Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2005:AU0586

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-07-2005
Datum publicatie
05-08-2005
Zaaknummer
239426
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

benoeming deskundige in RSI-zaak. vragen aan benoemde deskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

H.02.0562 / 239426

(AV)

vonnis 20 juli 2005

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

EERSTE ENKELVOUDIGE CIVIELE KAMER

VONNIS

i n d e z a a k v a n :

A,

wonende te ( woonplaats ),

e i s e r e s,

procureur mr. F.L. Joosten,

t e g e n :

B,

zetelende te ( plaatsnaam ),

g e d a a g d e,

procureur mr. G.C. Endedijk.

Partijen worden hierna respectievelijk A en B genoemd.

HET VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE

In deze zaak is op 15 december 2004 een tussenvonnis gewezen, waarin partijen in de gele-genheid zijn gesteld zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan die deskundige voor te leggen vragen. Blijkens het proces-verbaal van de rolzitting is daarop op 9 februari 2005 akte niet dienen verleend aan A en heeft B op 9 maart 2005 een antwoordakte met één productie in het geding gebracht. Uit voornoemde antwoordakte blijkt dat B reageert op een akte van de zijde van A van 24 december 2003 -naar de rechtbank be-grijpt moet dit 24 december 2004 zijn- welke akte blijkens het proces-verbaal van de rolzit-ting niet in het geding is gebracht. Navraag door de griffier heeft er in geresulteerd dat ieder van partijen na onderling overleg, bij brief ingekomen ter griffie op 16 juni 2005, de akte van de zijde van A gedateerd op 24 december 2003 aan de rechtbank heeft gestuurd. De in de akte vermelde bijlagen zijn door geen van beide partijen meegestuurd. De aldus door beide partijen aan de rechtbank toegestuurde akte van A zonder bijlagen, wordt met hun instemming be-schouwd als onderdeel van het procesdossier. Partijen hebben vonnis gevraagd.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Blijkens voormelde aktes heeft B geen bezwaar tegen benoeming van de door A voor-gestelde deskundige, orthopedisch chirurg C. Dr. C heeft de rechtbank desgevraagd meegedeeld bereid te zijn om in deze zaak als deskundige op te treden, zodat de recht-bank tot zijn benoeming zal overgaan.

2. Ten aanzien van de vraagstelling hebben partijen geen overeenstemming bereikt, zodat de rechtbank deze zal vaststellen als hierna volgt.

3. De deskundige zal bij zijn onderzoek, gelet op hetgeen in rechtsoverweging 5 van het tussenvonnis is overwogen, uit moeten gaan van de werkzaamheden en de werkplek van A zoals omschreven in het rapport van de Arbo-dienst van augustus 1999. Voorzover de deskundige behoefte heeft aan de in de akte van A, gedateerd op 24 december 2003, vermelde bijlagen met medische informatie kan hij die stukken opvragen bij partijen. De rechtbank ziet vooralsnog geen aanleiding hiertoe over te gaan.

4. Zoals reeds is overwogen in rechtsoverweging 11 van het tussenvonnis zullen partijen in afwachting van de eindbeslissing ieder voor de helft een voorschot ter zake van de kos-ten van de deskundige aan de griffier van deze rechtbank dienen te betalen, welk voor-schot zal worden vastgesteld op het door de deskundige te bepalen bedrag, tenzij binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffier aan partijen, waarbij een kopie van de voorschotnota van de deskundige wordt doorgezonden, schriftelijk bezwaar te-gen het voorschot ter griffie is ingekomen. In laatstgenoemd geval zal de rechtbank na-der beslissen over de begroting van het voorschot.

5. De deskundige zal het onderzoek zelfstandig dienen te verrichten. Daarbij moet de des-kundige partijen in de gelegenheid stellen om opmerkingen te maken en verzoeken te doen. Uit het deskundigenbericht moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan. Tevens zal in het deskundigenbericht melding dienen te worden gemaakt van de inhoud van de opmerkingen en verzoeken van partijen. Indien een partij schriftelijk opmerkingen aan de deskundige doet toekomen, verstrekt deze partij daarvan terstond een afschrift aan de wederpartij.

6. De rechtbank is reeds thans van oordeel dat indien partijen na het uitbrengen van het deskundigenbericht nog een conclusie willen nemen, zulks met het oog op hoor en we-derhoor is geboden. De zaak zal in afwachting van het deskundigenbericht op de par-keerrol worden geplaatst. Het staat ie-der van partijen vrij de zaak van de parkeerrol op de rol te doen plaatsen voor con-clusie na deskundigenbericht indien het deskundigenbe-richt ge-reed is of indien voortprocederen anderszins gewenst is.

7. Partijen zijn verplicht mee te werken aan het onderzoek van de deskundige. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekkingen maken die hij geraden acht.

BESLISSING

De rechtbank:

- beveelt met betrekking tot het in rechtsoverweging 10 van het tussenvonnis van 15 de-cember 2004 behandelde geschilpunt een deskundigenonderzoek;

- bepaalt dat aan de hierna te noemen deskundige de volgende vragen zullen worden voorgelegd:

1. Tot welke bevindingen komt u bij anamnese, lichamelijk onderzoek en eventu-eel hulponderzoek?

2. Hoe is het verloop van de klachten bij betrokkene geweest, welke behandelin-gen zijn er ingesteld, en wat is het resultaat van deze behandelingen?

3. Wilt u bij uw antwoord op de vragen 1 en 2 aangeven welke gegevens u ont-leent aan het relaas van betrokkene en welke u ontleent aan onderzoek van de door u verkregen medische gegevens?

4. Wat is de diagnose op uw vakgebied? (zie tevens vraag 5)

5. Indien sprake is van klachten waarbij geen medisch objectiveerbare afwijkin-gen kunnen worden vastgesteld, kunt u dan gemotiveerd aangeven wat uw dif-ferentiaal diagnostische overwegingen zijn?

6. Kunt u aangeven of naar uw mening de werkomstandigheden van betrokkene in het ontstaan van de klachten en afwijkingen een rol hebben gespeeld, rekening houdend met de werkzaamheden en de werkplek van betrokkene zoals om-schreven in het rapport van de Arbo-dienst van augustus 1999? Kunt u daarbij gemotiveerd aangeven op welke grond u tot uw conclusie komt?

7. Indien u van mening bent dat de werkomstandigheden hebben bijgedragen aan het ontstaan van de thans op uw vakgebied bij betrokkene vastgestelde klachten en afwijkingen, wilt u dan gemotiveerd aangeven in welke mate dit het geval is?

8. Wilt u tevens gemotiveerd aangeven of, en zo ja, welke andere factoren naar uw mening aan de huidige klachten en afwijkingen hebben bijgedragen en in welke mate?

(Toelichting: Meestal zal het niet mogelijk zijn om met name de vragen 7. en 8. met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakge-bied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakge-bied op deze vragen kúnt zeggen.)

9. Welke huidige mate van functieverlies (impairment) kunt u vaststellen op uw vakgebied? Wilt u dit uitdrukken in een percentage volgens de richtlijnen van de American Medical Association (AMA-guides, laatste druk), aangevuld met eventuele richtlijnen van uw eigen beroepsvereniging?

10. Welke beperkingen ondervindt betrokkene naar uw mening in haar huidige toe-stand in het dagelijks leven, bij de vrijetijdsbesteding, bij het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden en bij het verrichten van loonvormende arbeid? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven en zo nodig toe-lichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?

11. Acht u de huidige toestand van betrokkene zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrij-ke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde klachten en afwijkingen?

12. Zo ja, welke verbetering dan wel verslechtering verwacht u?

13. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

14. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de mate van functieverlies (als bedoeld in vraag 9.) en de beper-kingen (als bedoeld in vraag 10.)

15. Acht u nader onderzoek door andere specialisten nog geïndiceerd en zo ja, welke?

16. Hebt u nog andere opmerkingen die voor de beslissing van het geschil van

belang kunnen zijn?

benoemt tot deskundige:

prof. C

- bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal verrichten en dat dit zal plaats-vinden op een door de deskundige te bepalen plaats en tijd;

- bepaalt dat partijen in afwachting van de eindbeslissing ieder voor de helft een voor-schot ter zake van de kosten van de deskundige aan de griffier van deze rechtbank die-nen te betalen, welk voorschot zal worden vastgesteld op het door de deskundige te be-palen bedrag, tenzij binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffier aan partijen, waarbij een kopie van de voorschotnota van de deskundige wordt doorgezon-den, schriftelijk bezwaar tegen het voorschot ter griffie is ingekomen;

- bepaalt dat de deskundige partijen in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat uit zijn schriftelijk bericht moet blijken of aan dit voor-schrift is voldaan en daarbij tevens melding zal worden gemaakt van de inhoud van de opmerkingen en verzoeken van partijen;

- bepaalt dat de partij die schriftelijke opmerkingen en verzoe-ken aan de deskundige doet toekomen daarvan terstond een afschrift aan de wederpartij verstrekt;

- bepaalt dat beide partijen vóór 17 augustus 2005 kopieën van de gedingstukken aan de deskundige zullen doen toekomen; kopieën van andere door de deskundige noodzakelijk geachte stukken zullen partijen zo spoedig mogelijk aan de deskundige doen toekomen;

- bepaalt dat het door de deskundige uit te brengen bericht uiterlijk op 19 oktober 2005 zal worden ingeleverd ter griffie van deze rechtbank;

- verwijst de zaak naar de parkeerrol van 4 april 2007, voor conclusie na deskundigenbe-richt; voor het eerst aan de zijde van A, daarna van B;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Gewezen door mr. C. Uriot, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terecht-zitting van 20 juli 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.