Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2004:AR4653

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
14-10-2004
Datum publicatie
27-10-2004
Zaaknummer
KG 04/1281 SR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter van de Amsterdamse rechtbank heeft in kort geding bepaald dat de NOS en de NPS het uitzenden van het Station Colorful Radio binnen vier weken zullen moeten staken. De voorzieningenrechter onderschrijft de - in bezwaar gehandhaafde - beslissing van het Commissariaat van de Media, dat het overnemen van dit voormalige commerciële station door de NOS en het voortzetten van de uitzendingen in strijd is met bepalingen uit de Mediawet en niet kan worden beschouwd als een geoorloofde neventaak van de publieke omroep. Weliswaar heeft de Staatssecretaris het besluit van het Commissariaat geschorst, maar dat brengt de voorzieningenrechter niet tot een ander oordeel, aangezien de voorzieningenrechter een zelfstandige toetsingsbevoegdheid heeft en de schorsing mede door andere dan juridische overwegingen is ingegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

SR/MB

vonnis 14 oktober 2004

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t r o l n u m m e r KG 04/1281 SR v a n:

1. de vereniging NEDERLANDSE VERENIGING VAN COMMERCIELE RADIO, gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap SKY RADIO LIMITED,

gevestigd te Londen (Engeland),

3. de besloten vennootschap VRIJE RADIO OMROEP NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Hilversum,

4. de besloten vennootschap PUBLIMUSIC B.V.,

gevestigd te Naarden,

5. de besloten vennootschap RTL FM B.V.,

gevestigd te Hilversum,

6. de besloten vennootschap YORIN FM B.V.,

gevestigd te Hilversum,

7. de besloten vennootschap I.D. & T. RADIO B.V.,

gevestigd te Zaanstad,

8. de besloten vennootschap BUSINESS NIEUWS RADIO B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

9. de besloten vennootschap ARROW CLASSICS JAZZ FM B.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

10. de besloten vennootschap ARROW CLASSIC ROCK RADIO B.V.,

gevestigd te Voorburg,

11. de besloten vennootschap RADIO 10 B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

e i s e r e s s e n bij dagvaarding van 5 juli 2004,

verder te noemen VCR c.s.,

procureur mr. E.J. Dommering,

t e g e n :

1. de stichting NEDERLANDSE OMROEPSTICHTING,

gevestigd te Hilversum,

2. de stichting NEDERLANDSE PROGRAMMA STICHTING,

gevestigd te Hilversum,

g e d a a g d e n,

procureur mr. J.W. van Rijswijk,

advocaat mr. G.J.M. Cartigny te Rotterdam.

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij tussenvonnis van 22 juli 2004 heeft de voorzieningenrechter deze zaak, in afwachting van de beslissing op bezwaar van het Commissariaat voor de Media (verder: het Commissariaat) over de vraag of het voortzetten door de NOS van het programma Colorful Radio in strijd is met (bepalingen van) de Mediawet, pro forma aangehouden tot 6 september 2004, met aanhouding van iedere verdere beslissing. Bij brief van 6 september 2004 hebben VCR c.s., onder toezending van de beslissing op bezwaar van het Commissariaat van 31 augustus 2004, verzocht om voortzetting van de behandeling. Op 13 september 2004 heeft de NOS om uitstel van de voortzetting verzocht, in verband met het op handen zijn van een brief van de Staatssecretaris voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap inzake Colorful Radio. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek niet gehonoreerd. Tijdens de voortgezette behandeling op 22 september 2004, op welke datum de genoemde brief inmiddels beschikbaar was, hebben VCR c.s. hun vordering beperkt in die zin dat zij veroordeling van de NOS en NPS gevorderd hebben tot het staken en gestaakt houden van de exploitatie en uitzending van Colorful Radio, onder welke naam dan ook. De NOS en de NPS hebben in reconventie gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte akte en deze vordering vervolgens - nadat gebleken was dat aan het gevorderde inmiddels tegemoet was gekomen - weer ingetrokken. De NOS en de NPS hebben de verminderde vordering bestreden. Na verder debat hebben partijen vonnis gevraagd, welk vonnis is bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de feiten a tot en met h. zoals vermeld in het tussenvonnis van 22 juli 2004, alsmede van de volgende feiten.

a. Op 11 juni 2004 heeft de Staatssecretaris van O, C en W de Tweede Kamer een brief gestuurd, naar aanleiding van het rapport van de [commissie R.K.] over het functioneren van de publieke omroep. Deze brief bevat onder meer de volgende passage:

“De visitatiecommissie schetst in zijn rapport het dilemma waarvoor de publieke radio wordt geplaatst. Een optie is om de vijf zenders nog herkenbaarder en scherper te programmeren volgens een vast format, maar dan worden sommige genres - zoals bijvoorbeeld wereldmuziek of jazz - lastiger te plaatsen. Een alternatieve optie is

uitbreiding van het aantal zenders, via kabel (Concertzender, Urban FM), internet (3voor12) en op termijn via digitale radio.Op die manier kunnen verloren groepen worden bereikt en ontstaat extra ruimte voor nicheprogrammering. Keerzijde van zo’n strategie is een verdere versnippering van het aanbod en daarmee van het publiek. (...) Verder dienen extra kanalen niet te leiden tot oneerlijke concurrentie met de commerciële omroep. Tot slot rijst een principiële vraag. Kan de publieke omroep cruciale onderdelen van zijn publieke taak overhevelen van de ether naar nieuwe kanalen? Op basis van de huidige Mediawet is dit niet zonder meer mogelijk. De wet rekent de etherzenders tot de hoofdtaak van de publieke omroep en hierop dient een volledig programma-aanbod te worden verzorgd. Andere kanalen vallen onder het regime van de neventaken. Bijgevolg zijn zij aanvullend niet vervangend voor de hoofdtaak.”

b. In de zomer van 2004 heeft de NPS medewerkers geworven voor het nieuw te

starten radiostation Urban Radio. In een advertentie op Internet wordt dit station als volgt omschreven:

“Urban Radio wordt een uniek landelijk muziekstation voor, door en van jonge mensen met een “urban mentality”. Urban Radio is zelfbewust, eigenzinnig, betrokken en straalt kracht uit. Daarmee wordt de nieuwe radiozender het platform voor jongeren die graag naar hiphop, r&b, dancehall, drum&base, cross-over en dance luisteren.”

Gezocht worden DJ’s, producers,/Redacteuren, Muzieksamenstellers en Radiovormgevers. Als belangrijkste aan DJ’s te stellen eisen worden genoemd:

“heel veel passie voor muziek, de juiste taal spreken en de luisteraars weten te boeien” .

c. In het kader van de behandeling van de bezwaarschriften door het Commissariaat heeft op 5 juli 2004 een hoorzitting plaatsgevonden. Deze hoorzitting is voortgezet op 5 augustus 2004.

d. In het Advies Kabelplan Radio 2004-2005 van de Haagse Programmaraad werd - het toenmalige - Colorful Radio als volgt omschreven:

“Colorful Radio richt zich op “wereldmuziek” en noemt zich thans “home of hiphop & R&B”.

De Haagse Programmaraad heeft positief geadviseerd ten aanzien van Colorful Radio, maar noemt FunX, een samenwerkingsverband van enkele lokale omroepen, als alternatief, voor het geval Colorful Radio geen doorstart zou kunnen maken, aangezien FunX zich ook richt op hiphop en R&B. Ter toelichting op het positieve advies is het volgende vermeld:

“In voorgaande jaren was het advies (...) negatief. Dit had met name te maken met onduidelijkheid omtrent het multiculturele karakter van Colorful Radio, hetgeen Colorful destijds nog propageerde te hebben. Inmiddels streeft Colorful Radio dit niet meer nadrukkelijk na en richt zich nu op bovenvermeldde muziekstijl.”

e. Bij beslissing van 31 augustus 2004 heeft het Commissariaat de bezwaren van de

NOS en VCR c.s. tegen zijn besluit van 18 mei 2004 ongegrond verklaard en dit besluit, onder aanpassing van de motivering, gehandhaafd. Het Commissariaat heeft bij zijn beslissing als uitgangspunt genomen de feiten en omstandigheden zoals die bekend waren op het tijdstip van de heroverweging en dus ook het format van Colorful Radio getoetst zoals dat op dat moment werd uitgezonden. Daarbij heeft het Commissariaat naast door de NOS verstrekte opnames van Colorful Radio de resultaten van een eigen onderzoek in de maanden juli en augustus 2004 naar de uitgezonden muzieksoort en de gebezigde taalsoort betrokken. Daaruit blijkt dat 100% van het programma van Colorful Radio bestaat uit muziek, behoudens nieuws op het hele uur en jingles. Het Commissariaat is van oordeel dat de muziek kan worden aangeduid als “mainstream”. De beslissing bevat onder meer de volgende passages:

“(...) is het Commissariaat van oordeel dat Colorful Radio zich niet voldoende onderscheidt van algemene jongerenmuziekzenders. Colorful Radio zendt ruim 50% Hip Hop/Rap uit en bijna 30% R&B/Soul. Alhoewel het programma van Colorful Radio hierin afwijkt van andere algemene jongerenmuziekzenders, gaat het hierbij om heterogene muzieksoorten die veelal zijn aan te duiden als mainstream. (...)

Op grond van het bovenstaande blijft het Commissariaat van oordeel dat met Colorful Radio geen sprake is van een minderhedenzender waarvan in de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13c, derde lid, Mediawet wordt gesproken als voorbeeld van een themakanaal. Hierbij merkt het Commissariaat op dat, gelet op de inhoud van het rapport Mediagebruik etnische publieksgroepen 2002, de beoogde doelgroep door middel van het programma Colorful Radio ook niet wordt bereikt. (...)

De stelling van de NOS dat indien blijkt dat de NPS op het punt van aandacht voor minderheden niet voldoet aan het voor haar geldende specifieke programmavoorschrift, het Commissariaat de naleving van dit voorschrift kan handhaven, laat onverlet dat de publieke omroep in haar programma waarvoor zendtijd is verkregen, zendtijd dient te besteden aan minderheden en deze taak niet mag overhevelen naar neventaken, waardoor het aanbod in de hoofdtaak op dit punt onvermijdelijk verschraalt. (...)

De Nos heeft te kennen gegeven het bestaande format in de loop van september 2004 te willen wijzigen. Hetgeen de NOS terzake van het nieuwe format heeft aangevoerd is echter nog zo weinig concreet of zeker, dat daarin vooralsnog voor het Commissariaat geen grond is gelegen voor een ander oordeel over de toelaatbaarheid daarvan dan terzake van het huidge format geldt”

Op grond van het voorgaande heeft het Commissariaat geoordeeld dat het voortzetten van Colorful Radio kan leiden tot schade aan de hoofdtaak. Omdat het uitzenden van Colorful Radio volgens het Commissariaat derhalve in strijd is met het bepaalde in artikel 57a, eerste lid aanhef onder a. en b. van de Mediawet is naar zijn oordeel toetsing aan het betreffende artikel eerste lid aanhef en onder c. (concurrentievervalsing) niet opportuun.

f. De NOS heeft de uitzendingen van het radioprogramma Colorful Radio voortgezet. Haar uitzendingen zijn, ten opzichte van vóór de overname, niet ingrijpend gewijzigd. Zij zendt nog steeds alleen muziek uit en er is (met uitzondering van de nieuwsberichten) geen sprake van ‘gesproken woord’. De NOS was voornemens om per september 2004 terug te keren naar het oude format van Colorful Radio (dat dan Urban Radio zou gaan heten) en haar uitzendingen te vullen met 50% muziek en 50% ‘gesproken woord’. Tot op heden is aan dat voornemen geen uitvoering gegeven.

g. Bij brief van 20 september 2004 heeft de Staatssecretaris van O, C en W de Tweede

Kamer desgevraagd geïnformeerd over de situatie rond Colorful Radio. Zij heeft er in deze brief op gewezen dat de wetgever geen beperkingen heeft gesteld aan het begrip “themakanaal”. Verder heeft zij vermeld dat het Commissariaat de wet zodanig lijkt te interpreteren dat er pas ruimte is om een neventaakprogramma te verzorgen als de hoofdtaak volledig voldoet en dat zij zich afvraagt of deze interpretatie zich verdraagt met de wet, de bedoelingen van de wetgever en het algemeen belang van de publieke omroep. Zij heeft dat als volgt gemotiveerd:

“Immers, neventaken zijn uitdrukkelijk bedoeld om mede invulling te kunnen geven aan de hoofdtaak en zo is dit ook in de wet verwoord. In situaties waar er behoefte is om de uitvoering van de taakopdracht van de publieke omroep te versterken, in dit geval ten aanzien van de programmering voor migranten, heeft de wetgever juist willen voorzien in mogelijkheden om met neventaakkanalen mede invulling te kunnen geven aan de taakopdracht.”

De Staatssecretaris concludeert in deze brief dat zij met de schorsing van het besluit van het Commissariaat ruimte heeft willen geven om een en ander te onderzoeken.

2. VCR c.s. vorderen, kort gezegd, na beperking van eis, primair de NOS en de NPS te veroordelen tot het staken en gestaakt houden van de uitzending en exploitatie van het radiostation Colorful Radio, onder welke naam dan ook, subsidiair in elk geval totdat in hoogste instantie is beslist dat de overname en het uitzenden van Colorful

Radio een geoorloofde neventaak is, op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van NOS en NPS in de kosten van deze procedure.

3. VCR c.s. hebben, onder herhaling van en in aanvulling op hun in het tussenvonnis weergegeven stellingen, aan hun vordering het volgende ten grondslag gelegd. Het Commissariaat heeft inmiddels in bezwaar bevestigd dat de overname en voortzetting van Colorful Radio geen geoorloofde neventaak is omdat zij in strijd zijn met artikel 57a, eerste lid en onder a en b, van de Mediawet. Daarnaast is, nu en in de toekomst, sprake van concurrentievervalsing ten opzichte van VCR c.s.. Ondanks de beslissing van het Commissariaat hebben de NOS en de NPS Colorful Radio niet gestaakt. Nu de beslissing op bezwaar van het Commissariaat, anders dan ten tijde van het tussenvonnis, inmiddels bekend is, is er alle aanleiding tot toewijzing van de vordering. De spontane schorsing door de Staatssecretaris van de beslissing van het Commissariaat is daarvoor geen belemmering. De Staatssecretaris heeft het schorsingsinstrument aangewend om tijd te creëren voor een oplossing van de problemen van de publieke zenders. Daarvoor is de schorsingsbevoegdheid echter niet bedoeld. Vernietiging van het besluit van het Commissariaat is niet mogelijk, zolang er nog een bezwaar- of beroepsprocedure loopt. Nog los van dit alles geldt dat de burgerlijke rechter bevoegd is een voorziening te treffen aangezien er door de schorsing geen bestuurlijke rechtsgang bestaat waarin de door VCR c.s. gewenste spoedvoorziening kan worden getroffen. Het is niet aannemelijk dat de bestuursrechter het oordeel van het Commissariaat uiteindelijk niet zal volgen. Een eindoordeel van de bestuursrechter zal nog jaren in beslag nemen. In afwachting daarvan moeten de NOS en NPS stoppen met de uitzendingen, aangezien VCR c.s. schade lijden, onder meer doordat luisteraars door de exploitatie van Colorful Radio worden weggetrokken van de andere zenders, die daardoor (reclame-) inkomsten kunnen mislopen. Aldus VCR c.s..

4. Ter afwering van de vordering hebben de NOS en de NPS, eveneens onder herhaling van de in het tussenvonnis reeds weergegeven argumenten aangevoerd, samengevat, dat zij niet onrechtmatig handelen jegens VCR c.s. omdat de overname en voortzetting van Colorful Radio geen verboden neventaak is en niet strijdig met de Mediawet. Weliswaar is het Commissariaat inmiddels tot een andersluidend oordeel gekomen, maar de NOS en de NPS gaan dat oordeel aanvechten bij de bestuursrechter. Bovendien is aan de vaststelling van het Commissariaat de werking ontnomen door de schorsing door de Staatssecretaris, welke beslissing niet, althans alleen met de grootst mogelijke terughoudendheid door de voorzieningenrechter mag worden getoetst. De NOS is het onder meer niet eens met de uitleg van het begrip “Minderhedenzender” van het Commissariaat, omdat die naar het oordeel van de NOS gebaseerd is op een traditionele opvatting daarover. Om de nieuwe generatie migranten te bereiken is niet een exclusieve, maar een meer integrale benadering op zijn plaats. Ook is wel degelijk sprake van een van andere jongerenzenders afwijkende muziekkeuze. Oneerlijke concurrentie is niet aan de orde, aangezien voor Colorful Radio geen extra middelen beschikbaar zijn gesteld en in haar programma geen reclameboodschappen worden uitgezonden. VCR c.s. hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij schade lijden, mede gelet op het feit dat VCR c.s. zelf bij voortduring hebben verklaard dat Colorful Radio geen levensvatbaar station is en dat zij dit zelf niet hebben willen overnemen, terwijl dat destijds uitdrukkelijk wel tot de mogelijkheden behoorde. Verder is op geen enkele wijze gesteld of gebleken dat als gevolg van de uitzendingen door Colorful Radio het aantal luisteraars naar de programma’s van VCR c.s. daadwerkelijk is gedaald. Ook zijn de uitzendingen van een deel van V.C.R. c.s. gericht op een heel ander publiek dan Colorful Radio. Aldus de NOS en de NPS.

Beoordeling van het geschil

7. De NOS en de NPS hebben onder meer aangevoerd dat aan het oordeel van

het Commissariaat geen zwaar, laat staan een doorslaggevend gewicht toekomt, nu de beslissing van het Commissariaat is geschorst door de Kroon, deze schorsing voortduurt tot 13 weken nadat op het bezwaar of beroep onherroepelijk is beslist en VCR c.s. tegen die schorsing geen rechtsmiddelen aangewend hebben. Zij hadden dat volgens NOS en NPS wel kunnen doen door niet hen, maar de Staatssecretaris in kort geding te betrekken. De NOS en de NPS gaan er daarbij echter aan voorbij dat in een dergelijke procedure niet een verbod tot het voortzetten van de uitzending gevorderd zou kunnen worden. De onderhavige vordering levert geen misbruik van recht op. In beide procedures zou immers dezelfde rechtsvraag aan de orde (kunnen) komen, terwijl het standpunt van de Staatssecretaris inmiddels duidelijk is. Het stond VCR c.s. dan ook vrij om in kort geding een rechtsoordeel te vragen over de stelling van VCR c.s. dat de handelwijze van de NOS en de NPS strijdig met de wet en derhalve onrechtmatig is. Dit verweer faalt derhalve.

8. Inmiddels is de beslissing van het Commissariaat in bezwaar gehandhaafd en is het oordeel van het Commissariaat over Colorful Radio in volle omvang bekend

Zowel uit het primaire besluit, als uit de beslissing op bezwaar, blijkt ondubbelzinnig dat naar het oordeel van het Commissariaat de overname en voortzetting van Colorful Radio door de NOS geen geoorloofde neventaak is. Het Commissariaat heeft immers beslist dat de overname en de uitzendingen in strijd zijn met het bepaalde in (onderdelen van) artikel 57a lid 1 van de Mediawet, welk artikel op basis van artikel 55b lid 2 van de Mediawet van overeenkomstige toepassing is op neventaken als bedoeld in artikel 13c, lid 3 van die wet.

Het Commissariaat heeft geoordeeld dat zowel sprake is van strijd met het bepaalde onder a. als van strijd met het bepaalde onder b van het betrokken artikel, aangezien Colorful Radio aangemerkt moet worden als een gewone jongerenmuziekzender. De vraag of ook sprake is van strijd met het bepaalde onder c. heeft het Commissariaat in het midden gelaten, omdat hij de beantwoording daarvan, gezien het voorgaande, niet opportuun achtte.

9. Het Commissariaat heeft uitvoerig onderzoek verricht naar de inhoud van de uitzendingen van Colorful Radio. De NOS en de NPS hebben de juistheid van de uitkomsten van dit onderzoek als zodanig niet bestreden, met uitzondering van de kwalificatie van de uitgezonden muziek als “main stream”. Mede gelet op de uitkomsten van het onderzoek en de overige producties, zoals de wervingsad-vertenties van de NOS en het advies van de Haagse Programmaraad, gaat de voorzieningenrechter dan ook uit van de juistheid van de beslissing van het Commissariaat dat geen sprake is van een minderhedenzender, maar van een algemene op jongeren gerichte muziekzender. De NOS heeft weliswaar aanvankelijk aangevoerd dat het format van de uitzendingen inmiddels is gewijzigd, maar heeft inmiddels zelf aangegeven dat dit - behoudens een verlegging van het accent voor wat betreft de muzieksoort - thans nog niet het geval is en ook uit de bevindingen van het Commissariaat is van een structurele wijziging van de inhoud van de programma’s niet gebleken. Bovendien moet geoordeeld worden dat de NOS en de NPS oneigenlijk gebruik maken van hun mogelijkheid om via het begrip neventaak een themakanaal te verzorgen, als zij eerst door middel van het verzorgen van een algemene jongerenmuziekzender luisteraars aantrekken - en bij bestaande zenders wegtrekken - , deze vervolgens met een algemeen jongeren muziek -programma aan zich binden en daarna die zender omvormen tot een soort minderhedenzender. Op basis van het voorgaande en vanwege het feit dat de NOS en de NPS het programma niet uitzenden binnen de door hun verkregen zendtijd, maar via de aparte kabelvoorziening, die zij ook van Colorful Radio hebben overgenomen, onderschrijft de voorzieningenrechter eveneens het oordeel van het Commissariaat dat van een geoorloofde neventaak geen sprake is. Daarbij komt nog dat geen van de betrokken instanties zich tot op heden heeft uitgesproken over de mogelijke strijdigheid van de handelwijze van de NOS en de NPS met het bepaalde onder c. van het eerdergenoemde artikel (concurrentievervalsing), terwijl vooralsnog voldoende aannemelijk moet worden geacht dat het door de publieke omroep verzorgen van een algemene jongerenmuziekzender op een - met publieke middelen verworven - apart kabelnet ook op die grond in strijd met de Mediawet moet worden geacht. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan er voorshands van uit worden gegaan dat de NOS met Colorful Radio - waarvoor weliswaar geen extra middelen beschikbaar zijn gesteld, maar die wel uit de publieke middelen wordt bekostigd - luisteraars uit de (jongeren-) doelgroep van VCR. c.s. wegtrekt, zodat (indirect) sprake kan zijn van derving van reclame-inkomsten bij VCR c.s.. Ook is niet onwaarschijnlijk dat, zoals VCR c.s. hebben aangevoerd, de NOS en de NPS door hun naamsbekendheid gemakkelijker toegang tot het kabelnet hebben dan andere aanbieders van radio-uitzendingen, ook al kan de uitzending van Colorful Radio via de kabel niet verplicht worden gesteld. Op grond van het voorgaande luidt de conclusie dat aangenomen moet worden dat voortzetting van het station Colorful Radio door de NOS en de NPS strijdig is met de Mediawet - en dientengevolge onrechtmatig ten aanzien van VCR c.s..

10. Op grond van hetgeen is overwogen ten aanzien van het wegtrekken van luisteraars, is eveneens voldoende aannemelijk geworden dat VCR c.s. van de voortzetting van Colorful Radio schade hebben geleden en/of nog zullen lijden. Colorful Radio bedient immers thans reeds een aanzienlijke groep luisteraars (momenteel volgens beide partijen ongeveer 750.000 jongeren) en gezien de plannen van de NOS en de NPS valt zeker niet uit te sluiten dat deze groep in de toekomst nog aanmerkelijk wordt uitgebreid.

11. De NOS en de NPS hebben verder aangevoerd dat de schorsing van het besluit van het Commissariaat door de Staatssecretaris op zichzelf al de toewijzing van het gevraagde verbod in de weg staat. Dat betoog kan echter niet worden gevolgd. Immers in deze procedure wordt uitgegaan van de juistheid van het besluit van het Commissariaat. Bij de schorsing van dit besluit moet in aanmerking worden genomen dat de Kroon deze niet alleen op rechtmatigheids- maar ook op doelmatigheidsgronden of op gronden ontleend aan het algemeen belang kan worden gebaseerd. Uit de brief van 20 september 2004 van de Staatssecretaris komt naar voren dat het schorsingsbesluit met name is ingegeven door de wens tot het verrichten van nader onderzoek naar de interpretatie van de wet door het Commis-sariaat in het licht van bepaalde maatschappelijke veranderingen, en niet zozeer door het uitgangspunt van de Staatssecretaris dat de beslissing van het Commissariaat op juridische gronden onjuist is. Bovendien heeft de Staatssecretaris haar oordeel onderstreept met het argument dat de wetgever heeft willen voorzien in versterking van de taakopdracht van de publieke omroep ten aanzien van de programmering voor migranten, terwijl nu juist niet aannemelijk is geworden dat de overname van Colorful Radio daaraan een bijdrage levert of heeft geleverd. De schorsing door de Staatssecretaris werpt derhalve geen ander licht op het oordeel van het Commissariaat.

12. Op grond van het voorgaande is thans onvoldoende aannemelijk dat de

bestuursrechter de beslissing van het Commissariaat uiteindelijk niet zal volgen.

13. Ook een belangenafweging kan niet leiden tot afwijzing van de vordering van VCR

c.s.. Het belang dat de NOS en de NPS hebben bij het voortzetten van Colorful Radio, weegt niet zwaarder dan het belang van VCR c.s. bij het gevrijwaard blijven van onrechtmatig handelen jegens hen, mede gelet op de omstandigheid dat het uiteindelijke oordeel van de bestuursrechter in de bodemprocedure pas over enkele jaren beschikbaar zal zijn. Daarbij weegt mee dat het voortzetten van Colorful Radio, zoals uit het voorgaande blijkt, in strijd moet worden geacht met de Mediawet en bovendien slechts een ondergeschikt onderdeel is van de totale programmering van NOS en NPS,

14. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de verminderde vordering toewijsbaar is. Afweging van de wederzijdse belangen van partijen maakt dat na te melden termijn redelijk voorkomt.

15. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen de NOS en de NPS worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

16. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd, als na te melden.

BESLISSING IN KORT GEDING

De voorzieningenrechter:

1. Veroordeelt de NOS en de NPS, binnen 4 weken na de betekening van dit vonnis, de uitzending en exploitatie van het radio station, thans bekend onder de naam Colorful Radio, onder welke naam dan ook, te staken en gestaakt te houden.

2. Bepaalt dat de NOS en de NPS een dwangsom verbeuren van € 50.000,- voor iedere dag dat zij het onder 1. genoemde verbod overtreden, met een maximum van

€ 2.000.000,-.

3. Veroordeelt de NOS en de NPS in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van VCR c.s. begroot op:

- € 70,40 aan explootkosten,

- € 241,- aan vastrecht en

- € 703,- aan salaris procureur

4. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

5. Wijst het meer of anders gevorderde af.

Gewezen door mr. Sj.A. Rullmann, vice-president van de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 14 oktober 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll: