Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2005:AT9961

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-07-2005
Datum publicatie
25-07-2005
Zaaknummer
13.497.159-2005 en 13.497.088-2005
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overlevering aan Hongarije toegestaan.

Onrechtmatige aanhouding op basis van Interpolsignalering;

Beroep op flagrante schending van artikel 5 EVRM als bedoeld in artikel 11 OLW verworpen.

Verwijzing naar beschikking van 29 april 2005: verzoek opheffing/schorsing van de detentie afgewezen.

Als burger van de EU in de zin van artikel 18 EG-verdrag zou het OP vrijstaan in Nederland te verblijven. Beroep op artikel 12 EG-Verdrag (non-discriminatiegebod) verworpen. Verblijfsrecht OP onvoldoende onderbouwd. Hem komt ratione personae geen bescherming ex artikel 12 EG-Verdrag toe en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 6.5 OLW.

De feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd zijn alle in Hongarije gepleegd. Terugkeergarantie is ook om die reden niet aan de orde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

Internationale rechtshulp kamer

Parketnummer: 13.497.159-2005 en 13.497.088-2005

RK nummer: 05/1344 en 05/1396

BESLISSING

De raadkamer van deze rechtbank heeft kennis genomen van het op 1 juli 2005 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie uit hoofde van artikel 22, vierde lid, van de Overleveringswet (OLW)van:

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats op [geboortedatum] 1963,

verblijvend op het [adres],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring “Lelystad” te Lelystad.

De rechtbank heeft acht geslagen op het dossier, waaronder de stukken die op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon betrekking hebben.

Gelet op de behandeling in raadkamer op 5 juli 2005, waar zijn gehoord de officier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsman, mr. J. Pauw, advocaat te Amsterdam.

De raadsman van de opgeëiste persoon stelt zich op het standpunt dat de in artikel 22, derde lid OLW bedoelde, verlengde, termijn op 6 juli 2005 zal verlopen.

De officier van justitie verzet zich gemotiveerd tegen het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie en stelt zich op het standpunt dat de in artikel 22, derde lid, OLW bedoelde, verlengde, termijn niet eerder dan eind juli 2005 zal verstrijken.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op 5 april 2005 is de opgeëiste persoon aangehouden op basis van een Interpol signalering en op 6 april 2005 is hij in verzekering gesteld. Op 8 april 2005 is de voorlopige aanhouding omgezet in een definitieve aanhouding.

Bij beslissing van 20 april 2005 heeft de rechtbank overwogen dat, omdat artikel 15 OLW slechts voorlopige aanhouding toelaat op basis van signalering in het Schengen Informatie Systeem (SIS), zowel de aanhouding op 5 april 2005 als de daaropvolgende inverzekeringstelling en de omzetting in een definitieve aanhouding onrechtmatig zijn geweest. De termijn als bedoel in artikel 22, derde en vierde lid, is derhalve niet aangevangen. De overleveringsdetentie is dientengevolge opgeheven en de opgeëiste persoon is in vrijheid gesteld.

Op 25 april 2005 is de opgeëiste persoon aangehouden op basis van ten parkette van de officier van justitie ontvangen EAB’s, uitgevaardigd door justitiële autoriteiten van Hongarije, en op 27 april 2005 in verzekering gesteld. De rechtbank heeft op 29 april 2005 beslist dat deze nieuwe aanhouding rechtmatig is geweest.

De rechtbank is van oordeel dat de termijn, bedoeld in artikel 22, derde en vierde lid, OLW, is gaan lopen op de dag waarop de opgeëiste persoon rechtmatig werd aangehouden op de voet van artikel 21, eerste lid, OLW, derhalve op 25 april 2005. De termijn loopt derhalve eerst op 24 juli 2005 af.

Het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie wordt derhalve afgewezen.

BESLISSING:

Wijst af het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie van [opgeëiste persoon] voornoemd.

Deze beslissing is genomen op 5 juli 2005 door:

mr. E.D. Bonga-Sigmond, voorzitter,

mrs. B.M. Vroom-Cramer en J.L. Hillenius, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier.