Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2003:AO5586

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-12-2003
Datum publicatie
15-03-2004
Zaaknummer
265268 / H 03.1160
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisers bestrijden dat deze rechtbank onbevoegd zou zijn van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen. Zij hebben slechts gesteld dat sprake is van een huurkoop-overeenkomst, doch niet gesteld dat de aandelenlease-overeenkomst, waarop de vordering in de hoofdzaak is gebaseerd, dient te worden gekwalificeerd als een huurkoopovereenkomst in de zin van artikel 7A:1576h, lid 1 BW.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7A
Burgerlijk Wetboek Boek 7A 1576h
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 93
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2004, 405
JOR 2004/19
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

265268 / H 03.1160

(mk)

17 december 2003

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

DERDE ENKELVOUDIGE CIVIELE KAMER

VONNIS

i n d e z a a k v a n :

1. [eiser1]

2. [eiser2]

beiden wonende [woonplaats],

e i s e r s in conventie,

g e d a a g d e n in voorwaardelijke reconventie,

v e r w e e r d e r s in het incident,

procureur mr. H.J. Bos,

t e g e n :

1. de naamloze vennootschap

DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

g e d a a g d e in conventie,

e i s e r e s in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. K. Frielink,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPAAR SELECT VENLO B.V.,

gevestigd te Venlo,

g e d a a g d e ,

e i s e r e s in het incident,

procureur mr. L.P. Broekveldt.

Eisers worden hierna [eiser 1 & 2] ge-noemd. Gedaagden worden ieder afzonderlijk Dexia en Spaar Select en gezamenlijk Dexia c.s. genoemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

in de hoofdzaak en in het incident

De rechtbank is uitgegaan van de volgende processtukken en/of proceshandelingen:

- dagvaar-dingen van 7 en 9 april 2003, met bewijsstukken;

- conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie van de zijde van Dexia, met bewijsstukken;

- conclusie van antwoord, tevens houdende een voorwaardelijke exceptie van onbevoegdheid, van de zijde van Spaar Select, met bewijsstukken;

- conclusie van antwoord in het voorwaardelijke onbevoegdheidsincident;

- verzoek vonnis wijzen in het incident.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

in het incident

1. Spaar Select heeft de bevoegdheid van deze rechtbank voorwaardelijk vóór alle weren betwist. Spaar Select stelt dat deze rechtbank onbevoegd is van de vordering kennis te nemen, voor zover de rechtbank [eiser 1 & 2] mocht volgen in hun standpunt dat de vordering in de hoofdzaak betrekking heeft op een huurkoopovereenkomst. In dat geval is immers de sector kanton bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 93, aanhef en sub c van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv).

Spaar Select bestrijdt overigens dat sprake zou zijn van een huurkoopovereenkomst. Ingevolge het bepaalde in artikel 7A:1576h, lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft huurkoop slechts betrekking op zaken in de zin van artikel 3:2 BW. De overeenkomst waarop de vordering in de hoofdzaak is gebaseerd heeft echter betrekking op effecten. Aangezien effecten geen zaken, maar vermogensrechten zijn in de zin van artikel 3:6 BW, is van een huurkoopovereenkomst geen sprake.

2. [eiser 1 & 2] bestrijden dat deze rechtbank onbevoegd zou zijn van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen. Zij hebben slechts gesteld dat sprake is van een huurkoop-overeenkomst, doch niet gesteld dat de aandelenlease-overeenkomst, waarop de vordering in de hoofdzaak is gebaseerd, dient te worden gekwalificeerd als een huurkoopovereenkomst in de zin van artikel 7A:1576h, lid 1 BW. Nu artikel 93, aanhef en sub c Rv alleen ziet op huurkoopovereenkomsten in de zin van artikel 7A:1576h, lid 1 BW, is deze rechtbank wel degelijk bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen.

3.1 De rechtbank stelt voorop dat de sector kanton op grond van artikel 93, aanhef en sub c Rv alleen dan de zaak dient te behandelen en te beslissen, indien sprake is van een huurkoopovereenkomst in de zin van artikel 7A:1576h e.v. BW en dat, mocht dit laatste het geval zijn, dit niet kan leiden tot onbevoegdheid van deze rechtbank, doch tot verwijzing op de voet van artikel 71, lid 1 Rv naar een kamer die tot de sector kanton van deze rechtbank behoort.

3.2 Artikel 7A:1576h, lid 1 BW definieert een huurkoopovereenkomst als volgt: "Huurkoop is de koop en verkoop op afbetaling, waarbij partijen overeenkomen, dat de verkochte zaak niet door enkele aflevering in eigendom overgaat, maar pas door vervulling van de opschortende voorwaarde van algehele betaling van wat door de koper uit hoofde van de koopovereenkomst verschuldigd is." Naar beide partijen terecht stellen is in het onderhavige geval geen sprake van een huurkoopovereenkomst in eerder bedoelde zin, alleen al nu het object van de overeenkomst geen (stoffelijke) zaak is in de zin van artikel 3:2 BW, doch een (onstoffelijk) vermogensrecht. Aan de in artikel 7A:1576h, lid 1 BW genoemde voorwaarden van huurkoop is dan ook niet voldaan.

3.3 Nu de aandelenlease-overeenkomst niet kan worden gekwalificeerd als een huurkoop-overeenkomst in de zin van artikel 7A:1576h, lid 1 BW, bestaat geen aanleiding tot verwijzing naar een kamer van de sector kanton van deze rechtbank. De vordering van Spaar Select zal daarom worden afgewezen en de zaak zal weer op de rolzitting worden afgeroepen voor conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie aan de zijde van [eiser 1 & 2].

3.4 Spaar Select zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit incident.

3.5 Hoger beroep staat thans niet open. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

BESLISSING

De rechtbank:

in het incident:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt Spaar Select in de op het incident gevallen kosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser 1 & 2] begroot op € 390,-- (driehonderdnegentig euro);

- verklaart dit vonnis voor wat de kostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak:

- bepaalt dat de zaak op de rolzitting van de tweede enkelvoudige kamer van 28 januari 2004 weer zal worden afgeroepen voor conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie aan de zijde van [eiser 1 & 2];

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Gewezen door mr. C.J. Laurentius-Kooter , lid van genoemde kamer, en uitge-sproken ter openbare terecht-zitting van 17 december 2003 in tegen-woordig-heid van de griffier.