Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2005:AU4690

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-10-2005
Datum publicatie
20-10-2005
Zaaknummer
13/420778-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar voor de geweldadige diefstal van een juwelierszaak in Amsterdam en voor bedreiging met geweld tegen personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/420778-05

Datum uitspraak: 20 oktober 2005

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, negende meervoudige kamer B, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in het Huis van Bewaring “Almere Binnen” te Almere.

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

7 oktober 2005.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding, waarvan een kopie als bijlage aan dit vonnis is gehecht. De in die dagvaarding vermelde telastelegging geldt als hier ingevoegd.

2. Voorvragen

3. Waardering van het bewijs

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 9 mei 2005 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 17 horloges (merk: Rolex) en 2 horloges (merk: Chopard) totale waarde 148.257 euro en 9 horloges (merk: WatchUp) totale waarde 900 euro, toebehorende aan juwelierszaak Van Pampus, Juwels and Watches Damrak, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] en/of [slachtoffer3] en/of [slachtoffer4] en/of [slachtoffer5] en/of [slachtoffer6] en/of [slachtoffer7], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan een andere deelnemer aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij verdachte en zijn mededaders

- die [slachtoffer1] hebben geduwd tengevolge waarvan deze op de grond is gevallen en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer1] hebben gericht en gericht gehouden en

- met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp die [slachtoffer2] met kracht een harde klap op het hoofd hebben gegeven tengevolge waarvan deze op de grond is gevallen en

- die [slachtoffer3] met een vuist een klap hebben gegeven en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp meerdere malen op die [slachtoffer4] hebben gericht en gericht gehouden en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer5] en [slachtoffer6] en [slachtoffer7] hebben getoond.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

De Officier van Justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met zijn twee mededaders op klaarlichte dag een overval gepleegd op een (juweliers)winkel, waar op dat moment twee klanten en verschillende personeelsleden aanwezig waren. De aanwezige klanten zijn direct nadat de overvallers waren binnengekomen overstuur en geschrokken de winkel uitgevlucht. Het aanwezige personeel is onmiddellijk door één van verdachtes mededaders onder schot genomen met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Verdachte en zijn andere mededader hebben ondertussen met behulp van hamers glazen vitrines en toonbanken kapot geslagen. Uit de ravage die te zien is op de in het dossier aanwezige foto’s is af te leiden dat dit met grof geweld gepaard moet zijn gegaan. Dit alles moet voor het personeel zeer beangstigend zijn geweest.

Verdachte en zijn mededader hebben uit de stukgeslagen vitrines en toonbanken enkele tientallen zeer kostbare horloges weggenomen, met een totale waarde van bijna 150.000 euro. Het ligt voor de hand dat door deze diefstal en de vernielingen die daarbij zijn gepleegd voor de winkelier forse schade en overlast zijn ontstaan.

Verdachte en zijn mededaders hebben alle moeite gedaan om zich het bezit van de gestolen horloges te verzekeren en niet te worden aangehouden. Hierbij zijn zij er niet voor teruggedeinsd om geweld en bedreiging met geweld te gebruiken tegen toevallige voorbijgangers die zo moedig waren om te proberen hen tegen te houden. Het eerste slachtoffer hiervan was de portier van het naast de winkel gelegen hotel die op het lawaai was afgekomen en in de winkel polshoogte kwam nemen. Hij heeft van verdachte en/of van één van diens mededaders een harde klap op zijn hoofd gekregen, zodanig dat hij op de grond is gevallen. Hij is hiervan zo geschrokken dat hij zich vervolgens bewusteloos heeft gehouden uit angst dat verdachte en/of zijn mededaders hem nog iets ergers zouden aandoen. Het volgende slachtoffer, op straat buiten de winkel, was een fietstaxichauffeur die verdachte heeft achtervolgd en hem uiteindelijk ook heeft aangehouden. Hij heeft van verdachte een vuistslag gekregen. Verder is de ober van de naastgelegen pizzeria, die de daders ook heeft achtervolgd, daarbij flink gewond geraakt aan zijn gezicht en zijn twee andere toevallige in de buurt zijnde burgers bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp toen zij probeerden één van de daders aan te houden.

De ervaring leert dat mensen die bedreigd zijn met een vuurwapen, althans een voorwerp dat zij daarvoor hebben gehouden, tegen wie geweld is gebruikt of die plotseling geconfronteerd zijn met gebruik van geweld, op het moment zelf vaak in angst of zelfs in doodsangst verkeren en na het voorval nog lange tijd last kunnen hebben van gevoelens van angst en onveiligheid. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij het winkelpersoneel, de klanten in de winkel en toevallige voorbijgangers hieraan heeft blootgesteld. Verdachte had gemakkelijk kunnen voorzien dat dit een groot aantal mensen zou treffen, nu de overval plaatshad op klaarlichte dag in een druk gedeelte van de stad. Verdachte heeft al deze gevolgen lichtvaardig op de koop toe genomen, louter en alleen omdat hij zichzelf wilde verrijken en vervolgens geen afstand wilde doen van zijn buit.

De advocaat van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte geen sturende rol bij de overval heeft gehad en zelf geen of weinig geweld heeft gebruikt. Weliswaar heeft verdachte inderdaad zelf niet het op een vuurwapen gelijkende voorwerp in handen gehad, maar blijkens zijn eigen verklaring wist hij wel dat een dergelijk voorwerp bij de overval, die tevoren door verdachte en zijn mededaders was besproken en voorbereid, zou worden meegenomen. Dit maakt verdachte net zo verantwoordelijk voor het gebruik van dit voorwerp als zijn mededader die het voorwerp daadwerkelijk heeft gebruikt om mensen mee te bedreigen. Dat het, volgens verdachte, niet een echt wapen is, doet aan de ernst hiervan niet af. Uit de verklaringen van de getuigen die met het voorwerp zijn geconfronteerd blijkt dat het voorwerp voor hen niet van een echt vuurwapen te onderscheiden was en dat zij het daarvoor ook hebben gehouden. Aan de hand van de in het dossier aanwezige foto’s van camerabeelden van de overval kan de rechtbank evenmin op het eerste gezicht vaststellen dat het geen echt vuurwapen zou betreffen. Verdachte heeft voorts zelf geweld gebruikt door op agressieve wijze glazen vitrines in de winkel stuk te slaan en door de fietstaxichauffeur een vuistslag te geven. Op één van de foto’s in het dossier is verder nog te zien dat verdachte met een vertrokken gezicht en hoog opgeheven rechtervuist op korte afstand tegenover voormelde portie staat. Gelet op deze dreigende houding van verdachte acht de rechtbank niet aannemelijk dat verdachte, zoals hij zelf verklaart, deze persoon alleen maar opzij heeft geduwd, maar acht zij veeleer aannemelijk dat verdachte fysiek geweld heeft gebruikt tegen hem.

Verdachte heeft gesuggereerd dat hij niet geheel vrijwillig aan de overval heeft meegedaan. Hij heeft verklaard dat hij zijn mededaders de avond voor de overval in de stad had ontmoet en dat hij in een dronken bui had toegezegd samen met hen de overval te plegen. De volgende ochtend zou hij naar eigen zeggen niet meer teruggekund hebben. Verdachte heeft echter verklaard dat hij voor zijn deelname aan de overval een bedrag van € 3.000,= zou ontvangen en dat hij daarom heeft meegedaan. Niet gebleken is dat zijn mededaders enige dwang op hem hebben uitgeoefend, laat staan dat sprake zou zijn geweest van een zodanige dwang dat verdachte zich niet heeft kunnen distantiëren van (deelname aan) de overval. Verdachte is in de ochtend van de overval op eigen gelegenheid naar de plaats gegaan waar hij zijn mededaders zou ontmoeten. Hij en zijn mededaders hebben vervolgens nog enkele uren rond de juwelierswinkel rondgehangen, wachtend tot de daar in de buurt aanwezige politieagenten zouden zijn vertrokken. Al deze tijd had verdachte van zijn deelname aan de overval kunnen afzien, maar hij heeft daarvoor niet gekozen.

Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank er ten slotte rekening mee gehouden dat verdachte geen justitiële documentatie in Nederland heeft en dat niet bekend is of hij deze elders wel heeft, zodat ervan moet worden uitgegaan dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest. In deze enkele omstandigheid ziet de rechtbank echter geen aanleiding een lagere straf op te leggen dan door de Officier van Justitie is gevorderd, nu die straf naar het oordeel van de rechtbank passend is en recht doet aan de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd.

8. Toepasselijk wettelijk voorschrift

De op te leggen straf is gegrond op artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.P.C. Janssen, voorzitter,

mrs. N. van der Wijngaart en W.M. de Vries, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.W. Vriethoff, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 oktober 2005.