Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2004:AO4944

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-03-2004
Datum publicatie
04-03-2004
Zaaknummer
KG 04/267 Pee
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiseres(1) en TV Industry B.V. vorderen van gedaagde alsnog nakoming van een tussen partijen gesloten overeenkomst van 8 november 2002, waarin onder meer is bepaald dat gedaagde een geldlening aan TV Industry B.V. zou verstrekken. Gedaagde heeft hiertegen onder meer aangevoerd dat partijen op 18 december 2003 een nieuwe overeenkomst hebben gesloten, waarin eiseres(1) afstand heeft gedaan van de overeenkomst van 8 november 2002.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Pee/HO

vonnis 4 maart 2004

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t r o l n u m m e r [nummer] v a n :

1. de besloten vennootschap [eiseres1]. (thans MMWOPS BEHEER B.V.),

gevestigd te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap TV INDUSTRY B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

e i s e r e s s e n in conventie bij dagvaarding van 10 februari 2004,

v e r w e e r s t e r in reconventie,

procureur mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,

advocaat mr. B. Besseling te Amersfoort,

t e g e n :

de besloten vennootschap [gedaagde].,

gevestigd te [woonplaats],

g e d a a g d e in conventie,

e i s e r e s in reconventie,

procureur mr. L.M. Graal.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 23 februari 2004 hebben eiseressen in conventie, verder gezamenlijk te noemen [eiseressen] en afzonderlijk [eiseres1] respectievelijk de Vennootschap, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Ter zitting heeft [eiseressen] haar eis vermeerderd als hierna onder 2 vermeld. De naam van [eiseres1] is door een recente statutenwijziging op 28 januari 2004 gewijzigd in MMWOPS Beheer B.V.. Gedaagde, verder te noemen [gedaagde], heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening, en vervolgens in reconventie gevorderd als hierna onder 5 vermeld. [eiseressen] heeft de vordering in reconventie bestreden. Na verder debat hebben partijen stukken overgelegd voor vonniswijzing.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

In conventie en in reconventie :

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. [gedaagde] staat als bestuurder en enig aandeelhouder aan het hoofd van de IMCA Media Groep B.V., verder IMG. Op 8 november 2002 hebben [eiseres1], Ready Productions B.V. - ook te noemen [Ready] -, ieder voor 50% aandeelhouder in de Vennootschap, en [gedaagde] een participatie- en aandeelhoudersovereenkomst getekend met betrekking tot de overdracht van 50% van de aandelen in de Vennootschap aan [gedaagde], inhoudende - voor zover hier van belang -:

"(..)

2.1 Binnen 20 (zegge: twintig) werkdagen nadat alle Opschortende Voorwaarden zijn vervuld, (..), zullen [eiseres1] en Ready de Transactieaandelen aan [gedaagde] verkopen en leveren, en zal [gedaagde] van [eiseres1] en Ready de Transactieaandelen kopen en de levering aanvaarden.

2.2 Na de overdracht zullen de Aandelen als volgt worden gehouden:

[gedaagde] (..) (50%)

[eiseres1] (..) (25%)

Ready (..) (25%)

(..)

3.1 Deze overeenkomst wordt aangegaan onder de Opschortende Voorwaarden dat:

a) De Vennootschap en [gedaagde] de leningsovereenkomst hebben getekend (..)

b) met de Belastingdienst en de Bedrijfsvereniging een voor Partijen passende regeling is getroffen (..).

(..)

5.1 [eiseres1] en Ready zullen ervoor zorgen dat tussen het sluiten van deze Overeenkomst en de Leveringsdatum de activiteiten van de Vennootschap op de gebruikelijke wijze worden voortgezet, met dien verstande dat tussen het sluiten van deze Overeenkomst en de Leveringsdatum geen dividenden door de Vennootschap zullen worden uitgekeerd en er geen wijziging in of bezwaring of vervreemding van de Aandelen zal optreden."

Op 8 november 2002 is eveneens de leningsovereenkomst gesloten tussen de Vennootschap en [gedaagde] inzake een renteloze lening van €euro 1.700.000,--, die ter beschikking zou worden gesteld in twaalf achtereenvolgende maandelijkse termijnen, startende 15 november 2002. Tot op heden zijn de aandelen niet geleverd en heeft [gedaagde] de lening niet ter beschikking gesteld aan de Vennootschap.

b. Op 8 december 2003 zijn alle aandelen in de Vennootschap geleverd aan [P.K.] Beheer B.V. en vervolgens op 14 januari 2004 teruggekocht door en geleverd aan [eiseres1].

c. Op 18 december 2003 zijn partijen blijkens een door partijen ondertekend verslag overeengekomen - voor zover hier van belang -:

"Uit hoofde van de koopovereenkomst gedateerd 8 november 2002 is overeengekomen dat partijen de [eiseres1]/[Ready] en Imca Media Group (namens [gedaagde], hierna verder te noemen IMG zorg zouden dragen voor een totaal garantiekapitaal van Euro 1.700.000,00. Op basis van het chaotische verloop met betrekking tot de door beide partijen beschikbaar gestelde gelden is overeengekomen dat indien IMG een eenmalige storting zal verrichten van Euro 162.500,00 beide partijen aan hun garantieverplichting hebben voldaan ten opzichte van TV Industrie BV. TV Industry BV zal geen aanspraak meer maken op garantiekapitaal uit hoofde van voornoemde koopovereenkomst.

De gestorte bedragen zijn weergegeven in de bijlage.(..) In beginsel zullen de stortingen worden omgezet in een achtergestelde lening.

(..)

IMG zal als volgt de bedragen storten:

Heden 18 december 2003 Euro 100.000,00

Bij levering aandelen (zie punt 3) Euro 62.500,00

2 - Overdracht aandelen:

[eiseres1] en [Ready] zullen onmiddellijk na ontvangst van de eerste betaling van Euro 100.000,00 van IMG aan TV Industry BV een onherroeppelijke notariële volmacht afgeven voor de overdracht van 50% van de aandelen in TV Industry BV aan IMG. (..)"

d. Bij brief van 20 februari 2004 heeft het UWV aan de Vennootschap meegedeeld dat haar verzoek om gedeeltelijke kwijtschelding van de vordering wordt ingewilligd onder bepaalde voorwaarden.

e. Bij brief van 23 februari 2004 heeft de belastingdienst Amsterdam aan de Vennootschap meegedeeld dat het ingediende schuldsaneringsvoorstel akkoord is, nu de bedrijfsvereniging heeft besloten haar instemming te verlenen.

f. Na verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft [eiseres1] op of omstreeks 19 februari 2004 conservatoir derdenbeslag gelegd onder de ABN AMRO Bank N.V. ten laste van [gedaagde].

In conventie voorts:

2. [eiseressen] vordert, na vermeerdering van eis, - kort gezegd - [gedaagde] te veroordelen een bedrag van € euro 1.700.000,00 aan TV Industry te voldoen; tot vergoeding van de door TV Industry gemaakte advocaatkosten van € euro 37.401,71; een bedrag van euro€ 76.124,48 aan wettelijke rente te voldoen; aan de betalingsverplichtingen die voortvloeien uit de getroffen regeling met de belastingdienst en bedrijfsvereniging te voldoen; de kosten verbonden aan het gelegde beslag te voldoen.

3. [eiseressen] stelt daartoe dat zij, vanaf het moment dat [gedaagde] niet tot betaling van de eerste termijn van de lening overging, contact heeft gehouden met [gedaagde] en heeft aangedrongen op nakoming. Ondanks alle goede intenties van [eiseressen] kwam er feitelijk niets tot stand. Het enige resultaat van de vele besprekingen over het jaar 2003 was dat de financiële toestand van de Vennootschap steeds verder achteruit ging. [eiseressen] is van mening dat de overeenkomst van 8 november 2002 nog steeds van kracht is. Inmiddels is een regeling getroffen met de belastingdienst en de bedrijfsvereniging, zodat [gedaagde] geen beroep meer kan doen op de in artikel 3.1 sub b genoemde opschortende voorwaarde. Door de transactie met [P.K.] Beheer is de toestand van de Vennootschap niet wezenlijk veranderd, maar zelfs van een dreigend faillissement gered, zodat ook een beroep op artikel 5.1 van de overeenkomst van 8 november 2002 niet opgaat. [gedaagde] heeft tot op heden niet gevorderd dat de aandelen worden geleverd, maar de aandelen kunnen worden geleverd. Er zijn thans twee aandeelhouders van MMWOPS Beheer, te weten de heer en mevrouw [eiseres1]. De overeenkomst van 18 december 2003 is niet tot stand gekomen, aangezien [gedaagde] tot op heden de overeengekomen € euro 100.000,-- niet heeft betaald. [eiseressen] heeft dus geen afstand gedaan van de overeenkomst van 8 november 2002 en de lening van €€euro€ 1.700.000,00. Verder vordert [eiseressen] aanvullende schadevergoeding, gebaseerd op het feit dat [gedaagde] heeft nagelaten vanaf 15 november 2002 de renteloze lening ter beschikking te stellen. Tot slot heeft de Vennootschap een overeenkomst met een derde niet na kunnen komen door het ontbreken van de lening en heeft hierdoor een bedrag van €euro 37.401,71 aan advocaatkosten moeten maken.

4. [gedaagde] heeft ter afwering van de vordering primair aangevoerd dat in de overeenkomst van 18 december 2003 door partijen expliciet wordt afgesproken dat nakoming van de overeenkomst van 8 november 2002 (inclusief lening) niet meer aan de orde is. Als [gedaagde] diezelfde dag navraag doet bij de Kamer van Koophandel blijkt dat sinds 8 december 2003 [P.K.] Beheer B.V. als enig aandeelhouder van de Vennootschap staat ingeschreven, zodat [eiseres1] de die dag gemaakte afspraak op dat moment niet kan nakomen. Bovendien was de intentie van partijen gericht op een samenwerking tussen [gedaagde] en [eiseres1]. Deze gang van zaken heeft gezorgd voor een vertrouwensbreuk. Subsidiair heeft [gedaagde] aangevoerd dat door het geschuif van aandelen in de Vennootschap de oorspronkelijke samenwerkingsintentie van partijen is doorkruist. Bovendien is niet zeker of de [eiseres1] de aandelen nog wel kan leveren. Meer subsidiair heeft te gelden dat de opschortende voorwaarde tot op heden niet is vervuld. Uit de brieven van 20 en 23 februari 2004 volgt - gelet op de vele voorwaarden - niet dat er een definitieve regeling met de belastingdienst en de bedrijfsvereniging is.

In reconventie voorts:

5. [gedaagde] vordert in reconventie - kort gezegd - opheffing van de op of omstreeks 19 februari 2004 gelegde beslagen. Zij verwijst daartoe naar hetgeen zij in conventie heeft aangevoerd.

6. [eiseressen] heeft het gevorderde gemotiveerd betwist. Hetgeen in conventie is gesteld, wenst zij als hier ingelast en herhaald te beschouwen.

Beoordeling van het geschil in conventie:

7. Een geldvordering is in kort geding alleen toewijsbaar, indien voldoende aannemelijk is dat de vordering in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen en van de eiser niet gevergd kan worden dat hij de afloop van de bodemprocedure afwacht.

8. Ten tijde van het sluiten van de overeenkomst van 18 december 2003 mocht [gedaagde] erop vertrouwen dat zij was ontheven van haar verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst van 8 november 2002. De stelling van [eiseressen] dat de overeenkomst van 18 december 2003 niet tot stand is gekomen, nu [gedaagde] die dag in gebreke is gebleven met betaling van euro€ 100.000,00, faalt. In de overeenkomst is een dergelijke ontbindende of opschortende voorwaarde niet overeengekomen. [gedaagde] heeft bovendien niet betaald, omdat diezelfde dag na kadastrale recherche bleek dat de aandelen van de Vennootschap - die [eiseres1] na betaling van voornoemd bedrag zou overdragen aan [gedaagde] - niet meer in handen waren van [eiseres1]. Dit had [eiseressen] echter niet vermeld aan [gedaagde], zodat [gedaagde] de betaling kon opschorten, zolang onduidelijk was wie de aandeelhouder was en of [eiseres1] de aandelen kon leveren.

9. De overeenkomst van 18 december 2003 is rechtsgeldig tot stand gekomen, ook al was [eiseres1] op dat moment geen aandeelhouder van de Vennootschap. Vooralsnog valt niet in te zien dat [eiseres1], nu zij de aandelen weer in haar bezit heeft, niet kan voldoen aan de overeenkomst van 18 december 2003. Met deze overeenkomst heeft [eiseressen] afgezien van de overeenkomsten van 8 november 2002. Zolang de overeenkomst van 18 december 2003 enerzijds niet is ontbonden en anderzijds door [gedaagde] geen beroep op de vernietigbaarheid is gedaan, duurt zij voort en bestaat geen aanspraak op nakoming van de verbintenissen voortvloeiende uit de overeenkomsten van 8 november 2002. De vraag of er verplichtingen zijn blijven bestaan uit de overeenkomst van 18 december 2003 is niet aan de voorzieningenrechter voorgelegd.

10. Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van [eiseressen] niet voldoen aan het onder 7 geformuleerde criterium, zodat deze worden afgewezen. [eiseressen] worden als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van dit geding.

Beoordeling van het geschil in reconventie:

11. Een conservatoir beslag kan onder meer worden opgeheven indien summierlijk blijkt dat de vordering (of: het recht) ter verzekering waarvan het is gelegd ondeugdelijk is.

12. Het in conventie overwogene ten aanzien van de overeenkomst van 8 november 2002 brengt mee dat het gevorderde in reconventie wordt toegewezen als na te melden.

13. [eiseressen] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld. Gezien de samenhang tussen conventie en reconventie, zullen de kosten van dit geding in reconventie worden gesteld op nihil.

BESLISSING IN KORT GEDING:

De voorzieningenrechter:

In conventie :

1. Weigert de gevraagde voorzieningen.

2. Veroordeelt [eiseressen] hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op:

- € 241,= aan vastrecht en

- € 703,= aan salaris procureur.

In reconventie :

3. Heft op de op of omstreeks 19 februari 2004 door [eiseressen] ten laste van [gedaagde] gelegde conservatoire derdenbeslagen onder de ABN AMRO Bank N.V..

4. Veroordeelt [eiseressen] hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.

5. Wijst het meer of anders gevorderde af.

In conventie en in reconventie :

6. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mr. J.A.J. Peeters, vice-president van de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 4 maart 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll.: