Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2003:AN8482

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-11-2003
Datum publicatie
19-11-2003
Zaaknummer
258118 / H 03.0142
Formele relaties
Verzetvonnis: ECLI:NL:RBAMS:2004:AP8458
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis incident tussenkomst inzake Dexiabank

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2004, 128
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

258118 / H 03.0142

19 november 2003

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

DERDE ENKELVOUDIGE CIVIELE KAMER

VONNIS

i n d e z a a k v a n:

1. de stichting STICHTING ONDERZOEK BEDRIJFSINFORMATIE (SOBI),

gevestigd te Amsterdam,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats],

e i s e r s in het incident,

procureur mr. F.J. Schoute,

t e g e n:

1. de stichting STICHTING LEASEVERLIES,

gevestigd te 's-Gravenhage,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid CONSUMENTENBOND,

gevestigd te 's-Gravenhage,

e i s e r e s s e n in de hoofdzaak, verweersters in het incident,

procureur mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,

e n :

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

g e d a a g d e in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

procureur mr. H.G. van Everdingen.

Eisers in het incident worden hierna SOBI/[eiser 2] genoemd. Eiseressen in de hoofdzaak worden hierna Leaseverlies c.s. genoemd. Gedaagde in de hoofdzaak wordt hierna Dexia ge-noemd.

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

in de hoofdzaak en in het incident

Naar aanleiding van het in deze zaak op 24 september 2003 uitgesproken vonnis hebben

SOBI/[eiser 2] een akte in het incident, met bewijsstukken, genomen. Leaseverlies c.s. en Dexia hebben hierop ieder bij antwoordakte in het incident gereageerd. Vervolgens is wederom vonnis in het incident gevraagd.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

in het incident

1. Bij voornoemd tussenvonnis zijn SOBI/[eiser 2] in de gelegenheid gesteld bij akte duidelijkheid te verschaffen omtrent de strekking van hun vordering in het incident.

2. SOBI/[eiser 2] hebben daarop bij akte aangegeven dat zij belang hebben bij het instellen van een eigen vordering, omdat het zeer wel mogelijk is dat de brochures die niet door SOBI/[eiser 2] in orde zijn bevonden, wel degelijk misleidend zijn. Zij verzoeken de rechtbank daarom om hun interventie aldus op te vatten dat zij beogen in de hoofdzaak een verklaring voor recht te vragen dat de door hen in orde bevonden brochures niet misleidend zijn. Voor zover dat niet (meer) toewijsbaar mocht zijn hebben zij aangegeven zich te willen voegen aan de zijde van Dexia, doch uitsluitend voor zover het standpunt van Dexia mede inhoudt dat de door SOBI/[eiser 2] in orde bevonden brochures niet misleidend zijn.

3. Dexia heeft zich - kort gezegd - ten aanzien van het door SOBI/[eiser 2] gevorderde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Leaseverlies c.s. hebben - kort gezegd - voor wat betreft de (primair) gevorderde tussenkomst geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde en zich voor wat betreft de (subsidiair) gevorderde voeging aan de zijde van Dexia gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4. Uit hetgeen SOBI/[eiser 2] bij akte heeft aangevoerd leidt de rechtbank af dat zij niet zozeer een eigen vordering wensen in te stellen die zich richt tegen beide partijen, c.q. in de hoofdzaak wensen tussen te komen, maar dat zij zich - zij het slechts voor het gedeelte dat hen aangaat - wensen te scharen aan de zijde van Dexia, c.q. zich in de hoofdzaak aan de zijde van Dexia wensen te voegen. Nu Dexia en Leaseverlies c.s. zich ten aanzien van de gevorderde voeging hebben gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en SOBI/[eiser 2] ook overigens hun belang bij de voeging voldoende hebben onderbouwd zal deze worden toegestaan.

5. Het enkele feit dat door het door SOBI/[eiser 2] op onjuiste wijze opgeworpen incident de hoofdzaak gedurende enige maanden is opgehouden brengt, anders dan Leaseverlies c.s. nog aanvoeren, niet mee dat SOBI/[eiser 2] eerst bij conclusie van dupliek in de gelegenheid zouden moeten worden gesteld om zich als gevoegde partij over de hoofdzaak uit te laten. De zaak zal dan ook thans naar de rol worden verwezen voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van SOBI/[eiser 2].

6. Hoger beroep staat thans niet open. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

BESLISSING

De rechtbank:

in het incident:

- bepaalt dat SOBI/[eiser 2] zich mogen voegen in de hoofdzaak;

- houdt de beslissing omtrent de kostenveroordeling in het incident aan tot de eindbeslissing in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak:

- bepaalt dat de zaak weer zal worden afgeroepen op de rolzitting van de tweede enkelvoudige kamer van woensdag 17 december 2003 voor conclusie van antwoord aan de zijde van SOBI/[eiser 2];

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Gewezen door mr. S.P Pompe, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.