning gelegen goederen betekent dit dat er sprake is van voorhanden hebben in de zin van de Wet wapens en munitie. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

3.3. Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het in zaak A onder 1. en 2. telastegelegde met betrekking tot de woning aan de [adres 3] te Amstelveen.

De raadsman heeft ter zitting aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het in zaak A onder 1. en 2. telastegelegde, nu niet kan worden bewezen dat verdachte de in de woning aan de [adres 3] aangetroffen wapens en munitie voorhanden heeft gehad.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende. Vaststaat dat er in voornoemde woning wapens en munitie zijn aangetroffen. Deze lagen verspreid in de woning, onder andere in de keuken. Verdachte heeft verklaard dat hij af en toe in de woning aan de [adres 3] verbleef op een kamer op de eerste verdieping en dat hij dan af en toe water ging halen in de keuken op de begane grond. Volgens verdachte kwamen er regelmatig mensen over de vloer, onder wie wapenverzamelaars. De zus van verdachte heeft verklaard dat verdachte wapens ombouwde. Zowel in de woning aan de [adres 2] als in de woning aan de [adres 3] zijn omgebouwde vuurwapens van het type Derringer aangetroffen.

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank de door de verdediging gegeven verklaring dat verdachte niet op de hoogte was van de aanwezigheid van de wapens in zijn woning aan de [adres 3] te Amstelveen niet geloofwaardig. Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen.

3.4. Bewijsoverweging ten aanzien van het in zaak A onder 3. telastegelegde.

De raadsman heeft ter zitting aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het in zaak A onder 3. telastegelegde, nu niet kan worden bewezen dat verdachte in de woning aan de [adres 3] te Amstelveen een in de telastelegging genoemde inrichting in werking heeft gehad.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende. Bij de beantwoording van de vraag of verdachte een inrichting als genoemd in artikel 8.1 van de Wet Milieubeheer in werking heeft gehad, dient thans te worden beoordeeld of er sprake was van bedrijfsmatig door verdachte ondernomen bedrijvigheid of van bedrijvigheid in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, en of de eventuele inrichting voldoet aan de eisen die categorie 3 in de bijlage 1 bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer stelt.

Daarbij gaat de rechtbank uit van het navolgende. In de woning aan de [adres 3] is een grote hoeveelheid chemicaliën aangetroffen, waaronder picrinezuur en zwart kruit. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de beschikking had over deze chemicaliën. Blijkens het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 15 maart 2004 is picrinezuur een springstof, en is zwart kruit een mengsel van stoffen dat explosief kan verbranden, ook wel aangeduid als een pyrotechnisch mengsel. De rechtbank kan deze conclusie niet anders duiden dan dat verdachte ontplofbare stoffen aanwezig had. Gelet op de aangetroffen hoeveelheden, te weten ongeveer 500 gram picrinezuur en ongeveer 10,5 kilo kruitstoffen, is de rechtbank van oordeel dat hier kan worden gesproken van een omvang van bedrijvigheid alsof zij bedrijfsmatig was in de zin van artikel 1.1. van de wet Milieubeheer. Derhalve acht de rechtbank bewezen dat verdachte een inrichting als genoemd in artikel 8.1 van de Wet Milieubeheer in werking heeft gehad. Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen.

3.5. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

ten aanzien van het in zaak A onder 1. telastegelegde:

op 5 september 2003 te Amstelveen in het pand [adres 2] wapens van categorie II en/of III, te weten

een semi automatisch geweer, merk Armi Jager, model AP 74, kaliber .22 mm Long Rifle, nummer 75836, en

een semi automatisch geweer, merk Erma, model E M1, kaliber .22 Long Rifle, nummer

E 192140, en

een semi automatisch geweer, merk Armi Jager, model AP 80, kaliber .22 Long Rifle, nummer 005518, en

een geweer, merk Smith & Wesson, model 3003, nummer FC30893, en

een revolver, merk Weirauch, (Arminius), model HW 7 GR, kaliber .22 knal-gas-grenaille(hagel), serienummer 1259975 met holster, en

een revolver, merk Harpax, kaliber .22 knal-gas-grenaille(hagel), serienummer 25038 met holster, en

een pistool, merk Reck, model PK <GS>, kaliber 8 mm met holster, en

twee patroonhouders ingericht voor het kaliber .22LR, en

een gas-alarmpistool in onderdelen, merk Reck, model PK 800, kaliber 8 mm PTB nummer 196 en

een spuitbus traangas merk TW 1000, en

een spuitbus traangas merk Defenol, en

een spuitbus traangas merk TW 1000, en

een spuitbus traangas merk EXPRESS, en

een spuitbus traangas merk K.O. stift 5001, en

een getransformeerd vuurwapen, merk Rohm, model RG-170, type Derringer, kaliber .38 special, en

een loop van een Derringer, merk Rohm, RG 170, kaliber 9x17 mm, en

twee opschroefbare schietbekers

en

een zeer grote hoeveelheid munitie van categorie II en/of III, te weten

2 patronen van 30 mm, en

8 patronen van 23 mm, en

10 gas partonen, kaliber 8 mm Knall, merk Wadie, en

20 gas patronen, kaliber 9x17 mm (.380), merk Wadie, en

20 gas patronen 6 mm, merk Wadie, en

33 Knall patronen, kaliber 8 mm Knall, merk Wadie, en

150 patronen kaliber .22 LR, merk Squires Bingham, en

142 patronen kaliber .22 LR, merk Winchester, en

29 patronen kaliber .22 LR, merk Eley, en

50 patronen kaliber 9 mm Flobert, merk Cartoucherie Francaise, en

5 patronen, kaliber 12, merk Cheddite, en

4 patronen, kaliber 12, merk Cheddite Gomm-Cogne, en

5 patronen, kaliber 12, merk Cheddite Gomm-Cogne, en

22 patronen, kaliber .2.38 Special, merk Geco, en

500 patronen, merk CCI/speer, en

50 patronen merk Fiocchi, en

50 patronen merk Sellier & Bellot, en

74 patronen met diverse bodemstempels, en

226 patronen, kaliber 9x19 mm, merk Winchester, en

95 patronen, kaliber .38 Special, merk Sellier&Bellot, en

50 patronen, kaliber .38 special, merk Winchester, en

48 patronen, kaliber .38 special, merk Geco, en

50 patronen, kaliber .38 special, merk Geco, en

17 patronen, kaliber .38 special, merk Geco, en

2 patronen, kaliber .38, merk Winchester, en

2 patronen, kaliber .38 special, merk Sellier & Bellot en Winchester, en

1 patroon, kaliber .38, merk Norma, en

2 patronen, kaliber .357 magnum, merk Speer, en

9 hulzen, kaliber .38 special, merk Geco, en

5 hulzen, kaliber .357 magnum merk Sako, en

48 hulzen, kaliber .38 merk Winchester, en

98 patronen, kaliber .357 Magnum, merk Speer, en

116 patronen en 34 hulzen, kaliber .357 Magnum, merk Norma, en

48 patronen, kaliber .357 Magnum, merk Sako, en

43 kogelkoppen, kaliber 9 mm, merk Dynamit Nobel, en

85 kogelkoppen, kaliber .38 special, merk Haendler & Nattermann, en

5000 patronen, kaliber .22, merk CCI/Speer, en

237 hulzen 9x19 mm, merk Winchester, en

121 hulzen, .38 special, merk Winchester, en

100 projectielen, merk Hornady, kaliber 9x19 mm, en

49 plastic projectielen, kaliber .38, merk CCI-Speer, en

48 plastic hulzen, kaliber .38, merk CCI-Speer, en

1 korte baan patroon, kaliber .50, bodemstempel DAG 73, en

5 patronen, Blanks, kaliber 7.62x51 mm, merk DAG (Dynamit Nobel), en

2 patronen, kaliber 6,5 x 53R mm, merk AI (Artillerie Inrichtingen Hembrug), en

4 patronen, kaliber .303, en

3 patronen, Blanks, kaliber 9x19 mm, en

1 patroon, kaliber .22 magnum, vervaardigd door RWS, en

1 patroon, kaliber.22LR, vervaardigd door Fiocchi, en

10 hagelpatronen, kaliber .38 special, merk CCI, en

1 patroon, kaliber 9 mm Flobert, en

8 hulzen, kaliber .38 special, merk Winchester, en

1 huls, kaliber .357, merk Norma, en

180 slaghoedjes, type large Pistol Magnum Primeurs 350, merk CCI, en

89 slaghoedjes, type Smal Pistol Magnum Primers 550, merk CCI, en

85 slaghoedjes, type Small Pistol Primers no 100, merk Federal, en

250 slaghoedjes, type Smal Pistol Primers, boxer type, merk Fiocchi, en

200 patronen kaliber .22 L, merk RWS, en

345 patronen kaliber .22 LR, merk Sellier & Bellot, en

250 patronen kaliber .22 L, merk Dynamit Nobel, en

125 patronen kaliber .22 LR, merk CCI, Stinger, en

40 patronen kaliber .22 L, merk Winchester, en

43 patronen kaliber .22 LR, merk Dynamit Nobel, en

45 patronen kaliber .22 Short, merk RWS, en

11 patronen kaliber .22 LR, merk Winchester, en

83 patronen kaliber .22 Magnum, merk CCI, en

100 patronen kaliber 6 mm Flobert, merk RWS, en

46 Knall patronen kaliber 9x17 mm (.380), merk Pobeda, en

30 gas patronen kaliber 8 mm Knall, merk Wadie, en

20 gas patronen kaliber 9x17 mm (.380), merk Wadie, en

5 knal patronen kaliber 8mm Knall, merk Wadie, en

25 patronen Blanks, kaliber 9x19 mm, merk DAG, en

een brisant pantsergranaat kaliber 3.7 cm,

en

in perceel [adres 3] wapens van categorie II en/of III, te weten

een vuurwapen, merk Reck, model PK 800, kaliber 8 mm PTB nummer 196, en

een getransformeerd vuurwapen, merk Rohm, model RG-170, type Derringer, kaliber .38 Special PTB nummer 276, en

een vuurwapen, merk Rohm, model RG 150, type Derringer, kaliber .22 knall/gas/hagel

een spuitbusje traangas wapenstok, merk BIC, CS 3000 (Reizgas CS, enthaltt Reizstoff Chlorbenzylidenmalonsauredinitril,

en

munitie van categorie II en/of III te weten

17 patronen, kaliber 8 mm, merk Geco, en

2 patronen, kaliber .38 special, merk Geco, en

1 patroon, kaliber 9 mm Flobert hagel, merk Fiocchi, en

47 patronen, kaliber .22, merk Fiocchi, en

75 patronen, kaliber .22

voorhanden heeft gehad,

ten aanzien van het in zaak A onder 2. telastegelegde:

op 5 september 2003 te Amstelveen wapens van categorie 1,

in perceel [adres 2], een nabootsing van voor ontploffing bestemde voorwerpen, te weten een oefen anti tankmijn, type UTM 62M met ontsteker UMVCh-62 en oefen anti personeelsmijnen type UPMN2, en

in perceel [adres 3], een nabootsing van een Improvised Explosive Device, te weten 2 staven van een pvc afvoerbuis omwikkeld met bruin papier met opschrift: “Dynamite High Explosive”, voorhanden heeft gehad,

ten aanzien van het in zaak A onder 3. telastegelegde:

op 5 september 2003 te Amstelveen opzettelijk, zonder daartoe verleende vergunning, een in perceel [adres 3] gelegen inrichting, te weten een inrichting voor het vervaardigen en opslaan van chemicaliën en waar preparaten worden opgeslagen in werking heeft gehad,

ten aanzien van het in zaak B telastegelegde:

hij op 5 september 2003 te Amstelveen in perceel [adres 3], opzettelijk, een hoeveelheid consumentenvuurwerk, te weten:

- 6 enkelslagbommen, rood en wit kunststof, kaliber 2 inch, en

- 1 enkelslagbom, merk Red Lantern, genaamd "Rising Peony", kaliber 1.5 inch, en

- 2 kanonslagen, typenummer A7531, en

- 9 kanonslagen, genaamd "Petardo N9", merk Jupiter, typenummer COD.1120, en

- 180 strijkers, genaamd "Mini Cicciolo", merk Flowerbasket, typenummer K0201, en

- 10 strijkers, genaamd "Widowmaker", typenummer B002, en

- 5 Bengaals vuur, genaamd "Waarschuwingsfakkel", en

- 1 vuurpijl, genaamd "Show de luces y color", merk Jupiter, typenummer 6533, voorhanden heeft gehad,

ten aanzien waarvan niet werd voldaan aan de bij het Vuurwerkbesluit gestelde eisen en de ter uitwerking van het Vuurwerkbesluit krachtens artikel 24, derde lid van de Wet milieugevaarlijke stoffen gestelde regels, immers was voornoemd consumentenvuurwerk in strijd met het bepaalde in artikel 2.1.3 van het Vuurwerkbesluit niet voorzien van een gebruiksaanwijzing in de Nederlandse taal met zodanige aanwijzingen en waarschuwingen dat bij dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en omstanders kan ontstaan.

Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem in zaak A onder 1. 2. en 3., en in zaak B bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 200 dagen, met aftrek van voorarrest, en een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid wapens en munitie. Het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie is een ernstig feit dat een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich brengt.

Daarnaast heeft verdachte in zijn woning een inrichting voor het vervaardigen en opslaan van chemicaliën in werking gehad, zonder dat hem daartoe een vergunning was verleend. Aldus heeft verdachte gehandeld in strijd met de Wet Milieubeheer. Ten slotte heeft verdachte een hoeveelheid vuurwerk voorhanden gehad, waarop de etiketten met de Nederlandse gebruiksaanwijzing ontbraken. Daarmee heeft verdachte gehandeld in strijd met de wet Milieugevaarlijke stoffen en het Vuurwerkbesluit.

Verdachte heeft met het begaan van voornoemde misdrijven een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en goederen teweeggebracht. Het aantreffen van de wapens, munitie en chemicaliën heeft voor onrust gezorgd, niet alleen in de directe omgeving, maar ook landelijk.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het over verdachte opgemaakte psychologische rapport d.d. 18 maart 2004 van drs. J.M. Oudejans, psycholoog. De rapporteur komt in voormeld rapport tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens te weten een narcistische persoonlijkheidsstoornis, met als belangrijkste kenmerken het opgeblazen gevoel van de eigen belangrijkheid, het idee van de eigen bijzonderheid, het gebrek aan empathie, de overmatige krenkbaarheid en overgevoeligheid voor miskenning en een gebrek aan waardering, het gebrek aan empathie en de arrogante en hooghartige houding. Deze gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens heeft een beperkte invloed uitgeoefend op de gedragskeuzen van verdachte dan wel op zijn gedragingen ten tijde van het telastegelegde.

Met betrekking tot de uitgebreide wapenverzameling is het volgens de rapporteur onduidelijk of er sprake is van een uit de hand gelopen fascinatie voor wapens of dat andere eventueel pathologische motieven een rol spelen. Het beperkte verband dat wel aangetoond en onderbouwd kan worden heeft betrekking op verdachtes – bij de stoornis passende – verzet tegen autoriteiten, de overschatting van zijn capaciteiten en de neiging om zich weinig aan te trekken van allerlei regels, in dit geval op het gebied van de omgang met wapens, vuurwerk en chemicaliën. Tevens past bij de stoornis van verdachte dat hij weinig oog lijkt te hebben voor de risico’s die gepaard gaan met de telastegelegde feiten, en minder dan de gemiddeld normale mens in staat is de risico’s van zijn gedrag goed in te schatten. De rapporteur is van mening dat verdachte ten tijde van het plegen van de feiten weliswaar de ongeoorloofdheid daarvan heeft kunnen inzien, doch in mindere mate dan de gemiddeld normale mens in staat is geweest zijn wil in vrijheid – overeenkomstig een dergelijk besef – te bepalen.

De rapporteur concludeert dat verdachte ten tijde van het plegen van de telastegelegde feiten lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens dat deze feiten hem in enigszins verminderde mate kunnen worden toegerekend. De rechtbank neemt deze conclusie over.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden. Daarnaast acht de rechtbank termen aanwezig een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Deze voorwaardelijke gevangenisstraf strekt er mede toe verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw schuldig te maken aan het plegen van soortgelijke strafbare feiten.

Onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de voorwerpen genoemd in de beslaglijst, welke als bijlage 4. aan dit vonnis is gehecht, met uitzondering van de daarin genoemde voorwerpen onder de nummers 3, 4, 5, 6, 8 en 9, dienen onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van deze voorwerpen het bewezen geachte is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de voorwerpen genoemd onder de nummers 3, 4, 5, 6, 8 en 9 in de beslaglijst welke als bijlage 4. aan dit vonnis is gehecht, die aan verdachte toebehoren, dienen eveneens onttrokken te worden aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien deze voorwerpen zijn aangetroffen in het onderzoek naar de misdrijven waarvan verdachte wordt verdacht, terwijl deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met wet.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, de artikelen 1a en 6 van de Wet economische delicten, artikel 8.1 van de Wet milieubeheer en artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart het in zaak A onder 4. en 5. telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak A onder 1., 2. en 3. en in zaak B telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.5. is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van het in zaak A onder 1. bewezenverklaarde:

handelen in strijd met artikel 26 eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II of een vuurwapen van categorie III

ten aanzien van het in zaak A onder 2. bewezenverklaarde:

handelen in strijd met artikel 13 eerste lid van de Wet wapens en munitie

ten aanzien van het in zaak A onder 3. bewezenverklaarde:

overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 8.1 van de Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan

ten aanzien van het in zaak B bewezenverklaarde:

overtreding van het voorschrift, gesteld krachtens artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen, opzettelijk begaan

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.

Beveelt dat deze straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de goederen genoemd in de beslaglijst welke als

bijlage 4. aan dit vonnis is gehecht.

Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Knol, voorzitter,

mrs. J.L. Hillenius en A.J.H.D. van Nass-van Vollenhoven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.W.P. Pijls, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 november 2005.