Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2004:AP0183

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-05-2004
Datum publicatie
27-05-2004
Zaaknummer
H 02.0676
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2008:BD2837, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiser stelt dat de koers van€ 89,= euro voor het aandeel op de Amsterdamse beurs op 11 februari 2000 niet tot stand is gekomen op een "fair market" of een "honest market" en dat daarom de Commissaris voor de Notering de handel in het aandeel tegen die koers had moeten verbieden, althans de transacties van die dag had moeten doorhalen. De Commissaris voor de Notering heeft dit echter nagelaten. Derhalve, aldus eiser, heeft Euronext jegens hem onrechtmatig gehandeld, althans jegens hem wanprestatie gepleegd, op grond waarvan zij jegens hem schadeplichtig is.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2004/205

Uitspraak

240131/H 02.0676

vs 26 mei 2004

DE RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

DERDE MEERVOUDIGE CIVIELE KAMER

VONNIS

in de zaak met rolnummer H 02.0676 van:

[eiser], wonende te [woonplaats],

e i s e r,

procureur mr. R.J.A.M. Sträter,

t e g e n :

de naamloze vennootschap EURONEXT AMSTERDAM N.V., gevestigd te Amsterdam,

g e d a a g d e,

procureur mr. C.W.M. Lieverse.

Partijen worden hierna [eiser] en Euronext genoemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De rechtbank is uitgegaan van de volgende processtukken en/of proceshandelingen:

- dagvaar-ding van 7 maart 2002,

- akte van [eiser] met bewijsstukken,

- conclusie van antwoord met bewijsstukken,

- conclusie van repliek met bewijsstukken,

- conclusie van dupliek met bewijsstukken,

- proces-verbaal van op 9 september 2003 gehouden pleidooi en de daaruit blijkende proceshandelingen en processtukken.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende betwist, als-mede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van overgelegde bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast.

a. Euronext heeft een Commissaris voor de Notering die toeziet op een geordend verloop van de handel op haar Amsterdamse effectenbeurs. Hij is bevoegd de handel in een fonds te verbieden en noteringen door te halen.

b. Begin februari 2000 heeft de vennootschap Via Net.works, Inc., verder: Via Net, 16,5 miljoen aandelen uitgegeven. Bij de emissie, waarop kon worden ingeschreven, was MeesPierson N.V. betrokken. Aangekondigd was dat het aandeel op 11 februari 2000 "gelijktijdig" zou worden geïntroduceerd op de Amsterdamse en de New Yorkse effectenbeurs.

c. Op die dag heeft [eiser] een bestens order tot aankoop van 5.000 aandelen Via Net op de Amsterdamse beurs gegeven.

d. Op de Amsterdamse beurs zijn die dag omstreeks 353.000 aandelen Via Net verhandeld tegen een koers van €89,= euro. Deze koers is bepaald door AOT, die als hoekman voor het fonds optrad. De genoemde transacties vonden alle plaats omstreeks 15.50 uur. Ook de order van [eiser] is toen uitgevoerd. Hij kocht dus 5.000 aandelen Via Net tegen de genoemde koers.

e. Om 16.30 uur die dag is de beurs te Amsterdam gesloten en is de handel in de aandelen Via Net op de beurs te New York aangevangen. Om 16.31 uur zijn daar de eerste transacties gedaan tegen een koers van US $ 44,=. In totaal zijn die dag op de New Yorkse beurs omstreeks 6,5 miljoen aandelen Via Net verhandeld tegen een gemiddelde koers van

-omgerekend- euro€ 42,50.

f. Na 11 februari 2000 zijn er geen noemenswaardige verschillen geweest tussen de koers van het aandeel op de ene en de koers van het aandeel op de andere beurs. De koers zweefde eerst rond de€ 40,= euro en is daarna gedaald.

2. [eiser] stelt dat de koers van€ 89,= euro voor het aandeel op de Amsterdamse beurs op 11 februari 2000 niet tot stand is gekomen op een "fair market" of een "honest market" en dat daarom de Commissaris voor de Notering de handel in het aandeel tegen die koers had moeten verbieden, althans de transacties van die dag had moeten doorhalen. De Commissaris voor de Notering heeft dit echter nagelaten. Derhalve, aldus [eiser], heeft Euronext jegens hem onrechtmatig gehandeld, althans jegens hem wanprestatie gepleegd, op grond waarvan zij jegens hem schadeplichtig is. Hij vordert dat de rechtbank dit voor recht verklaart, met veroordeling van Euronext in de proceskosten.

3. Euronext bestrijdt dat zich enige onregelmatigheid heeft voorgedaan en dat haar Commissaris voor de Notering in de gegeven omstandigheden had moeten ingrijpen. Haar treft dan ook geen verwijt.

4. Voorop staat dat Euronext tegenover beleggers als [eiser] de plicht heeft te waken voor een eerlijke markt. Euronext heeft getracht daarin te voorzien door regels te stellen, waaraan onder anderen de hoekman AOT zich moest houden.

5. Vast staat dat AOT zich bij het bepalen van de koers, waartegen de eerste transacties in het aandeel zijn gedaan, aan de toen voor haar geldende regels heeft gehouden. Daarop stuit het betoog van [eiser] af dat AOT de match heeft kunnen maken met behulp van een aantal van MeesPierson afkomstige aandelen die -naar tussen partijen vast staat- MeesPierson niet vast had mogen houden maar aan inschrijvers op de emissie had moeten leveren. Bovendien staat vast ([eiser] erkent dit onder 5 repliek) dat op het moment waarop AOT de koers bepaalde, niet was te voorzien wat het aandeel in New York zou gaan doen. Voor een door de Commissaris voor de Notering te geven verbod om de handel te openen tegen de door AOT bepaalde koers van € 89 bestond dus geen grond.

Dat wordt niet anders, indien in aanmerking wordt genomen dat -naar tussen partijen vast staat- nagenoeg alle tegen die koers verhandelde aandelen werden gekocht door kopers die, evenals [eiser], een bestens order hadden geplaatst. De toen geldende regels van Euronext lieten dit toe. Ook overigens was geen sprake van een oneerlijke koersvorming, want uit de verklaringen, afgelegd in het tussen partijen gehouden voorlopig getuigenverhoor, volgt dat AOT heeft afgetast tegen welke prijs houders van de aandelen (dat waren degenen die door de inschrijving de aandelen hadden verkregen) bereid waren te verkopen en vervolgens op de voor een hoekman gebruikelijke wijze de openingskoers heeft bepaald. Op dit laatste stuit ook het betoog van [eiser] af dat het verkoopaanbod te gering was om een openingskoers te bepalen. Dat was niet zo.

6. Vervolgens bleek dat het aandeel in New York een veel lagere koers deed dan de koers waartegen het in Amsterdam was verhandeld. In dat feit heeft de Commissaris voor de Notering terecht geen grond gezien om de notering van 11 februari 2000 door te halen. Uit hetgeen onder 5 is overwogen, volgt immers dat er niets was aan te merken op de wijze, waarop de openingskoers in Amsterdam was bepaald, en dat niemand had voorzien of kunnen voorzien dat de koers in New York veel lager zou blijken te zijn dan de Amsterdamse openingskoers.

[eiser] werpt nog op dat het koersverschil er niet zou zijn geweest, indien het aandeel werkelijk gelijktijdig op de Amsterdamse en op de New Yorkse beurs zou zijn geïntro-duceerd, maar daarop hebben de beleggers in redelijkheid, wat er ook zij van de aankondigingen die aan de beursintroductie van het aandeel voorafgingen, niet mogen vertrouwen gelet op de openingstijden van beide beurzen. Ten slotte kan geen rol spelen dat Euronext haar regels met betrekking tot beursintroducties heeft gewijzigd (onder meer in die zin dat uitvoering van bestens orders tot aankoop dan niet zijn toegestaan). Die wijzigingen kwamen er naar aanleiding van de onderhavige affaire, terwijl onbestreden is dat een zodanige affaire zich niet eerder had voorgedaan. [eiser] verwijt Euronext niet dat zij haar regels eerder had moeten veranderen.

7. De verwijten van [eiser] treffen dus geen doel, zodat zijn vordering niet kan worden toegewezen en hij in de proceskosten moet worden verwezen.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, tot deze uitspraak aan de zijde van Euronext begroot op e 1.753,=;

- verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mrs. D.J. Cohen Tervaert, K.D. van Ringen en H.A.M. Roëll-Mulder, leden van genoemde kamer, en uitge-sproken ter openbare terecht-zitting van 26 mei 2004 in tegen-woordig-heid van de griffier.