Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2004:AO9324

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-05-2004
Datum publicatie
12-05-2004
Zaaknummer
KG 04/929 OdC
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Spelers van het Nederlands elftal houden met een beroep op hun portretrechten de publicatie van het boek "Jongensdromen" met succes tegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

OdC/MV

vonnis 12 mei 2004

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t r o l n u m m e r KG 04/929 OdC v a n:

de vereniging KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND KNVB,

gevestigd te Zeist,

mede handelend namens:

1[de spelers]

e i s e r s bij concept-dagvaarding,

procureur mr. D.J.G. Visser,

t e g e n :

1. de besloten vennootschap BEING THERE B.V., gevestigd te Amsterdam,

2. de stichting STICHTING BEING THERE, gevestigd te Amsterdam,

3. [gedaagde3], wonende te Amsterdam,

g e d a a g d e n , vrijwillig verschenen,

procureur mr. G.J. Kemper.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 11 mei 2004 hebben eisers, hierna ook te noemen de KNVB en de spelers, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte concept-dagvaarding met dien verstande dat de KNVB de vordering jegens de Uitgeve-rijen Arbeiderspers, Archipel, Balans B.V., in de concept-dagvaarding opgenomen als gedaagde sub 4, niet heeft aangebracht. Ter zitting is door de KNVB te kennen gegeven mede namens de spelers zoals in de aanhef van dit vonnis opgenomen onder 14 tot en met 20 op te treden. Gedaagden sub 1 en 2, verder ook gezamenlijk te noemen Being There, en gedaagde sub 3, verder ook te noemen [gedaagde3], hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben par-tijen vonnis gevraagd. Dit vonnis is bepaald op 12 mei 2004 en is met een summiere motivering uitgesproken. Het onderstaande vormt hiervan de nadere uitwerking.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In dit geding wordt uitgegaan van de volgende feiten:

a. Being There exploiteert een marketing, communicatie- en organisatieadviesbureau waarvan [directeur] directeur is. Tezamen met [gedaagde3], die werkzaam is als foto-graaf, heeft Being There een boek samengesteld onder de titel ‘Jongensdromen’. Dit boek bevat afbeeldingen van de portretten van de meeste spelers van het Nederlands elftal. De spelers zijn door [gedaagde3] in de periode eind 2003, begin 2004 in slapende houding gefotografeerd. Bij elke foto is een tekstbijdrage geplaatst van een bekende journalist, columnist of schrijver. De opbrengst van het boek zou ten goede komen aan de stichting Spieren voor Spieren (hierna Spieren voor Spieren), welke stichting als doel heeft het werven van fondsen voor wetenschappelijk onderzoek naar spierziekten.

b. Het eerste contact tussen partijen is gelegd door middel van een brief van Being The-re van 15 april 2003, gericht aan een van de spelers ([speler6]). Hierin is onder meer het volgende opgenomen:

”Het is de bedoeling dat deze kunstfoto’s zowel in Nederland als in Portugal voor en tijdens het EK tentoongesteld gaan worden. Er zal een catalogus verschijnen waarin bekende Nederlandse schrijvers leuke en positieve herinneringen aan de spelers zullen beschrijven. De catalogus zal te koop zijn in de winkel en de foto’s worden geveild met behulp van veilinghuis Christie’s.”

c. De onder b genoemde brief wordt op 2 mei 2003 beantwoord door [bondscoach van de KNVB]. Hij schrijft onder meer:

”Uw plan om te komen tot een actie die geld moet opleveren voor Spieren voor Spieren vind ik prijzenswaardig. Ik wil echter twee opmerkingen maken.

Allereerst is het Nederlands elftal nog enkele maanden bezig met een kwalificatiereeks voor EURO 2004. (…) U moet in dat opzichte zeker nog een half jaar geduld hebben.

Ten tweede wil u meedelen dat uw opzet van het project te veel tijd vergt. Daar kan en zal het Nederlands elftal nooit aan meewerken.”

d. Op 2 februari 2004 heeft Being There aan [bondscoach van de KNVB] onder meer het volgende bericht:

”Middels dit briefje wil ik mijn vreugde uitspreken over het bericht dat mij vanochtend bereikte. Via [medewerker Stichting Spieren voor Spieren] van Spieren voor Spieren begreep ik dat we welkom zijn om op 16 februari in Huis ter Duin de fotoshoot ‘Jongensdromen’ te finaliseren. Een pak van ons hart. (…)

Uiteindelijk wordt het een tentoonstelling in Nederland in de maand mei (…). Bij de tentoonstelling, met foto’s van een vierkante meter, verschijnt een prachtige catalogus die om niet door de Arbeiderspers gemaakt en gedistribueerd wordt. (…)”

e. Op 13 februari 2004 heeft Spieren voor Spieren aan [bondscoach van de KNVB] onder meer het volgende bericht:

”Zoals vanochtend besproken stuur ik u hierbij een overzicht van de activiteiten die de Stichting Spieren voor Spieren op dit moment ontplooit om fondsen te werven voor kin-deren met een spierziekte:

(…)

2. Kunstproject ‘Jongensdromen’

(…)

Van alle spelers van het Nederlands Elftal worden foto’s gemaakt in een slapende hou-ding. Bij elke foto komt een stuk tekst, geschreven door een bekende Nederlander. Van deze foto’s en teksten wordt een catalogus gemaakt die vervolgens verkocht wordt. (…) De meeste spelers hebben hiervoor al geposeerd. In overleg met [ambassadeur Stichting Spieren voor Spieren] en [bondscoach van de KNVB] mogen de laatste spelers gefotografeerd worden tijdens de volgende bijeen-komst van het Nederlands Elftal, op 16 februari a.s. (…)”

f. De onder e genoemde brief is door de KNVB op 23 februari 2004 beantwoord. In deze brief is onder meer het volgende opgenomen:

”(…) Ten aanzien van de door u genoemde acties waarbij de portretrechten van de spelers in het geding waren, hebben wij nadrukkelijk gesteld dat zulks uiteraard met de spelers dient te worden afgestemd, c.q. dat voor acties hun toestemming expliciet dient te worden verkregen. Het enkele feit dat de spelers zich hebben verbonden als be-schermheer voor Spieren voor Spieren tot en met het EK 2004 impliceert uiteraard niet dat zij daarmee ook afstand van hun portretrecht ten behoeve van Spieren voor Spieren hebben gedaan. (…)

Welnu, de spelers van het Nederlands elftal zijn bereid om hun toestemming te verlenen aan één van de door u genoemde activiteiten. De KNVB kan daarmee instemmen. Het betreft het door u in uw brief onder 3 genoemde project “Zeefdrukken [kunstenaar]”. (…)

Het bovenstaande houdt tevens in dat de spelers en technische staf geen medewerking verlenen aan de overige door u genoemde activiteiten zoals het kunstproject ‘Jongens-dromen’ (…). De spelers en hun zaakwaarnemers zijn overigens enigszins verbolgen over de wijze waarop de door hen gemaakte foto’s uiteindelijk zouden worden gebruikt. Zij onthouden derhalve hun toestemming aan dat gebruik.”

g. Op 8 maart 2004 heeft de KNVB Being There onder meer het volgende bericht:

”Tijdens een overleg tussen de KNVB en de Stichting Spieren voor Spieren is onder andere gesproken over de actie ‘Jongensdromen’. Het is correct dat de KNVB heeft aangegeven dat het desbetreffende boek er niet verkeerd uit ziet. Hiermee is echter geenszins gezegd dat er door de KNVB en de spelers van het Nederlands elftal zal wor-den meegewerkt aan het project.”

h. Op 15 maart 2004 heeft de KNVB Spieren voor Spieren onder meer het volgende bericht:

”Wij hebben afgesproken het aan elke speler zelf over te laten of men (…) toestemming wil verlenen voor het gebruik van de desbetreffende foto voor het project ‘Jongensdro-men’. (…)

Volledigheidshalve benadrukken wij dat te allen tijde het gebruik van een foto door de desbetreffende speler expliciet moet worden goedgekeurd.”

i. Op 30 maart 2004 heeft de KNVB Spieren voor Spieren onder meer het volgende be-richt:

”De spelersraad was unaniem in haar oordeel: men wenst geen medewerking te verle-nen aan het project ‘Jongensdromen’ (…). Het vorenstaande betekent dat ook de KNVB geen toestemming kan en zal verlenen voor het gebruik van zijn merk in het kader van het project ‘Jongensdromen’.”

j. Op 16 april 2004 heeft de KNVB Spieren voor Spieren onder meer het volgende be-richt:

”Conform [directeur raad van toezicht KNVB] u reeds telefonisch heeft medegedeeld, hebben wij het verzoek van spieren voor spieren om alsnog medewerking te verlenen aan de actie jongensdro-men voorgelegd aan de spelersraad van het Nederlands elftal. Na consultatie door deze raad van de spelersgroep van het Nederlandse elftal heeft men de KNVB kenbaar ge-maakt dat de spelers definitief geen medewerking aan de onderhavige actie wensen te verlenen. Gezien dit standpunt van de spelers, zal ook de KNVB geen medewerking verlenen aan het project jongensdromen.”

k. Op 3 mei 2004 heeft Spieren voor Spieren de KNVB onder meer het volgende be-richt:

“Graag wil ik je hierbij informeren dat het bestuur van Spieren voor Spieren formeel afstand heeft genomen van het kunstproject Jongensdromen. Hoe jammer wij het ook vinden (…), we moeten ons neerleggen bij het definitieve besluit van de spelersraad en de KNVB. We hebben [directeur] en [gedaagde3] op de hoogte gesteld van ons bestuursbesluit (…).”

l. De besloten vennootschap Uitgeverijen Arbeiderspers, Archipel, Balans B.V. (hierna de Arbeiderspers) heeft het boek ‘Jongensdromen’ gedrukt en is voornemens dit boek op 13 mei 2004 te presenteren en vanaf 14 mei 2004 in de boekwinkels te koop aan te bieden.

m. Bij brief van 5 mei 2004 heeft de KNVB zowel Being There als de Arbeiderspers gesommeerd het openbaar maken en het verspreiden van het boek ‘Jongensdromen’ te staken en gestaakt te houden. Aan deze sommatie is geen gevolg gegeven.

2. Thans vordert de KNVB, mede handelend namens de spelers, samengevat en op straffe van dwangsommen om Being There en [gedaagde3] te gebieden iedere inbreuk op de portretrechten van de spelers, in het bijzonder door middel van verspreiding van het boek ‘Jongensdromen’ te staken en gestaakt te houden. Daarnaast vordert de KNVB te gebieden dat aan alle afnemers van het boek ‘Jongensdromen’ een bericht gestuurd wordt dat het betreffende boek niet openbaar gemaakt mag worden en op kosten van de Arbeiderspers aan de Arbeiderspers dient te worden teruggestuurd.

3. Ter ondersteuning van haar vordering voert de KNVB – samengevat – het volgende aan. De spelers maken allen deel uit van het Nederlands voetbalelftal. Zij zullen als ge-volg van het Europees Kampioenschap, dat in juni 2004 in Portugal van start zal gaan (hierna EK 2004), sterk in de belangstelling staan. De spelers en de KNVB hebben in de zogenaamde Commerciële Regeling afgesproken om gezamenlijk te beslissen over on-der meer de portretten van de spelers – ook indien deze worden aangewend ten behoeve van goede doelen – indien bij het gebruik van de portretten een verband gelegd wordt tussen de spelers en het Nederlands elftal. In april 2003 heeft Being There een van de spelers ([speler6]) schriftelijk benaderd met de vraag of de spelers van het Neder-lands elftal hun medewerking wilden verlenen aan het maken van de foto’s. Deze brief is op 2 mei 2003 door de bondscoach ([bondscoach van de KNVB]) beantwoord. Reeds toen is ken-baar gemaakt dat het project te veel tijd zou vergen en dat het Nederlands elftal daar nooit aan mee zou werken. Desondanks zijn Being There en [gedaagde3] op eigen initi-atief en zonder toestemming van de KNVB doorgegaan met de voorbereidingen van het project. In de daaropvolgende maanden zijn verschillende locaties waar het Nederlands elftal aanwezig was bezocht en heeft [gedaagde3] van een groot aantal spelers foto’s gemaakt. Vervolgens ontving de KNVB op 13 februari 2004 een overzicht van Spieren voor Spieren van een viertal activiteiten die zij ontplooit in het kader van EK 2004. Het boek ‘Jongensdromen’ vormde een van deze projecten. In reactie op deze brief heeft de KNVB op 23 februari 2004 een brief gestuurd naar Spieren voor Spieren waarin zij te kennen geeft geen medewerking te zullen verlenen aan dit project. Voorts heeft de KNVB in deze brief medegedeeld dat de spelers geen toestemming geven voor het pu-bliceren van de foto’s in een boek. Ook daarna is nog een aantal keren door de KNVB, mede namens de spelers, aan zowel Spieren voor Spieren als aan Being There te kennen gegeven dat geen toestemming zal worden verleend voor het gebruik van de portretten van de spelers in het boek ‘Jongensdromen’. Op 4 mei 2004 ontving de KNVB een brief van Spieren voor Spieren waarin zij te kennen gaf formeel afstand te doen van het pro-ject ‘Jongensdromen’. Echter, op dezelfde dag vernam de KNVB ook dat Being There de opdracht heeft gegeven aan de Arbeiderspers om 9.000 exemplaren van het boek ‘Jongensdromen’ te drukken. De KNVB en de spelers willen openbaarmaking van dit boek tegenhouden omdat zij hiervoor nooit toestemming hebben gegeven. Dit klemt te meer nu het intieme portretten betreft. De spelers zijn bekende Nederlanders en hebben zonder twijfel een verzilverbare populariteit en dus een zogenaamd commercieel por-tretrecht (ofwel een redelijk belang als bedoeld in artikel 21 Auteurswet). Dit betekent dat zij zich kunnen verzetten tegen iedere exploitatie van hun portret. Anders dan wordt gesteld, hebben de spelers geen toestemming gegeven voor het openbaar maken van hun portretten in het boek ‘Jongensdromen’, ook niet impliciet. Het feit dat de spelers wél medewerking en toestemming hebben verleend aan het maken van de bewuste portret-foto’s moet uitdrukkelijk onderscheiden worden van (toestemming voor) bepaalde vor-men van exploitatie en openbaarmaking. De spelers hebben begrepen dat de foto’s slechts gebruikt zouden worden voor een tentoonstelling en daarna mogelijk zouden worden geveild. Alleen daar hebben zij hun toestemming voor gegeven. Ten bewijze hiervan zijn een aantal schriftelijke verklaringen van de spelers in het geding gebracht. Vanaf het moment dat duidelijk werd dat de foto’s in een boek zouden worden gepubli-ceerd is hiertegen herhaaldelijk geprotesteerd, hetgeen blijkt uit de hiervoor onder de vaststaande feiten weergegeven correspondentie. Being There en [gedaagde3] kunnen zich dan ook niet beroepen op het gerechtvaardigd vertrouwen dat de foto’s wél voor het boek gebruikt zouden mogen worden. Zij hadden moeten begrijpen dat zij – om misver-standen te voorkomen – schriftelijke toestemming hadden moeten krijgen van de spelers (of van hun zaakwaarnemers) én van de KNVB. De problemen waarin zij nu verkeren hebben zij dan ook geheel aan zichzelf te wijten. Het feit dat de opbrengst van het boek aan een goed doel ten goede zal komen, maakt niet dat er geen sprake is van inbreuk op het portretrecht. Dit zou immers betekenen dat iedere gebruiker van een portret zonder commercieel oogmerk zou kunnen bepalen in hoeverre en in welke mate (het portret van) een bekende Nederlander met een goed doel in verband wordt gebracht, waardoor geen enkele exclusiviteit meer gegarandeerd kan worden aan andere (al dan niet com-merciële) contractspartijen. Navolging van dit standpunt zou een ondermijning van het commerciële portretrecht betekenen. Being There en [gedaagde3] handelen voorts on-rechtmatig jegens de KNVB door tegen haar uitdrukkelijke wens gebruik te maken van de portretten van de spelers van het Nederlands elftal in hun hoedanigheid als lid van dit elftal. De spelers zijn met de KNVB overeengekomen dat de KNVB namens hen op-treedt als zelfstandig onderhandelingspartner voor deze vormen van portretgebruik. De KNVB heeft dan ook een eigen belang en is zelfstandig bevoegd om op te treden.

4. Being There en [gedaagde3] hebben – samengevat – tegen de vorderingen allereerst aangevoerd dat de KNVB in dit geding geen zelfstandige vordering kan instellen: de KNVB heeft geen eigen recht in de zin van het Burgerlijk Wetboek of in de zin van de Auteurswet. De KNVB kan in dit geding wel optreden als procesgemachtigde van de spelers, maar van de 20 spelers hebben er zes geen volmacht afgegeven, waarbij betwist wordt dat een zaakwaarnemer van een speler een procesvolmacht kan afgeven. Vervol-gens wordt aangevoerd dat de makers van het boek ‘Jongensdromen’ ten behoeve van het goede doel Spieren voor Spieren kosten noch moeite hebben gespaard om het boek tot stand te brengen. Onjuist is de stelling dat de spelers zich tegen iedere exploitatie van hun portret zouden kunnen verzetten. Het portretrecht is geen absoluut recht. Het publiceren van een portret kan alleen worden tegengehouden indien sprake is van een redelijk belang. Slechts indien een portret voor een commerciële reclame-uiting wordt gebruikt én indien dit door het publiek zal worden opgevat als een blijk van publieke ondersteuning voor het betreffende product, kan sprake zijn van een inbreuk op de per-soonlijke levenssfeer en derhalve van een redelijk belang zich te verzetten tegen de ex-ploitatie van een portret. In het onderhavige geval gaat het om een niet-commerciële uiting. De spelers ondervinden geen nadeel van het boek ‘Jongensdromen’. Niet is ge-bleken dat zij niet met Spieren voor Spieren in verband willen worden gebracht, inte-gendeel. De spelers hebben dan ook geen redelijk belang bij hun vorderingen. Hun portret verschijnt evengoed op de televisie of in de krant. Mocht er al sprake zijn van een subjectief recht van de spelers dat wordt geschonden dan brengt de vrijheid van me-ningsuiting mee dat het boek niet verboden mag worden. Een dergelijk verbod voldoet niet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit en is evenmin functioneel nu een aantal van de foto’s reeds op televisie en in de krant te zien is geweest. Subsidiair wordt aangevoerd dat de spelers wel degelijk hun medewerking en toestemming hebben ver-leend aan het boek ‘Jongensdromen’. Het idee voor het project heeft een ontwikkeling doorgemaakt. In de eerste brief, gericht aan [speler6], wordt gesproken over het tentoonstellen van de foto’s, over een catalogus en over teksten van bekende Nederland-se schrijvers. Aanvankelijk wordt door de KNVB afhoudend gereageerd (omdat het project te tijdrovend wordt geacht), maar later wordt rechtstreeks contact gelegd met [speler6] en na zijn bemiddeling worden op Aruba zeven spelers, waaronder [speler6] en [speler7] gefotografeerd. In november 2003 worden in Barcelona [speler15] en [speler4] gefotografeerd, aan wie het project in volle omvang bekend was. In december 2003 worden, wederom na bemiddeling door [speler6], vijf andere spelers gefoto-grafeerd. In december 2003/januari 2004 worden [speler19], [speler18] en [speler17] gefoto-grafeerd. Hun clubs/zaakwaarnemers ontvangen een e-mail waarin het project (tentoon-stelling, boek en teksten) wordt gepresenteerd. Door bemiddeling van [ambassadeur Stichting Spieren voor Spieren], die optreedt als ambassadeur voor Spieren voor Spieren, gaat de KNVB om en zegt toe dat op 16 februari 2004 de vijf resterende spelers kunnen worden gefotografeerd, het-geen blijkt uit de onder 1d geciteerde brief. De zaakwaarnemers van deze spelers ont-vangen schriftelijke informatie van het project, waarin het boek wordt beschreven. Op 16 februari 2004 worden er niet alleen foto’s gemaakt, aan een aantal medewerkers van de KNVB wordt de dummy van het boek getoond en aan tenminste twaalf spelers wor-den de foto’s, de dummy en de over hen geschreven teksten getoond. Alle betrokkenen reageren enthousiast. Verder wordt gesproken met [bondscoach van de KNVB]: hij belooft [een speler] ertoe te bewegen zijn medewerking te geven. De conclusie hiervan is dat bij niemand enige twijfel kan hebben bestaan over het feit dat de foto’s in een boek zouden verschij-nen. Dit wordt nu om onbegrijpelijke redenen ontkend. Being There en [gedaagde3] worden naar hun mening de dupe van een ruzie die in de loop van het project is ontstaan tussen Spieren voor Spieren en de KNVB. Het aanvankelijke bezwaar van de KNVB dat het project te tijdrovend zou zijn, kan thans geen rol meer spelen: de foto’s zijn immers gemaakt. Overigens valt niet in te zien dat men zich in alle redelijkheid zou kunnen ver-zetten tegen publicatie van de foto’s in een boek terwijl men kennelijk wel toestemming had verleend voor openbaarmaking van de foto’s op een tentoonstelling. Verder is van belang dat Being There en [gedaagde3] ongeveer € 20.000,- aan kosten hebben gemaakt en de Arbeiderspers ongeveer € 25.000,-. Indien publicatie van het boek verboden wordt, is dit weggegooid geld.

Beoordeling van het geschil:

5. Allereerst wordt geoordeeld dat Being There en [gedaagde3] gevolgd moeten worden in hun verweer dat de KNVB geen eigen recht heeft om op te treden tegen openbaarma-king van het boek ‘Jongensdromen’. De vordering is gebaseerd op de portretrechten van de spelers en voorshands valt niet in te zien dat de KNVB zich als zelfstandige proces-partij op deze rechten kan beroepen. Dit volgt niet uit de zogenaamde Commerciële Re-geling waar de KNVB zich in dit kader op beroept en die door haar in het geding is ge-bracht. Deze regeling (feitelijk een overeenkomst tussen enerzijds de KNVB en ander-zijds de individuele spelers van het Nederlands A-Elftal), bevat geen expliciete over-dracht van (portret)rechten van de individuele spelers aan de KNVB. Afspraak is slechts dat de spelers en de KNVB gezamenlijk beslissen over de exploitatie van commerciële rechten. Hieruit vloeit voort dat de KNVB niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vorderingen.

6. De KNVB kan in dit geding wél optreden als procesgemachtigde van de spelers. In dit verband is nog door Being There en [gedaagde3] aangevoerd dat van zes spelers namens wie de KNVB thans optreedt geen schriftelijke volmacht in het geding is ge-bracht. Voorshands wordt geoordeeld dat dit enkele feit er niet aan in de weg staat dat de KNVB ook namens deze zes spelers in rechte kan optreden. De raadsman van de KNVB heeft immers verklaard dat de KNVB op basis van een mondelinge volmacht namens hen optreedt en dat – gezien de korte voorbereidingstijd voor dit kort geding – de schriftelijke volmachten nog onderweg zijn. Niet is gebleken dat op enigerlei wijze aan deze verklaring getwijfeld moet worden.

7. Over het beroep dat de spelers thans op hun portretrechten doen wordt als volgt ge-oordeeld. De populariteit van de spelers brengt mee dat zij de mogelijkheid hebben die populariteit te gelde te maken. Daartoe is nodig dat zij de exclusiviteit van hun portret-ten kunnen bewaken. Die exclusiviteit is ook in het geding wanneer hun portretten wor-den gebruikt voor liefdadige doelen. Dit belang van de spelers tot bescherming van de exclusiviteit van hun portretten en de waarde daarvan vindt zijn grond in artikel 21 van de Auteurswet door middel van de daar geregelde toestemming. De spelers kunnen en mogen aldus de publicatie van hun portretten zodanig beheersen dat deze hun waarde behouden voor een bepaald doel. Dit geldt ook wanneer de portretten worden gebruikt voor een liefdadig doel. Van het gebruik van een portret voor een liefdadig doel kan immers – evengoed als van commercieel gebruik – gezegd worden dat de gebruiker meedeelt in de verzilverbare populariteit. Ware dit anders, dan zou door het onbelem-merd gebruik door liefdadige instellingen de exclusiviteitswaarde – overigens ook voor die liefdadige instellingen – verloren gaan. Het staat dus de spelers vrij om tot behoud van die waarde te bepalen of, hoe en voor welk doel hun portretten worden gebruikt. De vorderingen liggen dan in beginsel ook voor toewijzing gereed.

8. Het overige door Being There en [gedaagde3] gevoerde verweer staat niet aan toe-wijzing van de vorderingen in de weg. Het beroep op de vrijheid van meningsuiting, als neergelegd in artikel 10 EVRM, gaat niet op nu de publicatie van de gewraakte foto’s in het boek ‘Jongensdromen’ niets met vrije nieuwsgaring van doen heeft, maar het gepo-seerde foto’s betreft. Bovendien houdt lid 2 van het genoemde artikel een beperking van de vrijheid van meningsuiting in, die er op neerkomt dat de rechten van anderen niet geschonden mogen worden. Hiervan is sprake, nu de spelers zich immers zoals hiervoor overwogen – terecht – op hun portretrecht kunnen beroepen. Ook het feit dat enkele van de foto’s reeds op televisie en in een aantal kranten te zien zijn geweest doet in het on-derhavige geval niet ter zake. Afgezien van de vraag of dit is geschied met toestemming van de spelers, is in het kader van het portretrecht in beginsel voor iedere openbaarma-king opnieuw toestemming van de rechthebbende vereist. Dit is hier niet anders.

9. Tot slot wordt over de vraag of de spelers hun (impliciete) toestemming aan tot-standkoming van het boek hebben gegeven als volgt geoordeeld. Being There en Vlie-genthart zijn met ‘Jongensdromen’ een project gestart waarbij veel partijen betrokken zijn en waarbij verschillende belangen een rol spelen. Het had op hun weg gelegen om bij aanvang van het project expliciete schriftelijke toestemming van de spelers te ver-werven, dit om misverstanden en problemen te voorkomen. Dat dit niet is gebeurd is enerzijds begrijpelijk omdat zij ten opzichte van de spelers in een van hen afhankelijke positie verkeerden. Anderzijds moet het Being There en [gedaagde3] duidelijk zijn ge-weest – dit volgt immers onomstotelijk uit de in het geding gebrachte correspondentie – dat de KNVB geen medewerking (meer) wilde verlenen aan de totstandkoming van het boek. Of de spelers desondanks – buiten de KNVB om – bij de makers van het boek – ook na ontvangst van de betreffende brieven van de KNVB – het gerechtvaardigd ver-trouwen hebben gewekt dat het allemaal wel goed zou komen, valt niet aan te nemen, gelet op de weergegeven voorgeschiedenis en nog minder valt aan te nemen dat de spe-lers – door aan de fotosessies mee te werken – (impliciet) hun toestemming hebben ge-geven voor publicatie van de foto’s in boekvorm (welk boek in elke boekhandel te koop zou worden aangeboden) of het gerechtvaardigd vertrouwen hebben gewekt dat die toe-stemming er wel zou komen.

10. De slotsom is dat de vorderingen van de spelers kunnen worden toegewezen. De vordering iedere inbreuk op de portretrechten van de spelers te verbieden zal niet wor-den toegewezen omdat deze vordering te algemeen is geformuleerd. Het verbod zal zich slechts richten op verspreiding etc. van het boek ‘Jongensdromen’.

11. Being There en [gedaagde3] zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

BESLISSING IN KORT GEDING

De voorzieningenrechter:

1. Verklaart de KNVB niet ontvankelijk in haar vordering.

2. Gebiedt gedaagden om met onmiddellijke ingang na de betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden iedere verspreiding, verkoop of andere openbaarma-king van het boek ‘Jongensdromen’, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor elke dag dat, dan wel voor elk product waarmee, dit ter keuze van de spelers, aan dit gebod niet volledig is voldaan.

3. Gebiedt gedaagden binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te bewerkstelligen dat afnemers van het boek ‘Jongensdromen’ wordt bericht dat het bewuste boek niet openbaar mag worden gemaakt en aan Uitgeverijen Arbeiderspers, Archipel, Balans B.V., gevestigd te Amsterdam, dient te worden teruggestuurd op kosten van Uitge-verijen Arbeiderspers, Archipel, Balans B.V., op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor elke dag dat aan dit gebod niet volledig is voldaan.

4. Veroordeelt gedaagden in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van de spelers begroot op:

- € 241,= aan vastrecht en

- € 703,= aan salaris procureur.

5. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

6. Wijst het meer of anders gevorderde af.

Gewezen door mr. R. Orobio de Castro, vice-president van de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 mei 2004, in tegenwoor-digheid van de griffier.

Coll.: