Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2003:AN9541

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-12-2003
Datum publicatie
08-12-2003
Zaaknummer
13/051316-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in zijn functie van politieambtenaar twee kogels afgevuurd op aanvaller ter noodzakelijke afwering van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: [nummer]

Datum uitspraak: 4 december 2003

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, achtste meervoudige kamer E, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum]

domicilie kiezende te [adres]

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 november 2003.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals ter terechtzitting gewijzigd. Van de dagvaarding en de vordering wijziging telastelegging zijn kopieën als bijlagen 1 en 2 aan dit vonnis gehecht. De gewijzigde telastelegging geldt als hier ingevoegd.

2. Voorvragen

--------------

3. Waardering van het bewijs

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair telastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

verdachte op 26 februari 2000 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [aanvaller] van het leven te beroven, met dat opzet die [aanvaller] tweemaal in de borst heeft geschoten.

Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5 en 6. De strafbaarheid van het feit en van de verdachte

De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat haar cliënt dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging nu hij handelde uit noodweer. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd, kort weergegeven.

[aanvaller], die onder invloed verkeerde van cocaïne en alcohol en daardoor onaanspreekbaar was, heeft in zijn huis [slachtoffer] bedreigd met een mes. Mijn cliënt heeft hem gewaarschuwd het mes te laten vallen, hetgeen [aanvaller] niet heeft gedaan. [aanvaller] bleef op [slachtoffer] toelopen, de afstand tussen hen was zeer klein. Teneinde het leven althans de gezondheid van [slachtoffer] te beschermen kon hij niet anders dan gebruik maken van zijn vuurwapen. Hierop heeft mijn cliënt twee kogels op [aanvaller] afgevuurd die hem in de borst hebben geraakt. Gelet op de verklaringen in het dossier en de reconstructie is het logisch dat de schoten [aanvaller] in de borst hebben geraakt.

Mijn cliënt heeft in zijn functie van politieambtenaar gehandeld ter noodzakelijke afwering van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van [slachtoffer].

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit het dossier blijkt het volgende.

Op 26 februari 2000 kwam een melding binnen bij het bureau van politie Ganzenhoef dat er op het [adres] te Amsterdam een twist, mogelijk met messen zou zijn. Verdachte, die hoofdagent was, ging er, samen met zijn collega [hoofdagent], op af. Ter plaatse troffen zij een geëmotioneerde [slachtoffer]. Terwijl de agenten in gesprek waren met de vrouw ging de hal-o-foon. De vrouw bediende het apparaat en er kwam een man [aanvaller] de flat binnen, die gelijk begon te schreeuwen naar de vrouw. De agenten wilden afzonderlijk met hen in gesprek om zo de ruzie te sussen. Op het moment dat verdachte met de man naar de galerij zou gaan maakte [slachtoffer] een opmerking. [aanvaller] reageerde hierop door zich om te draaien en hij pakte een groot keukenmes uit zijn broeksband. Vervolgens rende t[aanvaller] in de richting van [hoofdagent] en [slachtoffer].

Ingevolge de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 25 april 2002 heeft op 29 oktober 2002, in opdracht van de rechter-commissaris, een reconstructie van de gebeurtenis op 26 februari 2000 plaatsgevonden. Hiervan is een videoband en een verslag gemaakt.

De rechtbank heeft de videoband van de reconstructie bekeken. Deze reconstructie, bezien in samenhang met de verklaring van [hoofdagent] bij de politie op 28 februari 2000 (pag. 40 e.v. van het dossier), de verklaring van verdachte bij de politie op 28 februari 2000 (pag. 48 e.v. van het dossier), de aangifte van [slachtoffer] op 26 februari 2000 (pag. 17 e.v. van het dossier) en de verklaring van [aanvaller] bij de politie op 7 maart 2000 (pag. 95 e.v. van het dossier), hebben naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk gemaakt hoe - gezien de positie van de betrokkenen ten tijde van het schieten van verdachte - de schoten in de borst van [aanvaller] terecht konden komen.

Overigens sluit de rechtbank niet uit dat [aanvaller] op het laatste moment wellicht wilde stoppen met zijn aanval op [slachtoffer]. Dit was echter voor verdachte onvoldoende kenbaar, omdat [aanvaller] zijn mes niet liet vallen. Verdachte mocht er dus op dat moment nog steeds van uit gaan dat [slachtoffer] in doodsnood verkeerde.

De rechtbank oordeelt op grond van het voorgaande dat verdachte heeft geschoten om een einde te maken aan de dringende ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van eens anders lijf, te weten dat van [slachtoffer].

Aldus slaagt het beroep op noodweer. Verdachte is derhalve ten aanzien van het bewezenverklaarde niet strafbaar en zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Ten aanzien van de benadeelde partij

Nu aan verdachte - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - geen straf of maatregel is opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij [aanvaller] in zijn vordering niet-ontvankelijk is.

7. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het primair telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het primair bewezenverklaarde levert op:

poging doodslag.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezene niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging terzake daarvan.

Bepaalt dat de benadeelde partij [aanvaller], niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.B. Leeser-Gassan, voorzitter,

mrs. M.W. van der Veen en I.H.J. Konings, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F. Hoedemaker, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 december 2003.