Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2005:AU4832

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-10-2005
Datum publicatie
24-10-2005
Zaaknummer
326447 / KG 05-1970 Pee
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De vordering van Route Mobiel om de ANWB te verbieden mededelingen te doen waarvan de strekking is dat Route Mobiel automobilisten met pech onderweg niet ter plekke helpt en hoofdzakelijk auto's wegsleept, wordt afgewezen. Niet is gebleken dat de ANWB stelselmatig dit soort mededelingen doet, zodat geen sprake is van onrechtmatig handelen. Ook de vordering van Route Mobiel om de ANWB te veroordelen een rectificatie te plaatsen in het Brabants Dagblad wordt afgewezen, nu de uitlatingen die de woordvoerder van de ANWB in deze krant heeft gedaan niet als onrechtmatig kunnen worden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2006, 20
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Pee/MV

vonnis 24 oktober 2005

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t n u m m e r s 326447 / KG 05-1970 Pee v a n:

de besloten vennootschap RM B.V., gevestigd te Amsterdam,

e i s e r e s bij dagvaarding van 12 oktober 2005,

procureur mr. R.S. Le Poole,

t e g e n :

de besloten vennootschap ANWB B.V., gevestigd te Den Haag,

g e d a a g d e ,

procureur mr. W.H. van Baren,

advocaat mr. P.L. Reeskamp.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 18 oktober 2005 heeft eiseres, verder te noemen Route Mobiel, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagde, verder te noemen de ANWB, heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. Route Mobiel is op 13 september 2004 opgericht. Zij is onder meer actief in het verlenen van hulp aan automobilisten met autopech. Route Mobiel werkt hiervoor samen met Europ Assistance Nederland B.V. (hierna Europ Assistance). De ANWB is een dochteronderneming van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB. Een van de activiteiten van de ANWB is het exploiteren van de zogenaamde Wegenwacht, eveneens actief in het verlenen van hulp aan automobilisten met autopech. Route Mobiel en de ANWB zijn concurrenten van elkaar.

b. Op 6 juli 2005 heeft de ANWB een bodemprocedure aanhangig gemaakt tegen Route Mobiel bij de rechtbank te Den Haag. In deze procedure vordert zij – kort gezegd – Route Mobiel te verbieden misleidende vergelijkende reclame te maken. Route Mobiel heeft in deze procedure een eis in reconventie ingesteld. Met deze eis vordert zij onder meer voor recht te verklaren dat de ANWB onrechtmatig jegens Route Mobiel handelt door mededelingen openbaar te maken waarvan de strekking is dat Route Mobiel kapotte auto’s alleen wegsleept. In deze bodemprocedure is nog geen vonnis gewezen.

c. In het Brabants Dagblad van 26 september 2005 heeft een artikel gestaan onder de kop: Dealers en autolease ook grote concurrenten ANWB.

Het artikel vangt aan met:

Route Mobiel is een groot offensief begonnen tegen de ANWB. Toch zijn er nog meer concurrenten van de Wegenwacht.

De ANWB ziet het ledenbestand afnemen. De stormbal is gehesen bij de bond. Concurrent Route Mobiel is met een groot offensief begonnen om nog meer leden los te weken bij de ANWB.

De journalist die het artikel heeft geschreven heeft onder anderen met de woordvoerder van de ANWB contact gezocht. In het artikel is hierover opgenomen:

Over concurrent Route Mobiel heeft hij weinig lovende woorden.

“Die helpen de mensen vaak niet onderweg, maar slepen de auto gewoon naar een garage en dan krijgen de mensen gewoon een rekening van de garage gepresenteerd. Onze wegenwachters verhelpen negen van de tien pechgevallen gewoon langs de weg en dan kost het de leden niets.”

Het artikel vervolgt met:

[Directeur Route Mobiel] is gepikeerd dat de ANWB-woordvoerder zijn Route Mobiel weer afschildert als sleepdienst. “We repareren 65 procent langs de weg en de moeilijke gevallen brengen we inderdaad naar een garage.”

2. Thans vordert Route Mobiel – kort gezegd – om de ANWB op straffe van dwangsommen te gebieden:

(1) het doen van mededelingen waarvan de strekking is dat Route Mobiel automobilisten met pech onderweg niet ter plekke helpt en hoofdzakelijk auto’s wegsleept, te staken,

(2) een advertentie te plaatsten in het Brabants Dagblad met een rectificatie (waarvan de tekst is opgenomen onder 2 van het petitum van de dagvaarding) en

(3) dezelfde tekst te plaatsen op de website van de ANWB.

Tevens vordert Route Mobiel:

(4) een voorschot op de schadevergoeding van € 25.000,-.

3. Route Mobiel stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat de ANWB op verschillende manieren probeert te verhinderen dat Route Mobiel haar marktpositie vergroot. Een van die manieren is het openbaar maken van misleidende en onnodig grievende mededelingen over Route Mobiel, in die zin dat Route Mobiel wordt afgeschilderd als een bedrijf dat alleen maar auto’s wegsleept en niet repareert. Klanten van Route Mobiel zouden daarom veel duurder uit zijn dan klanten van de ANWB. Het betreft hier ernstige beschuldigingen die niet kunnen worden onderbouwd. Het artikel in het Brabants Dagblad (zie 1c) is hiervan een voorbeeld. Er is sprake van een patroon van onrechtmatig handelen, aldus Route Mobiel, nu is gebleken dat medewerkers van de ANWB in de ANWB-winkels en in het ANWB-callcenter vergelijkbare mededelingen doen. Dit is aangetoond met behulp van opnames die zijn gemaakt met een verborgen camera in zeven ANWB-winkels. De opnames in één van de winkels waren niet verstaanbaar: van de zes andere winkels werden er in vier uitlatingen gedaan in die zin dat Route Mobiel (hoofdzakelijk) alleen maar sleept en niet repareert. Ten bewijze heeft Route Mobiel een video en dvd met deze opnames in het geding gebracht. Wanneer de ANWB per e-mail om informatie wordt gevraagd, wordt ook dezelfde onjuiste informatie verstrekt; ten bewijze hiervan is een e-mail van 30 september 2005 in het geding gebracht. Ook in het verleden heeft de ANWB onjuiste en onnodig grievende mededelingen gedaan. Dit blijkt uit een intern memo van 14 september 2004 van de ANWB. Medewerkers worden hierin geïnstrueerd dat zij op vragen van consumenten moeten melden dat Route Mobiel bij pech onderweg alleen auto’s wegsleept en dat Route Mobiel niet is gespecialiseerd in reparaties. Verder blijkt uit een brief van de staatssecretaris van het ministerie van economische zaken van 5 november 2004 dat het optreden van de ANWB als een oneerlijke handelspraktijk kan worden aangemerkt.

De mededelingen die (stelselmatig) over Route Mobiel worden gedaan zijn in de eerste plaats feitelijk onjuist. Route Mobiel sleept niet alleen kapotte auto’s weg. Uit een tevredenheidsonderzoek dat Route Mobiel continu laat uitvoeren blijkt dat zij in ruim 60% van de gevallen de autopech langs de kant van de weg verhelpt. Overigens is het repareren langs de kant van de weg niet zaligmakend. Er zijn verschillende situaties denkbaar dat het wegslepen van een auto is te verkiezen boven een (nood)reparatie. De mededelingen van de ANWB zijn bovendien onnodig grievend. Route Mobiel wordt, nu zij als een wegsleepbedrijf wordt afgeschilderd, in een negatief daglicht gesteld. De ANWB versterkt dit door er in haar uitingen op te wijzen dat zij in negen van de tien gevallen de pech ter plekke zou repareren (hetgeen in dit geding overigens niet is aangetoond). Hierbij is van belang dat de ANWB door het publiek wordt gezien als een vereniging die opkomt voor de belangen van haar leden en die je op haar woord kunt geloven. Het kost Route Mobiel veel tijd en geld om het door de ANWB gecreëerde beeld recht te zetten. Route Mobiel lijdt hierdoor schade en zij vordert thans betaling van een voorschot op die schade. Om te voorkomen dat de schade oploopt, heeft zij een spoedeisend belang bij haar vorderingen.

4. De ANWB heeft tegen de vorderingen verweer gevoerd. Dit verweer zal – voor zover van belang – hierna aan de orde komen.

Beoordeling van het geschil:

5. Voorshands is in dit geding onvoldoende komen vast te staan dat de mededelingen van de woordvoerder van de ANWB over Route Mobiel, zoals gedaan in het artikel in het Brabants Dagblad (zie 1c), feitelijk onjuist zijn. De kwalificatie dat hij “weinig lovende woorden” overheeft voor Route Mobiel komt voor rekening van de journalist die het artikel heeft geschreven en niet voor rekening van de ANWB. De mededeling “Die helpen de mensen vaak niet onderweg, maar slepen de auto gewoon naar een garage...” kan gezien de eigen stelling van Route Mobiel dat zij 40% van de pechgevallen naar een garage sleept, niet als feitelijk onjuist worden aangemerkt. Evenmin kunnen de uitlatingen van de woordvoerder van de ANWB als onnodig grievend worden aangemerkt. Van belang hierbij is dat ook Route Mobiel zich, zowel in haar reclamecampagne van 2004 als in die van 2005, uitlaat over de ANWB. Deze (aanvallende) reclamecampagnes hebben – kort gezegd – de strekking dat de ANWB duurder en trager is dan Route Mobiel. Indien de ANWB hierop op afwerende wijze reageert (op uitnodiging van een journalist, niet op eigen initiatief) zal minder snel sprake zijn van onnodig grievende uitlatingen. In dit kader is door de ANWB terecht aangevoerd dat wie kaatst de bal kan verwachten. Bovendien is van belang dat in het artikel een van de directeuren van Route Mobiel in de gelegenheid is gesteld de uitlating van de ANWB te weerleggen ([Directeur Route Mobiel] is gepikeerd dat de ANWB-woordvoerder zijn Route Mobiel weer afschildert als sleepdienst. “We repareren 65 procent langs de weg en de moeilijke gevallen brengen we inderdaad naar een garage.”). Aangenomen kan worden dat dit van invloed is op de wijze waarop de gemiddelde krantenlezer een en ander zal begrijpen. De conclusie tot zover is dat de uitlatingen van de ANWB in het Brabants Dagblad niet onrechtmatig zijn. De vordering tot plaatsing van een advertentie in het Brabants Dagblad noch de vordering tot het plaatsen van een rectificatie op de website van de ANWB is derhalve toewijsbaar.

6. Route Mobiel heeft zich echter, ten bewijze van haar stelling dat er sprake is van een patroon van onrechtmatig handelen, niet alleen op het artikel in het Brabants Dagblad beroepen, doch eveneens op de telefooninstructie van de ANWB van 14 september 2004, op de eerder genoemde brief van de staatssecretaris van Economische Zaken, op een e-mail van de ANWB van 30 september 2005 (producties 3, 4 en 12 van Route Mobiel) en op de met de verborgen camera gemaakte opnames. Hieruit zou volgens Route Mobiel moeten blijken dat medewerkers van de ANWB zich, zowel in de winkels als in het callcenter, stelselmatig onrechtmatig over Route Mobiel uitlaten.

7. De telefooninstructie van 14 september 2004 bevat een aantal opmerkingen waarin Route Mobiel wordt afgeschilderd als een bedrijf dat auto’s wegsleept en niet repareert, dat samenwerkt met sleepbedrijven en dat deze sleepbedrijven niet gespecialiseerd zijn in reparaties. Daar waar gesuggereerd wordt dat Route Mobiel auto’s alleen maar wegsleept en nooit repareert, kan de telefooninstructie als onjuist of (onnodig) grievend worden aangemerkt. Voor een aantal van de gewraakte opmerkingen geldt dit echter niet. Er wordt immers samengewerkt met sleep- of bergingsbedrijven en deze bedrijven zijn niet gespecialiseerd in reparaties, hetgeen feitelijk juist is. Wat hiervan verder ook zij, de instructie van 14 september 2004 kan niet bijdragen aan een oordeel dat de ANWB thans onrechtmatig handelt. De instructie is immers op 17 en 23 september 2004 en op 6 september 2005 aangepast en genuanceerd (productie 21, 22 en 23 van de ANWB). Verder zijn alle medewerkers op 14 en 17 oktober 2005 geïnstrueerd zich aan de (aangepaste) instructies te houden (productie 24 en 32 van de ANWB). Evenmin kan de kwalificatie van de staatssecretaris dat volgens haar sprake is van een oneerlijke handelspraktijk bijdragen aan een oordeel dat thans sprake is van onrechtmatige handelingen. Blijkens de desbetreffende brief is de mening van de staatssecretaris gebaseerd op de (inmiddels achterhaalde) telefooninstructie van 14 september 2004. De e-mail van 30 september 2005 van de ANWB bevat – zoals terecht door haar is aangevoerd – geen onjuiste of misleidende mededelingen, die als onrechtmatig kunnen worden aangemerkt.

8. Dan de opnames met de verborgen camera. Ter zitting is een dvd getoond die bestaat uit een compilatie van een aantal gesprekken die een ‘mystery shopper’ heeft gevoerd in ANWB-winkels en in één VVV-winkel waarin ANWB-producten worden aangeboden. De videoband met daarop de volledige gesprekken is na afloop van de terechtzitting door de voorzieningenrechter bekeken. In die gesprekken informeert de ‘mystery shopper’ eerst naar de voordelen van een abonnement op de Wegenwacht. Nadat hij daarover vriendelijk en uitvoerig is ingelicht brengt hij terloops de concurrent Route Mobiel ter sprake en vraagt aan de betreffende medewerkers van de ANWB informatie over de pechhulp van Route Mobiel. Allereerst valt dus op dat geen van de ANWB-medewerkers uit zichzelf begint over (de dienstverlening van) Route Mobiel. In de meeste gevallen laten de medewerkers zich (met name in het begin van de gesprekken) leiden door de interne telefooninstructies (zoals hiervoor onder 7 genoemd). Zij benadrukken dan de sterke kanten van de ANWB en reageren op vragen over Route Mobiel met een verwijzing naar de website van Route Mobiel of met de mededeling dat zij over dit onderwerp niets weten of kunnen zeggen. In sommige gevallen wordt er iets gezegd over het verschil in abonnementsvorm (persoonsgebonden of autogebonden) en over het feit dat Route Mobiel auto’s ouder dan twaalf jaar niet accepteert. Dit zijn op zich juiste uitlatingen. In een aantal gevallen laten de desbetreffende medewerkers (met name aan het eind van de gesprekken) zich door de ‘mystery shopper’ verleiden meer over Route Mobiel te zeggen dan zij aanvankelijk van plan leken te zijn. Zo wordt bijvoorbeeld in één van de gesprekken gezegd dat Route Mobiel een auto meteen naar een garage sleept en geen monteurs in dienst heeft. In een ander gesprek wordt gezegd dat Route Mobiel alleen voor de vorm onder de motorkap kijkt en een auto versleept zodra het ingewikkelder is dan een lekke band. Deze medewerkers hebben zich zonder meer onzorgvuldig geuit over Route Mobiel. Deze gesprekken kunnen echter – mede gezien in het licht van de overige gesprekken en van de recente telefooninstructie – niet leiden tot de conclusie dat sprake is van een patroon van onrechtmatig handelen. Bovendien is aannemelijk dat dit soort uitlatingen een gevolg kunnen zijn van de vertrouwelijke sfeer die door de ‘mystery shopper’ wordt gecreëerd. Overigens heeft de ANWB ook toegegeven (pleitnota pagina 10) dat “enkele winkelmedewerkers het sleepgedrag van Route Mobiel iets te zwaar hebben aangezet”, maar zij voert hierbij nog aan – en naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht – dat de betreffende uitspraken moeten worden bezien tegen de achtergrond van de (aanvallende) reclamecampagnes van Route Mobiel (waarvan de medewerkers van de ANWB kennis hebben genomen). Tot slot is bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een patroon van onrechtmatig handelen nog van belang dat in dit geding niet is aangetoond dat medewerkers van het ANWB-callcenter onjuiste of (onnodig) grievende uitlatingen hebben gedaan, dit terwijl door de ANWB onweersproken is aangevoerd dat de overgrote meerderheid van nieuwe leden zich telefonisch aanmeldt.

9. Gelet op het bovenstaande kan de vordering tot schadevergoeding onbesproken blijven.

10. De slotsom is dat de vorderingen van Route Mobiel zullen worden afgewezen. Route Mobiel zal hierbij als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding aan de zijde van de ANWB gevallen.

BESLISSING IN KORT GEDING

De voorzieningenrechter:

1. Weigert de gevraagde voorzieningen.

2. Veroordeelt Route Mobiel in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van de ANWB begroot op:

- € 244,= aan vastrecht en

- € 816,= aan salaris procureur.

3. Verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mr. J.A.J. Peeters, vice-president van de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 24 oktober 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll.: