Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2005:AU2367

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-07-2005
Datum publicatie
09-09-2005
Zaaknummer
268401
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Muziekauteursrecht; grootrecht/kleinrecht: rechtsoverwegingen 6.3 t/m 6.8: kleinrecht kan grootrecht worden. Merkenrecht; titel musical is geen geldig merk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

268401 / H 03.1625

6 juli 2005

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

DERDE MEERVOUDIGE CIVIELE KAMER

VONNIS

i n d e z a a k v a n :

de vennootschap naar vreemd recht

LITTLESTAR SERVICES LIMITED,

gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,

e i s e r e s in conventie, v e r w e e r s t e r in reconventie

procureur mr. A.E. van Zoest

t e g e n :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WIGT PRODUCTIONS B.V.,

gevestigd te Wageningen,

g e d a a g d e in conventie, e i s e r e s in reconventie

procureur mr. B.J. Verkoren.

Partijen worden hierna Littlestar en Wigt ge-noemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De rechtbank is uitgegaan van de volgende processtukken en/of proceshandelingen:

- dagvaar-ding van 12 juni 2003, met bewijsstukken,

- akte houdende opgave getuigen van de zijde van Littlestar,

- conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met bewijsstukken,

- akte van depot van 22 maart 2004, met twee videobanden,

- conclusie van repliek in conventie tevens akte aanvulling en vermeerdering van eis tevens conclusie van antwoord in reconventie, met bewijsstukken,

- conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, met bewijsstukken,

- conclusie van dupliek in reconventie,

- pleidooi dat gehouden is op 22 maart 2005, het daarvan opgemaakte proces-verbaal en pleitnotities van de raadslieden van Littlestar en Wigt.

- verzoek vonnis wijzen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

in conventie en in reconventie

1. Vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) betwist, als-mede op grond van de in zoverre niet bestreden in-houd van overgelegde bewijs-stuk-ken, staat het volgende vast.

a. Littlestar is producent van de musical Mamma Mia! Deze musical is gebaseerd op muziek van de groep ABBA en vertelt het verhaal van een meisje van twintig jaar, Sophie, dat door haar alleenstaande moeder, Donna, wordt opgevoed op en niet bestaand Grieks eiland. Sophie weet niet wie haar vader is, maar is te weten gekomen dat haar moeder ongeveer éénentwintig jaar geleden met drie mannen affaires heeft gehad en dat één van die drie mannen haar vader moet zijn. Om achter de identiteit van haar vader te komen nodigt Sophie alle drie de mannen uit op haar bruiloft zonder dat haar moeder daar iets van afweet. De musical Mamma Mia! werd gecreëerd in april 1997 en werd voor het eerst uitgevoerd in maart 1999, in Londen’s West End. De musical is daarna ook uitgevoerd in Canada, Amerika, Australië, Duitsland en Japan. Vanaf september 2003 wordt (een Nederlandse versie van) de musical ook uitgevoerd in Nederland.

b. De schrijfster van het script, Catherine Johnson, heeft de auteursrechten op het originele (Engelstalige) script bij overeenkomst overgedragen aan Littlestar.

c. Littlestar is houdster van een Gemeenschapsmerk MAMMA MIA!, welk merk op 30 april 2003 is geregistreerd. Voorts is Littlestar krachtens overdracht houdster geworden van de Benelux registratie 663138 van het merk MAMMA MIA!

d. Wigt is de organisator van de musical Mamma Mia – Come Together. De producent van deze musical is de Duitse onderneming Gastspiel- und Theaterdirektion Gerhartz GmbH (hiernna: Gerhartz). De musical is gebaseerd op muziek van ABBA en The Beatles. Op 19 december 2002 en op 21 december 2002 waren twee uitvoeringen van deze musical gepland, in het MECC in Maastricht en in Schouwburg Venray. De brochure van schouwburg Venray 2002-2003 vermeldt over de musical Mamma Mia-Come Together onder andere:

Mama Mia

(...)

De succeshit van “West End Londen”. Volledige Engelse cast. Exclusief in Nederland in de Schouwburg Venray te zien. Mamma Mia, ex “lead –singer” van een pop-groep, heeft tijdens haar vakantie in Italië liefdes-affaires met drie aantrekkelijke mannen. Het resultaat is: een dochter Michelle!

Het komisch verhaal begint als Michelle bij toeval achter het bestaan van deze drie geliefden komt en zonder na te denken deze drie uitnodigt, in de hoop haar vader te herkennen als hij voor haar staat. Een fantastische uitvoering van bekende songs van ABBA, The Beatles e.a. verwerkt in een zeer komisch verhaal. Mamma Mia – Come Together – Dancing Queen – Penny Lane – Super Trouper – Let It Be e.a.

De internetsite van Schouwburg Venray vermeldt over de musical Mamma Mia- Come Together onder andere:

Op donderdag 19 december hebben we exclusief voor Nederland de Engelstalige comedy musical Mamma Mia/Come Together. Mamma Mia is dé smashing musicalhit in Londen. Een heerlijke comedy vol met dé bekende liedjes van ABBA en The Beatles.

e. Naar aanleiding van de aankondigingen voor de uitvoeringen van de musical Mamma Mia – Come Together in Venray en Maastricht heeft Littlestar Wigt in kort geding betrokken. Bij vonnis van 18 december 2002 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Arnhem Wigt verboden de musical Mamma Mia - Come Together uit te voeren op grond van schending van het grootrecht en onrechtmatig handelen. De voorzieningenrechter heeft de termijn in de zin van artikel 260 Rv bepaald op zes maanden na datum vonnis. Bij arrest, mondeling uitgesproken op 20 december 2002 en schriftelijk gegeven op 24 december 2002, en arrest van 11 februari 2003 heeft het gerechtshof te Arnhem dit vonnis bekrachtigd, op grond van onrechtmatig handelen.

f. In februari 2004 waren door Wigt twee uitvoeringen van een theatervoorstelling, thans onder de naam Mamma – Come Together, gepland, in het Nederlands Congrescentrum in Den Haag en in de Twentse Schouwburg. De aankondiging voor de uitvoering in het Nederlands Congrescentrum vermeldt onder andere:

Mamma – Come Together! Bevat alle ingrediënten voor een smakelijke avond uit: grappige dialogen, spetterende choreografieën en natuurlijk de muziek van ABBA en The Beatles.

Popzangeres Mamma Mia heeft op vakantie affaires met drie mannen, met als resultaat een dochter: Michelle. Jaren later komt Michelle achter het verhaal van de vakantie en ze nodigt de drie mannen uit, in de hoop haar vader te herkennen. Het is de opmaat naar en reeks onvergetelijke songs, zoals ‘Dancing Queen’, ‘Penny Lane’, ‘Waterloo’, ‘Let it Be’ en ga zo maar door.

g. De in februari geplande voorstellingen van Mamma – Come Together hebben geen doorgang gevonden.

h. Op 10 december 2002 heeft Universal Music Publishing International Limited (hierna: Universal) een schriftelijke verklaring (hierna: de volmacht van 10 december 2002) afgelegd luidende, voor zover van belang:

DELEGATED POWER

Universal Music Publishing International Ltd (...) herewith empowers Littlestar Services Ltd (...) to obtain in its own name, the prohibition to a (theatrical) stage performance of works of the authors Benny Andersson and Björn Ulvaeus by the company Wim Wigt Productions BV and/or its licensee.

Op 6 juni 2003 heeft Universal een schriftelijke verklaring (hierna: de volmacht van 6 juni 2003) afgelegd luidende, voor zover van belang:

DELEGATED POWER

Universal Music Publishing International Ltd (...) herewith empowers Littlestar Services Ltd (...) to obtain in its own name, the prohibition to a (theatrical) stage performance of works of the authors Benny Andersson, Bjorn Ulvaeus and Stig Anderson bij the company Wim Wigt Productions B.V. and/or its licensee and to start as obliged bij Section 50, paragraph 6 TRIPS and Section 260 Dutch Code on Civil Litigation the full court proceedings following the summary court proceedings of 17 December 2002 and 20 December 2002 for the District Court and Supreme Court –Arnhem.

Universal Music Publishing International Limited confirms that it exclusively owns and controls the grand right in and to the compositions written by Benny Andersson, Bjorn Ulvaeus and Stig Anderson for recording by the group ABBA and that it has granted Littlestar Services Limited a licence of this grand right. Universal Music Publishing International Limited has not granted any license of the grand right tot Wim Wigt Productions BV and/or its licenseee and we confirm that Littlestar Services Limited has our authority to prevent the use of this grand right by Wim Wigt Productuon BV or its licensees.

In conventie

2. De vordering

2.1 Bij de weergave van de vorderingen van Littlestar past de rechtbank de nummering aan, omdat in de weergave van de gewijzigde en vermeerderde eis van Littlestar, bij conclusie van repliek in conventie tevens akte aanvulling en vermeerdering van eis tevens conclusie van antwoord in reconventie, twee keer het cijfer VIII voorkomt. Littlestar vordert in conventie, na wijziging en vermeerdering van haar eis, dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. verklaart voor recht dat de musical Mamma (Mia) – Come Together van Wigt inbreuk maakt op het grootrecht met betrekking tot de muziek en songteksten van de ABBA-liedjes waarvan Universal rechthebbende is;

II. Wigt gebiedt onmiddellijk na betekening van het te dezen te wijzen vonnis iedere inbreuk op de onder I genoemde grootrechten, waaronder de openbaarmaking en/of verveelvoudiging van de muziek en/of de songteksten met betrekking tot ABBA-liedjes in een muziekdramatisch werk, waaronder mede begrepen in de (gewijzigde) musical Mamma (Mia) – Come Together, te staken en gestaakt te houden en eventueel geplande uitvoeringen en/of openbaarmakingen te annuleren;

III. verklaart voor recht dat de musical Mamma (Mia) – Come Together van Wigt ook inbreuk maakt op de auteursrechten van Littlestar, waaronder begrepen de auteursrechten met betrekking tot het plot en het script van de musical Mamma Mia! van Littlestar;

IV. Wigt gebiedt onmiddellijk na betekening van het te dezen te wijzen vonnis de inbreuk op de auteursrechten van Littlestar te staken en gestaakt te houden, waaronder begrepen de op- en uitvoering(en) van de musical Mamma (Mia) – Come Together, eventueel geplande uitvoeringen af te zeggen en zich te onthouden van het op- en uitvoeren van (een) overeenstemmende c.q. een musical(s) met een met de musical van Littlestar overeenstemmend plot en/of script gelijkend op of identiek aan die van de musical Mamma Mia! van Littlestar;

V. verklaart voor recht dat Wigt door het gebruik van de tekens Mamma Mia - Come Together in combinatie en afzonderlijk inbreuk maakt op de merkrechten van Littlestar;

VI. Wigt gebiedt onmiddellijk na betekening van het te dezen te wijzen vonnis elk gebruik van het teken Mamma (Mia) – Come Together of enig ander met het merk Mamma Mia! overeenstemmend teken waaronder mede begrepen de woorden Mamma Mia in combinatie of afzonderlijk met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden;

VII. verklaart voor recht dat Wigt jegens Littlestar onrechtmatig heeft gehandeld door de aankondiging en voorgenomen op- en uitvoering van de musical Mamma (Mia) – Come Together;

VIII. in het licht van het onder VII bepaalde, Wigt gebiedt met onmiddellijke ingang na betekening van het te dezen te wijzen vonnis de aankondiging, op- en uitvoering(en) van de musical Mamma (Mia) – Come Together te staken en gestaakt te houden, eventueel geplande op- en uitvoeringen af te zeggen en zich te onthouden van het op onrechtmatige wijze nabootsen van de musical van Littlestar en het door of namens Littlestar vervaardigde promotiemateriaal;

IX. Littlestar gebiedt om mede in het licht van het onder I tot en met VIII bepaalde binnen 24 uur na betekening van het te dezen te wijzen vonnis iedere verdere publiciteit – in woord en geschrift – onder de aanduiding Mamma (Mia) – Come Together dan wel enige andere titel die overeenstemt met het merk Mamma Mia! te staken en gestaakt te houden en meer in het bijzonder alle lopende reclame- en/of advertentieopdrachten schriftelijk in te trekken onder gelijktijdige verzending van afschriften van deze schriftelijke verzoeken aan de advocaat van Littlestar;

X. Wigt gebiedt binnen 10 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis de gehele voorraad brochures en andere documenten waarin het teken Mamma (Mia) – Come Together - dan wel enige andere titel die overeenstemt met het merk Mamma Mia! – staat vermeld, te vernietigen en gebiedt een proces verbaal ter constatering van de vernietiging binnen 2 dagen na vernietiging te verzenden aan de advocaat van Littlestar;

XI. Wigt gebiedt bij het niet of niet volledig nakomen van de onder I tot en met X genoemde ge- en verboden, aan Littlestar een dwangsom te betalen van € 50.000 (zegge: vijftigduizend euro) voor iedere overtreding en voor iedere dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt;

XII. Wigt veroordeelt aan Littlestar te vergoeden de door haar gemaakte buitengerechtelijke kosten conform het rapport Voorwerk II (Advocatenblad 2001, pagina’s 216 e.v.) of een door de rechtbank vast te stellen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;

XIII. Wigt veroordeelt in de kosten van het geding.

2.2 Littlestar legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag.

2.3 De musical Mamma Mia! is, als combinatie van werken, auteursrechtelijk beschermd op grond van artikel 10 lid 1 sub 2 Auteurswet (Aw). Daarnaast zijn de in de musical gebruikte ABBA-liedjes, het plot en het script van de musical afzonderlijk beschermd. Littlestar is auteursrechthebbende op het plot en het script van de musical Mamma Mia! Voorts heeft de rechthebbende op het grootrecht op de muziek en songteksten van ABBA, Universal, aan Littlestar een exclusieve licentie verleend voor het gebruik van dit grootrecht in de musical en heeft Universal aan Littlestar een procesvolmacht verleend om op eigen naam op te treden tegen auteursrechtinbreuken op dit grootrecht door Wigt. Wigt maakt met de musical Mamma Mia-Come Together inbreuk op zowel de auteursrechten op het plot en het script van de musical als op de grootrechten.

2.4 Littlestar is houdster van de Benelux registratie van het merk MAMMA MIA! en van een gelijkluidend Gemeenschapsmerk. De titel MAMMA MIA – COME TOGETHER maakt inbreuk op de merkrechten van Littlestar in de zin van artikel 13A lid 1 sub b, althans artikel 13A lid 1 sub d Beneluxwet op de merken (BMW), althans is het gebruik van die titel, die op verwarringwekende wijze overeenstemt met de titel MAMMA MIA!, onrechtmatig jegens Littlestar op grond van artikel 6:162 BW.

2.5 Wigt handelt volgens Littlestar ook overigens onrechtmatig jegens Littlestar door aan te haken aan de enorme bekendheid van de ABBA-liedjes en de West End-musical van Littlestar en doordat haar promotiemateriaal rond de musical Mamma Mia - Come Together misleidende reclame is in de zin van artikel 6:194 BW.

3. Het verweer

3.1 Wigt bestrijdt de vorderingen van Littlestar en voert daartoe het volgende aan.

3.2 Met betrekking tot de procesvolmacht van Universal aan Littlestar stelt Wigt zich op het standpunt dat de ontvankelijkheid van Littlestar voor haar grondslag en vordering ten aanzien van het auteursrecht op de muziekwerken moet worden beoordeeld naar de volmacht zoals die gold ten tijde van de kortgeding procedure en niet naar de volmacht van 6 juni 2003, die ten behoeve van de onderhavige procedure is opgesteld. Voorts betwist Wigt de geldigheid en de inhoud van zowel de procesvolmacht die ten behoeve van de kortgeding procedure is opgesteld als de procesvolmacht van 6 juni 2003. Volgens Wigt wordt in de procesvolmachten ten onrechte de uitvoering van kleinrecht werken op toneel achter gehouden en worden Buma en haar Zweedse zusterorganisatie STIM ten onrechte van dit rechtenbeheer uitgesloten. Voorts voert Wigt in dit verband aan dat Buma haar toestemming al had verleend voor de in Venray geplande uitvoering van de musical Mamma Mia – Come Together. Met betrekking tot het grootrecht voert Wigt tot slot aan dat de ABBA-liedjes alleen onder het kleinrecht vallen, omdat ze van oorsprong niet ten behoeve van een muziekdramatisch werk zijn geschreven en dat zij, nu de dramatische handelingen niet door de schrijvers van de liedjes maar door anderen zijn gecreëerd, niet onder het grootrecht regime kunnen vallen.

Het plot van de musical Mamma Mia! is ontleend aan de films Buena Sera, Mrs Campbell uit 1968 en Stealing Beauty uit 1996 en verschilt in haar uitwerking te weinig van deze films om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen.

3.3 Voor wat betreft de door Littelstar gestelde merkinbreuk stelt Wigt dat deze in de onderhavige procedure moet worden beoordeeld naar het moment van de vermeende inbreuk, in december 2002. Op dat moment kwam Littestar noch uit hoofde van de Benelux registratie, die in december 2002 nog op naam van Joop van den Ende Theaterproducties B.V. stond, noch uit hoofde van het Europese merk, dat zich ten tijde van het kort geding, en volgens Littlestar nog steeds, in de aanvraagfase bevond, een beroep toe op merkrechten op het merk MAMMA MIA!. Subsidiair voert Wigt in dit verband aan dat een titel van een musical geen merk in de zin van artikel 1 BMW kan zijn. Voor zover de rechtbank meent dat sprake is van merkgebruik als gevolg van merchandising, geldt volgens Wigt dat het merk MAMMA MIA! niet overeenstemt met de titel MAMMA MIA – COME TOGETHER, dat Wigt het teken MAMMA MIA – COME TOGETHER niet als merk gebruikt zodat een beroep op artikel 13A lid 1 sub b BMW niet opgaat en dat het gebruik van de titel MAMMA MIA – COME TOGETHER geen afbreuk heeft gedaan en ook geen afbreuk kan hebben gedaan aan het onderscheidend vermogen en de reputatie in de zin van artikel 13 A lid 1 sub d BMW van het destijds nog “papieren” merk Mamma Mia! Tot slot bestrijdt Wigt dat de titel MAMMA (MIA) - COME TOGETHER op verwarringwekkende wijze overeenstemt met de titel MAMMA MIA!.

3.4 Wigt betwist dat zij onrechtmatig heeft gehandeld jegens Littlestar door nabootsing van het debiet van Littelstar dan wel door daarvan te profiteren. Voor zover er sprake is van profiteren, is er slechts sprake van profiteren van het idee dat mede ten grondslag ligt aan de musical Mamma Mia!, het schrijven van een musical met gebruik van liedjes van een bekende popgroep. Een idee komt op grond van artikel 6:162 BW niet voor bescherming in aanmerking. In dit verband merkt Wigt op dat Mamma Mia – Come Together slechts zes ABBA-liedjes bevat die overeenstemmen met liedjes die in de musical Mamma Mia! worden gebruikt en dat Gerhartz al ruim voordat de musical Mamma Mia! enige bekendheid verwierf in het buitenland het idee had opgevat om ABBA-liedjes en Beatles liedjes in één productie te combineren. Bovendien is het profiteren van het succes van Mamma Mia! niet onrechtmatig, aldus Wigt. Voorts voert Wigt aan dat Littlestar geen schade zou hebben geleden door de uitvoering van de productie Mamma Mia – Come Together, omdat de musical Mamma Mia – Come Together een andere markt benaderde dan de musical Mamma Mia! Voor zover de seizoensbrochure 2002/2003 van de schouwburg Venray al misleidend zou zijn in de zin van artikel 6:194 BW zou dit hoogstens een verbod en zonodig een rectificatie van die mededelingen rechtvaardigen doch geen verbod van de musical, aldus Wigt.

3.5 Voor het geval de rechtbank Littlestar (deels) in het gelijk stelt en een verbod uitspreekt voert Wigt aan dat een eventueel verbod niet te ruim geformuleerd moet zijn, meer in het bijzonder dat een eventueel verbod beperkt moet worden tot de productie Mamma Mia – Come Together van december 2002, en dat een oordeel van de rechtbank geen toekomstige producties die nog niet in Nederland spelen, en waarvan de rechtbank geen kennis heeft kunnen nemen, meer in het bijzonder de productie Mamma - Come Together, moet omvatten. In dit verband voert Wigt aan dat Littlestar, door zich in Duitsland neer te leggen bij het oordeel van de rechtbank inzake de toelaatbaarheid van de productie Mamma – Come Together, haar rechten heeft verwerkt om in Nederland op te komen tegen deze productie.

Een gebod tot vernietiging van publiciteitsmateriaal kan niet worden toegewezen, aldus Wigt. Voor zover er publiciteitsmateriaal voorhanden is, geldt dat de producties van Gerhartz in het buitenland wel rechtmatig worden opgevoerd en dat daarom kan worden volstaan met een verbod tot publiciteit.

Van buitengerechtelijke kosten is geen sprake omdat Littlestar in december 2002 nagenoeg direct een kort geding heeft geëntameerd.

In reconventie

4. De vordering

4.1 Wigt vordert in reconventie dat de rechtbank Littlestar veroordeelt tot betaling van schadevergoeding te vermeerderen met wettelijke rente, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en dat de rechtbank Littlestar veroordeelt in de kosten van deze procedure.

4.2 Wigt legt aan haar eis het volgende ten grondslag. Indien de rechtbank oordeelt dat het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem en door het Hof Arnhem ten onrechte gegeven gebod de musical Mamma Mia – Come Together! te staken en gestaakt te houden ten onrechte is gegeven, is Littlestar aansprakelijk voor de schade die Wigt ten gevolge van dit gebod heeft geleden. Deze schade bestaat uit de volgende componenten: (i) inkomsten van de voorstellingen van 19 en 21 december 2002; (ii) schade als gevolg van zeer late annulering van die voorstellingen; (iii) gemiste inkomsten ten aanzien van te plannen voorstellingen in 2004; (iv) kosten juridische bijstand mede in het kader van door Littlestar aangekondigde executiemaatregelen en (v) reputatieschade.

5. Het verweer

5.1 Littlestar bestrijdt de reconventionele vordering van Wigt en voert daartoe aan dat zij niet aansprakelijk is voor het doen staken van de musical Mamma Mia – Come Together omdat het door het Hof Arnhem gegeven gebod in kracht van gewijsde is gegaan. Bovendien betwist Littlestar dat Wigt schade heeft geleden. Wigt heeft de schade niet aannemelijk gemaakt en heeft de schade over zichzelf afgeroepen, aldus Littlestar.

6. Beoordeling in conventie en in reconventie

6.1 In de omstandigheid dat de aan de conventie en reconventie ten grondslag liggende feiten met elkaar verweven zijn en de reconventionele vordering voor een belangrijk deel in het verlengde ligt van de conventionele vordering, ziet de rechtbank aanleiding de conventie en de reconventie gelijktijdig te behandelen.

6.2 De rechtbank stelt voorop dat zij het onderhavige geschil beoordeelt aan de hand de (versies van de) musicals van Littlestar en Wigt als vastgelegd op de video-opnamen die door Littlestar op 22 maart 2004 bij de rechtbank zijn gedeponeerd en waarvan de inhoud door Wigt niet is betwist, welke video-opnamen de rechtbank integraal heeft bekeken. Als niet althans onvoldoende betwist staat tussen partijen vast dat de bij de rechtbank gedeponeerde opname van (de Duitstalige versie van) de musical van Wigt een opname van de musical Mamma Mia – Come Together is.

Auteursrecht

6.3 Voor wat betreft het grootrecht overweegt de rechtbank als volgt.

6.4 Tussen partijen staat vast dat op grond van artikel 30a Auteurswet 1912 (hierna: Auteurswet) onder grootrecht wordt verstaan het in het openbaar ten gehore brengen van muziekdramatische werken die gepaard gaan met een opvoering daarvan alsmede dat dit grootrecht niet valt onder het door Buma beheerde muziekauteursrecht, het kleinrecht. Verder staat tussen partijen vast dat de zusterorganisatie van Buma in Zweden, STIM, alleen kleinrecht beheert. Tot slot heeft Wigt niet respectievelijk niet gemotiveerd betwist dat Universal aan Littlestar een exclusieve licentie heeft verleend voor het gebruik in een musical van de muziek en de teksten van de door Benny Anderson en Björn Ulvaeus gemaakte ABBA-liedjes en dat Universal als rechthebbende bevoegd was deze licentie te verlenen voor wat betreft het grootrecht op deze muziek en teksten.

6.5 Partijen twisten over de afbakening tussen grootrecht en kleinrecht, onder andere twisten zij over de vraag of een muziekstuk dat oorspronkelijk is geschreven als kleinrecht, zoals een muziekwerk van ABBA, onder grootrecht kan gaan vallen. Met Littlestar is de rechtbank van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. Indien een oorspronkelijk kleinrecht muziekwerk is opgenomen in een muziekdramatisch werk, in die zin dat het een integrerend onderdeel van dit muziekdramatisch werk is gaan uitmaken, valt het – voor zover het ten gehore wordt gebracht in het kader van de vertoning van dit muziekdramatische werk – onder het grootrecht waarop de uitzondering van artikel 30a lid 3 Auteurswet betrekking heeft. De muziek vormt een integrerend onderdeel van het gehele werk indien de plaats van de muziek niet willekeurig is en mede wordt bepaald door de dramatische handeling. Dat de Nederlandse praktijk er van uit ging dat de oorspronkelijke aard van een werk bepalend was voor de vraag of een werk groot recht kon worden, zoals het Rapport van de Studiecommissie groot recht – klein recht (hierna: het Rapport) stelt, doet hier niet aan af. In het Rapport staat dat men in Nederland alleen stond in die opvatting alsmede dat in het geval van muziekdramatische werken exploitatie door de auteursrechthebbenden zelf de voorkeur verdient boven exploitatie door een belangenorganisatie zoals Buma. Bovendien staan noch de tekst noch de parlementaire geschiedenis van artikel 30a Auteurswet in de weg aan conclusie dat kleinrecht grootrecht kan worden. Anders dan Wigt aanvoert, verkrijgt de rechthebbende op een muziekwerk dat van kleinrecht grootrecht wordt niet méér rechten dan hem toekomt. Er is immers een nieuw muziekdramatisch werk ontstaan, waarvan de rechthebbende(n) met betrekking tot het muziekwerk tezamen met de andere makers van het muziekdramatische werk rechthebbenden zijn. Voorts beheert Buma, anders dan Wigt veronderstelt, het gebruik van muziek in theatervoorstellingen voor zover het om kleinrecht gaat. Niet ieder gebruik van een muziekwerk in een theaterproductie valt immers onder het grootrecht.

6.6 In de musical Mamma Mia – Come Together, waarvan video-opnamen in het geding zijn gebracht, vormen de daarin gebruikte ABBA-liedjes, op twee uitzonderingen na, een integrerend onderdeel van het gehele werk. De plaats van deze liedjes is immers niet willekeurig en wordt bepaald door de dramatische handeling en/of tekstuele verwijzingen; voor deze liedjes geldt dat zij op toepasselijke momenten in het verhaal zijn opgenomen en/of dat zij door verwijzingen in de tekst integraal met de tekst zijn verbonden. Alleen de liedjes Super Trouper en Voulez Vous vormen geen integrerend onderdeel van de tekst, omdat zij zouden kunnen worden vervangen door andere liedjes zonder aan de voorstelling af te doen. Met de musical Mamma Mia – Come Together maakt Wigt dus inbreuk op het grootrecht op de daarin gebruikte ABBA-liedjes, met uitzondering van de liedjes Super Trouper en Voulez Vous.

6.7 Anders dan Wigt aanvoert, behoeft de ontvankelijkheid van Littlestar voor haar grondslag en vordering ten aanzien van het grootrecht niet te worden beoordeeld naar de volmacht van 10 december 2002. Het stond Littlestar vrij zich in de bodemprocedure te beroepen op een andere, uitgebreidere, volmacht dan die welke zij in de kortgeding procedure had overgelegd. Noch de tekst noch de strekking van de volmacht van 10 december 2002 noch die van de volmacht van 6 juni 2003 staan hieraan in de weg. Voorts zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken waaruit zou volgen dat het Littlestar zich uitsluitend zou mogen baseren op de volmacht van 10 december 2002.

6.8 In de volmacht van 6 juni 2003 heeft Universal Littlestar alleen gevolmachtigd in eigen naam in rechte op te treden tot het verkrijgen van een verbod tot “(theatrical) stage performance” van muziekwerken en verklaart Universal niet meer dan dat zij exclusief rechthebbende is op de grootrechten op de muziekwerken. Anders dan Wigt aanvoert wordt in de volmacht van 6 juni 2003 de uitvoering van kleinrecht werken op toneel dus niet achter gehouden en worden Buma en STIM dus niet van dit rechtenbeheer uitgesloten. De rechtbank verwerpt daarom het verweer van Wigt met betrekking tot de geldigheid en de inhoud van de volmacht van 6 juni 2003.

6.9 De vraag of Buma al of niet toestemming heeft gegeven aan Wigt voor het ten gehore doen brengen van ABBA-liedjes kan in het licht van dit alles in het midden blijven.

6.10 Voor wat betreft de gestelde inbreuken op de auteursrechten op het plot en het script van de musical Mamma Mia! overweegt de rechtbank als volgt.

6.11 De kenmerkende elementen uit het plot van Mamma Mia! zijn de volgende: een alleenstaande moeder, die vroeger zangeres was in een band, voedt haar dochter op, op een eiland in de Middellandse Zee; de dochter is ongeveer twintig jaar oud en weet niet wie haar vader is; de dochter weet wel dat haar moeder verschillende minnaars heeft gehad en dat één van de minnaars haar vader kan zijn; de dochter nodigt zonder medeweten van haar moeder deze minnaars uit met de bedoeling erachter te komen wie haar vader is. Wigt heeft gemotiveerd betwist dat het plot van de musical Mamma Mia! voldoende origineel is om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen, in welk verband Wigt heeft aangevoerd dat de films Stealing Beauty en Buena Sera Mrs. Campbell een vergelijkbaar plot hebben. Aan Littlestar moet worden nagegeven dat het plot van Mamma Mia! en de uitwerking daarvan op een aantal punten verschillen van de plots en de uitwerkingen daarvan in Stealing Beauty en Buena Sera Mrs. Campbell voor zover een en ander in dit geding is komen vast te staan. Al met al zijn in de plot van Mamma Mia! en in de uitwerking daarvan evenwel onvoldoende nieuwe elementen toegevoegd aan de reeds uit genoemde films bekende elementen om het plot van de musical Mamma Mia! of de uitwerking daarvan een eigen oorspronkelijk karakter en het persoonlijk stempel van de maker toe te kennen, zodat de rechtbank er vanuit gaat dat het plot noch de uitwerking daarvan voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Dat de Engelse producente van Mamma Mia!, Judy Sara Jarman Cremer, en de schrijfster van het (Engelstalige) script van Mamma Mia!, Catherine Johnson, hebben verklaard dat hun scheppingen een resultaat zijn van persoonlijke keuzes doet hier niet aan af. Ook persoonlijke keuzes kunnen immers zijn ingegeven door eerder bekende elementen. Aan een vergelijking van het plot van de musical Mamma Mia! met dat van de musical van Wigt komt de rechtbank niet toe.

6.12 Wigt heeft niet gemotiveerd betwist dat het script van Mamma Mia! auteursrechtelijk beschermd is en dat Littlestar rechthebbende is op deze auteursrechten. Echter, noch in de musical Mamma Mia – Come Together noch in het door Littlstar in het geding gebrachte Duitstalige script van deze musical zijn auteursrechtelijk beschermde trekken van het script van de musical Mamma Mia! overgenomen. Noch de musical van Wigt noch het Duitstalige script maken dan ook inbreuk op de auteursrechten op het script van Littlestar.

6.13 Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat het gevorderde sub I en II toewijsbaar is met dien verstande dat de verklaring voor recht beperkt zal zijn tot de musical Mamma Mia – Come Together, dat de liedjes Super Trouper en Voulez Vous als gebruikt in deze musical niet begrepen zijn in de verklaring voor recht en dat het gebod tot annuleren van eventueel geplande uitvoeringen en/of openbaarmakingen zal worden afgewezen nu het belang bij dit deel van de vordering onvoldoende is komen vast te staan. Naar aanleiding van het verweer van Wigt dat een eventueel verbod geen toekomstige producties van Wigt mag omvatten die nog niet in Nederland spelen en waarvan de rechtbank geen kennis heeft kunnen nemen, merkt de rechtbank op dat iedere inbreuk op het grootrecht op de ABBA-liedjes onder het gebod valt. Of een toekomstige productie van Wigt onder het gebod valt zal dus afhangen van de inhoud van een dergelijke toekomstige productie. Hiermee is het belang van Littlestar bij haar vorderingen gegeven. Dat Littlestar in Duitsland geen juridische stappen meer neemt, leidt er anders dan Wigt stelt niet toe dat Littelstar haar recht om in Nederland tegen Wigt op te treden heeft verwerkt. Enkel stilzitten leidt immers niet tot rechtsverwerking. Uit hetgeen hierboven is overwogen volgt dat het gevorderde sub III en sub IV zal worden afgewezen.

Merkrecht

6.14 Indien en voor zover Littlestar haar vorderingen mede baseert op het onder 1 c genoemde Europese gemeenschapsmerk MAMMA MIA! is de rechtbank onbevoegd van deze vorderingen kennis te nemen. De rechtbank in Amsterdam is immers geen rechtbank voor het gemeenschapsmerk in de zin van artikel 91 van verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk. In het hiernavolgende laat de rechtbank deze Europese aanvrage daarom buiten beschouwing.

6.15 Aangezien de vorderingen welke gegrond zijn op de onder 1 c genoemde Benelux registratie van het merk MAMMA MIA! mede betrekking hebben op het arrondissement Amsterdam acht de rechtbank zich op grond van artikel 37A BMW bevoegd van deze vorderingen kennis te nemen.

6.16 Anders dan Wigt, is de rechtbank van oordeel dat de gestelde merkinbreuk en de daaraan ten grondslag gelegde merkrechten in beginsel moeten worden beoordeeld naar de stand van zaken zoals die in de onderhavige procedure is komen vast te staan en niet naar de situatie ten tijde van de kortgeding procedure. De aard van de kortgeding procedure, welke slechts kan uitmonden in een voorlopige voorziening die geen nadeel kan toebrengen aan het bodemgeschil, in welk bodemgeschil Littlestar onder andere een gebod voor de toekomst vraagt, brengt dit met zich mee. Er zijn bovendien geen omstandigheden gesteld of gebleken waaruit zou volgen dat Littlestar zich voor wat betreft de merkinbreuk uitsluitend zou mogen baseren op de situatie zoals die gold in december 2002.

6.17 In reactie op het verweer van Wigt dat de titel MAMMA MIA! van de musical geen geldig merk in de zin van artikel 1 BMW kan zijn, heeft Littlestar betoogd dat de titel MAMMA MIA!, anders dan titels van individuele boeken en films, op vergelijkbare wijze als titels van bij voorbeeld boekenseries, kan dienen om waren of diensten van een onderneming te onderscheiden en daarom een herkomst- en onderscheidingsfunctie vervult. De rechtbank stelt voorop dat, gelijk partijen ook veronderstellen, de wezenlijke functie van het merk gelegen is in de herkomstgarantie: aan de consument of de eindverbruiker dient de identiteit van de oorsprong van de gemerkte waren of diensten te worden gewaarborgd, zodat hij deze van waren of diensten van andere herkomst kan onderscheiden zonder gevaar voor verwarring. Met andere woorden: het merk dient de waarborg te bieden dat alle van dat merk voorziene waren of diensten zijn vervaardigd of verricht onder controle van een en dezelfde onderneming die kan worden geacht voor de kwaliteit ervan in te staan. Met Wigt is de rechtbank van oordeel dat het publiek de titel MAMMA MIA! als aanduiding voor de musical Mamm Mia! uitsluitend zal opvatten als een verwijzing naar die musical en geen verband zal leggen met Littlestar. Anders dan bij voorbeeld de vermelding van de producent van de musical in de aankondiging, is de titel van de musical niet geschikt om de identiteit van de herkomst van de musical en de kwaliteit daarvan te kunnen waarborgen. De rechtbank acht hierbij mede van belang dat er onder de titel MAMA MIA! sprake is van één musical en niet van een serie musicals, zodat de titel MAMMA MIA! niet als verzamelbegrip voor producten van een bepaald soort wordt gebruikt alsmede dat de titel MAMMA MIA! al voordat deze voor de musical werd gebruikt bekendheid genoot als titel van een ABBA-liedje, zodat het publiek de titel MAMMA MIA! ook voor zover deze als aanduiding van de musical wordt gebruikt veeleer met ABBA dan met Littlestar zal associëren. De titel Mamma Mia! is daarom voor zover deze wordt gebruikt voor de musical geen geldig merk in de zin van artikel 1 BMW.

6.18 Littlestar heeft voorts aangevoerd dat zij de aanduiding MAMMA MIA! vanaf april 2003 gebruikt voor diverse merchandising activiteiten en artikelen, hetgeen Wigt niet gemotiveerd heeft betwist. Voor zover het publiek de aanduiding MAMMA MIA! voor deze activiteiten en op deze artikelen zal opvatten als een verwijzing naar de herkomst van deze activiteiten en artikelen (of dit het geval is hangt af van de wijze waarop Littlestar de aanduiding MAMMA MIA! gebruikt, waaromtrent in dit geding onvoldoende is komen vast te staan), geldt het volgende. Aangezien gesteld noch geleken is dat Wigt de tekens MAMMA MIA – COME TOGETHER en/of MAMMA – COME TOGETHER anders gebruikt dan in aankondigingen van de musical van Wigt, dient de gestelde merkinbreuk te worden beoordeeld aan de hand van artikel 13 A lid 1 sub d BMW. De rechtbank is van oordeel dat Littlestar onvoldoende heeft onderbouwd waarom het gebruik van de titel MAMMA MIA – COME TOGETHER of MAMMA – COME TOGETHER voor de musical van Wigt afbreuk doet aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk MAMMA MIA!. Dat de musical Mamma Mia – Come Together een aantal seksueel getinte verwijzingen bevat acht de rechtbank onvoldoende voor het aannemen van afbreuk aan de reputatie van het merk MAMA MIA! aangezien deze seksueel getinte verwijzingen in de musical Mamma Mia – Come Together als geheel van min of meer ondergeschikte betekenis zijn en derhalve door het publiek niet zullen worden opgevat als een kenmerkend element van die musical. Voorts is onvoldoende onderbouwd waaruit het trekken van ongerechtvaardigd voordeel van het merk MAMA MIA! zou (moeten) bestaan. In dit verband brengt de rechtbank in herinnering dat bij de toetsing aan de criteria van artikel 13 A lid 1 sub d BMW uitsluitend het merk MAMMA MIA! voor merchandising activiteiten en artikelen kan worden betrokken. Voor wat betreft dit merk heeft Littelstar niet nader onderbouwd dat het een grote bekendheid geniet noch dat Littlestar aanzienlijke inspanningen en investeringen ten behoeve van het bekendmaken van dit merk heeft verricht. Het eventueel trekken van ongerechtvaardigd voordeel uit de musical MAMMA MIA!, het scheppen van verwarring met die musical of het afbreuk doen aan de reputatie daarvan door het uitvoeren van een musical van inferieure kwaliteit moeten in dit verband buiten beschouwing blijven nu MAMMA MIA! als titel van die musical geen geldig merk is.

6.19 In het midden kan blijven of sprake is van overeenstemming tussen het merk MAMMA MIA! en de tekens MAMMA MIA – COME TOGETHER en/of MAMMA – COME TOGETHER van Wigt.

6.20 Tot slot heeft Littlestar in dit verband een beroep gedaan op artikel 6:162 BW. De titel MAMMA MIA – COME TOGETHER stemt op verwarringwekkende wijze overeen met de titel MAMMA MIA! en het gebruik daarvan door Wigt is daarom onrechtmatig. Deze verwarring is gebleken in de brochure van Schouwburg Venray, waarin de musical van Wigt is aangekondigd als Mama Mia, aldus Littlestar. Gezien de bekendheid van het ABBA-liedje Mamma Mia acht de rechtbank het enkele gebruik van de aanduidingen MAMMA MIA – COME TOGETHER of van de titel MAMMA – COME TOGETHER, los van de overige omstandigheden, niet verwarrend en derhalve niet onrechtmatig. Dit laat onverlet dat het gebruik van deze titels in samenhang met andere omstandigheden onrechtmatig kan zijn. Hierop gaat de rechtbank hieronder nader in.

6.21 Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat het gevorderde sub V en sub VI zal worden afgewezen.

Onrechtmatig handelen

6.22 Het enkel aanhaken aan bekendheid van de originele songs en de musical Mamma Mia! is niet onrechtmatig. Voor onrechtmatigheid zijn bijkomende omstandigheden vereist, zoals het nodeloos veroorzaken van verwarring bij het publiek. De rechtbank is van oordeel dat met de musical Mamma Mia – Come Together is aangehaakt bij de bekendheid van de musical Mamma Mia! en dat dit aanhaken door de wijze waarop en de omstandigheden waaronder dit is gebeurd jegens Littlestar onrechtmatig is geweest. Vooropgesteld zij dat tussen partijen vast staat dat de musical Mamma Mia! van oudere datum is dan de musical van Wigt. Dat Gerhartz ruim voordat Mamma Mia! bekendheid verwierf in het buitenland, het idee had opgevat om ABBA en The Beatles in één productie te combineren, zoals Wigt aanvoert, doet hier niet aan af, nu uit de verklaring van Gerhartz waar Wigt in dit verband naar verwijst volgt dat Gerhartz dit idee omstreeks eind 2000 moet hebben opgevat. Vervolgens heeft men bij de uitwerking van het idee om ABBA-liedjes in een musical te verwerken op verschillende manieren aangehaakt bij de uitwerking van dit idee door Littlestar. Men heeft immers gekozen voor een plot dat op veel punten overeenstemt met het plot van Mama Mia!, voor een titel waarin de woorden Mamma Mia zijn verwerkt en voor een setting en kostumering welke gelijken op die van de musical Mamma Mia! De combinatie van al deze factoren leidt ertoe dat bij het publiek dat de musical van Wigt bekijkt verwarring kan ontstaan tussen de musical van Wigt en de musical Mamma Mia! Ook bij het publiek dat wordt geconfronteerd met aankondigingen waarin de musical Mamma Mia – Come Together wordt beschreven kan verwarring ontstaan tussen de musical Mamma Mia – Come Together en de musical Mamma Mia! Dit verwarringsgevaar wordt geïllustreerd door de aankondiging in de brochure van Schouwburg Venray. Aangezien men op genoemde punten evengoed een andere weg had kunnen inslaan heeft men niet datgene gedaan wat redelijkerwijs mogelijk en nodig was geweest om te voorkomen dat door de gelijkenissen de kans op verwarring zou ontstaan of vergroot zou worden. Noch het feit dat in de musical van Wigt ook liedjes van de Beatles worden gebruikt en dat dit in de titel van de musical naar voren komt door de toevoeging Come Together noch het feit dat in de musical van Wigt niet meer dan zes ABBA-liedjes worden gebruikt die ook worden gebruikt in de musical Mamma Mia! doet af aan het door genoemde factoren gecreëerde verwarringsgevaar. Een en ander leidt tot de conclusie dat aankondigingen waarin de musical van Wigt wordt beschreven misleidend zijn ten aanzien van de herkomst van de musical in de zin van artikel 6:194 BW en dat op- en uitvoeringen van de musical van Wigt onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW. De onrechtmatigheid van het scheppen van deze verwarring wordt nog vergroot door de seksueel getinte verwijzingen in de musical Mamma Mia - Come Together. Wigt is als organisator en tourneeplanner van deze musical in Nederland aansprakelijk voor de onrechtmatigheid van aankondigingen, op- en uitvoeringen daarvan in Nederland en deze onrechtmatigheid is aan haar als professionele organisator toerekenbaar in de zin van artikel 6:162 BW.

6.23 Voor eventueel misleidende uitingen van derden, zoals die in de programmabrochure van Schouwburg Venray en de aankondiging van het Nederlands Congres Centrum, kan Wigt niet aansprakelijk worden gehouden nu geen feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit volgt dat Wigt teksten of ander materiaal ten behoeve van die uitingen heeft aangeleverd, daaraan heeft meegewerkt of daaraan zijn goedkeuring heeft verleend.

6.24 Met betrekking tot het verweer van Wigt dat Littlestar geen schade heeft geleden van het voornemen van Wigt om de musical Mamma Mia – Come Together op te voeren en dat Littlestar ook geen schade zou hebben ondervonden van de uitvoering van Mamma Mia – Come Together overweegt de rechtbank als volgt. De schade vloeit in een geval als het onderhavige reeds voort uit de aard van de zaak. Tengevolge van de verwarring die tussen beide musicals te duchten is zou de musical Mamma Mia! immers nadeel kunnen ondervinden van eventuele negatieve publiciteit of negatieve ervaringen van het publiek rond Mamma Mia – Come Together. Bovendien richten beide musicals zich door hun gelijkenissen op hetzelfde publiek. Noch het feit dat de musical Mamma Mia – Come Together zou worden opgevoerd vóórdat de musical Mamma Mia! in 2003 in Nederland in première ging noch het feit dat de musical Mamma Mia – Come Together in een ander deel van het land en in een andere taal zou worden opgevoerd doet aan dit alles iets af. Potentiële bezoekers van de musical Mamma Mia! zouden immers, ondanks deze omstandigheden, door een eigen bezoek aan of de slechte reputatie van de musical Mamma Mia – Come Together kunnen worden weerhouden van het bezoeken van de musical Mamma Mia!

6.25 Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat het gevorderde sub VII toewijsbaar is met dien verstande dat de verklaring voor recht zal worden beperkt tot de aankondiging van de musical Mamma Mia – Come Together. Het gevorderde sub VIII is toewijsbaar met dien verstande dat het gebod tot het staken van aankondigingen, op- en uitvoeringen beperkt zal zijn tot de musical Mamma Mia – Come Together en dat het gebod tot afzeggen van eventueel geplande op- en uitvoeringen en het gebod tot het zich onthouden van het op onrechtmatige wijze nabootsen van door Littelstar vervaardigd promotiemateriaal zal worden afgewezen nu het belang bij dit deel van de vordering onvoldoende is komen vast te staan. Naar aanleiding van het verweer van Wigt dat een eventueel verbod geen toekomstige producties van Wigt mag omvatten die nog niet in Nederland spelen en waarvan de rechtbank geen kennis heeft kunnen nemen, merkt de rechtbank op dat het algemene gebod zich te onthouden van het op onrechtmatige wijze nabootsen van de musical Mamma Mia! zal worden toegewezen. Gezien de problemen die tussen partijen zijn ontstaan omtrent andere geplande producties van Wigt is het belang van Littlestar bij dit deel van het gevorderde immers voldoende komen vast te staan. Of een toekomstige productie van Wigt onder het gebod valt zal dus – evenals het geval is bij het grootrecht - afhangen van de inhoud van een dergelijke toekomstige productie. Hierbij dient tot uitgangspunt te worden genomen dat het gebod is beperkt tot handelingen waarvan in ernst niet kan worden betwijfeld dat zij, gelet op de gronden waarop het gebod is gegeven, daaronder begrepen zijn. Ook hier geldt dat het feit dat Littlestar in Duitsland geen juridische stappen meer neemt er niet toe leidt dat Littelstar haar recht om in Nederland tegen Wigt op te treden heeft verwerkt.

6.26 Het gevorderde sub IX en sub X zal worden afgewezen. Voor zover het belang van Littlestar bij deze vorderingen is komen vast te staan, valt niet in te zien wat dit deel van het gevorderde toevoegt aan het sub VIII gevorderde.

6.27 De rechtbank zal de sub XI gevorderde dwangsom toewijzen met dien verstande dat deze € 50.000 zal bedragen voor iedere dag of gedeelte van een dag dat één of meer overtredingen voortduren en dat de rechtbank de dwangsom zal maximeren op € 1.000.000,-.

6.28 Littlestar vordert een bedrag aan buitengerechtelijke (in-casso)kosten. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat het moet gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schik-kingsvoor-stel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Littlestar stelt wel dat de gevorderde kosten zijn gemaakt, maar laat na een omschrijving van de verrichtingen te geven. De rechtbank gaat dan ook ervan uit dat vóór de aanvang van het geding geen andere of meer kosten zijn gemaakt dan die welke ter voorbereiding van een geding in het algemeen rede-lijk en noodzakelijk zijn. Voor dergelijke kosten pleegt het bepaalde in de artikelen 237 tot en met 240 van het Wetboek van Burger-lijke Rechtsvordering al een vergoeding in te sluiten. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van buitengerech-telijke kosten daarom afwijzen.

6.29 Voor toewijzing van de vordering in reconventie is noodzakelijk dat in de onderhavige procedure komt vast te staan dat het door de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem en door het Hof Arnhem ten onrechte gegeven gebod de musical Mamma Mia – Come Together! te staken en gestaakt te houden ten onrechte is gegeven. Aangezien dit niet is komen vast te staan zal de vordering in reconventie worden afgewezen.

6.30 Wigt zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in conventie en in reconventie.

BESLISSING

De rechtbank:

in conventie

I. verklaart voor recht dat de musical als vastgelegd op de video-opname die door Littlestar op 22 maart 2004 bij de rechtbank is gedeponeerd, hierna: de musical Mamma Mia – Come Together, inbreuk maakt op het grootrecht met betrekking tot de muziek en songteksten van de in die musical ABBA-liedjes, waarvan Universal Music Publishing International Limited rechthebbende is, met uitzondering van Super Trouper en Voulez Vous;

II. gebiedt Wigt onmiddellijk na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op het grootrecht met betrekking tot de muziek en songteksten van de ABBA-liedjes waarvan Universal Music Publishing International Limited rechthebbende is, waaronder begrepen de openbaarmaking en/of verveelvoudiging van de muziek en/of de songteksten van de ABBA-liedjes in een muziekdramatisch werk, waaronder mede begrepen in de musical Mamma Mia – Come Together, te staken en gestaakt te houden;

III. verklaart voor recht dat Wigt jegens Littlestar onrechtmatig heeft gehandeld door de aankondiging van de musical Mamma Mia – Come Together;

IV. gebiedt Wigt met onmiddellijke ingang na betekening van het te dezen te wijzen vonnis de aankondiging, op- en uitvoering(en) van de musical Mamma Mia – Come Together te staken en gestaakt te houden en zich te onthouden van het op onrechtmatige wijze nabootsen van de musical Mamma Mia! van Littlestar;

V. gebiedt Wigt bij het niet of niet volledig nakomen van de onder tot en met genoemde ge- en verboden, aan Littlestar een dwangsom te betalen van € 50.000 (zegge: vijftigduizend euro) voor iedere dag of gedeelte van een dag dat één of meer overtredingen voortdu(u)r(t)en, met een maximum van € 1.000.000,-.;

VI. veroordeelt Wigt in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Littlestar begroot op € 273,20 aan verschotten en € 1.808,- aan salaris procureur;

VII. verklaart de onder II en IV t/m VI gegeven beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;

VIII. wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

I wijst het gevorderde af;

II veroordeelt Wigt in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Littlestar begroot op € 452,- aan salaris procureur;

Gewezen door mrs. G.H. Marcus, Q.R.M. Falger en P.M. Wamsteker, leden van ge-noem-de kamer, en uitgesproken ter openbare te-recht-zitting van 6 juli 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.