Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2005:AS8822

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-02-2005
Datum publicatie
07-03-2005
Zaaknummer
292212
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige uitzending van TV-programma "Opgelicht". Zie r.o. 6 t/m 8: de context waarin het programma-onderdeel is behandeld, maakt dat ten onrechte wordt gesuggereerd dat eiseres zich aan oplichting heeft schuldig gemaakt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

H.04.2011 / 292212

(AV)

2 maart 2005

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

EERSTE ENKELVOUDIGE CIVIELE KAMER

VONNIS

i n d e z a a k v a n :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres],

gevestigd te Emmen,

e i s e r e s bij dagvaarding van 27 mei 2004,

procureur mr. J.W. van Rijswijk,

t e g e n :

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid TROS,

gevestigd te Hilversum,

g e d a a g d e,

procureur mr. R.S. Le Poole.

Partijen worden hierna [eiseres] en Tros genoemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De rechtbank is uitgegaan van de volgende processtukken en/of proceshandelingen:

- dagvaarding,

- akte overlegging producties van 16 juni 2004 van [eiseres],

- conclusie van antwoord, met bewijsstukken,

- ambtshalve gewezen tussenvonnis van 22 september 2004, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

- proces-verbaal van comparitie van partijen van 17 januari 2005 met de daarin vermelde stukken,

- het vragen van vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of niet voldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet betwiste inhoud van de overgelegde bewijs-stukken, staat in deze zaak het volgende vast:

a. [eiseres] drijft een postorderbedrijf in erotische films en geluidsdragers. Zij werkt daarbij met een abonnementssysteem, waarbij haar afnemers per kwartaal een aantal erotische films krijgen toegezonden. De eerste zending, een kennismakingspakket, is gratis. Voor de volgende zendingen geldt een vast tarief dat per kwartaal wordt gefac-tureerd. [[directeur]] is directeur van [eiseres]

b. Het programma Opgelicht wordt sinds januari 2000 uitgezonden onder verantwoorde-lijkheid van Tros en heeft als doel misstanden in de maatschappij aan de kaak te stel-len en de consument daarover te informeren.

c. In de uitzending van Opgelicht van zaterdag 21 februari 2004 is in een ongeveer vijf minuten durend programmaonderdeel aandacht besteed aan een geschil tussen de [klant] en [eiseres], waarbij zowel [klant] als [directeur] aan het woord zijn gelaten.

2. [eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Tros te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van de door haar geleden c.q. nog te lijden schade als gevolg van de on-rechtmatige uitzending van het programma Opgelicht op 21 februari 2004, welke schade nader dient te worden opgemaakt bij staat en te worden vereffend volgens de wet, vermeerderend met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2004, althans vanaf 27 mei 2004, met veroordeling van Tros in de kosten van het geding.

3. [eiseres] stelt daartoe dat in de omstreden uitzending zodanig aandacht is besteed aan het geschil tussen [eiseres] en [klant], dat bij de kijker de onjuiste indruk ont-staat dat [eiseres] zich bezighoudt met oplichtingspraktijken, terwijl tussen Van So-lingen en [eiseres] slechts een geschil bestaat omtrent de vraag of tussen hen al dan niet een overeenkomst tot stand is gekomen. [klant] betwist dit laatste, omdat de op de orderbevestiging geplaatste handtekening niet de zijne zou zijn. Het geschil tussen [eiseres] en [klant] rechtvaardigt geenszins het aan de kaak stellen van de onderneming van [eiseres] zoals dat door Tros is gedaan. Het programma Opge-licht wordt in de uitzending aangekondigd als: “Hét programma dat duistere zaken aan het licht brengt”. Het programma is erop gericht om aandacht te besteden aan slachtoffers en daders van oplichting en aan methoden waarvan oplichters zich in hun praktijken bedienen. De titel van het programma, de wijze van presentatie, de onder-werpen die in het programma aan de orde komen, alsmede de inrichting en inhoud van de hieraan verbonden website (www.opgelicht.nl) maken duidelijk dat het programma zich niet richt op relatief onschuldige vormen van consumentenergernis, maar op het aan de kaak stellen van daadwerkelijke gevallen van oplichting in de zin van artikel 328 van het Wetboek van Strafrecht. Van oplichting is in het geschil tussen Van So-lingen en [eiseres] geen sprake. Voorts stelt [eiseres] dat de redactie van het pro-gramma onvoldoende onderzoek heeft verricht waardoor een aantal onjuiste suggesties worden gewekt, alsmede onjuiste mededelingen worden gedaan. Ook is volgens [eiseres] het recht op wederhoor geschonden. Tenslotte wordt ter afsluiting van het item over [eiseres] door de presentatrice het volgende gezegd (met Butterfly wordt [eiseres] bedoeld):

“Als Butterfly in het gelijk wordt gesteld, dan betekent dat in principe dat een ver-valste handtekening voortaan genoeg is om allerlei rekeningen te innen. Oplichters hebben in Nederland al veel speelruimte, maar zo wordt het ze wel erg gemakkelijk gemaakt.”

Met deze bewoordingen wordt door Tros zo niet onomwonden, dan toch in ieder geval impliciet de beschuldiging geuit dat [eiseres] zelf ten name van [klant] een or-derbevestiging heeft opgemaakt en deze van een valse handtekening heeft voorzien, ten einde [klant] te bewegen de daaruit voortvloeiende facturen te voldoen. Die verdachtmaking is lichtvaardig en ontbeert feitelijke grondslag. De bestempeling van de handelwijze van [eiseres] als oplichting in de uitzending heeft ertoe geleid dat [eiseres] in haar eer en goede naam is aangetast en dat het publiek afkerig is geworden om zaken met [eiseres] te doen. Hierdoor lijdt [eiseres] schade. Zo hebben meteen na de uitzending van het programma diverse ‘resellers’ die aanvankelijk hadden toegezegd de producten van [eiseres] via internet te koop aan te bieden/te verkopen, zich terug-getrokken, aldus steeds [eiseres]

4. Tros heeft een en ander gemotiveerd betwist. Zij stelt op een zorgvuldige wijze het programma Opgelicht te maken. Als uitgangspunt voor een onderwerp neemt zij een klacht van een consument, die meent te zijn opgelicht. In het onderhavige geval was dat de klacht van [klant]. Het onderwerp is vervolgens vanuit het perspectief van [klant] benaderd, waarbij wederhoor is toegepast. Tros heeft onderzoek ge-daan naar de handtekening van [klant], de met betrekking tot deze zaak gevoer-de correspondentie en zij heeft in het handelsregister onderzoek gedaan naar [eiseres] en haar rechtsvoorgangers. Op grond van dat onderzoek stelt Tros zich op het stand-punt dat er geen overeenkomst tussen [klant] en [eiseres] tot stand is gekomen, waardoor zij zich kritisch mag uitlaten over het geschil tussen [klant] en [eiseres] Voorts betwist Tros dat sprake is van onjuiste mededelingen. Het is feitelijk juist dat zich op één adres in Emmen een web van allerlei BV’tjes bevindt en dat het con-sumentenprogramma Ook Dat Nog in 1999 aandacht heeft besteed aan het toenmalige bedrijf Butterfly Erotic Club. [eiseres] heeft de handelsnaam Butterfly Erotic Club overgenomen. Bovendien kunnen Liro B.V. en [eiseres] met elkaar worden geassoci-eerd, omdat zij dezelfde aandeelhouder en directie hebben. Nu het programma Opge-licht zich richt op consumenten mag Tros in de uitzending op vereenvoudigde wijze meedelen dat [eiseres] eerder in het nieuws is geweest. Ook het slot van de uitzending is volgens Tros niet onrechtmatig. Tros is op basis van het door haar verrichte onder-zoek tot de conclusie gekomen dat er geen overeenkomst tussen [klant] en [eiseres] tot stand is gekomen en mag er dan vanuit gaan dat de handtekening op de order-bevestiging niet afkomstig is van [klant] en dat het derhalve gaat om een ver-valste handtekening. In het licht van die omstandigheden is het slot van het item over [eiseres] gerechtvaardigd. Bovendien is in het item over [klant] niet één keer gezegd dat [eiseres] een oplichtster is. Aldus snijden de door [eiseres] aangevoerde bezwaren volgens Tros geen hout. Tenslotte beroept Tros zich op haar vrijheid van meningsuiting en betwist zij dat [eiseres] schade heeft geleden door de gewraakte uit-zending.

5. De rechtbank stelt voorop dat bij het beantwoorden van de vraag of de uitzending van Opgelicht al dan niet onrechtmatig is jegens [eiseres], het belang van de uitingsvrij-heid van Tros dient te worden afgewogen tegen het belang van [eiseres] bij het ge-vrijwaard blijven van aantasting van haar eer en goede naam. Welke van deze belan-gen de doorslag geven, hangt af van de omstandigheden van het geval. Dit geldt ook voor de vervolgens te maken afweging of toewijzing van de vordering in een demo-cratische samenleving noodzakelijk is ter bescherming van de belangen van [eiseres] en of om die reden sprake is van een in artikel 10, tweede lid, van het EVRM toege-stane beperking van het recht van Tros op vrijheid van meningsuiting.

6. Wanneer Tros bij de uitoefening van haar uitingsvrijheid een misstand aan de kaak wil stellen, dient zij een fair en correct beeld te geven van de misstand in kwestie. Daarbij is niet alleen van belang welke informatie Tros over de misstand zelf verstrekt, maar ook de context waarin dat gebeurt. De handelwijze van [eiseres] die Tros aan de kaak wilde stellen is, dat [eiseres] [klant] na ontvangst van een orderbevestiging waarop een handtekening ten name van [klant] staat, beschouwt als abonnee, aan wie zij elk kwartaal tegen betaling een pakket erotische films kan zenden. [eiseres] wilde geen genoegen nemen met de ontkenning van [klant] dat de hand-tekening op de orderbevestiging aan [eiseres] van hem afkomstig is, is daarover met hem geen enkel debat aangegaan, maar heeft haar vordering op [klant] in han-den gegeven van een incassobureau dat [klant] onder dreiging met een gerech-telijke procedure een- en andermaal tot betaling heeft aangemaand. Het geschil tussen [eiseres] en [klant] is dus van civielrechtelijke aard en concentreert zich op de vraag, of tussen die twee partijen een rechtsgeldige overeenkomst is totstandgekomen.

7. Tros heeft aandacht gegeven aan dit geschil in een programma met als titel ‘Opge-licht’, dat volgens de introductie onthullingen bevat over fraude en meesteroplichters. Naast het programma-onderdeel over Butterfly bevatte de uitzending van 21 februari 2004 een item over een duo, dat met slinkse trucs over een bankrekening van een nietsvermoedend slachtoffer beschikt en over een aannemer, in Opgelicht meermalen een ‘bouwfraudeur’ genoemd, die op zijn aannemingscontracten wel aanbetalingen in-casseerde, maar de beloofde bestellingen niet deed en verder ook niets uitvoerde. Door het civielrechtelijke geschil tussen [eiseres] en [klant] in die context te presen-teren, suggereert Tros dat ook in dit geval sprake was van oplichtingspraktijken. Die suggestie versterkt Tros nog doordat de presentatrice aan het eind van de behandeling van het item over Butterfly concludeerde: “Als Butterfly in het gelijk wordt gesteld, dan betekent dat in principe dat een vervalste handtekening voortaan genoeg is om al-lerlei rekeningen te innen. Oplichters hebben in Nederland al veel speelruimte, maar zo wordt het ze wel erg gemakkelijk gemaakt.”. Met deze afsluiting wekt Tros de sug-gestie dat [eiseres] zich aan oplichting heeft schuldig gemaakt door de handtekening van [klant] te (laten) vervalsen.

8. Bij de kijker ontstaat door deze wijze van presentatie de indruk dat [eiseres] volgens Tros een oplichtster is. De enkele omstandigheid dat Tros de mening van Van Solin-gen onderschrijft dat de handtekening die op de orderbevestiging van [eiseres] is ge-plaatst niet die van [klant] is, maakt niet dat daarmee gezegd of gesuggereerd kan worden dat [eiseres] zich aan oplichting heeft schuldig gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank dient het belang van [eiseres] om niet lichtvaardig aan verdachtma-kingen te worden blootgesteld in dit geval dan ook zwaarder te wegen dan het belang van Tros om haar mening vrij te kunnen uiten. De rechtbank heeft daarbij mede in aanmerking genomen dat het onderwerp over [eiseres] voor wat betreft het aan de kaak stellen van misstanden in de maatschappij en het daaromtrent informeren van consumenten, slechts van geringe betekenis is, nu het geschil tussen [eiseres] en [klant] slechts de (civielrechtelijke) vraag betreft of al dan niet een overeenkomst tussen hen tot stand is gekomen. Aldus komt de rechtbank tot de conclusie dat de liti-gieuze uitzending van het programma Opgelicht onrechtmatig is ten opzichte van [eiseres]

9. Resteert de vraag of toewijzing van de vordering in een democratische samenleving noodzakelijk is in de zin van artikel 10 lid 2 EVRM. De rechtbank beantwoordt deze vraag, mede in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, bevestigend. Het belang van [eiseres] bij een ongestoorde bedrijfsvoering en het gevrijwaard blijven van aan-tasting van haar goede naam, dient te worden gekwalificeerd als een dringende maat-schappelijke noodzaak in de zin van voornoemd artikel.

10. Voorts acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat [eiseres] als gevolg van de on-rechtmatige uitzending schade heeft geleden. Wegens het ontbreken van informatie en bewijs over de omvang van de geleden schade, zal de rechtbank de vordering tot ver-wijzing naar de schadestaatprocedure toewijzen.

11. Tenslotte zal Tros, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

BESLISSING

De rechtbank:

- veroordeelt Tros tot betaling aan [eiseres] van een schadevergoeding, op te maken bij staat, welke schade dient te worden verhoogd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2004 tot aan de voldoening, wegens de schade die [eiseres] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de onrechtmatige uitzending van het programma Opgelicht op 21 februari 2004;

- veroordeelt Tros in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 311,40 aan verschotten en € 904,= voor salaris procureur;

- verklaart deze betalingsveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Gewezen door mr. W. Tonkens-Gerkema, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter open-bare terechtzitting van 2 maart 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.