Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2005:AT5076

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-05-2005
Datum publicatie
04-05-2005
Zaaknummer
311245/KG05-456SR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam wijst de vordering af van een hondenhandelaar tegen Tros Radar. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de Tros onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiser, maar dat zij inmiddels voldoende maatregelen heeft getroffen om eiser tegemoet te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

SR/EH

vonnis 4 mei 2005

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t n u m m e r s 311245 / KG 05-456 SR v a n:

1. de vennootschap onder firma [naam],

gevestigd te [woonplaats],

2. [eiser],

3. [eiseres],

beiden wonende te [woonplaats],

e i s e r s bij dagvaarding van 10 maart 2005,

procureur mr. A.A.M. Hesseling,

advocaat mr. W.J.Th. Bustin te Leeuwarden,

t e g e n :

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid TROS,

gevestigd te Hilversum,

g e d a a g d e ,

procureur mr. K. Gilhuis.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 19 april 2005 hebben eisers, verder in enkelvoud te noemen [eiser], na wijziging van eis overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte akte gesteld en gevorderd. Gedaagde, verder te noemen de Tros, heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. [eiser] drijft een onderneming genaamd het [naam] te [woonplaats]. Het bedrijf houdt, fokt en handelt in jonge honden.

b. Op 24 mei 2004 heeft het (televisie-) consumentenprogramma Tros Radar aandacht besteed aan de malafide hondenhandel. Op dezelfde dag heeft de Tros op de website van Tros Radar een aankondiging van dit programma gezet. Daarin stond onder meer:

“Aan de hand van circa 1.600 meldingen van gedupeerden, ruim een jaar geleden naar aanleiding van hetzelfde programma, heeft de Dierenbescherming de afgelopen tijd uitgebreid onderzoek naar deze handel verricht.”

c. Eveneens op 24 mei 2004 plaatste de Tros op de website van het programma Radar onder meer de volgende tekst:

“Een jaar geleden besteedde Radar aandacht aan de veel dierenleed veroorzakend malafide hondenhandel. (...)

Naar aanleiding van onze uitzending zijn de Dierenbescherming en de Radarredactie overspoeld met reacties van mensen met soortgelijke ervaringen. Op basis van al die reacties heeft de Dierenbescherming een top 5 samengesteld van de meest beruchte hondenhandelaren:

(...)

5. Dogs-R-Us, Ravels en [eiser], Oostermeer en [woonplaats].”

d. Blijkens een print van de betreffende pagina van de site van Tros Radar van 15 juni 2004 is de onder c genoemde tekst gewijzigd. De zinsnede “de meest beruchte hondenhandelaren” is vervangen door “de hondenhandelaren met de meeste klachten”.

Ook is op de pagina een alinea toegevoegd naar aanleiding van de reactie van [eiser]. Deze luidt:

“Naar aanleiding van de door de Dierenbescherming samengestelde top 5 wendde zich tot ons de heer [eiser], die met zijn bedrijf op een gedeelde vijfde plaats staat. Het bedrijf verkoopt naar eigen zeggen 800 tot 1000 puppies per jaar. Bij de Dierenbescherming zijn 21 klachten over dit bedrijf binnen gekomen waarvan tenminste 12 stuks in de laatste periode 2000-2002. De klachten variëren volgens de klagers onder andere van schurft, oormijt en wormen tot darmstoornissen en heupdysplasie. De heer [eiser] geeft aan dat er de mogelijkheid is voor een vergoeding als de hond niet gezond is. Dit op voorwaarde dat dit onderbouwd wordt door een verklaring van een dierenarts, hetgeen de klagers zouden hebben nagelaten.”

e. In juni 2004 heeft de Dierenbescherming een “Zwartboek malafide hondenhandel 2004” gepubliceerd.

f. Bij brief van 22 juni 2004 heeft [eiser] bij de Raad voor de Journalistiek een klacht ingediend tegen de redactie van Tros Radar. De klacht is bij uitspraak van 6 oktober 2004 gegrond verklaard. In deze uitspraak staat onder meer:

“Volgens het vaste oordeel van de Raad moet een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan, hetgeen in het algemeen onder meer inhoudt het toepassen van wederhoor. Dat de beschuldigingen afkomstig zijn van derden, i.c. een gerespecteerde organisatie als de Dierenbescherming, maakt zulks niet anders. (...)

Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is de Raad van oordeel dat verweerster in dit geval grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door de beschuldigingen van de Dierenbescherming aan het adres van klager te publiceren en uit te zenden, zonder hem enige vorm van wederhoor te bieden. (...)

De Raad verzoekt verweerster aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het televisieprogramma TROS Radar alsmede deze beslissing integraal of in samenvatting op de website www.trosradar.nl te publiceren. (...)”

g. Bij ongeadresseerde brief van 16 september 2004 heeft [de coördinator] stages en afstudeeropdrachten, opleiding Diermanagement van het Van Hall-instituut, onder meer geschreven:

“Naar aanleiding van uw verzoek om inzage te krijgen in het rapport “De Malafide Hondenhandel” het volgende:

Het rapport is het resultaat van een afstudeeropdracht uitgevoerd door studenten van onze opleiding in opdracht van de Landelijke Inspectie Dierenbescherming. De rapportage is afgerond in juni 2003.

Bij het samenstellen van het rapport is gebruik gemaakt van de bruikbare respons uit klachten n.a.v. het Trosprogramma Radar, d.w.z. alle dubbelingen, onduidelijke klachten etc. zijn verwijderd. (...)

Resultaten in het rapport zijn voor wat betreft de klachten gebaseerd op het totale aantal klachten en op geen enkele wijze direct of indirect te herleiden tot individuele fokkers.

Uitspraken over individuele fokkers, ranglijsten e.d. kunnen dan ook niet gedaan zijn op basis van de resultaten in het afstudeerrapport en komen wat ons betreft volledig voor rekening voor degene die deze uitspraken hebben gedaan. (...)”

h. Bij brief van 9 december 2004 heeft de Tros aan de Raad voor de Journalistiek onder meer geschreven:

“In de brief van 28 oktober 2004 vraagt de Raad voor de Journalistiek naar publicatie van de uitspraak inzake de klacht [eiser]/TROS Radar. Tijdens de zitting van 12 augustus 2004 werd vooral ingegaan op de rechtmatigheid en de zorgvuldigheid van het onderzoek van de Dierenbescherming. Dit blijkt uit zowel de beschrijving van het standpunt van [eiser] als uit de repliek van Radar. Het punt van wederhoor speelde hierbij een ondergeschikte rol. Dat de redactie van Radar heeft aangevoerd dat het uit praktisch oogpunt gezien onmogelijk is na een onderzoek door derden alle onderzochte partijen aan het woord te laten binnen een programma van 30 minuten, is in het verslag van de zitting niet opgenomen. (...)

Het bevreemdt ons dat dit argument geheel niet genoemd wordt (...).”

i. Bij brief van 13 april 2005 aan de Raad voor de Journalistiek heeft [algemeen directeur] van de Dierenbescherming, onder meer geschreven:

“Bij een beoordeling van de klacht, dient acht geslagen te worden op het onderwerp waaraan de uitzending van Tros Radar van 24 mei 2004, zo ook ons onderzoek, aan was gewijd, te weten de malafide of dubieuze hondenhandel. (...) Naar aanleiding van een oproep van de Dierenbescherming in een uitzending van Tros Radar in 2003 om klachten te melden over de hondenhandel, zijn ruim 1600 reacties binnengekomen. De betreffende klachten zijn vervolgens door de Landelijke Inspectie Dienst gescreend en vervolgens door het Van Hal Instituut verwerkt in een rapport van 60 pagina’s. Bij de totstandkoming daarvan zijn interviews gehouden met gedupeerden, dierenartsen, gedragstherapeuten en rasverenigingen. Bij de screening door de LID is gecontroleerd of de klachten hun bevestiging vonden in door een dierenarts geconstateerde gebreken.

(...)

De wijze van bedrijfsvoering van de heer [eiser] voldoet volledig aan het predikaat dubieuze hondenhandel. Het betreft puppies die veelal in het buitenland grootschalig worden ingekocht en verhandeld.

Verklaring

De Dierenbescherming heeft in het kader van haar campagne tegen de malafide hondenhandel klachten van particulieren verzameld met betrekking tot de werkwijze van hondenhandelaren. Van de handelaren waarover de meeste klachten door de Dierenbescherming zijn ontvangen, is een Top 5 samengesteld.

De Dierenbescherming staat volledig in voor de juistheid van deze Top 5 van hondenhandelaren. De Top 5 weerspiegelt het resultaat van de door de Dierenbescherming ontvangen klachten.”

j. Op 13 april 2005 heeft Tros Radar de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek van 6 oktober 2004 (zie hiervoor onder j) op haar site gepubliceerd.

2. [eiser] vordert, na wijziging van eis, - samengevat - de Tros te bevelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek te publiceren zonder nader commentaar op de website van Tros Radar en deze gepubliceerd te houden voor de duur van tenminste zes aaneengesloten maanden, zulks door middel van het plaatsen van een duidelijke link naar die uitspraak op de homepage van Tros Radar met daarbij een tekst als vermeld onder 1 van de gewijzigde eis als gehecht aan dit vonnis. Verder vordert [eiser] de Tros te gebieden om in de eerste uitzending van Tros Radar die volgt op de betekening van dit vonnis aan de beslissing van de Raad voor Journalistiek aandacht te besteden door het voorlezen van een tekst als vermeld onder 2 van de eis. Zulks op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de Tros in de kosten van dit geding.

3. Daartoe stelt hij dat hij nog steeds veel nadeel ondervindt van de op de website genoemde top 5. De Tros heeft onrechtmatig jegens hem gehandeld door deze te publiceren zoals zij heeft gedaan en zonder voldoende onderzoek te doen naar de juistheid van de van de Dierenbescherming afkomstige gegevens en in het bijzonder zonder het bedrijf van [eiser] te bezoeken. Uit gegevens die afkomstig zijn van de Dierenbescherming blijkt dat de top 5 is gebaseerd op klachten die in de periode van 1 januari 1996 tot en met 18 juni 2002 zijn ontvangen. De Tros heeft de in de top 5 genoemde hondenhandelaren zelf gekwalificeerd als de meest beruchte, niet de Dierenbescherming. Dat is onzorgvuldige journalistiek. Verder blijkt uit de lijst van klachten dat twee van de 22 klachten anoniem zijn en dat daarbij niet de naam van de verkoper staat vermeld, dat een van de “klachten” geen klachten bevat en dat bij een andere klacht geen datum is vermeld. De overige 15 klachten moeten worden afgezet tegen de 800 tot 1000 puppy’s die [eiser] jaarlijks verkoopt. Dit levert een klachtenpercentage op van 0,25 procent. [eiser] heeft zelf nooit klachten ontvangen. Van de gemeente Tytsjerksteradiel heeft [eiser] te horen gekregen dat zijn bedrijf een nette en verzorgde indruk maakt.

4. De Tros heeft zich tegen de vordering verweerd welk verweer erop neerkomt dat het toetsingskader van de Raad voor de Journalistiek anders is dan dat van de civiele rechter. Een verzoek van de Raad leidt niet tot een rechtsplicht en een uitspraak van de Raad kan niet een basis vormen voor een rechter om de Tros te dwingen een verzoek van de Raad op te volgen. De uitspraak is indertijd op verschillende websites gepubliceerd waarna er in andere media aandacht aan is besteed. Inmiddels heeft de Tros de uitspraak op de site van Tros Radar geplaatst. De eis om een link op de homepage van Tros Radar naar de uitspraak te zetten is disproportioneel. Ook de duur van een half jaar gaat te ver. De vordering om in het televisieprogramma Radar aandacht te besteden aan de uitspraak van de Raad is eveneens disproportioneel. De Tros wijst in dit verband op een tussen 2Vandaag en de Raad gesloten publicatieconvenant, waarbij de Raad akkoord gaat met de publicatie van haar uitspraken over een uitzending in het omroeptijdschrift, op Teletekst of op internet. In het convenant worden verder geen eisen gesteld aan de plaats van publicatie in het omroeptijdschrift, op Teletekst of op internet. De top 5 is al meer dan een jaar verwijderd van de website van Tros Radar.

De publicatie van de top 5 op de website van Tros Radar was niet onrechtmatig, ook al was geen wederhoor gepleegd. Geen rechtsregel brengt immers mee dat slechts sprake is van deugdelijk journalistiek onderzoek als tenminste eenmaal contact heeft plaatsgevonden tussen de verslaggever en de betrokkene. In dit geval was er geen aanleiding voor wederhoor. De Tros heeft slechts een top 5 gepresenteerd die door de Dierenbescherming was samengesteld op basis van door haar ontvangen klachten. De Dierenbescherming heeft vastgehouden aan de uitkomsten van haar onderzoek. Wederhoor had aan de samenstelling van de top 5

niets veranderd. Bovendien heeft de Tros de reactie van [eiser] kort na de publicatie van de top 5 op de site geplaatst. De Tros mocht afgaan op het onderzoek van de Dierenbescherming. De Dierenbescherming is verantwoordelijk voor de mededelingen. De Tros heeft zich ervan vergewist dat het onderzoek van de Dierenbescherming deugdelijk was en de Dierenbescherming staat nog steeds achter de uitkomsten van het onderzoek.

De term malafide hondenhandel is geïntroduceerd en gelanceerd door de Dierenbescherming. In een e-mail aan de redactie van Tros Radar heeft de Dierenbescherming in het kader van de promotie van het Zwartboek de handelaren uit de top 5 zelf gekwalificeerd als “de vijf slechtste fokkers”.

Beoordeling van het geschil

5. [eiser] stelt dat de Tros onrechtmatig heeft gehandeld door de top 5 als afkomstig van de Dierenbescherming en met de kwalificatie “de meest beruchte hondenhandelaren” op de site van Tros Radar te zetten.

6. Met [eiser] is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Tros onder de gegeven omstandigheden de conclusies van het onderzoek van de Dierenbescherming niet klakkeloos had mogen overnemen zonder zich ervan te vergewissen of het bedrijf van [eiser] inderdaad op de lijst thuishoort. Zo had het op haar weg gelegen om, wetende dat het onderzoek was gebaseerd op de aantallen binnengekomen klachten, na te gaan hoeveel klachten er over de afzonderlijke bedrijven waren en hoe dit zich verhield tot het totale aantal door genoemde bedrijven verkochte puppy’s. Evenmin heeft zij op andere wijze onderzoek gedaan naar de deugdelijkheid van het bedrijf van [eiser], bijvoorbeeld door daar een bezoek te brengen of door [eiser] om een reactie te vragen. De Tros kan zich er bij het publiceren van de top 5 niet achter verschuilen dat de Dierenbescherming op dit gebied een betrouwbare bron is, waar zij zonder meer op mag afgaan. Het onderzoek is immers mede na een oproep van Tros Radar verricht en de Tros is daarmee bij het onderzoek betrokken. Daar komt bij dat, mede gelet op de brief van een medewerker van het Van Hall-instituut (zie hiervoor 1.g), niet duidelijk is geworden wie het onderzoek feitelijk heeft verricht en wanneer dit is gedaan. Tros Radar heeft het standpunt van de Dierenbescherming in ieder geval niet alleen als een enkel feit doorgegeven, maar tot het hare gemaakt, ook door de combinatie van het televisieprogramma enerzijds en de publicatie van de top 5 op haar website anderzijds. Gelet hierop en op het karakter van Tros Radar als een adviserend consumentenprogramma kan niet gezegd worden dat de Tros alleen een doorgeefluik was voor informatie die afkomstig was van de Dierenbescherming.

7. [eiser] wordt ook gevolgd in zijn stelling dat de kwalificatie die Tros Radar aan de top 5 heeft gegeven als “de meest beruchte hondenhandelaren” niet strookt met hetgeen de Dierenbescherming in de promotie van het Zwartboek Malafide Hondenhandel zelf typeerde als de vijf slechtste fokkers. Tros Radar had zich kunnen beperken tot de kwalificatie van de top 5 als “een top 5 van de hondenhandelaren met de meeste klachten”, zoals zij blijkens de uitdraai van haar internetpagina van 15 juni 2004 (zie hiervoor onder 1.d) op een later tijdstip heeft gedaan.

8. De conclusie is dat de Tros onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld. Dit kan evenwel niet leiden tot toewijzing van de vorderingen. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het al bijna een jaar geleden is dat de top 5 op de website van Tros Radar heeft gestaan. De kwalificatie “top 5 van de meest beruchte hondenhandelaren” is al op zijn minst na drie weken gewijzigd in “top 5 van de hondenhandelaren met de meeste klachten” en vervolgens is de top 5 helemaal van de site verwijderd. Dat de top 5 nog steeds op andere sites op internet te raadplegen is, zoals [eiser] stelt, kan niet worden afgeleid uit de door [eiser] overgelegde uitdraaien van internetpagina’s. Op deze uitdraaien is niet te zien welke site het betreft en blijkens de onderaan de prints genoemde data betreft het uitdraaien van december 2004 en januari 2005. Ook heeft Tros Radar de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek inmiddels op haar site geplaatst, waarmee zij naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende tegemoet is gekomen aan de wensen van [eiser]. De stelling van [eiser] dat de uitspraak op de site niet goed te vinden is en dat daarom een link op de voorpagina van de site naar de uitspraak moet verwijzen, wordt niet gevolgd. De gewraakte top 5 heeft indertijd niet op de voorpagina van de site van Tros Radar gestaan, zodat een verwijzing naar de uitspraak op de voorpagina te ver zou voeren. Dat de uitspraak op de site niet goed te vinden is, is bovendien, tegenover de betwisting hiervan door de Tros, niet aannemelijk gemaakt. Het staat [eiser] bovendien vrij om zelf bij te dragen aan het bekend worden van de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek, bijvoorbeeld door deze te plaatsen op een eigen site of door deze in zijn bedrijf op te hangen. Ook de vordering om in het televisieprogramma Tros Radar aandacht te besteden aan de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek voert te ver. Noch de top 5, noch [eiser] is in het televisieprogramma genoemd. In het programma is slechts verwezen naar de site van Tros Radar. Ook wordt overwogen dat [eiser] er zelf in eerste instantie voor heeft gekozen om zijn geschil met de Tros voor te leggen aan de Raad voor de Journalistiek en niet bij de rechter te vragen om een ordemaatregel als een rectificatie. Nu de Tros, zoals hiervoor is aangegeven, in voldoende mate aan [eiser] is tegemoet gekomen door de uitspraak van de Raad te publiceren op haar site, is voor een veroordeling tot een verdergaande rectificatie geen plaats meer. De conclusie is dat de gevorderde voorziening zal worden geweigerd. Het voorgaande neemt uiteraard niet weg dat [eiser], zo hij kan aantonen dat hij schade heeft geleden door de onrechtmatige gedragingen van de Tros en/of de Dierenbescherming, aanspraak kan maken op vergoeding daarvan.

9. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding, met dien verstande dat, nu de Tros de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek pas op 13 april 2005, en daarmee na het uitbrengen van de dagvaarding, op de website van Tros Radar heeft gezet, het met de dagvaarding gemoeide bedrag in mindering zal worden gebracht.

BESLISSING IN KORT GEDING

De voorzieningenrechter:

1. Weigert de gevraagde voorziening.

2. Veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van de Tros begroot op:

- € 244,= aan vastrecht en

- € 816,= aan salaris procureur,

verminderd met € 71,93 aan explootkosten.

3. Verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mr. Sj.A. Rullmann, vice-president van de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 mei 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll.: