Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2005:AT3177

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-04-2005
Datum publicatie
05-04-2005
Zaaknummer
309791/KG 05-321 AB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Nieuwe Revu heeft de beschuldigingen jegens Henny Huisman niet waar kunnen maken. Die beschuldigingen schaden de reputatie van Huisman.

De publicatie wordt onrechtmatig geacht. Er wordt een rectificatie bevolen en een voorschot op schadevergoeding toegekend aan Huisman.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

AB/AD

vonnis 5 april 2005

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t n u m m e r s 309791/ KG 05-321 AB v a n:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

e i s e r bij dagvaarding van 17 februari 2005,

procureur mr. S.F. Kalff,

t e g e n :

1. de besloten vennootschap SANOMA MEN’S MAGAZINES B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

2. [gedaagde 2],

domicilie gekozen hebbend te [woonplaats],

g e d a a g d e n ,

procureur mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,

advocaat mr. H.J.M. Boukema te ‘s-Gravenhage.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 17 maart 2005 heeft eiser, verder te noemen [eiser], gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden, verder gezamenlijk -in enkelvoud- te noemen Sanoma en afzonderlijk te noemen Sanoma Men’s Magazines en [gedaagde 2], hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. [eiser] is een bekende Nederlandse televisiepresentator en programmamaker.

b. Sanoma Men’s Magazines is uitgever van onder meer het weekblad Nieuwe Revu. [Gedaagde 2] is als freelance journalist werkzaam voor onder meer Nieuwe Revu.

c. In Nieuwe Revu nummer 6 van 2005 (2 februari tot en met 8 februari) is een achtergrondartikel gepubliceerd dat is gewijd aan [eiser]. Het artikel is geschreven door [gedaagde 2]. Op de cover van het blad wordt het artikel aangekondigd onder de kop:

“[eiser] PROGRAMMADIEF?”.

De titel van het artikel luidt: “[eiser] PROGRAMMAMAKER ÉN PROGRAMMADIEF?” en de inleiding bij het artikel luidt:

“Hij beschuldigde collega’s regelmatig van het stelen van zijn formats. Nu is er voor 5 miljoen beslag gelegd op de Orange factory, het bedrijf van zijn personal assistent, omdat hij zelf een programma zou hebben gejat. Dacht [eiser] nu echt dat Hemel op Paarden niet lijkt op Paradijs op Paarden?”

d. Tussen de besloten vennootschappen Creative Concepts en Orange Factory is in twee instanties een kort geding procedure gevoerd. In die procedure beschuldigde Creative Concepts Orange Factory ervan dat zij met het programma “Parade paarden”, inbreuk maakte op het auteursrecht van het programma-format “Hemel op Paarden” van Creative Concepts. Bij vonnis in kort geding van 7 september 2001 is aangenomen dat sprake was van een gemeenschappelijk auteursrecht van Creative Concepts en [eiser] en dat Orange Factory daarop inbreuk maakte. In dat kader heeft de president overwogen: “Daarbij wordt ervan uitgegaan dat, gelet op de betrokkenheid van [eiser] c.s. bij de beide programma’s en de relatie van [eiser] met Orange Factory, het handelen van Orange Factory vereenzelvigd kan worden met dat van [eiser].”

In hoger beroep tegen dat vonnis heeft het Hof te Amsterdam bij arrest van 14 februari 2002 geoordeeld dat van auteursrecht geen sprake was, maar dat Orange Factory wel een onrechtmatige daad had gepleegd jegens Creative Concepts, waarbij is betrokken dat de programma’s treffende gelijkenis vertonen.

e. In het artikel in Nieuwe Revu komen verder de volgende passages voor:

“Creative Concepts heeft dan al contact met SBS6, die het programma ook ziet zitten. In ruil voor een aandeel in het project krijgt Hemel op Paarden een gunstig uitzendtijdstip toegewezen, plus herhalingen. “Helaas stak [eiser] daar een stokje voor,” vertelt [betrokkene 1]. “Hij werkte toen nog bij RTL4 en wilde zijn dochter daar ook binnenloodsen.” (...) Aan Creative Concepts de taak om het vervelende nieuws bij SBS6 neer te leggen. De overstap van SBS6 naar RTL4 is een dure. In plaats van een kleine deelname moet 420.000 gulden worden meegebracht wil de zender het gesponsorde programma überhaupt uitzenden. Bovendien is het tijdstip een stuk ongunstiger en vervallen de herhalingen. Maar door [eiser]s aanpak is er geen weg terug meer.

en

“Begin mei worden [betrokkene 1] en [betrokkene 2] voor het blok gezet. Zij moeten de rechten op Hemel op Paarden inbrengen in een nieuwe bv, in ruil voor 25 procent van de aandelen. Twee weken later is dat aanbod aanzienlijk naar beneden bijgesteld: de bedenkers van Hemel op Paarden krijgen nog maar 4,9 procent van de aandelen. De overige aandelen zijn bestemd voor sponsor Rutac, [eiser] en Orange Factory. Dit productiebedrijfje-in-oprichting van [eiser]s jarenlange personal assistent [betrokkene 3] zal ook de productie van de nieuwe serie overnemen van Creative Concepts. [betrokkene 1] mag blijven werken als redactrice. “Er werd ons goed duidelijk gemaakt dat ze ons anders aan de kant zouden zetten,” aldus [betrokkene 1]. “Het was slikken of stikken”. Als zij kiest voor ‘stikken’ zeggen hun partners inderdaad de samenwerking op. Kort daarop wordt ook het faillissement van Creative Concepts aangevraagd. [betrokkene 1]: “ Wij werden bedolven onder fictieve facturen. Een relatie van [eiser] factureerde bijvoorbeeld 60.000 gulden voor “advieswerkzaamheden”; één van onze medewerkers beweerde nooit te zijn betaald. Men wilde ons gewoon onder de grond stoppen.” (...) Op 24 augustus 2001 vertelt [eiser] in De Telegraaf dat Hemel op Paarden een vervolg krijgt bij SBS6: Paradijs op Paarden.”

en

“Of [eiser] ook in dit geval de daad bij het woord voegt, kunnen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] niet bewijzen. Maar in hun omgeving gebeuren opeens wel vreemde dingen. “Er belde een ‘rechercheur’ aan die onze boekhouding wilde meenemen”, vertelt de toenmalige boekhoudster van Creative Concepts. “Toen ik om een identificatie vroeg, ging hij onverrichter zake weer weg.” [betrokkene 2] zelf krijgt meerdere dreigtelefoontjes. “Met teksten als: “We staan voor je huis en je vrouw rijdt net weg. Nu gaat de fik er in.” [betrokkene 2] doet herhaaldelijk aangifte. De politie surveilleert vaker, maar begint vanwege ‘capaciteitstekort’ geen onderzoek. [eiser] geeft overigens aan niets van deze acties af te weten.”

en

“Het arrest valt vernietigend uit voor Orange Factory en [eiser]. (...) Exit het ‘geheel nieuwe’ paardenprogramma van Henny Steelman (...) “Met het harde vonnis van het hof in de hand konden we een forse schadeclaim gaan voorbereiden,” aldus [betrokkene 1]. (...) [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben hun claim daarom verkocht aan Crisolv, een bedrijf dat zich specialiseert in dergelijke zaken. Het bedrijf heeft vorige week voor 5 miljoen euro beslag gelegd bij Orange Factory.”.

f. Het onder Orange Factory gelegde beslag ter hoogte van € 5 miljoen heeft geen doel getroffen, omdat die onderneming was overgegaan naar de besloten vennootschap Blue Factory B.V. en vervolgens naar de besloten vennootschap Orange Factory II B.V. en deze laatste vennootschap geen rechtsrelatie met Creative Concepts had. Tot op heden is niet opnieuw beslag gelegd en/of een bodemprocedure aanhangig gemaakt.

2. [eiser] vordert, kort gezegd, Sanoma Men’s Magazines te bevelen in het eerstvolgende nummer van Nieuwe Revu een nader in het petitum van de dagvaarding omschreven rectificatie te plaatsen, op straffe van een dwangsom, alsmede om gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiser] van € 20.000,- bij wijze van voorschot op de door [eiser] geleden immateriële schade.

3. [eiser] heeft daartoe gesteld, kort samengevat, dat de publicatie een ernstige schending oplevert van zijn eer, goede naam en reputatie. De publicatie staat bol van feiten die onjuist, dan wel suggestief en/of grievend zijn. [eiser] heeft gesteld dat hij zakelijk niet is betrokken bij Orange Factory. Hij was (dus) ook geen partij in de in twee instanties gevoerde kort geding procedure (1d). Zijn enige betrokkenheid bij “Hemel op Paarden” was persoonlijk: hij was trots op zijn dochter en schoonzoon die het programma -op verzoek van Creative Concepts- presenteerden en heeft zijn stallen ‘de Surprise Stables’ en het paard ‘Snuitje’ voor het programma ter beschikking gesteld. De stellingen in het artikel, dat hij een programma heeft gejat (Henny Steelman), hij een procedure zou hebben verloren en hem nu een claim van € 5 miljoen boven het hoofd hangt, zijn dan ook onjuist, suggestief en grievend. [eiser] heeft verder gemotiveerd betwist dat hij het programma naar RTL heeft gehaald (om daar zijn dochter binnen te loodsen), terwijl er al een mooie deal met SBS6 zou zijn gesloten, dat voor die overstap veel geld zou zijn betaald en dat Creative Concepts door toedoen van [eiser] in financiële problemen is geraakt. [eiser] heeft verder gesteld dat de insinuaties over de ‘vreemde dingen die gebeuren’ nadat de samenwerking is geëindigd, uiterst suggestief en lasterlijk zijn. [eiser] stelt dat het artikel op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Niet alleen is door [gedaagde 2] onvoldoende onderzoek naar de feiten verricht -met eenvoudig onderzoek had [gedaagde 2] al snel kunnen weten dat wat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] hebben gezegd niet klopt-, ook is onvoldoende hoor- en wederhoor toegepast omdat slechts enkele summiere vragen zijn gesteld. [eiser] lijdt als gevolg van de publicatie schade, die nog wordt vergroot doordat Sanoma RTL heeft benaderd en via het programma RTL-Boulevard ruime aandacht aan het artikel is gegeven. Verder citeren de roddelbladen gretig uit het artikel. [eiser] heeft dan ook recht op en belang bij de gevorderde rectificatie alsmede op toekenning van het gevorderde voorschot op immateriële schadevergoeding.

4. Sanoma heeft ter afwering van de vordering aangevoerd, kort samengevat, dat het artikel zorgvuldig tot stand is gekomen. Op grond van het ten tijde van de publicatie beschikbare materiaal mocht zij redelijkerwijs uitgaan van de juistheid van de in het artikel gepresenteerde feiten. Wat betreft het toerekenen van de diefstal van het programma-format en de daaruit voortgevloeide claim van Creative Concepts, heeft Sanoma gewezen op de uitspraken van de president en het Hof in de gevoerde kort geding procedure (1d), waarbij de vordering van Creative Concepts is toegewezen omdat het programma van Orange Factory, waar [eiser] zakelijk bij betrokken was, teveel leek op “Hemel op Paarden” van Creative Concepts. Die zakelijke betrokkenheid mocht Sanoma afleiden uit het vonnis van de president die Orange Factory en [eiser] met elkaar vereenzelvigt, maar tevens uit de omstandigheden dat [eiser] bij de behandeling van die rechtszaak aanwezig is geweest, hij de kosten van het hoger beroep van Orange Factory heeft betaald, hij de oprichter van Orange Factory, [betrokkene 3], al heel lang kende en zij gezien werd als zijn ‘personal assisent’ en hij voor haar paardenprogramma zijn stallen en het paard ‘Snuitje’ ter beschikking heeft gesteld. Sanoma stelt verder dat zij mocht schrijven dat [eiser] “Hemel op Paarden” van SBS naar RTL heeft gehaald. Zij verwijst in dit verband op een brief van [betrokkene 4] van SBS6 van 2 november 2000 waaruit blijkt dat [betrokkene 2] al afspraken had met SBS6. Na één seizoen bij RTL werd de samenwerking opgezegd en ging het paardenprogramma van RTL naar SBS6. Uit een telefoongesprek van [gedaagde 2] met toenmalige programmaleider [betrokkene 5] van RTL4 blijkt dat [eiser] zijn excuses moest aanbieden aan RTL. Als [eiser] geen verwijt zou treffen, dan hoefde hij volgens Sanoma ook zijn excuses niet te maken. [gedaagde 2] heeft de door [betrokkene 1] gemelde vervelende incidenten na de breuk met [eiser] opgeschreven en daarbij vermeld dat [eiser] bemoeienis met die incidenten ontkent. Sanoma heeft verder aangevoerd dat hoor- en wederhoor is toegepast, waarbij duidelijke vragen zijn gesteld. De publicatie is volgens Sanoma dan ook niet onrechtmatig, zodat er geen aanleiding is om te rectificeren. Zij betwist voorts dat zij gehouden is een schadevergoeding aan [eiser] te betalen.

Beoordeling van het geschil

5. De gevorderde rectificatie vormt een beperking van het recht op vrijheid van meningsuiting die bij de wet is voorzien. In dit geding gaat het om de vraag of die beperking noodzakelijk is in een democratische samenleving in het belang van de bescherming van de goede naam en de rechten van anderen, zoals bedoeld in lid 2 van artikel 10 EVRM. Bij de beantwoording van die vraag dienen alle omstandigheden van het geval in aanmerking te worden genomen. Voor [eiser] is in dit verband van belang dat hij niet door publicaties in de pers wordt blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Voor Nieuwe Revu geldt dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend, of waarschuwend moet kunnen uitlaten om te voorkomen dat door een gebrek aan bekendheid bij het publiek, misstanden die de samenleving raken, kunnen blijven voortbestaan.

6. In het artikel maakt Nieuwe Revu zich tot spreekbuis van het echtpaar [betrokkene 1] en [betrokkene 2], dat ruzie heeft met [eiser] over wat er een aantal jaren geleden is gebeurd rond het programma “Hemel op Paarden”. In het artikel worden de volgende serieuze beschuldigingen geuit, althans gesuggereerd:

a) [eiser] heeft Creative Concepts min of meer gedwongen met het programma “Hemel op Paarden” te verhuizen van SBS6, waarmee al afspraken waren gemaakt over een gunstig uitzendtijdstip en herhalingen, naar het veel duurdere en ongunstiger RTL4, waar [eiser] zijn dochter wilde binnenloodsen;

b) [eiser] heeft [betrokkene 1] en [betrokkene 2], na het ontstaan van financiële problemen, voor het blok gezet om voor een klein aandeel mee te doen in een nieuwe BV waar “Hemel op Paarden” zou worden ingebracht; toen zij daarop niet ingingen werd getracht hun bedrijf te gronde te richten via een faillissementsaanvraag en fictieve facturen;

c) [eiser] heeft het programma-format gejat: ‘Henny Steelman’;

d) [eiser] zou de hand hebben gehad in de bedreigingen waarvan [betrokkene 1] en [betrokkene 2] na het verbreken van de samenwerking het slachtoffer zijn geworden;

e) [eiser] hangt een claim van € 5 miljoen boven het hoofd.

7. Het ligt op de weg van Sanoma om aan te tonen dat deze beschuldigingen voldoende steun vinden in het destijds beschikbare feitenmateriaal. De voorzieningenrechter zal nagaan of dat inderdaad het geval is. Op grond van de overgelegde stukken, het over en weer gestelde en het verhandelde ter terechtzitting is in dit opzicht het volgende komen vast te staan.

8. De afspraken met SBS6 en de overstap naar RTL4

Er lag inderdaad een schriftelijk aanbod van SBS6 van 2 november 2000 voor het uitzenden van acht afleveringen van het programma “Hemel op Paarden”. Daarin stond dat [betrokkene 2] Productions B.V. garant zou staan voor het totale bedrag van de kosten, dat door sponsoring bijeen zou worden gebracht. [betrokkene 2] heeft dat aanbod nooit ondertekend en teruggestuurd naar SBS. [betrokkene 4], toenmalig sales-director van SBS6 die het aanbod van 2 november 2000 deed, zegt hierover in een schriftelijke verklaring van 14 maart 2005, dat hem dat niet verbaasde omdat hij al zijn twijfels had over de financiering van het project en dat hij het hele verhaal, na lange radiostilte aan de kant van [betrokkene 2], heeft ‘ge-filed’ in de zeer grote bak van niet succesvolle projecten die bij SBS binnenkwamen. Volgens de schriftelijke verklaring van 11 maart 2005 van [betrokkene 6], in die tijd adviseur van [betrokkene 2], heeft [betrokkene 2] het aanbod niet ondertekend omdat er op dat moment geen geld was voor de hele productie en hij dus nooit aan de verplichtingen zou kunnen voldoen.

[eiser] heeft verder onweersproken gesteld dat, waar SBS verlangde dat geld werd meegenomen, het project bij RTL ‘op krediet’ kon worden binnengebracht.

Kortom: [betrokkene 2] was nog helemaal niet rond met SBS6 en had daartoe ook niet de middelen. Dankzij de “overstap” naar RTL4 kon het programma toch van de grond komen.

9. Het te gronde richten van het bedrijf van [betrokkene 2] en [betrokkene 1]

[betrokkene 2] had zelf sponsor Rutac B.V. binnengehaald. Toen Rutac in de loop van de tijd ontdekte dat de financiële situatie rond “Hemel op Paarden” niet rooskleurig was, heeft zij [eiser] benaderd, die zich ook zorgen maakte. [eiser] werd namelijk aangesproken door schuldeisers die hun geld niet kregen van Creative Concepts, wat slecht was voor de goede naam van [eiser], die met dochter, schoonzoon, stallen en ‘Snuitje’ bij het programma was betrokken. Daarop is met [betrokkene 2] en [betrokkene 1] gesproken over een oplossing voor de grote financiële problemen, waarbij een optie is geweest dat de rechten op het programma zouden worden overgenomen door een nieuw op te richten bedrijf (4Voet BV). Daarin zou naast Rutac, [eiser] en de familie [betrokkene 2] ook Orange Factory B.V. deelnemen. Dat was het nieuwe bedrijf waarmee [betrokkene 3], die jarenlang met [eiser] had samengewerkt bij Endemol, net voor zichzelf was begonnen. [eiser] had haar voor dit project weten te interesseren. Zij zou de TV-productie gaan doen. Voorwaarde voor deze optie was dat [betrokkene 2] zich garant zou stellen voor de opgelopen schulden van Creative Concepts. [betrokkene 2] heeft de daartoe opgestelde overeenkomst ondertekend; hij heeft daarbij echter de voorwaarde ‘garantstelling’ weggelakt. Omdat toen een onmogelijke financiële situatie rond het programma ontstond, en de eer en goede naam van de belanghebbenden in het geding kwam, hebben Rutac en [eiser] de samenwerking met [betrokkene 2] beëindigd. Een en ander blijkt uit de schriftelijke verklaringen van [betrokkene 7], directeur van Rutac, van 12 maart 2005 en van de weduwe van [betrokkene 8], mede-directeur van Rutac, die bij de meeste gesprekken aanwezig is geweest, van 14 maart 2005. Verder heeft [eiser] hierover desgevraagd en onweersproken ter zitting verklaard.

Dat schuldeisers inderdaad niet werden betaald is onder meer gebleken uit een brief van HMG van 12 september 2002 waarin staat dat zij nog ruim € 200.000,- tegoed heeft van [betrokkene 2]. Verder is Creative Concepts door deze rechtbank bij vonnis van 10 maart 2004 veroordeeld tot betaling aan cameraman [betrokkene 9] van een bedrag van ruim € 62.000,- en is onweersproken dat [betrokkene 2] bij [Naam] Facilities BV nog een rekening van ruim € 17.000,- heeft openstaan.

Kortom: [betrokkene 2] en [betrokkene 1] kwamen tal van financiële verplichtingen jegens derden niet na en konden of wilden daarvoor ook geen garanties afgeven. Daarop is de samenwerking namens [eiser] en Rutac opgezegd en is het programma na één seizoen gestopt. [betrokkene 2] en [betrokkene 1] zijn vervolgens door die derden aangesproken, waarbij wellicht het faillissement van Creative Concepts is aangevraagd. Dat die vorderingen van derden niet reëel waren of dat [eiser] daarachter zat is op geen enkele manier aannemelijk gemaakt.

10. Henny Steelman

Nadat de optie met de nieuw op te richten B.V. niets was geworden, heeft [betrokkene 3] besloten met haar bedrijf Orange Factory het programma “Paradijs op Paarden” te gaan produceren. Orange Factory (en niet [eiser]) is vervolgens in een gerechtelijke procedure betrokken, die door haar in twee instanties is verloren (1d). [eiser] is in die procedure geen partij geweest. Op geen enkele wijze is gebleken dat [eiser] enig belang had in Orange Factory. De onder 1d aangehaalde overweging van de president over vereenzelviging van het handelen van Orange Factory met dat van [eiser] maakt dat niet anders. In dat vonnis werd immers alleen over vereenzelviging gesproken in het kader van mogelijke inbreuk op auteursrecht. Bovendien heeft het Hof vervolgens in hoger beroep de tegen die overweging gerichte grief gegrond geacht en uitgemaakt dat van auteursrecht geen sprake was. In het arrest van het Hof gaat het om onrechtmatig handelen van Orange Factory. Over verwevenheid tussen Orange Factory en [eiser] is daarin niets vastgesteld en ook anderszins wordt [eiser] daarin geen verwijt gemaakt. De omstandigheid dat [eiser] destijds aanwezig was bij de rechtszaak en de kosten van het hoger beroep heeft voorgeschoten, maakt hem geen partij. Van een andere betrokkenheid bij het programma (en Orange Factory) dan een persoonlijke is niet gebleken. [eiser] was bevriend met [betrokkene 3] en hij was trots dat zijn dochter en schoonzoon het programma zouden gaan presenteren. Dat hij zijn dochter en schoonzoon tips gaf en hij zijn stallen en het paard ‘Snuitje’ voor het programma ter beschikking heeft gesteld past binnen die persoonlijke betrokkenheid en maakt hem niet zakelijk met Orange Factory verbonden. Hij heeft daarvoor ook geen rekening ingediend bij Orange Factory.

Kortom: [eiser] heeft geen programma-format “gejat” en is daarop ook nooit aangesproken.

11. Bedreigingen

In het artikel wordt de suggestie gewekt dat [eiser] achter de bedreigingen zat waarvan [betrokkene 2] en [betrokkene 1] slachtoffer zijn geworden, terwijl daarvoor geen enkele aanwijzing bestaat. De daarop volgende mededeling dat [eiser] aangeeft niets van deze acties af te weten, maakt het er niet beter op.

12. [eiser] hangt een claim van € 5 miljoen boven het hoofd

Zoals onder 10. is overwogen was [eiser] geen partij in de gerechtelijke procedure. Hij heeft die dus ook niet verloren en hem hangt geen claim boven het hoofd.

13. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de in het artikel gedane beschuldigingen geen steun vinden in het destijds beschikbare feitenmateriaal. Weliswaar is die conclusie voor een groot deel gebaseerd op schriftelijke verklaringen en andere stukken die [eiser] in het kader van dit kort geding heeft overgelegd, maar dergelijke verklaringen of stukken had ook Sanoma eenvoudig boven water moeten kunnen krijgen als zij de moeite had genomen de beschuldigingen van [betrokkene 2] en [betrokkene 1] deugdelijk te verifiëren. Sanoma heeft nog gesteld dat [betrokkene 2] en [betrokkene 1] niet op de - overigens tijdig - door [eiser] in deze procedure overgelegde verklaringen hebben kunnen reageren, omdat zij niet ter zitting aanwezig waren. Dat komt echter voor risico van Sanoma, die ervoor heeft gekozen vrijwel helemaal op het verhaal van [betrokkene 2] en [betrokkene 1] af te gaan zonder dat eerst te verifiëren. Overigens had het Sanoma vrijgestaan [betrokkene 2] en [betrokkene 1] mee te nemen naar de zitting.

14. De publicatie is dan ook onrechtmatig jegens [eiser]. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen dat Sanoma nog voor de publicatie met het artikel naar het televisieprogramma RTL Boulevard is gestapt, dat gretig uit het artikel heeft geciteerd, de daarin geuite onjuiste beschuldigingen heeft herhaald en daarop heeft voortgeborduurd. Dat laatste geldt ook voor een aantal tijdschriften. Zo staat bijvoorbeeld in weekblad Privé, nummer 6, dat de claim van € 5 miljoen de reputatie van [eiser] als betrouwbare en eerlijke programmamaker voor altijd zou verpesten. Verder speelt mee dat de beschuldigingen alle betrekking hebben op iets dat zich jaren geleden heeft afgespeeld, terwijl niet is gebleken dat [eiser] daarvan toen dergelijke verwijten zijn gemaakt. De enige reden waarom Nieuwe Revu nu over de kwestie heeft willen schrijven is het onlangs onder Orange Factory gelegde beslag. Zoals gezegd gaat dat beslag [eiser] niet aan. Overigens is ter zitting gebleken dat dit beslag geen doel heeft getroffen en dat niet opnieuw beslag is gelegd, laat staan dat een bodemprocedure is gestart voor een bedrag van € 5 miljoen. Onder deze omstandigheden is de gevorderde rectificatie als na te melden toewijsbaar. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd.

15. [eiser] heeft tevens een voorschot gevorderd op de geleden immateriële schade. Een geldvordering is in kort geding alleen toewijsbaar, indien voldoende aannemelijk is dat de vordering in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen en indien van de eisende partij niet gevergd kan worden dat hij de afloop van de bodemprocedure afwacht. Aan dit criterium is hier voldaan.

16. Voor de hoogte van de vergoeding wordt allereerst verwezen naar de voorgaande overwegingen. Niet alleen is vast komen te staan dat de in het artikel geuite beschuldigingen geen steun vinden in de feiten, het artikel is ook zeer grievend jegens [eiser], die als public figure in een kwaad daglicht is gesteld. Het vormt een onaanvaardbare inbreuk op zijn eer en goede naam. Voldoende aannemelijk is dat hij als gevolg van de publicatie reputatieschade heeft geleden.

17. Het spoedeisend belang bij toewijzing van een schadevergoeding is daarin gelegen dat tegenover deze inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] een prompte genoegdoening moet staan in de vorm van een voorschot op de schadevergoeding. Van hem kan niet worden verlangd dat hij daartoe de afloop van een bodemprocedure afwacht. Al met al wordt een voorschot van € 10.000,- redelijk geacht. Het bedrag tot voldoening waarvan Sanoma zal worden veroordeeld geldt als voorschot op en ter nadere verrekening met hetgeen zij in een eventuele bodemprocedure zal blijken verschuldigd te zijn.

18. Sanoma Men’s Magazines en [gedaagde 2] zullen, als de in het ongelijk gestelde partijen, hoofdelijk in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

BESLISSING IN KORT GEDING

De voorzieningenrechter:

1. Veroordeelt Sanoma Men’s Magazines om na betekening van dit vonnis in het eerstvolgende nummer van Nieuwe Revu, zonder enig toegevoegd commentaar in/of bij de tekst of op een andere plek, op de cover te plaatsen in gelijke letters en op gelijke wijze als de aankondiging op de cover van nummer 6, de tekst:

“RECTIFICATIE [eiser]”

en tevens op pagina 3 van hetzelfde nummer een rectificatie zonder commentaar of weerwoord te plaatsen in een kader van 10 x 10 cm met de navolgende tekst:

“RECTIFICATIE

In Nieuwe Revu nummer 6 hebben wij een artikel over [eiser] gepubliceerd onder de kop “[eiser] Programmamaker én programmadief?” In dat artikel hebben wij onder meer geschreven dat [eiser] een programmaformat zou hebben gestolen, dat hij een rechtszaak hierover heeft verloren en dat hem nu een claim van € 5 miljoen boven het hoofd hangt. Verder hebben wij daarin gesuggereerd dat hij een bedrijf te gronde zou hebben gericht.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 5 april 2005 geoordeeld dat deze publicatie onrechtmatig is jegens [eiser], omdat de daarin geuite beschuldigingen geen steun vinden in de feiten. De onjuiste berichtgeving over [eiser] is zeer grievend en vormt een onaanvaardbare inbreuk op zijn eer, goede naam en reputatie. De voorzieningenrechter heeft ons veroordeeld tot het plaatsen van deze rectificatie. De hoofdredactie”

zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per editie dat Sanoma Men’s Magazine geheel of gedeelte in gebreke blijft om aan het hiervoor gegeven bevel te voldoen, met een maximum van € 100.000,-.

2. Veroordeelt Sanoma Men’s Magazines en [gedaagde 2] hoofdelijk om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 10.000,- (zegge tienduizend euro), bij wijze van voorschot op de door [eiser] geleden immateriële schade.

3. Veroordeelt Sanoma Men’s Magazines en [gedaagde 2] hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van [eiser] begroot op:

- € 85,60 aan explootkosten,

- € 440,- aan vastrecht en

- € 816,- aan salaris procureur.

4. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

5. Wijst het meer of anders gevorderde af.

Gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, vice-president van de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 5 april 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll.: